PlusInterview

Minister Van Ark: ‘Ik begrijp heel goed dat mensen corona zat zijn’

Het is twee voor twaalf, stelt minister Tamara van Ark (Medische Zorg en Sport). Landelijke coronamaatregelen komen weer in zicht. ‘Als we hier nog een paar weken mee doorgaan, komen we in scenario’s die we gewoon niet willen.’

Minister Tamara van Ark (Medische Zorg en Sport)Beeld Guus Schoonewille

Bij het grote coronadebat ontbrak deze week één minister: die voor Medische Zorg en Sport. Tamara van Ark zat noodgedwongen thuis. Iemand in haar gezin was verkouden, had koorts en wachtte op een coronatest. En dan blijft ook een minister thuis. “We vragen aan heel Nederland om dit te doen, dus dan moet je het zelf ook doen.’’

Toch vond ze het ‘heel ongemakkelijk’ dat collega-ministers ‘haar’ onderwerpen moesten overnemen. Ze keek thuis mee en hing tijdens het debat voortdurend aan de telefoon met ambtenaren, terwijl ze door de kamer ijsbeerde. Ze werpt een vluchtige blik op haar smartwatch. “Ik denk dat mijn stappenteller die avond door het dak is gegaan.”

Het aantal besmettingen stijgt snel, de ziekenhuisopnames nemen toe, op de ic’s liggen meer patiënten en er was het hoogste aantal sterfgevallen sinds mei. Dit was geen goede week.

(Diepe zucht) “Nee. Nee. Ik heb de afgelopen tijd met veel verpleegkundigen en artsen gesproken en ik heb enorm de behoefte om ook de stem van de zorg te zijn. Zij zeiden allemaal: als die tweede golf komt, dan zijn we er. Dat is ons vak. Maar ze zeiden ook dat ze zó verschrikkelijk moe zijn. Ze hopen op tijd om te herstellen.”

En die tijd krijgen ze niet.

“Het is echt nijpend op dit moment. Ze zijn nog niet bekomen van de eerste golf. Ik sprak een ziekenhuisdirecteur die haar personeel had geadviseerd in september op vakantie te gaan. Er zijn zorgmedewerkers die – net als ik – moesten wachten op een testuitslag in het gezin, of die zelf verkouden zijn. Het stapelt zich op. De afspraak is dat er op 1 oktober 1350 ic-bedden zijn. De spullen zijn het probleem niet. De bedden zijn er, de beademingsapparatuur is er. Genoeg gekwalificeerde mensen vinden is het probleem.”

En dan moet het griepseizoen nog beginnen. Deze week werd duidelijk dat de meerderheid van het zorgpersoneel geen griepprik haalt. Baart u dat zorgen?

Met opengesperde ogen: “Doe het! Ik denk niet aan een vaccinatieplicht voor de zorg, zullen we beginnen met het gewoon te vragen? Als ze tegen mij zeggen ‘je mot’, dan doe ik het ook niet. Maar als ze zeggen: ‘het is belangrijk, want ik heb je nodig,’ dan wel.”

Zijn er op 1 oktober wel genoeg handen aan het bed?

“Daarvoor houden we nu de vinger aan de pols. We kijken bijvoorbeeld ook of er gedacht kan worden aan een andere manier van roosteren, zodat er meer rekening kan worden gehouden met de thuissituatie.”

Deskundigen zeggen: regionale maatregelen zijn niet genoeg nu het virus op zoveel plekken oplaait. Waarom grijpt het kabinet niet in en gaan we terug naar een intelligente lockdown?

“Daar moeten we ons op voorbereiden, maar dat is aan de premier en minister De Jonge. Daarover vinden gesprekken plaats. De verspreiding van het virus gaat niet van 1 naar 2 naar 3 naar 4. Die gaat van 1 naar 2 naar 4 naar 16 naar 32 naar 64. Als we hier nog een paar weken mee doorgaan, komen we in scenario’s die we gewoon niet willen.”

Zijn er nu wél genoeg mondkapjes?

“We hebben heel veel voorraad liggen. We kunnen net zoveel leveren als op de piek van maart, en dat tien weken lang. Je ziet alleen dat mensen ook preventief mondkapjes dragen, bijvoorbeeld in zorgelijke regio’s, dus ik wil weten of er nog steeds genoeg zijn. Dat laten we nu doorrekenen.”

Er worden ook weer coronapatiënten overgebracht naar andere ziekenhuizen. Amsterdamse zieken kunnen al niet meer in de eigen regio terecht. Dat zou toch niet meer gebeuren?

“Reden genoeg voor mij om aan te geven dat we met z’n allen ervoor moeten zorgen dat het aantal patiënten weer afneemt. Daar hebben we allemaal een verantwoordelijkheid in. Als iedereen de regels aan de laars blijft lappen, zijn er straks geen plekken meer om patiënten naartoe te spreiden.”

De eerste ziekenhuizen hebben alweer operaties uitgesteld. Uw beleid moest dat voorkomen. Hoe gaat u nog meer afblaastelefoontjes voorkomen?

“In maart zag je dat alle zorg coronazorg was. We zetten alles op alles om de reguliere zorg door te laten gaan. Alleen is het nu heel belangrijk dat iedereen zich aan de regels houdt. Ik snap dat mensen het zat zijn en het ís ook niet leuk, maar het is onverantwoord om te doen alsof het virus aan jouw deur voorbijgaat.”

Van Ark is sinds juli minister voor Medische Zorg en Sport. Daarvoor was de VVD’er staatssecretaris voor Sociale Zaken. Ze nam het stokje over van interimminister Martin van Rijn (PvdA), die sinds maart de oververmoeide Bruno Bruins verving. Ze noemt haar nieuwe baan ‘prachtig, maar ook loodzwaar’. Zo stond ze al eens van top tot teen in beschermende kleding naast een ic-bed met een doodzieke coronapatiënt. “De impact daarvan… Dat motiveert enorm.”

In het voorjaar werd er gesproken over de ‘zwarte fase’ waarin moest worden gekozen welke patiënt een bed op de ic krijgt. Dat scenario kon toen worden afgewend. Maar nu?

“Dat is het ergste vraagstuk. Je hoopt dat het nooit zover hoeft te komen, maar het is wel iets waarover je moet nadenken. De beroepsgroep buigt zich er nu over, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kijkt straks of de norm voldoet en uiteraard neemt de politiek ook een standpunt in.”

Moet dat niet een puur medische afweging zijn?

“Het is een loodzwaar onderwerp. Artsen zeggen: omgaan met dilemma’s is ons werk. Maar soms kan er medisch gezien geen verschil meer worden gemaakt. Dan is het nodig daar ook politiek iets van te vinden. We zullen er binnenkort een knoop over doorhakken, daar zijn politici voor aangenomen.”

Uw voorganger zei dat er niet wordt geselecteerd op leeftijd bij plaatsgebrek op de ic’s. Durft u dat ook te beloven?

“Ik loop volledig in de voetsporen van Van Rijn.”

Hoopt u op een positiever scenario? Dat de druk op de ic’s minder groot wordt omdat artsen covid-19 nu beter kunnen behandelen en patiënten nu korter op de ic liggen?

“Dat zijn de lichtpuntjes. De hoop waaraan we ons vastklampen.”

De dagen waarop Van Ark deze week in thuisisolatie zat, ging het malen. “Ik keek uit het raam en dacht: als ik naar buiten ga, ben ik misschien wel een gevaar voor mensen. Dat is heel heftig.” Toen de uitslag binnen was – ‘negatief, gelukkig’ – ging ze boodschappen doen in de supermarkt. Geërgerd: “Loop ik daar, zijn mensen aan het niezen. Dat kán niet.”

Premier Rutte zei maandag dat juichende voetbalfans in de Kuip ‘gewoon hun bek moeten houden’.

“Als jij denkt dat je je niet kunt inhouden op de tribune – wat ik me best kan voorstellen – kijk de wedstrijd dan op televisie. De premier probeerde die urgentie over te dragen.”

U vond het een prima uitspraak?

“Het was Rotterdams. Of Haags, zou hij zelf zeggen.”

De supporters van Willem II trokken zich er niets van aan.

“Wat er in Tilburg is gebeurd, vind ik echt niet kunnen. Ik begrijp het enthousiasme van de fans, maar we moeten met z’n allen verantwoordelijkheid nemen om het virus de kop in te drukken. Deze onverantwoorde taferelen horen daar zeker niet bij! Ik vind het ook niet te verkopen aan de mensen – gelukkig de overgrote meerderheid – die zich wél aan de regels houden.”

Als het zondag bij Feyenoord-ADO Den Haag weer misgaat, grijpt u dan in?

“Dat lijkt me een fantastische gelegenheid om te laten zien dat het wél kan.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden