PlusInterview

Minister Slob sloot scholen voor tweede keer: ‘heilige opdracht’ mislukt

En nu zijn de scholen wéér dicht. Minister Arie Slob deed op de valreep van 2020 wat hij nooit meer wilde. ‘Ik had nooit kunnen voorzien dat ik dingen moest doen die ongekend zijn.’

Minister Arie Slob van Onderwijs: ‘Ik vind het heel erg als deze tijd leerlingen in een situatie brengt die lager uitpakt.’  Beeld Jiri Büller/Lumen
Minister Arie Slob van Onderwijs: ‘Ik vind het heel erg als deze tijd leerlingen in een situatie brengt die lager uitpakt.’Beeld Jiri Büller/Lumen

Alle scholen dicht? Nee, dat ging Arie Slob echt niet nog eens doen. De onderwijsminister zag dat als ‘heilige opdracht’. De gevolgen van de eerste schoolsluiting waren simpelweg te groot. Hooguit, zei hij in augustus tegen deze krant, zou er lokaal worden ingegrepen. Toch was het Jaap van Dissel die Slob zondag wist te overtuigen door in het Catshuis woorden als ‘alarmerend’ en ‘zeer verontrustend’ in de mond te nemen.

De rekensommetjes van de RIVM-baas gaven de doorslag. De toegankelijkheid van de zorg kwam door de grote en snelle toename onder druk. Dus moest er ‘een breed pakket’ komen, om álle contacten te verminderen. Gelaten: “Dan is helaas ook het onderwijs weer in beeld.”

Slob had zich eerder nog verzet tegen het idee dat met een weekje langere kerstvakantie voor middelbare scholen meer mensen aan de kerstdis konden aansluiten. “Scholen dichtdoen om íets te versoepelen, dat was voor mij onacceptabel.” Nu legt hij zich toch neer bij de sluiting van álle scholen. En niet één week, maar twee. Het besluit is vooral voor basisscholen een grote klap. Die lijken een kleine rol te spelen bij de verspreiding van het virus.

Waarom moet dan toch het basisonderwijs dicht?

“Het is tot mijn spijt onvermijdelijk. Er zijn gewoon te veel contacten, heen-en-weer gereis. Dat moet verminderd worden.”

Minister Hugo de Jonge zei dat de basisscholen ook dicht moeten omdat ouders dan thuis moeten werken. Bent u boos dat kinderen daar onder moeten lijden?

“Ik ben boos op mensen die het coronavirus allemaal maar dikke onzin vinden. Mijn oudste dochter werkt op de spoedeisende hulp van een ziekenhuis, dan komt het heel dichtbij. Kom op, luister nou naar de mensen die in de zorg werken. Zie de realiteit onder ogen.”

U moest in quarantaine toen eind oktober een medewerker corona had. Hoe was dat?

“Je wordt meteen stilgezet. Het werk gaat wel door, maar je zit alleen maar thuis. Dat is wel een ervaring hoor. Ik snap dat mensen af en toe de muren op zich zien afkomen. En er was ook de spanning: ga ik het ook krijgen? Je raakt heel geconcentreerd op je lijf. Ik liep marathons en dan had je dat tijdens de race ook: dat je alles voelt. Dat was nu ook weer zo. Is dit een neusverkoudheid?! Gelukkig werd ik niet ziek.”

Slob draait aan het einde van het jaar ‘de film even terug’. “Toen ik mijn vrouw op 1 januari 2020 om middernacht een gelukkig nieuwjaar zoende, dacht ik aan wat het jaar zou brengen.” Twee nieuwe kleinkinderen in elk geval. “Maar ik had nooit, nóóit kunnen voorzien dat ik dingen moest doen die ongekend zijn.”

Een streep zetten door de centrale eindexamens op middelbare scholen bijvoorbeeld. “Behalve in 1945 gingen die zelfs in oorlogstijd nog door. Ik heb een verantwoordelijkheid voor 2,5 miljoen kinderen, voor tienduizenden docenten. Dat is een grote verantwoordelijkheid, sowieso al, die in deze coronatijd zwaar op me drukt.”

Inmiddels is ook duidelijk dat de schoolsluiting grote gevolgen heeft, die mogelijk nog jaren worden gevoeld. Leerlingen hebben achterstanden opgelopen. De kloof tussen kansarm en kansrijk wordt alleen maar groter. En vorige week maakte het ministerie nog bekend dat basisschoolleerlingen door het schrappen van een eindtoets een lager advies voor middelbare school hadden gekregen.

Dat is nogal wat…

“Dat laatste hadden we al van tevoren aan zien komen. Daarom hebben we afspraken gemaakt met middelbare scholen om extra alert te zijn op deze lichting brugklassers. We hebben vele honderden miljoenen extra uitgetrokken om achterstanden verder terug te dringen en de schade die is ontstaan weg te werken. Dat gaan we elke maand monitoren.”

Hoe kunt u accepteren dat er straks een generatie leerlingen opgroeit die nét niet de kansen krijgt die ze wel had zonder corona?

“Het is nog te vroeg om dat te concluderen, maar dat doe ik niet. Ik vind het heel erg als deze coronatijd leerlingen in een situatie brengt die lager uitpakt dan eruit had moeten komen. Dat maakt me heel strijdbaar. Die houding zie ik overal in het onderwijs.”

Slob zit in zijn werkkamer op het ministerie van Onderwijs in Den Haag. Liever was hij thuis, in Zwolle. Daar zou het interview ook plaatsvinden. Met een foto bij de IJssel, waar hij graag wandelt. Het is niet voor niets dat Slob juist dáár graag zou zijn, waar de woonkamer vol staat met bloemen en kaarten. Het zijn blijken van medeleven: zijn vrouw Marjette kreeg een ernstige medische diagnose en moet intensieve behandelingen ondergaan. “Dat drukt natuurlijk op ons privéleven, maar gelukkig hebben we net gehoord dat de behandelingen goed aanslaan.”

De exacte diagnose – ‘die is niet voor de krant’ – kwam begin vorige maand. Sindsdien probeert hij er ‘zoveel mogelijk’ voor haar te zijn. “We zijn mensen met hoop, dat helpt wel. Dat heeft met onze levensovertuiging te maken, maar ook met karakter. Het glas is halfvol. Al kwam het begin november wel even binnen.”

Ook omdat het slechte nieuws samenviel met de mediastorm waarin Slob in diezelfde week verzeild raakte: in een Kamerdebat over burgerschapsonderwijs wekte Slob de indruk het prima te vinden als reformatorische scholen leerlingen weigeren vanwege homoseksualiteit. “Het was geen fijne week.”

Men dacht dat u uw mening als ChristenUniepoliticus aan het debiteren was.

“Ik betreur zeer dat dat beeld is ontstaan. Dit ís mijn mening niet. Ik heb netjes uitgelegd hoe de grondrechten in elkaar zitten. Vele voorgangers hebben hetzelfde gezegd. De wet burgerschapsonderwijs beoogt juist veiligheid te geven aan leerlingen, dat zij kunnen zijn wie ze zijn. Je seksuele identiteit is daar onderdeel van. Dat is pijnlijk voor leerlingen dat dat beeld is ontstaan, dat reken ik mezelf aan.”

Slob kreeg boze e-mails, belde met een aantal mailschrijvers (‘hele mooie gesprekken’). Ook met Splinter Chabot die hem zijn boek Confettiregen over zijn coming-out opstuurde. “Die stond toch al op mijn lijstje.”

Uw collega-minister Ingrid van Engelshoven zei in een debat een week voor het uwe ongeveer hetzelfde. Zij kreeg geen problemen. U als ChristenUnie-politicus wel.

“Het heeft geen zin om dat te duiden. Als partijleider van de ChristenUnie heb ik juist ruimte geboden aan mensen die homoseksueel zijn om actief te worden binnen de partij. Dan is het wel heel dubbel dat je in een positie wordt gezet dat er uitlatingen in mijn mond worden gelegd die ik nooit gedaan heb en ook dat er een beeld wordt gecreëerd dat ik mensen zou willen afwijzen. Daar moet ik overheen stappen hoor. Dat is niet fijn voor mij, maar vooral heel vervelend voor jonge mensen die hiermee zitten.”

U kreeg een standje binnen het kabinet.

“Daar herken ik me niet in. We hebben het even doorgesproken. Niet meer, niet minder.”

U wilde de identiteitsverklaringen van reformatorische scholen nalopen op teksten tegen homoseksualiteit. Bent u daar al klaar mee?

“We zijn nog bezig met dat onderzoek. Mijn indruk is dat die verklaringen die ter discussie staan vroeger wel werden gebruikt, maar nu niet meer bestaan. Maar we kijken ook breder dan alleen wat er op papier staat en breder dan alleen reformatorische scholen. In een recent onderzoek van de onderwijsinspectie naar diversiteit bleek er bij een heel aantal scholen, óók bij een openbare school, zaken niet goed gingen. Daar zat géén reformatorische school tussen.”

Het ministerschap van Slob stond in het teken van het lerarentekort. Het tekort blijft groot, maar er zijn ook lichtpuntjes, zegt de ChristenUnie-bewindsman. Tijdens de eerste schoolsluiting nam de waardering voor de leraren toe. “Ouders die thuisonderwijs moesten geven, verzuchtten ineens dat het écht een vak is.” Ook groeide de belangstelling voor het vak, zowel op de Pabo al bij mensen die zich willen laten omscholen. Al doemt er ook een wolk op: de prognose van het aantal scholieren stijgt weer. Daardoor zou het tekort weer kunnen toenemen, want meer leerlingen betekent dat er meer leraren nodig zijn.

“De loonkloof tussen basis- en middelbare scholen is nog niet gesloten, maar met een salarisverhoging van 14 procent hebben we wel een stap gezet. En als ik de verkiezingsprogramma’s lees, dan heb ik goede hoop dat de kloof in een volgend regeerakkoord wel wordt gedicht.”

Slob zei de landelijke politiek in 2015 vaarwel toen hij terugtrad als partijleider van de ChristenUnie. In 2017 keerde hij terug, de kans om minister van Onderwijs te worden wilde hij niet laten schieten. Zijn vrouw, blij dat haar man weer eens mee kon naar verjaardagen, zei toch ‘doe maar’. Deze kabinetsperiode zou immers maar drieënhalf jaar duren.

Betekent dat dat u niet meer beschikbaar bent als de ChristenUnie in 2021 weer in de coalitie belandt?

“Dat is nog onbepaald. Ik heb het nu nog heel druk met tot het eind scherp blijven en het goede te doen. Wat er daarna gaat gebeuren is voor dan. En dan is mijn vrouw heel belangrijk voor mij.”

Arie Slob

(Nieuwerkerk aan den IJssel, 16 november 1961)

Deed de lerarenopleiding en ­studeerde een jaar geschiedenis, werkte als leraar maatschappijleer

1993-2001 Gemeenteraadslid in Zwolle
2001-2015 Lid Tweede Kamer (met een korte onderbreking van een half jaar in 2002)
2011-2015 Ook partijleider ChristenUnie
2016-2017 Directeur Historisch Centrum Overijssel
2017-heden Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden