PlusInterview

Minister Slob: ‘Leerlingen presteren beter als ze lekker in hun vel zitten’

Basisscholen, middelbare scholen en scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs krijgen van minister Arie Slob vanaf komend schooljaar extra geld om leerachterstanden weg te werken, maar ook om het psychisch welzijn van leerlingen te verbeteren.

Arie Slob, demissionair minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media. Beeld SEM VAN DER WAL/ANP
Arie Slob, demissionair minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media.Beeld SEM VAN DER WAL/ANP

U geeft scholen erg veel vrijheid om keuzes te maken. Een-op-eenbegeleiding bijvoorbeeld is peperduur. Is het geen risico dat een school in het Gooi daar veel makkelijker voor kan kiezen dan een school in Rotterdam-Zuid?

“Nee, want de scholen waar de achterstanden het grootst zijn, krijgen ook meer geld. Daar wordt al hard gewerkt om ieder kind gelijke kansen te geven, dus zij verdienen dat extra steuntje in de rug. Verder ben ik ervan overtuigd dat scholen vooral zullen kijken wat werkt voor hun leerlingen.”

Minimaal 700 euro per leerling geeft u, meer voor probleemleerlingen. Hoeveel meer?

“Daar zijn formules voor, daar werken we nog aan. Ik wil niets roepen wat ik niet kan waarmaken. In juni komt daar meer over naar buiten. Maar bedenk, ook in niet-coronatijd is er jaarlijks 760 miljoen euro extra beschikbaar voor scholen met veel leerlingen met een lage sociaal-economische status. Dat is ook hard nodig.”

Hoe kunt u ouders garanderen dat de corona-achterstanden van hun kinderen straks zijn weggewerkt?

“Honderd procent garantie kun je nooit geven, maar één ding weet ik wel: de scholen werken daar nu al knetterhard aan en door dat extra geld en de aanpak krijgen ze alle mogelijkheden om dat op een goede en gerichte manier te doen. Niet eerder is zulke informatie zo toegankelijk en praktisch beschikbaar gekomen. De menukaart die er nu ligt, is ook niet af. Overigens kunnen ouders ook zelf een actieve rol spelen, dat helpt echt bij het inlopen van achterstanden. En de medezeggenschapsraad moet straks instemmen met de plannen, daar zijn ouders ook onderdeel van.”

Zadelt u scholen met dit programma niet op met nog meer werkdruk?

“Scholen hebben sowieso de verantwoordelijkheid voor hun leerlingen. Dat is gewoon hun werk en dat doen de meeste professionals al heel goed: nadenken over wat het beste is voor het kind en daarna stappen zetten. Zeker in deze tijd. Wij sluiten daar met dit programma bij aan en ondersteunen hen hierbij. Scholen voor wie het wel heel erg moeilijk is om dit uit te voeren krijgen extra hulp. Dat was vóór corona ook al zo.”

Hoe controleert u dat het geld op de goede plek terechtkomt?

“Er is een heel uitgebreid programma opgezet om alles in de gaten te houden. Scholen zullen moeten aangeven welke keuzes ze hebben gemaakt. Ze dienen zich daar straks via hun jaarverslagen ook voor te verantwoorden. Dus we houden echt de vinger aan de pols of dit geld juist wordt uitgegeven. Niet alleen omdat het om veel geld gaat, maar ook omdat de leerlingen er echt iets aan moeten hebben.”

Wat doet u met de rotte appels?

“We hebben voldoende mogelijkheden om in te grijpen als dat echt nodig is en zaken te verbeteren. Scholen zijn ervoor verantwoordelijk om goed onderwijs te bieden. Dit programma maakt hier natuurlijk deel van uit. Als een school dat niet goed doet, gaat de inspectie ermee in gesprek. Mocht vervolgens echt een gebrek aan medewerking blijken, dan kan dat consequenties hebben voor de financiering in het tweede jaar van dit programma. Maar dat is erg negatief redeneren; overal in het onderwijs werken professionals die het beste voorhebben met de kinderen.”

Er zijn niet alleen ingrepen bedacht om leerachterstanden bij kinderen weg te werken, maar ook om ze beter in hun vel te laten zitten. Is dat een taak voor school?

“In deze tijd van corona is het extra belangrijk om ook te investeren in het welbevinden van leerlingen. Ze komen tot betere leerprestaties als ze lekker in hun vel zitten. Dat kun je verbeteren door leerlingen met elkaar en mensen van school te laten praten over alles wat er gebeurt in de wereld en bij hen thuis. En wat dat met ze doet. Maar denk ook aan sportieve activiteiten om de betrokkenheid van leerlingen te vergroten of ze laten meedoen aan kunstzinnige en creatieve activiteiten.”

U bent er over twee jaar waarschijnlijk niet meer als minister om de resultaten van deze aanpak te beoordelen. Is dat frustrerend?

“Nee, het is juist een genoegen om met alle partijen in het onderwijs aan dit programma te blijven werken, zolang ik hier nog zit. Uiteindelijk zal een volgend kabinet de handschoen verder moeten oppakken, maar dat is het leven. We zijn allemaal voorbijgangers.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden