Plus

Minister Helder gooit het roer om in de ouderenzorg: ‘Je kunt mensen zelfstandigheid teruggeven’

Minister Conny Helder wil een omslag in de ouderenzorg, met meer preventie, meer seniorenwoningen en meer technologie, maar soms ook met minder verpleegkundigen op een afdeling. Anders dreigt volgens haar verdere verschraling.

Niels Klaassen en Ellen van Gaalen
Conny Helder. Beeld ANP
Conny Helder.Beeld ANP

De komende jaren moeten er volgens Conny Helder zeker vijftigduizend extra woningen komen voor ouderen die zorg nodig hebben. Dat zijn geen klassieke verpleeghuisplekken, maar woningen of appartementen speciaal voor ouderen waarbij de zorg wordt geregeld.

Om zorginstellingen meer lucht te geven wordt ook de strikte personeelsnorm (minstens twee zorgmedewerkers op acht verpleeghuisbewoners) deels losgelaten – ‘doorontwikkeld’ in Helders woorden. Zo moet er op termijn 400 miljoen euro worden bespaard. Dat staat in de plannen die VVD-minister voor Langdurige Zorg Conny Helder vandaag naar de Tweede Kamer stuurt.

Feitelijk maakt Conny Helder nu het beleid voor haar eigen toekomst. 2040 is namelijk de stip op de horizon voor de ouderenzorg. Eén op de twaalf Nederlanders is dan 80 jaar of ouder (dat is nu nog 1 op de 21), met de VVD-politica (nu 63) als een van hen. De wereld van senioren ziet er dan anders uit, zo hoopt Helder, die als minister verantwoordelijk is voor onder meer de ouderenzorg, de verpleeghuizen en wijk- en thuiszorg.

Medicijnrobot

Haar generatiegenoten en zij wonen het liefst lang thuis. De medicijnrobot helpt met het innemen van de juiste pillen, bij beginnende dementie waarschuwt een gps-tracker de mantelzorger om in actie te komen, wijkzorg is altijd beschikbaar via beeldbellen. Dit alles moet ervoor zorgen dat de schaarse verzorgenden en mantelzorgers hun beperkte tijd kunnen gebruiken voor het soort zorg zorg dat alleen zij kunnen bieden.

Een verpleeghuis is straks alleen nog bedoeld voor ouderen met diverse zwaardere problemen. Dat komt niet alleen voort uit het ideaal van zo lang mogelijk thuis wonen, het is ook bittere noodzaak om de zorg op peil te houden. “Ik wil dat de oudere zich voldoende vitaal voelt,” zegt Helder. “En onderdeel van de samenleving is, bezig is met de toekomst, genoeg sociale contacten heeft. Wij zitten er al heel anders in dan onze ouders. We willen zelfstandig blijven, onderdeel zijn van de maatschappij.”

Waarom moet de boel op de schop?

“We moeten nu de omslag gaan maken. We hebben te maken met een personeelstekort en met mantelzorgers die overvraagd worden, terwijl er steeds meer ouderen komen. Nu moeten we de fundamenten leggen, anders loopt het echt nog meer vast. Dat betekent: meer woningen speciaal voor ouderen die zorg nodig hebben, de komende jaren zeker vijftigduizend. Er komen meer geclusterde woningen in hofjes, gemixte complexen met ouderen en jongeren. We gaan meer inzetten op preventie, meer werken met technologie.”

Maar u gooit ook de zwaarbevochten kwaliteitsnorm overboord, waardoor er straks niet meer zeker twee zorgverleners op acht verpleeghuisbewoners werken. Waarom?

“Nou, we laten die norm een beetje los, niet helemaal. In plaats van 75.000 extra arbeidsplaatsen in de verpleeghuizen, worden het er 65.000. Je moet kwaliteit van zorg niet alleen zoeken in een heel strakke personeelsnorm. Als bestuurder in de zorg liep ik daar ook tegenaan. We moeten doorontwikkelen, ook met technologie. Er zijn gewoon niet genoeg mensen om de vacatures te vullen.”

Bij de oppositie en de Beroepsvereniging Verzorgenden en Verpleegkundigen klinkt kritiek: slechtere zorg dreigt door het loslaten van de norm, terwijl de inspectie onlangs concludeerde dat veel instellingen nu al ondermaats presteren.

“We zijn en zullen nog in gesprek gaan met de werkvloer over de plannen. Maar het heeft ook geen zin om steeds maar weer die tienduizend vacatures voor je uit te schuiven. Die personeelskrapte blijft, die is er overal, zeker in de zorg. Mooier kunnen we het niet maken, we moeten echt anders gaan werken. Anders krijg je meer verschraling.”

Keukentafel

Helder trad op 10 januari aan als minister, na een lange carrière als bestuurder in de zorg. De laatste jaren leidde ze tanteLouise in West-Brabant, een zorginstelling met veertien verpleeghuizen, een hospice en een geriatrisch revalidatiecentrum. Helders man is huisarts, dus aan de keukentafel gaat het ook vaak over de zorg.

“Deze week begon hij wel drie keer over het gedoe rond een medisch hulpmiddel, de blaaskatheter. Die moet dan heel omslachtig besteld worden; voor de zorgverzekeraar is dat gemakkelijk, maar voor hem en zijn patiënt duurt het allemaal juist langer. Hij vraagt of ik daar iets aan kan doen. Zo werkt het natuurlijk niet, maar het is wel zo dat een regeling soms interessant is voor één partij, maar hartstikke bureaucratisch voor de rest. Ook als zorgbestuurder merkte ik dat. Ik werkte weleens mee op de vloer, en dan ben je op enig moment met drie collega’s bezig een tillift te regelen, met een opgeladen batterij én snoer. Dat soort dingen moeten we echt uit handen van de zorgverlener halen.”

Maar is uw boodschap ook niet gewoon: de ouderenzorg wordt schraler. Door personeelsgebrek, door het dalend aantal mantelzorgers.

“Ik gebruik liever niet dat woord, sommige mensen worden daar angstig van. Maar het wordt wel anders. Mensen moeten er zelf over nadenken: wat als ik ouder ben? Ik wil het ook niet hebben over het afnemen van zorg, maar over het teruggeven van leven. Dat kan, door als thuiszorg niet te vragen ‘wat kunnen we voor u doen’, maar ‘hoe kunnen we u helpen het zelf te doen’. En innovatie is nodig. Neem het voorbeeld van de washandjes die nu op de intensive care al worden gebruikt om mensen te wassen. Ook in de thuiszorg worden die steeds vaker ingezet: heel veel ouderen zitten er helemaal niet op te wachten om gedoucht te worden. Iemand van 90 jaar is daar echt niet altijd blij mee, het is nogal een gedoe, een spektakel. Als je dan kan helpen met die washandjes, heb je tijd gewonnen en een tevreden cliënt.”

Maar zijn wij dan ouderwets als we zeggen ‘douchen is wel zo fijn en hygiënisch’?

“Wij zijn geen 93, hè. Mensen op die leeftijd kijken er echt anders naar, die zijn daar niet altijd blij mee. Maar oké, als jij je in je hoofd prent ‘mijn vader of moeder móet douchen’, ja, dan heb je het gevoel dat iets je wordt afgenomen. Maar dat is niet zo. Ik wil dit voorbeeld niet tot standaard maken, het gaat me om de bredere trend: medicatie uitreiken met technische hulp werkt, beeldbellen helpt, valpreventie werkt, net als een luier met sensor die een seintje geeft als verschonen nodig is. Medewerkers in grote logistieke centra werken met exoskeletten om te tillen, in de zorg kan dat ook. Echt, we kunnen winst boeken.”

U bent een groot voorstander van technologie. Maar kan een robot dan de wijkverpleger vervangen? De WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) is uiterst kritisch op het gebruik van technologie als wondermiddel in de zorg.

“Het is een aanvulling. Het kan de verpleegkundigen en verzorgenden veel tijd besparen en het kan de mensen zelf erg helpen. Als een apparaat helpt bij het aandoen van steunkousen, is dat handig. Als een robotje je op het juiste moment eraan herinnert welke pillen je moet nemen, is dat fijn. Als je vader of moeder die dementerend is, een horloge met gps-tracker draagt, kan jou dat als mantelzorger enorm ontlasten. Je hoeft dan pas in actie te komen als iemand echt verdwaalt. Dat scheelt stress. Daarmee kun je mensen ook zelfstandigheid teruggeven. Als je ziet wat het betekent voor iemand die weer zelf boodschappen kan doen of zelf weet waar de sleutels zijn, ja, dat raakt mij altijd heel erg.”

Begrijpt u dat mensen – met alle doemscenario’s over tekorten – soms bang zijn om oud te worden?

“Zeker, en dat voel ik ook echt. Ik wil niet alleen maar überpositief zijn, zo van ‘met technologie komt alles goed’. Het wordt hard werken, en het zal schuren. Maar we komen er echt met elkaar, daarvan ben ik overtuigd. Ik ben zelf 63, sta volop in het leven, maar ook voor mij komt er een moment dat ik dingen niet meer kan. Daar moeten we minder bang voor zijn. Ik gun ons dat we niet bang zijn voor de toekomst.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden