Plus

Minister Grapperhaus: ik word kriebelig van die klaagzangen

Minister Ferd Grapperhaus (Justitie) doet een oproep aan alle Nederlanders om de jaarwisseling zo ‘rustig mogelijk te vieren’ en om hulpverleners te ontzien. ‘Het bekogelen van brandweerlui, boa’s en agenten met vuurwerk is van de gekke. Houd je handen thuis!’

null Beeld Mike Roelofs/Lumen
Beeld Mike Roelofs/Lumen

Op zijn werkkamer klikt minister Ferd Grapperhaus van Justitie zijn iPad uit. Zojuist had hij een bijeenkomst - online uiteraard - met hulpverleners die te maken hebben gekregen met agressie.

Er was een boa die een klap kreeg, toen die iemand had gewezen op fietsen op de stoep. Een brandweerman was gehinderd bij het blussen. De minister hoorde ook een ‘werkelijk horrorverhaal’, aldus Grapperhaus zelf, van een agent die bij een aanhouding bijna was gedood. “Hij viel op de grond en die kerel zette zijn auto in z’n achteruit om over het hoofd van de agent heen te rijden. Niet te geloven.”

Alle hulpverleners die hadden ingebeld, kijken met een zekere vrees naar wat voor hen ligt: de komende jaarwisseling. Juist deze oud en nieuw dreigt roeriger te worden dan anders, moe als Nederland is van een door coronamaatregelen beperkt jaar. Vuurwerk is verboden, feesten zijn afgelast, de kroegen zijn dicht. Het wordt, zo erkent Grapperhaus, ‘schraler dan normaal’.

Het angstbeeld is dat juist deze jaarwisseling een puinhoop wordt.

“De politie gaat draaien op dubbele inzet en we gaan lik-op-stuk geven. Twee buren die elkaar een mooi jaar wensen, leggen we niet langs een meetlat van 1,5 meter. Maar op vuurwerk, rellen, feestjes wordt gehandhaafd. En ik zeg: vier het zo rustig mogelijk. We moeten accepteren dat deze jaarwisseling anders is. Het is een beetje een oorlogsjaar. Later kun je aan je kleinkinderen vertellen: dat hadden we toen, en daar zijn we doorheen gekomen. Ik zat vroeger uren te luisteren naar mijn vader die vertelde over hoe hij de oorlog was doorgekomen. Het is behelpen, maar we hebben nog heel veel welvaart. Als je nu in Afrika woont met corona, dan heb je geen NOW-steunpakket, hè?”

Veel mensen hebben het gevoel dat hun een feestje wordt ontzegd; ook het vuurwerk is ‘afgepakt’.

“Het is pijnlijk dat we hele delen van de maatschappij hebben moeten stilleggen; maar dat ene knalfeestgedoe? Dat is echt niet zo’n opoffering. Het is een klein offer. Als we dat al niet kunnen opbrengen. Die klaagzang over afpakken, daar word ik een beetje kriebelig van.”

U bent gewaarschuwd dat het verbod juist zal leiden tot het afsteken van meer illegaal vuurwerk. Dat lijkt waarheid te worden in tal van steden.

“Al die idioten, sorry, ik heb er geen ander woord voor. Het laat zich raden dat dit komt door het verbod. Maar het gaat om illegaal vuurwerk. Dat was vorig jaar illegaal, en is ook volgend jaar weer illegaal. Dus moeten we optreden, en dat doen we. Maar het verbod op legaal vuurwerk hebben we goed uitgelegd. Je wilt de zorg niet nog meer belasten. Veertienhonderd gewonden door vuurwerk waren er vorig jaar; die druk is te veel. Volgend jaar kunnen we dat misschien weer behappen, dit jaar niet. Ik was vorige week in een groot ziekenhuis, hier in de Haagse regio, waar ze 10 tot 20 procent ziekteverzuim hebben door burn-out. Die mensen hebben zich scheel gewerkt. We hebben geen buffer meer.”

U roept ook op om hulpverleners niet te hinderen. Waarom is dat nodig? Is Nederland minder beschaafd dan wij denken?

“Ik vind dat een deel van de Nederlanders zich beschamend gedraagt tegenover hulpverleners. Dat gedrag wordt steeds erger en het betreft steeds meer mensen. Er is een horkerigheid en onbeschaafdheid tegenover hulpverleners ontstaan. Je ziet mensen met een goede baan en een leuk gezin, die dan toch voor de rechter belanden doordat ze in het uitgaansleven uit balorigheid iemand in zijn gezicht hebben gespuugd. Waarom dan? Ik weet het niet. Wat ik kan doen, is een spiegel voorhouden en hopen dat mensen zeggen ‘nee, dit zijn wij niet’.”

Maar hoe verklaart u dat dan?

“Ik kan dat niet goed verklaren. Ik denk wel dat het in de eerste plaats met opvoeding te maken heeft. Misschien begint het er al mee dat mensen niet meer hun hand uitsteken als ze afslaan op de fiets, en het eindigt bij de normalisering van drugs; dat mensen uit heel gewone gezinnen soms de dealers zijn van hun vriendengroep als het gaat om pilletjes en een snuif. De coke-express brengt het op de bakfiets rond in Amsterdam. Het is allemaal normvervaging. Daarom wil ik de samenleving een spiegel voorhouden. We hebben nu een keuze. Of we krijgen een heel repressieve politie, zoals je in coronatijd hebt gezien in Spanje. Daar heb je de Guardia Civil en die agenten geven je gewoon een enorm harde schop als je iets flikt. Dat zie ik de politie hier gelukkig niet doen. Zo zijn wij niet. We zijn nooit zo’n woest land geweest. Maar er moet hier wel iets veranderen.”

Voelt u zich weer comfortabel om normen te stellen? U bent die minister van die bruiloft.

“Zeker. Ik ben de minister van de voorbeeldfunctie, dat weet ik. Ik heb over mijn bruiloft verantwoording afgelegd aan de Tweede Kamer en er is mij een boete opgelegd. En die heb ik netjes betaald. Ik heb iets gedaan dat niet mocht, en heb de prijs betaald. Maar ik vind dat nog wel iets anders dan het bekogelen van brandweerlui, boa’s en agenten met vuurwerk. Dat is van de gekke. Houd je handen thuis!”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden