PlusInterview

Minister Bijleveld: ‘Defensie zorgt voor veiligheid, anders geen economische groei’

Ank Bijleveld, minister van Defensie en CDA-prominent, is al bijna 40 jaar politiek actief. Jongeren moeten de vrijheid en democratie meer waarderen, zegt ze. ‘Dat we daar in Nederland zo weinig aandacht voor hebben, dat vind ik heel jammer.’

Ank Bijleveld.Beeld Guus Schoonewille

Ank Bijleveld (58) was commissaris van de Koning toen CDA-onderhandelaar Sybrand Buma haar belde in de formatie van 2017. “Ik was bij de Military in Boekelo. Sybrand vond dat wel een goed event voor deze gelegenheid! Ik ging op de tribune zitten om terug te bellen. Hij vroeg of ik minister van Defensie wilde worden. Ik ben bij hem langsgegaan om verder te praten. Ik vroeg hem wel: wat wordt er geïnvesteerd? Sybrand maakte daar nog een grap over: ‘Als je zoveel extra mag investeren, dan moet er wel een vrouw aan het roer staan’.”

Aan het begin van deze vakantie kreeg u een heftig telefoontje.

“We hadden een huisje gehuurd in Normandië. Ik werd gebeld dat er een NH90-helikopter bij Aruba was neergestort. Van de vier militairen aan boord hebben twee jonge dertigers het niet overleefd. Dat doet veel met zo’n schip en de organisatie. Ik ben me ervan bewust dat mensen dit met gevaar voor eigen leven doen. Ik ben voor hen verantwoordelijk. Dat sluit aan op wat ik van huis uit van mijn vader meekreeg.”

Uw vader was beroepsmilitair, wat betekende dat voor uw jeugd?

“Als dochter van een militair ben ik altijd strak keurig op tijd. Eerder te vroeg. Alles volgens de regels. Wij mochten met helemaal niets buiten de lijntjes kleuren! Op tijd zijn, door weer en wind naar school fietsen, je verantwoordelijkheid nemen. We zijn vaak verhuisd.”

Wat is uw voordeel als minister van Defensie mede te zijn opgevoed door een officier?

“Ik ken de cultuur vrij goed. En alle rangen en standen. Wat ik echt mooi vind, is dat de jaar­genoten van mijn vader nog altijd contact met elkaar hebben. Het zijn allemaal oude mannen, ze nemen altijd hun partners mee. Dat hoort er erg bij, het thuisfront betrekken. Mijn vader vroeg of ik wilde komen vertellen waar ik mee bezig ben. Dat heb ik gedaan, in een restaurantje waar taartjes werden geserveerd. Wat ik ook mooi vond: de partners van de overleden mannen zijn ook uitgenodigd, die horen erbij. Dat zit diep in de cultuur. Het zijn allemaal mensen die ultiem weten dat ze met gevaar voor eigen leven werkten. Dan moet je dit ook ultiem doen: dat je voor elkaar zorgt. Eén van hen zat in Indonesië, daar zamelden zij geld voor in. Ik wist niet dat zij dat zo deden.”

Krijgt u kritiek van uw vader?

“Zeker. Hij vindt dat de Defensiebegroting 2 procent van het bnp moet zijn. Dat krijg ik wel te horen. Ook geeft hij advies: als je wilt horen wat onder militairen leeft, praat dan van laag naar hoog. Je hoort meer zonder superieuren.”

Wat was in uw leven een belangrijke wissel?

“Ik was begin twintig toen ik met een groep maatschappelijk betrokken studenten in de mensa op een servet mijn naam schreef als kandidaat-raadslid in Enschede. De lijst was ver­ouderd, we wilden ertussen komen. Ik werd het jongste raadslid in Enschede.”

Hoe overleeft u al bijna 40 jaar de politieke slangenkuil?

“Je moet goed opletten als je je staande wilt houden! Besef dat er meer is in de wereld dan politiek. Zonder zwangerschaps­verlof kreeg ik in de Haagse politiek kinderen. Dat was er nog niet. En je moet een paar goede vrienden hebben met wie je kunt praten. En een thuisfront.”

Waar bent u de afgelopen dertig jaar anders over gaan denken?

“Mijn beeld over de onzekerheid in de wereld is er niet positiever op geworden. Het is gek dat wij het normaal vinden gewoon te mogen stemmen, terwijl anderen moeten vluchten om dat te kunnen doen. Wij vinden het allemaal zo vanzelfsprekend dat wij hier kunnen zitten en dat wij vrij zijn. Dat we daar in Nederland zo weinig aandacht voor hebben, dat vind ik heel jammer. Dat is een van de redenen dat we twee jaar geleden die mislukte hack­actie van de Russen bij OPCW in Den Haag openbaar hebben gemaakt. We hebben daar een gebaar gemaakt, laten zien dat dit in Nederland gebeurt. Maar dat is zo ver weg in de hoofden van jonge mensen, dat houdt mij erg bezig. Defensie zorgt voor veiligheid en stabiliteit: anders hebben we ook geen economische ontwikkeling.”

U hebt drie moties van wantrouwen overleefd over het bombarderen van Hawija in Irak met zeventig burgerslachtoffers tot gevolg. Wat doet het met u dat een deel van de Tweede Kamer uw aftreden eist?

“Dat raakt me, daar slaap ik al slecht van ver voor het Kamerdebat. Ik ben zelf ook lang Kamerlid geweest. Ik snap heel goed dat de Tweede Kamer daar boos over was. De eerste keer dat ik vaststelde dat de Tweede Kamer niet juist was geïnformeerd, heb ik zelf de eerste mogelijkheid genomen om daarover een brief te schrijven. Bij mijn aantreden heb ik meteen gepleit voor een transparante cultuur om het draagvlak te behouden. Wat we kunnen vertellen, moeten we vertellen.”

U hebt alle ups en downs van het CDA mee­gemaakt. Hebt u zich nooit zorgen gemaakt of het CDA een zinkend schip was? U begon in een fractie met 54 zetels, dat zakte naar 12.

“Ja. Zeker. Ik was nummer twee op de lijst onder premier Balkenende. Na de grote verkiezingsnederlaag van 2010 heb ik met hem de hele middag op het Catshuis gezeten. Zijn vrouw Bianca was daar ook bij, daar nam hij de beslissing af te treden. Op het podium heb ik hem de bloemen gegeven en de interviews gedaan. Middenpartijen hebben het moeilijk door de versplintering. Maar ik denk nu dat er voor onze partij en onze ideeën voldoende draagvlak is. Als ik kijk naar het gedachtegoed en de ontwikkeling daarvan, is er wel genoeg geïnvesteerd om er in deze tijd te staan.”

Hoe hebt u naar de ontknoping van de strijd om het lijsttrekkerschap gekeken?

“In de buurt van Bordeaux met slechte wifi! Dat vond ik wel een thriller. Wat heel belangrijk is: ik vind dat we daar als CDA trots op kunnen zijn. Het was een echte verkiezing. Met Hugo de Jonge als lijsttrekker en Pieter Omtzigt als running mate hebben we een heel sterk team met een visie op de samenleving en hoe je moet omgaan met mensen. Dat heeft Pieter laten zien: hoe de overheid moet omgaan met mensen.”

Gaat u op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer staan?

“Dat kan nog tot eind augustus wachten, daar denk ik over.”

Waarom zou u het niet doen?

“Omdat ik dat al heel lang gedaan heb. Dus daarom niet.”

Bent u beschikbaar als minister in een volgend kabinet?

“We zullen het eerst goed moeten doen in de campagne. Ik ben wel beschikbaar als bewindspersoon. Nog een keer minister van Defensie in een periode dat er langjarig moet worden geïnvesteerd, dat heeft wel iets moois. Maar dat hangt van zo veel toevalligheden af, dat is voor later.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden