PlusAchtergrond

Minder vlees eten: we willen wel, maar waarom lukt het niet?

We zouden meer groente moeten eten en minder vlees, adviseerde het Planbureau voor de Leefomgeving deze week.Beeld Shutterstock

Ingesleten voedselroutines maken het de consument moeilijk om gezonde en duurzame keuzes te maken. Waarom is het zo moeilijk om ons eetgedrag te veranderen?

Dat worstje op de barbecue of die plak boterhamworst bij de lunch consequent vervangen voor een vegetarisch, plantaardig alternatief: we willen wel, maar het lukt vaak niet. 

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) publiceerde dinsdag een rapport waarin staat dat we zouden moeten streven naar het eten van minder vlees en meer groenten – voor de gezondheid, maar ook omdat de productie van dierlijke producten het milieu in het algemeen zwaarder belast dan die van plantaardige producten. Maar dit vereist een collectieve inzet en samenwerking met supermarkten, horeca, influencers en overheden, aldus onderzoeker Michiel de Krom van het PBL. 

Vleesroutine

Waarom lukt het niet in je eentje? Het heeft niet altijd te maken met onwil, maar mensen zijn nu eenmaal van de routine, zegt Stef Kremers, hoogleraar gezondheidsbevordering aan Maastricht University. “Onze gewoontes zijn moeilijk te veranderen, omdat ze gekoppeld zijn aan de omgeving. Dat geldt ook voor eetgewoontes. De keuken, of bedrijfskantine, roepen als het ware een automatische reactie op.”

Die routine heeft een functie: het besparen van je cognitieve energie. “We moeten de hele dag honderden keuzes maken, daarvan raak je mentaal uitgeput.” Om die reden maken we ook eerder de gemakkelijke keuze. Hij noemt de supermarkt als voorbeeld. “Daar ben je geneigd eerder een product op ooghoogte te pakken. De inhoud van je winkelwagen wordt bepaald door de indeling van de supermarkt.”

Dan is er nog het sociale component, waardoor eetgedrag zo weerbarstig is voor verandering en mensen hetzelfde gedrag blijven vertonen. “Heb je leuk en lekker met iemand gegeten, dan is de kans groot dat je de volgende keer iets vergelijkbaars gaat doen, want het beviel eerder zo goed. Vergelijk het met de jaarlijkse buurtbarbecue, dat zal niet snel een cocktailavond worden.”

Het patroon doorbreken kan wel, zegt Kremers. Net als het PBL ziet hij een grote rol voor andere partijen voor het duwtje in de juiste richting. Daarnaast zijn kleine stappen belangrijk: hoe kleiner de stap, hoe dichter bij de oude routine en dus makkelijker vol te houden. “Vleesvervangers zijn daarom aantrekkelijk. Als je kikkererwten als hamburger vermomt, dan is de verandering beperkter.”

Slechte keuzes zijn goedkoper

Ook Nadia Zerouali, culinair schrijver en betrokken bij Low Food Movement, een netwerk van chefs en voedselondernemers die de Nederlandse eetcultuur wil veranderen en verduurzamen, gelooft niet dat we ons consumptiegedrag individueel zomaar kunnen aanpassen. “Het is hartstikke moeilijk om dat in je eentje te doen. Wil je als consument de gezondere, duurzame optie, dan moet je altijd twee, drie stappen extra zetten.”

Zolang in dit voedselsysteem slechte keuzes goedkoper zijn en gemakkelijker te maken, en je op die manier wordt aangeleerd dat dit ook nog eens lekkerder is, kun je volgens haar lang wachten op verandering in ons eetpatroon. “Als je bij de kassa in de supermarkt alleen maar snoep mee kunt pakken, ga je nooit voor een appel.”

Het is aan de overheid, de voedingsindustrie en het bedrijfsleven om te helpen dit patroon te doorbreken, zegt Zerouali. “Iedereen moet bijdragen aan dat draagvlak, in alle lagen. Het is ons aangeleerd dat vlees erbij hoort. We koppelen vlees aan iets feestelijks, iets wat we hebben verdiend en normaal vinden, terwijl we prima kunnen leven op vooral plantaardig voedsel. Met zijn allen denk ik dat we het ook wel weer kunnen afleren.”

Wat supermarkten al doen

“We moeten het samen oppakken,” zegt ook de woordvoerder van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL). De brancheorganisatie gelooft in een brede aanpak, en zegt dat de supermarkten daar al aan proberen bij te dragen. Zo worden de vleesvervangers niet meer weggestopt in een hoekje en is er in de supermarkttijdschriften veel aandacht voor koken met duurzame en gezonde producten. Jumbo introduceerde onder meer vleesvangers en een lijn met plantaardige zuivelproducten, en ook Albert Heijn wil het assortiment uitbreiden om te helpen met gezond en duurzaam eten. 

Tegelijkertijd zien de supermarkten dat de consumenten al best goed op weg zijn naar een ander voedingspatroon. De flexitariër is volgens Albert Heijn in opkomst en bij Jumbo steeg de verkoop van vleesvervangers in 2019 met 20 procent.

Duwtje in de goede richting

Binnen sommige organisaties en bedrijven wordt al een duwtje in de goede richting gegeven. Zoals bij de gemeente Amsterdam. Tijdens evenementen, borrels en vergaderlunches worden daar alleen nog vegetarische happen geserveerd. Ook op het stadhuis van Wageningen zijn de hapjes vleesloos. Wil je bij een werklunch op de Universiteit Utrecht per se een broodje met worst, dan moet je er speciaal om vragen. En op sommige crèches krijgen kinderen alleen nog vegetarische maaltijden. 

In Amsterdam startte dit jaar ook de eerste vegan studentenvereniging, die het bewustzijn over duurzaam leven op de universiteit wil vergroten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden