PlusDe Klapstoel

Merel Baldé (Merol): ‘Alles is zo schoon nu, ik mis het zweterige’

Merel Baldé (1991) is zangeres en schrijft songs. Als Merol had ze hits met Hou je bek en bef me, Lekker met de meiden en Knaldrang. Als proefevenement van de overheid geeft ze 30 april een kleinschalig concert in de Melkweg.

Merol Beeld Harmen de Jong
MerolBeeld Harmen de Jong

Dordrecht

“Hartstikke mooie stad, maar geen Rotterdam en ook geen Amsterdam, dus ik wilde er op mijn 18de meteen weg. Pas nu zie ik hoe mooi het er is. Het was geloof ik The New York Times die Dordrecht het Parijs van het Noorden noemde. Mijn vader, die een echte Dordtenaar is en er ook nooit weg wil, is heel trots op de stad. Hij is accountmanager, mijn moeder geeft Nederlands als tweede taal. Mijn vader heeft ook veel gedrumd: rock, punk ook wel. Hij zat in Fron­tation, een groep waar ze op tonnen en stalen buizen ramden en met slijptollen in de weer waren – allemaal in witte overalls. Ik was een heel druk kind. Ik had veel energie en was altijd bezig met toneelstukjes en modeshows en zo.”

Knaldrang

“In België dachten ze dat ik die term zelf had uitgevonden, maar hij bestond al voor de corona. Zin om lekker uit te gaan, dat is knaldrang. En in heb de laatste tijd behoorlijke knaldrang. Ik wil weer spontaniteit in mijn leven, tegenwoordig is elke dag zo’n beetje hetzelfde. Met uitgaan weet je niet waar je eindigt of hoe je ­eindigt, je weet niet eens of je wel eindigt. Ik wil ook weer een beetje het lelijke van het leven terug, alles is zo schoon nu. Ik mis dat plakkerige en zweterige.”

Melkweg

“Ja, daar gaan we een testevent doen. Met ­honderd bezoekers, die zich van tevoren moeten laten controleren op corona. Het idiote is dat ik nog zenuwachtig was ook toen die honderd kaartjes in de verkoop gingen. O, o, straks komt er niemand. Terwijl ik vóór de pandemie in een uitverkocht Paradiso stond, haha. Ik heb heel veel zin in de Melkweg, maar het wordt ook raar met zo weinig bezoekers. Ze moeten zitten en moeten volgens mij ook stil zijn. Mijn liedjes zijn niet per se luisterliedjes, dus daar baal ik wel van.”

Beffen

“Haha, je krijgt een rood hoofd. Dat vond ik nog wel het leukst aan Hou je bek en bef me: dat ik er mensen mee in verlegenheid bracht. Als ik in een radio- of tv-programma te gast was, begon de presentator altijd te stotteren als hij of zij de titel moest noemen. Het legt de preutsheid bloot, of beter: het ongemak. Of het nummer iets heeft veranderd? Nou, ik geloof niet dat iemand heeft geturfd hoeveel ervoor en erna in Nederland werd gebeft, maar er zijn wel veel ouders op me afgekomen die zeiden: ‘Door jouw liedjes moesten we opeens hét gesprek voeren.’ Een vader vertelde dat hij aan zijn dochter had uitgelegd wat beffen was en dat zij toen zei: ‘O, pijpen, maar dan voor meisjes.’ Dat maakt toch ook wel wat duidelijk: zo’n meisje heeft blijkbaar wel van pijpen gehoord, maar niet van beffen.”

Toneelschool

“De Toneelschool en de Kleinkunstacademie zijn één tegenwoordig. Ik wilde actrice worden, maar kwam er gaandeweg de opleiding achter dat ik muziek eigenlijk veel leuker vond. Dus heb ik vakken gekozen als zang, solfège, compositie en liedteksten schrijven. Ik ben afge­studeerd met een toneelstuk, maar ook met een concert met eigen liedjes. Ik vind het leuk als het door elkaar loopt. Muziek is voor mij een middel om verhalen te vertellen. En ik houd me als artiest bezig met het hele concept. Ik maak clips, denk na over beeld, geef optredens vorm; dat gaat allemaal over performen, acteren dus. Dat multidisciplinaire wil ik er wel in houden.

Album

“Ja, waar blijft dat, hè? Geduld nog. Ik heb het afgelopen jaar mijn epiphany gehad. Ik heb het licht gezien, weet nu hoe je liedjes moet schrijven. Voorheen deed ik het op de kleinkunstmanier: eerst een tekst schrijven en daar dan muziek bij maken. Nu ga ik uit van een melodie en puzzel daar dan een tekst op. Ik schreef eerder ook veel te veel tekst. Hoe krijg je al die woorden in een liedje? Door half te gaan rappen. Ik ben nu echt aan het zingen. En waar ik eerst met alleen een producer werkte, werk ik nu ook samen met andere songschrijvers. Ik dacht dat je een liedje in je eentje hoorde te schrijven, maar het is veel leuker om het samen met anderen te doen. Het leidt ook tot betere resultaten. Je associeert, je pingpongt.”

“Wat ook lekker is: ik heb even de druk losgelaten. Ik hoef wat ik heb gemaakt niet meteen meer uit te brengen. We zijn als een gek aan het opnemen, maar voorlopig blijft alles op de plank. We kijken later wel welke liedjes dan nog steeds goed zijn. Ik wil eerst helemaal blij zijn en breng dan pas het beste debuutalbum aller tijden uit.”

Jochem Fluitsma

“Van Fluitsma en Van Tijn, ja. Daar zit ik nu ook mee in de studio. Voor mijn album werk ik met verschillende producers en songschrijvers en hij is er één van. Mijn muziek is elektropop, maar ik wil er ook altijd analoge instrumenten bij, een gitaar of een bas. Mijn producers komen meestal ook uit die hoek. Jochem Fluitsma komt uit een heel andere wereld en heeft een heel andere manier van werken, maar het gaat goed. Hij komt soms met dingen waarvan ik denk: huh, gaat dit werken? Maar dat pakt dan juist supervet uit. Het is leuk om een jarentachtigsound te mixen met muziek van nu.”

Fans

“Wie het zijn? Ze zijn in de eerste plaats heel erg lief. Zie je dat schilderijtje daar? Kreeg ik opgestuurd van een fan. En vorig jaar bij een concert had een fan allemaal hartjes van papier uitgeknipt. Opeens hielden alle bezoekers zo’n hartje omhoog, met het lampje van hun telefoon er achter – zo lief. Ik heb heel jonge fans, maar ook van in de veertig, vijftig en zestig zelfs wel. Vrouwen en mannen houden elkaar redelijk in evenwicht. En ik doe het goed in de lhbtiq+-community, daar werd ik het eerst omarmd.”

Vondelpark

“Is mijn achtertuin, sinds ik in Zuid antikraak in een voormalig bejaardencentrum woon. Ik kom er vaak, zeker in deze tijd; om in beweging te blijven, maar ook om mensen te ontmoeten. Als ik een bespreking voor mijn werk heb, maak ik met die persoon een rondje door het park. En ik ben aan het skeeleren geslagen. Ik merkte om me heen dat in de lockdown iedereen maar nieuwe hobby’s aan het ontwikkelen was, maar ik had nog niks. Dus ik heb een pak kralen besteld om kettingen te rijgen – ik heb vandaag nog een speciale Klapstoeloorbel gemaakt – én skeelers. Ik vind skeeleren heel leuk, ik kan alleen nog niet zo goed remmen. In het park is dat geen probleem; ik rem niet, ik rol uit. Maar ik durf niet op mijn skeelers naar de studio of zo.”

Soldaat van Oranje

“Oeh, dat is lang geleden. In 2015 begon ik er mee, dat is al zes jaar geleden! Ik kwam net van school en speelde anderhalf jaar lang vier keer per week Charlotte, een hoofdrol. Het was een supervette kans. Elke avond weer voor 1100 man, zo maak je als beginnend artiest en zangeres kilometers. Wat ik tegenwoordig doe, vind ik veel leuker omdat ik zelf de baas ben. Ik ben nu bezig met de setlist voor de Melkweg, heerlijk om zelf te bepalen wat ik ga doen. Ik ben toch vooral een maker, wil creëren. Ik vind uitvoeren superleuk, maar dan toch vooral van mijn eigen ideeën.”

Imago

“Natuurlijk ben ik ermee bezig, hoe ijdel dat misschien ook klinkt. Ik wil in de eerste plaats goede muziek maken en ga dan pas kijken wat er verder bijkomt, maar ik vind dat zeker ook belangrijk. Styling is onderdeel van het verhaal dat ik wil vertellen. Met kleding kun je statements maken. Je kunt in een spijkerbroek en een blouse op het podium gaan staan, maar ik vind het vet om een theatrale persoonlijkheid te ontwerpen. Verder heb ik een imago als ­zangeres van vrijpostige liedjes over seks. Maar in de liedjes die ik nu schrijf, gaat het daar nauwelijks over.”

“Vroeger, nou ja, een jaar geleden, dacht ik dat je spraakmakende teksten moest schrijven, hypes moest creëren, om een hit te kunnen ­scoren. Dat spraakmakende probeer ik los te laten, ik wil gewoon goede liedjes maken. Het zou best kunnen dat op het album een mooie ballad komt te staan, waarom niet, soms is dat de beste manier om een verhaal te vertellen. Overigens vind ik het een enorm misverstand dat kwetsbaarheid alleen in kleine gevoelige liedjes zou kunnen zitten, van die liedjes die met gebroken stem en tranen in de ogen worden gezongen. Ergens voor durven staan, dat is toch ook kwetsbaar. Wat dat betreft is Hou je bek en bef me mijn kwetsbaarste liedje.”

S10

“Dat is mijn bovenbuurvrouw, ze woont hier ook antikraak. Ik ben haar een paar keer tegengekomen in het washok, ik moet nog eens echt gaan buurten. Ik vind haar muziek goed. Vrouwen doen het sowieso goed tegenwoordig in de Nederlandse popmuziek. Ik houd ook van de muziek van Sevdaliza, Eva van Manen en Lionstorm, een queer duo dat ook een stel is. Geweldig allemaal. Als ik al iets van jaloezie voel, zet ik dat om in bewondering: hé, te gek wat je doet. Het lijkt misschien of er maar plaats voor een van ons is, maar dat is echt niet zo. Het is geen krabbenmand, we moeten elkaar supporten. We zouden ook op plaat meer moeten samenwerken. Muzikale collabs zijn vaak tussen man en vrouw – ik heb er zelf ook een paar gedaan – terwijl mannelijk rappers voortdurend te gast zijn op elkaars platen, soms wel met zijn zessen tegelijk. Mijn volgende collab moet er één met een vrouw zijn. Ja, misschien wel met de bovenbuurvrouw.”

Marcel Levi

“Wie is dat ook alweer, een schrijver? O, een arts en hoogleraar. Ik vind Marcel Levi echt een naam voor een schrijver.”

Het optreden in de Melkweg is uitverkocht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden