PlusCoronadagboek

Marike de Meij: ‘Er is een stuwmeer aan achterstallige gewone zorg’

Huisarts Marike de Meij werkt in het OLVG op de afdeling palliatieve zorg.  Beeld Marc Driessen
Huisarts Marike de Meij werkt in het OLVG op de afdeling palliatieve zorg.Beeld Marc Driessen

‘Het gaat echt beter in het ziekenhuis. Je ziet een duidelijke afname van het aantal coronapatiënten. Ook op onze palliatieve afdeling is dat merkbaar. We zitten in een overgangsfase, waarbij we in ons achterhoofd hebben dat we zonodig de zorg weer snel kunnen uitbreiden.

Er zijn nu drie pijlers: de coronazorg op niveau houden, nazorg bieden aan coronapatiënten en nabestaanden, en de gewone zorg weer oppakken.

Gisteren hield ik praktijk als huisarts. Ik heb weer ruimte en tijd om dat op te pakken. Ik merk nu ook dat er een stuwmeer is aan achterstallige gewone zorg is. De telefoontjes nemen toe. Mensen vinden dat het lang genoeg heeft geduurd. We moeten de oude, reguliere zorg inpassen in een nieuwe wereld, met afstand houden en dergelijke.

Eerder was het beleid om alleen acute zorg te bieden aan niet-coronapatiënten. Maar na vier weken kunnen ook dingen die niet ernstig of acuut zijn, acuut worden. We zijn nog wel even bezig met de achterstallige semiacute zorg – dingen die één of twee weken konden wachten – en de niet-acute zaken, zoals een verwijzing naar een specialist of een poli­bezoek.

Ik ben heel benieuwd naar de uitkomsten van onderzoek dat nu wordt verricht naar klachten die vanzelf weggaan. Je krijgt als arts regelmatig mensen met dingen waarvan we dan zeggen: wacht nog even af, mogelijk gaat het vanzelf weg. Vroeger hadden patiënten daar vaak moeite mee, maar in de coronacrisis nemen ze daar eerder genoegen mee. Als vervolgens de klachten vanzelf verdwijnen, zien we ze dus niet meer. Misschien is dat een blijvend effect van de coronacrisis.

Ik ben gecharmeerd geraakt van de snelheid waarmee we hebben bewezen te kunnen handelen. We hebben aangetoond de zorg snel te kunnen uitbreiden. Vroeger ging dat soort zaken veel trager. Nu is het van: je hebt een plan, dat leg je neer bij het crisisteam. Dat zegt: werk het maar uit. Vervolgens zet je met je collega’s de schouders eronder. Dat werkt heel lekker. Als het besef er is dat we meteen moeten handelen, kan dat dus ook.

De berichtgeving over de verpleeg­huizen vind ik pijnlijk. Wat ik daarover hoor van collega’s en lees in de media, zoals het coronadagboek van afgelopen dinsdag… Er is een tweedeling en die stemt me droevig. In het ziekenhuis worden we overspoeld door steunbetuigingen, cadeautjes, mensen vragen of we het volhouden. Maar bij de verpleeghuizen gaat echt iets mis.

Dat we zo omgaan met kwetsbare ouderen, zonder daar een groot issue van te maken, dat zit me niet lekker. De aandacht die wij hier krijgen, staat in schril contrast met die voor hulpverleners in de zorg die kampen met halfbakken beschermingsmateriaal en allerlei frustraties over bezoek­regelingen.”

In deze serie volgen we zorgverleners. Dinsdag Heleen Verwijs, specialist ouderengeneeskunde, donderdag huisarts Marike de Meij en zaterdag ic-verpleeg­kundige Martine Minnema.

 
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden