PlusInterview

Marije Deutekom van Inholland zet in op betere professionals die samen hulp bieden

Uit een rapport van Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat de leefbaarheid en veiligheid van de zogenoemde Vogelaarwijken niet meer verbeterd zijn dan andere vergelijkbare wijken. Beeld ANP
Uit een rapport van Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat de leefbaarheid en veiligheid van de zogenoemde Vogelaarwijken niet meer verbeterd zijn dan andere vergelijkbare wijken.Beeld ANP

Hoe kunnen hulpverleners samen steun geven aan gezinnen in probleemwijken en andere groepen die lijden onder armoede en achterstanden? Dat is de centrale vraag in ‘praktijkgericht onderzoek’ bij Hogeschool Inholland, waar Marije Deutekom als nieuw collegelid naar ervaring op dit terrein inzet.

Jim Jansen

Marije Deutekom is iemand die het tempo graag even opvoert. Niet alleen als ze een paar keer per week een kilometer of acht hardloopt – in krap 45 minuten – maar ook qua carrière. Na haar studie bewegingswetenschappen promoveerde ze aan het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam, maar kon naar eigen zeggen ‘nog geen verbandje leggen’.

Ze begon een adviesbureau voor kwesties rond sport en bewegen en werd vervolgens ­lector bij Hogeschool Inholland en de Hogeschool van Amsterdam. Ten tijde van het interview was ze directeur Gezondheid, Sport en Welzijn bij Inholland en sinds 1 maart is ze lid van het college van bestuur van diezelfde organisatie. Ze hamert er op de noodzaak van praktijkgericht onderzoek.

Wat doet Inholland nu onderzoek steeds belangrijker is voor alle hogescholen?.

“We hebben een Center of Expertise Preventie in Zorg en Welzijn opgericht waarbij het draait om kansen(on)gelijkheid, leefstijl en gezondheid. De kijken naar de inzet van technologie als instrument van preventie. Binnen deze drie thema’s zijn we aan het uitzoeken hoe we meer impact kunnen maken met zaken waar we goed in zijn. Leren en innoveren in de praktijk. Vanuit het beroepenveld krijgen we bepaalde vraagstukken voorgelegd. Onze studenten, onderzoekers en lectoren proberen die samen op te lossen.”

Op wat voor manier is dat onderzoek bij ­Inholland georganiseerd?

“Bij ons gaat alles vanuit verschillende gezichtspunten. Stel, je hebt een patiënt en daar omheen zit een verpleegkundige, een sociaal werker en nog veel meer anderen. Hoe zorg je nou dat al die mensen op de juiste manier werken en dat van elkaar weten? Dat noemen we netwerkzorg, het hele netwerk om de cliënt heen. Op zo’n manier onderzoek doen vraagt iets van hoe wij opleiden, maar dat vraagt ook iets van het werkveld. Hoe zorg je dat mensen, na bijvoorbeeld een operatie, op een goede manier met alle professionals verder komen?”

Kunt u daar een voorbeeld van geven?

“Neem een gezin dat onder de armoedegrens leeft. Het gevolg van armoede is een grotere kans op huiselijk geweld, de kinderen ervaren meer stress, er is minder geld om te sporten, er wordt ongezonder gegeten, waardoor kinderen meer kans op obesitas hebben. Wij kunnen in zo’n situatie niet op een knop drukken waarmee je alles oplost. De problemen voor dat gezin grijpen namelijk in elkaar. De professional moet beslissen dat bij het ene probleem een ­diëtiste moet komen en bij een ander probleem een orthopedagoog.”

Vraagt deze manier van werken ook een andere manier van opleiden?

“We willen werken vanuit maatschappelijke uitdagingen. De tijd dat je alleen maar opleidt voor een specifiek beroep is echt voorbij. We hebben een aantal grote problemen op het gebied van duurzaamheid, gezondheid, eenzaamheid en polarisatie; om maar een paar voorbeelden te noemen. Hoe pak je dat nou aan? We hebben helder in beeld dat eendimensionale problemen niet bestaan en veel zaken in deze tijd nog complexer zijn dan pakweg twintig jaar geleden. Dat proberen we ook in de opleidingen stukje bij beetje mee te geven, zodat studenten hiervan leren. Dat vraagt zeker ook wat van onze docenten. Vroeger kon je bij wijze van spreken tien jaar lang dezelfde power­pointpresentatie geven, dat is echt voorbij. Nu gaat het om ontdekkend onderwijs met de docent als leerbegeleider.”

Hoe verhoudt het onderzoek zich tot het onderwijs?

“Onderwijs en onderzoek zitten bij ons heel dicht bij elkaar. Sommige andere hogescholen hebben een los kenniscentrum waar lectoren geïsoleerd hun onderzoek kunnen doen. Wij willen dat lectoren echt kijken naar wat studenten en professionals aan een bepaald vraagstuk hebben en hoe ze daarin optimaal kunnen participeren. Zo krijgen we betere professionals met meer kennis. Natuurlijk leidt een project soms tot een publicatie, maar dat mag nooit een doel op zich zijn. Kennis vergaren zonder koppeling naar de praktijk, dat doen we niet.”

Wat vindt u van Jean Tillie, die bij zijn overstap van de universiteit naar hogeschool zei dat hij liever werkt aan taalachterstand in de Bijlmer dan aan een publicatie in een Engels tijdschrift dat niemand leest?

“Daar ben ik het mee eens! Natuurlijk moet praktijkgericht onderzoek voldoen aan de wetenschappelijke normen en kwaliteitscriteria. Maar het gaat ons om de toepassing. Ikzelf word er ook veel gelukkiger van als een directeur van een ziekenhuis zegt dat we hem echt geholpen hebben in plaats van een publicatie die in een la verdwijnt en die niemand meer leest.”

Hoe richt het onderzoek van Inholland zich ­precies op preventie en een veerkrachtige samen­leving?

“Neem de coronapandemie, waar we nu langzaam uit kruipen, als voorbeeld. Daarbij was alles gericht op genezen, dus je loopt als het ware achter de feiten aan. Kijk gewoon hoe in Nederland de ziekenzorg is geregeld. Het woord zegt het al: ziekenzorg. Je bent voor de huisarts pas interessant als je een probleem hebt. Dat geldt ook voor armoede, obesitas of eenzaamheid. Onze gedachte: kunnen we het probleem kantelen en met onze professionals in een vroeg stadium analyseren waar dingen ontstaan, zodat er eerder kan worden ingegrepen.”

Het lijkt onvermijdelijk dat u door uw nieuwe rol zelf veel minder ­onderzoek gaat doen.

“Dat is inherent aan de functie en dat vind ik prima. Laat mij maar anderen inspireren om dingen te doen en te kijken waar ik de hogeschool kan verbinden aan interessante praktijkorganisaties. We kunnen het niet alleen aanpakken binnen de muren van Inholland. We doen dat samen naar aanleiding van vragen uit de praktijk.”

Krijgen mensen uit kwetsbare groepen daadwerkelijk een beter leven dankzij uw onderzoekers?

“Er zijn verschillen en we kunnen niet alles wegwerken, maar het is geweldig dat we bijdragen aan het verkleinen van de sociaaleconomische gezondheidsverschillen en dat iedereen een beetje dezelfde kansen krijgt.”

Marije Deutekom

Amsterdam, 15 januari 1977

1988-1994 Barlaeus Gymnasium, Amsterdam
1995-2001 bewegingswetenschappen, Vrije Universiteit Amsterdam
2005 promotie geneeskunde, AMC/UVA
2006-2010 postdoc AMC
2014-2020 lector kracht van sport, HvA/Inholland
2020-2022 directeur Gezondheid, Sport en Welzijn
2022-heden lid college van bestuur Inholland

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden