PlusAchtergrond

Maar hoe doe je dat, roofkunst teruggeven?

Geroofde kunstobjecten moeten desgevraagd worden teruggeven. Dat adviseerde een speciale commissie anderhalve week geleden aan de overheid. Musea stemmen daarmee in, maar in de praktijk is teruggave lang niet zo eenvoudig. ‘Soms loopt het spoor dood.’

Beeld Jip van den Toorn

De zwarte baretten en militante taal deden even denken aan de Amerikaanse Black Panthers uit de jaren zestig en zeventig. Maar de zwarte mannen en vrouwen die vorige maand het Afrika Museum in Berg en Dal binnenliepen en via ­Facebook streamden hoe ze een Ntadigrafbeeld van zijn sokkel lichtten en meenamen, waren Franstalige Congolezen. De poging tot diefstal was in hun ogen een terugvordering van cultureel erfgoed dat niet thuishoort in een Europees museum. Twee maanden ervoor hadden ze een soortgelijke actie ondernomen in het Parijse Musée du Quai Branly.

De actievoerders zijn gearresteerd en worden vervolgd in zowel Nederland als Frankrijk. Toch kunnen ze ook rekenen op sympathie. Ze raken immers aan een historische realiteit die moreel steeds lastiger te verteren is. Europese museumdepots liggen vol met voorwerpen van koloniale herkomst. Het gaat om honderdduizenden kunststukken maar ook ceremoniële wapens, vlaggen, religieuze objecten en menselijke resten. Soms zijn die gekocht of gekregen , maar soms ook geroofd of op anderszins dubieuze wijze verworven.

Diefstal verjaart volgens de Nederlandse wet, maar de adviescommissie van de Raad voor Cultuur, die op 7 oktober het rapport Koloniale collecties en erkenning van onrecht uitbracht, denkt daar anders over. Voor wat zij ‘onvrijwillig bezitsverlies’ noemt, moet gelden: eens gestolen, blijft gestolen. En die roofwaar moet terug, zonder mitsen of maren.

Hollands Glorie

“Ik begrijp ook niet waarom het zo lang heeft moeten duren,” zegt Lilian Gonçalves-Ho Kang You, jurist en voorzitter van de commissie. “Maar er is nu wereldwijd aandacht voor die vierhonderd jaar koloniale geschiedenis, ook in de landen waar de objecten vandaan komen.”

Lange tijd werd de Nederlandse expansiedrift nog beschouwd als Hollands Glorie, spraken we nog zonder reserve over de Gouden Eeuw en hadden we een premier die de VOC-mentaliteit aanprees. Inmiddels zien we het kolonialisme voor wat het was: onderdrukking, uitbuiting, ­racisme en misdaden tegen de menselijkheid. Activistische bewegingen als Black Lives Matter zorgden de afgelopen jaren voor een extra zetje.

“We moeten het onrecht erkennen en zo veel mogelijk herstellen,” vindt Gonçalves. “Ook de musea zijn er echt mee bezig, die willen geen gestolen waar meer in hun depots. De tijd is rijp voor teruggave. En het is de hoogste tijd.”

Alvast huiswerk doen

Nog voordat OCW-minister Ingrid van Engelshoven de Raad voor Cultuur opdracht gaf tot het opstellen van een rapport was het Nationaal Museum voor Wereldculturen (NMvW) er al mee bezig. “Wij zijn weliswaar niet zelf eigenaar van de collectie en formeel gaan wij niet over restitutie, maar wij vonden dat we verantwoordelijkheid moesten nemen,” stelt Stijn Schoonderwoerd, directeur van de koepelorganisatie voor het Amsterdamse Tropenmuseum, het Wereldmuseum in Rotterdam, Museum Volkenkunde in Leiden en het Afrika Museum in Berg en Dal. “We hebben een visie ontwikkeld over hoe om te gaan met koloniale collecties en wilden zien of die visie resoneert.”

Het rapport van de Raad voor Cultuur heeft andere zwaartepunten – er worden bijvoorbeeld veel pagina’s besteed aan beschrijving van de koloniale geschiedenis – maar de inzichten en aanbevelingen vallen grotendeels samen met die van het NMvW. Het museum ging meer resultaatgericht te werk, formuleerde meteen principes voor restitutie. Wat niet eenvoudig is, zoals blijkt uit een voorbeeld van Schoonderwoerd. “Onze collectie bevat zo’n 170.000 objecten uit Indonesië. Van ongeveer 10 procent weten we door onderzoek dat hun verwerving is toe te schrijven aan oorlogshandelingen. Maar in de collectie van het Museum Volkenkunde in Leiden hebben we een beeld van de hindoegod Ganesha dat de toenmalige gouverneur van Java in 1803 aantrof in een verlaten tempel, eerst in zijn tuin zette en vervolgens verscheepte naar Nederland. Dit is geen oorlogsbuit maar wel onrechtmatig verkregen ­bezit. En dan zijn er natuurlijk nog al die voorwerpen waarvan we gewoon niet de herkomstgeschiedenis kennen.”

“Daarnaast is het de vraag of een land van herkomst die objecten wel terug wil. We moeten niet de geschiedenis herhalen en ons neokoloniaal opstellen door te vertellen wat goed is voor hen. Als we weten wat van belang is voor de herkomstlanden, kunnen we ook veel gerichter onderzoek doen naar de herkomst in plaats van al die duizenden objecten te onderzoeken.”

Dat betekent overigens niet dat het museum wacht op claims en in de tussentijd passief achterover leunt. “Wij stellen ons proactief op,” stelt Schoonderwoerd. “Ook als het gaat om objecten die niet afkomstig zijn uit voormalige Nederlandse koloniën. Zo hebben we 174 bronzen uit het voormalige koninkrijk Benin, dat tegenwoordig in Nigeria ligt. Ons recente onderzoek heeft uitgewezen dat zeker 115 daarvan zijn verkregen tijdens een militaire strafexpeditie van de Engelsen. Wij zijn in gesprek met partijen in Nigeria om ze over die resultaten in te lichten. Als er nu een claim komt, hebben wij ons huiswerk al gedaan.”

Zilveren waterschep

Ook het Rijksmuseum is al langer bezig met herkomstonderzoek. “Sinds 2000 kijken we naar objecten met een Tweede Wereldoorlogsverleden; de restitutiethematiek leeft dus,” stelt Valika Smeulders, hoofd geschiedenis van het museum die ook zitting had in de adviescommissie van de Raad voor Cultuur. “Op een collectie van een miljoen stuks hebben er vierduizend een koloniale herkomst. In 2017 hebben de conservatoren de eerste tien onder de loep genomen, vooral om een indruk te krijgen van de bandbreedte: over wat voor objecten hebben we het nou?”

Daar zaten onder andere een zilveren waterschep uit de Caraïben bij en de befaamde diamant van de sultan van Banjarmasin, die na opheffing van het sultanaat in 1859 door Nederlands militair optreden naar Amsterdam werd gezonden. “Van de waterschep weten we dat hij is gebaseerd op een inheems ontwerp, maar het gebruik van zilver duidt op Europese invloeden en de maker zou goed een Afro-Curaçaoënaar kunnen zijn. Dan heb je al drie culturen bij elkaar die aanspraak maken. En bij de diamant is onduidelijk of hij moet worden teruggegeven aan de nakomelingen van de sultan of aan de staat Indonesië.”

Om dieper op dit soort vraagstukken in te gaan, begon het Rijksmuseum vorig jaar met het NMvW en het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie een pilotproject met duizend Rijksmuseumobjecten uit Indonesië en Sri Lanka, waarvan de uitkomsten in 2021 worden verwacht. “De lengte van herkomstonderzoek is even divers als de collectie,” stelt Smeulders. “Soms zijn voorwerpen gekocht via kunsthandels en loopt het spoor dood. Als onderzoeker wil ik daar niet aan toegeven. Er is altijd nieuwe data te vinden, ook in de herkomstlanden.”

Officiële claims heeft het Rijksmuseum nog niet ontvangen, net zo min als andere Nederlandse musea. De commissie van de Raad voor Cultuur wijt dat aan een hoge drempel. Een nationaal expertisecentrum met centrale database zou beter inzichtelijk maken welke potentiële roofwaar zich waar bevindt. “Ik kan me ook voorstellen dat herkomstlanden willen wachten met een claim totdat Nederland zijn beleid goed heeft bepaald,” zegt Schoonderwoerd. “Dat zou in ieder geval ook mijn advies zijn: wacht even tot het in één keer goed gebeurt.”

Juridische obstakels

De commissie van de Raad voor Cultuur sprak met een breed scala aan juristen, museumprofessionals, kunsthandelaren en andere experts in Nederland en herkomstlanden. Daarnaast keek ze naar wat er in andere Europese landen zoal gebeurt op het gebied van restitutie. In Spanje en Portugal, waar de koloniale geschiedenis het verste terug gaat, leeft het onderwerp opmerkelijk genoeg niet. In Duitsland, een relatieve laatkomer op het koloniale podium, weer wel. Daar stelde de Deutscher Museumsbund in 2018 een richtlijn op vergelijkbaar met die van het NMvW. Ook werd al een stenen kruis teruggegeven aan Namibië en menselijke resten die na de genocide op het Hererovolk in 1904-1908 in Berlijnse musea terecht waren gekomen.

In Groot-Brittannië liggen musea al jaren onder vuur vanwege onrechtmatig verkregen objecten. Daar is teruggave van bijvoorbeeld de uit Griekenland afkomstige Elgin Marbles of beelden van Paaseiland, topstukken van het British Museum, onbespreekbaar. Volgens de Britse wet zijn ze immers eigendom van de Trustees voor de staat en mogen ze niet verkocht of weggeschonken worden. Museumdirecteuren die met zo’n legalistische opstelling in hun maag zitten, vinden een uitweg in de vorm van langdurige bruiklenen, maar dat houdt geen erkenning van het fundamentele onrecht in.

Onvervreemdbaar staatsbezit

Ook Frankrijk kent het probleem van onvervreemdbaar staatsbezit. Restitutie zou verandering van de wet vergen. Toch zei president Macron op 13 november 2017 tijdens een bezoek aan Burkina Faso dat het onacceptabel was dat 90 procent van het Afrikaanse erfgoed zich niet in Afrika bevindt. Hij gaf twee academici de opdracht een rapport op te stellen, dat bij presentatie nog radicaler bleek dan de Nederlandse of Duitse aanbevelingen. Er werd ingezet op omgekeerde bewijslast: Franse musea moesten bewijzen hun bezit op legale en legitieme wijze te hebben verkregen of moesten het afstaan. Dit voorstel stuitte op veel weerstand in de museumsector en ook de wettelijke obstakels zijn nog niet opgeheven. Toch is een voorzichtig begin gemaakt met het teruggeven van objecten.

In België lag restitutie een tijdje slecht door een ervaring met de teruggave van 114 stuks etnografica aan de Democratische Republiek Congo (toen nog Zaïre), die binnen een paar jaar weer opdoken bij kunsthandelaren in Brussel. Het debat kreeg een nieuwe impuls met de heropening van het Africa Museum in Tervuren in 2018. “We onderhouden ondertussen een goede en rechtstreekse dialoog met partners in Congo en Rwanda,” zegt directeur Guido Gryseels. “Zij hebben ook rechtstreeks toegang tot onze inventaris. Uit Rwanda hebben we zo’n 3000 objecten in collectie, uit Congo 90.000 tot 100.000. Maar 90 procent bestaat uit gebruiksvoorwerpen. Ik denk dat claims zich zullen toespitsen op enkele tientallen topstukken. Die claims hebben we overigens nog niet ontvangen. Corona heeft alles vertraagd, zoals we ook nog niet de positie van scientist in residence hebben kunnen vervullen, die bedoeld is voor Afrikaanse wetenschappers gespecialiseerd in herkomstonderzoek, die wij ondersteunen met een beurs.”

Als het ligt aan Arminda Franken-Ruiz, tot 2016 directeur van het Nationaal Archeologisch Museum Aruba en tegenwoordig onafhankelijk Caraïbisch erfgoedspecialist, zou de collectie van pater Van Koolwijk als eerste in aanmerking komen voor teruggave aan de Antillen. De geestelijke verzamelde eind 19de eeuw vooral inheemse objecten uit de buurt van Santa Cruz, die zich nu bevinden in het Museum Volkenkunde in Leiden. “Ze vertellen een belangrijk deel van de geschiedenis van Aruba. Bij de opening van ons nieuwe museumgebouw in 2009 kregen we drie topstukken terug: een versierde kalebas, een keramische gezichtskruik en keramische figurine. Maar er is nog veel meer, ook bij het Tropenmuseum en Naturalis.”

Tientallen topexemplaren

Het advies van de Raad voor Cultuur betekent voor Franken Ruiz meer dan erkenning van eigendomsrecht. “Het is niet alleen een ‘geef me mijn spullen terug’. Behalve om de objecten gaat het ook om de verhalen die ze vertellen. En dat zijn verhalen die ons verbinden met Nederland. Een gesprek over restitutie kan een brug slaan en hernieuwde samenwerking op gang brengen. Ons museum behoort tot de top 10 van de Caraïben, maar staat vergeleken met Europese musea nog in de kinderschoenen en is nu hard geraakt door Covid.”

Daar sluit Laddy van Putten, directeur van het Surinaams Museum in Paramaribo (in het rapport ten onrechte Nationaal Museum genoemd), zich bij aan. “Er zijn voorwerpen die ik niet zozeer zou willen claimen als wel in onderling overleg overgedragen zou willen krijgen. Een goed voorbeeld is de putu of aputu, een inheemse strijdknots uit vroeger tijden. In Nederlandse musea liggen tientallen topexemplaren en wij hebben er misschien twee of drie. De kwaliteit van onze collectie kan omhoog door dit soort hiaten te vullen, maar wij hebben ook grote behoefte aan overdracht van kennis. In Suriname is die niet of nauwelijks aanwezig. De enige museoloog van het land, opgeleid aan de Reinwardt Academie, werkt parttime bij ons, omdat ze anders te duur is. Ook aan hardware hebben we gebrek, vooral klimaatinstallaties maar ook speciale scanapparaten voor onze bibliotheek, opbergkasten en zuurvrij papier.”

Van Putten hoopt dat met het adviesrapport een nieuwe samenwerking op gang komt, maar benadrukt dat de inspanningen niet van één kant mogen komen. “Suriname zal veel meer moeten doen aan het beschermen van het eigen culturele erfgoed. Daar schort het nogal aan. Ons museum heeft sinds 2014 geen subsidie meer gehad. De subsidie die we daarvoor kregen stelde niets voor: 10.000 euro op jaarbasis; en dat terwijl we de grootste collectie cultureel erfgoed van het land onder onze hoede hebben. Nadat bijna alle inkomsten zijn opgegaan aan het onderhoud van de gebouwen, zoals Fort Zeelandia en de 19de-eeuwse officierswoningen, blijft er bitter weinig over voor het eigenlijke museale werk.”

“Elk advies heeft consequenties en vaak zijn die ook financieel,” stelt commissievoorzitter Gonçalves. “Dat geldt ook voor dit advies. Het instellen van een onafhankelijke adviescommissie, het oprichten van een expertisecentrum, de uitwisseling van kennis en informatie met herkomstlanden – daar zijn allemaal kosten aan verbonden. Daar de moet de overheid zich over uitspreken.”

Na de bezuinigingen die staatssecretaris Halbe Zijlstra in 2011 in de cultuursector doorvoerde, is echter gesneden in precies die museumonderdelen die onontbeerlijk zijn voor herkomstonderzoek. Er zijn conservatoren verdwenen en onderzoekers die zich met collecties bezighielden werden schaars. Bij het Tropeninstituut ging een streep door het trainingsprogramma dat jarenlang buitenlandse professionals had opgeleid en begeleid.

Het NMvW hoopt dit najaar met financiering uit de Nederlandse wetenschapsagenda tientallen medewerkers aan te kunnen stellen voor herkomstonderzoek. Dat zijn er nu twee en dat is ‘veel te weinig’ volgens directeur Schoonderwoerd. Bij het Rijksmuseum doen conservatoren herkomstonderzoek naast hun andere bezigheden, hoewel wordt overwogen er een aparte onderzoeker op te zetten. De meeste andere musea hebben er geld noch menskracht voor.

En nu eerst beleid

Ook met de benodigde onderzoekers is restitutie iets van de lange adem. “Maar iedereen die realistisch is, weet dat,” zegt Gonçalves. “Het gaat er nu om dit advies om te zetten in beleid. De minister is voor en er is consensus in de museumsector, dus het moet snel kunnen. Het is nu zaak om een kader te creëren en gewoon te beginnen.”

“Het liefst voor de verkiezingen nog, want daarna komen dit soort processen vaak stil te liggen,” vindt Schoonderwoerd. “Als er eenmaal beleid is, zijn we weg uit de theoretische discussie over hoeveel stuks ermee gemoeid zijn en wat herkomstlanden wel of niet zouden willen hebben. Natuurlijk hebben we nog decennia werk aan de teruggave van koloniale roofkunst. Maar het is niet alleen onderdeel van de museale praktijk. Het is ook een internationaal politiek vraagstuk: hoe landen zich tot elkaar verhouden. De geschiedenis van die verhoudingen is gestold in museale collecties. Maar omdat die geschiedenis nooit klaar is, zal die stolling altijd onderdeel blijven van gesprek.”

Waar zijn de koloniale museumstukken?

Koloniale collecties zijn verdeeld over flink wat Nederlandse musea maar de bulk bevindt zich in een handvol musea.

Het Nationaal Museum voor Wereldculturen heeft alleen al uit Indonesië meer dan 170.000 voorwerpen. Het Rijksmuseum komt uit op 4000 objecten van koloniale herkomst. Het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden beheert ruim 10.000 koloniale cultuurgoederen, die verworven zijn in onder meer Griekse, Assyrische, Egyptische en Fenicische koloniën. Museum Bronbeek in Arnhem, een militair koloniaal museum, beheert een grote en diverse koloniale collectie, waaronder objecten die zijn gerelateerd aan de Knil.

Onder de natuurhistorische musea is Naturalis Biodiversity Center in Leiden de instelling met de meeste koloniale voorwerpen, enkele honderdduizenden. Tot de topstukken behoren het schedeldak en dijbeenbot van de ‘Javamens’, die in 1891 in opdracht van de Nederlandse arts en paleontoloog Eugène Dubois werden opgegraven door loonslaven.

Voor haar rapport zette de commissie van de Raad voor Cultuur een enquête uit onder de 420 leden van de Museumvereniging. Van de 115 musea die antwoordden bevestigden 55 het bezit van koloniale objecten. Dat varieert van het Amsterdam Pipe Museum tot het Vrijheidsmuseum. Het gaat veelal om tientallen tot een paar honderd stukken.

Mondjesmaat ging koloniaal bezit al terug

Teruggave van koloniale museumstukken is niet nieuw. De eerste restitutie aan Indonesië dateert van 1907, toen Nederland regalia teruggaf aan de sultanaten van Bone en Gowa, die eerder slachtoffer waren geworden van Nederlandse militaire acties op Celebes (nu Sulawesi).

Na de onafhankelijkheid van Indonesië stond teruggave vooral in het teken van diplomatie. Tijdens een staats­bezoek dat Soeharto in 1970 aflegde aan Nederland kreeg hij twee schilderijen terug. Toen koningin Juliana drie jaar later een tegenbezoek bracht, nam ze het handschrift Nagarakretagama mee.

Na de jaren zeventig droogde de restitutiestroom grotendeels op, tot in het begin van de 21ste eeuw. De overhandiging van een gouden kris door premier Rutte aan president Joko Widodo tijdens een staatsbezoek in 2016 luidde de grootste teruggave tot nu toe in: 1564 objecten uit het opgeheven Museum Nusantara in Delft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden