Akerboom: ‘Het is elk jaar weer de vraag of mijn mensen heel­huids thuiskomen.’

Plus Interview

Korpschef Erik Akerboom pleit voor verbod op vuurwerk

Akerboom: ‘Het is elk jaar weer de vraag of mijn mensen heel­huids thuiskomen.’ Beeld Corné Sparidaens

Korpschef Erik Akerboom van de Nationale Politie wil een verbod op knalvuurwerk en vuur­pijlen. Burgers en agenten moeten beter worden beschermd.

Ja, vroeger, toen Erik Akerboom een puber was, stak ook hij vuurwerk af. Na hem waren het zijn kinderen, die op straat rondliepen met vuur­pijlen en knalvuurwerk. Maar tijden veranderen. Akerboom loopt voorop bij een ­initiatief van 27 organisaties, die zich hebben verenigd en gezamenlijk lobbyen om het kabinet te laten weten: dat gevaarlijke vuurwerk moet stoppen.

In een paginagrote advertentie in het Algemeen Dagblad zetten ze de oproep vandaag kracht bij. Hierop staan de namen van onder anderen de burgemeesters van Utrecht, Amsterdam, Rotterdam en Den Haag en voorzitters van hulpdiensten en artsenorganisaties.

Waarom deze oproep?

“Oud en nieuw is een van de gevaarlijkste nachten van het jaar. Elk jaar vallen er doden en honderden gewonden tijdens de jaarwisseling. Het is van de gekke dat we daar rekening mee moeten houden. We willen niet de traditie om zeep helpen, maar het moet veilig en feestelijk kunnen. Het is tijd voor herbezinning.”

In de meeste gevallen gaat het toch goed?

“Niet voor de slachtoffers, dat zijn er te veel. De meeste van hen zijn burgers. Vorig jaar waren onder hen twee doden. Kinderen verloren door vuurwerk hun vader. De combinatie van drank, drugs en explosieven – ik noem het niet alleen explosieven, dat zíjn het ook – wordt steeds heftiger. Sommige politiecollega’s hebben schoon genoeg van zo’n avond vol geweld. In het donker weet je niet wat er op je afkomt: is het een vuurpijl, of illegaal vuurwerk dat steeds zwaarder wordt? Familieleden van politiemensen zijn bezorgd, want daar gaat hun partner weer. Het is elk jaar weer de vraag of mijn mensen heelhuids thuiskomen.”

Zelfs nu het jaar nog maar net begonnen is, buigt de politie zich dan ook al over de jaarwisseling, die agenten met een speciale uitrusting ingaan. De beschermende brillen zijn al op orde, op dit moment wordt gekeken naar geschikte gehoorbescherming. Zie maar eens iets te vinden dat politiemensen behoedt voor gehoorschade, maar óók zorgt dat ze nog kunnen horen wat er om hen heen gebeurt.

“De vraag is: welke kant gaan we als samen­leving op? Wij zien de daling van het aantal incidenten stagneren, we krijgen het niet ­verder terug. De traditie kunnen we op deze manier niet in stand houden. Als een vergunning voor dit evenement afgegeven zou moeten worden, wordt die nooit gegeven.” In feite velt hij nu toch een oordeel. “Ik adviseer negatief.”

Akerboom en de organisaties achter hem zijn niet de eerste. De Onderzoeksraad voor Veiligheid adviseerde ook een vuurwerkverbod. Het werd door het kabinet terzijde gelegd, naast de jaarlijkse waarschuwingen van oogartsen en de balans die elk jaar weer wordt opgemaakt. Afgelopen jaarwisseling steeg het aantal incidenten naar 8943, zo’n achthonderd meer dan een jaar eerder. Zo’n 3100 hadden direct met vuurwerk te maken. Ook bleken opnieuw politiemensen en andere hulpverleners met vuurwerk bestookt te zijn.

Voelt u zich in de steek gelaten door de ­politiek?

“Er zijn stapjes in de goede richting gezet: anders en effectiever straffen, daders van vernielingen die financiële consequenties moeten dragen, de inzet van gebiedsverboden voor ­raddraaiers. Maar ik concludeer dat het te weinig is.”

Is het aan de politie om zo’n conclusie te trekken? Uw organisatie is een uitvoerende.

“Ik heb recht van spreken. Wij staan daar op straat en ik vind dat ik mijn stem vooraf moet laten horen en niet achteraf krokodillentranen moet huilen. Na wat met de rapporten van de Onderzoeksraad is gedaan, is er des te meer reden om dit samen met andere organisaties te doen. Niet alleen de veiligheid van agenten en andere hulpverleners is in het geding: de meeste doden en gewonden vallen onder burgers.”

Neemt door een verbod de illegale vuurwerkhandel en dus gerommel met gevaarlijk vuurwerk niet toe?

“We zijn niet naïef. Misschien moeten we de eerste tijd meer handhaven. Daar schrikken we niet voor terug. Vorig jaar namen we een recordhoeveelheid vuurwerk in beslag.”

Akerboom waarschuwt wel dat handhaven juist ingewikkelder is geworden, nu elke gemeente zelf mag kiezen of en waar een vuurwerkvrije zone wordt ingericht. Zodra agenten een gemeentegrens overgaan, moeten ze weer uitpluizen hoe het zit. “Het wordt een lappendeken. Daarom pleiten we voor nationaal beleid.”

Een vuurwerkverbod ligt gevoelig bij ­kiezers. Zal het kabinet luisteren?

“Ik vind dat het kabinet een verantwoordelijkheid heeft te nemen, los van hoe dat in de verkiezingen uitpakt. Het draagvlak in de samenleving neemt toe. Maar het gaat te langzaam.”

Daarom roert hij zich nu, in de hoop dat het kabinet ‘zal luisteren’. “Ik denk echt dat we gehoord worden.”

Als dit doorgaat, staan we dan over twintig jaar zonder vuurwerk met een glaasje ranja in de hand?

“We moeten een knal- en pijlenverbod niet te veel zien als iets afpakken. Er zijn prachtige shows met licht en muziek, aftelmomenten, mogelijkheden voor feest in de wijk. Siervuurwerk kan nog. Carbidschieten ook, maar dan wel op een veilige, goede manier. Wat in tientallen jaren is opgebouwd, verander je niet in één nacht. Ik ben niet naïef. Ik weet ook dat het op dit moment een illusie is om mensen met een glaasje ranja in de hand liedjes te laten zingen. Maar we kunnen het echt veel veiliger maken.”

Als Akerboom erover nadenkt, vindt hij het eigenlijk maar vreemd, hoe op de 31ste december ineens alle grenzen over worden gegaan. “Mensen zijn lam van de drank, er wordt ook gebruikt. Mensen gaan helemaal uit hun dak. En dan gaan ze op 2 januari weer werken. In feite is het een bizarre traditie.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden