Koolmees wil graag af van kwart miljard euro: ‘Schaamte om hand op te houden is onterecht’

Gemeenten hebben een flinke pot coronageld om gedupeerde kroegbazen, taxichauffeurs en flexwerkers te helpen hun huur of hypotheek te betalen. Toch is de animo voor dit vangnet tot dusver klein: tientallen miljoenen euro’s dreigen op de plank te blijven liggen.

Minister Koolmees (rechts) met de Amsterdamse wethouder Rutger Groot Wassink. Beeld Frank Jansen
Minister Koolmees (rechts) met de Amsterdamse wethouder Rutger Groot Wassink.Beeld Frank Jansen

Doorgaans zijn kabinetsleden blij als uitgaven kleiner uitvallen dan verwacht. Maar dat geldt niet voor de 260 miljoen euro die demissionair minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) klaar heeft liggen voor de Tonk, ofwel de Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten.

Deze regeling is bedoeld voor mensen die als gevolg van de coronacrisis hun vaste lasten niet meer kunnen betalen. Het is de jongste knoop in het vangnet dat de regering heeft gespannen om burgers en bedrijven door de coronacrisis te loodsen.

Maar waar Nederlanders de weg naar de NOW, Tozo en TVL goed weten te vinden, loopt het voor de Tonk niet storm. In sommige gemeenten blijven de aanvragen steken op slechts 10 procent van het verwachte aantal. “Dat valt inderdaad een beetje tegen,” erkent Koolmees. “Zonde.”

Schaamte

Onbekendheid speelt de Tonk parten, denkt hij. “En er is schaamte bij aanvragers. Onterecht overigens. Meld je nou. De hulp is er.” Want de noodzaak staat voor de minister buiten kijf. “Er zijn mensen die voor geen enkele regeling in aanmerking komen, maar wel hoge woonlasten hebben. Denk aan flexkrachten zonder WW-rechten, zelfstandigen met een werkende partner of mensen met een eigen bedrijfje. Zij vielen tussen wal en schip, maar kunnen via de Tonk alsnog geld krijgen om hun lasten te betalen.”

Dat de animo achterblijft, komt ook doordat gemeenten aanvankelijk vreesden geld tekort te komen. Zij moeten namelijk de Tonk uitvoeren, maar draaien zelf voor de kosten op als de uitgaven hoger uitvallen dan verwacht. “Ik begrijp dat gemeenten aanvankelijk voorzichtig waren,” stelt Koolmees. Hij besloot daarom het aanvankelijke budget van 130 miljoen euro te verdubbelen naar ruim een kwart miljard. “Dat geeft gemeenten meer lucht om ruimhartig te zijn.”

Glashelder

In sommige gemeenten lukt dat beter dan in andere. Waar bijvoorbeeld Rotterdam tot de achterblijvers behoort, heeft Amsterdam al 30 procent van het budget uitgegeven. Daarmee zijn bijna drieduizend inwoners geholpen. Volgens de Amsterdamse wethouder Rutger Groot Wassink (GroenLinks) is het extra budget zeker een duw in de rug geweest. Onder meer door de tekorten bij de jeugdzorg is het volgens hem ‘glashelder’ dat er druk zit op de gemeentelijke financiën. “De verdubbeling van het budget is belangrijk geweest.”

De Amsterdamse aanpak onderscheidt zich doordat er actief beleid is gevoerd. Groot Wassink: “We hebben mensen aangeschreven die eerder gebruik hebben gemaakt van de Tozo, maar vanwege de partnertoets daarvoor niet langer in aanmerking kwamen. Zij kunnen mogelijk wel aanspraak maken op de Tonk.”

De gemiddelde toekenning in Amsterdam bedraagt 3750 euro per persoon over een periode van zes maanden. Het geld gaat vooral naar huurders, want eigenaren van koopwoningen zijn in Amsterdam vaak goedkoper uit dan mensen die in de peperdure hoofdstad een huis huren. Volgens Groot Wassink is het van belang dat mensen op tijd worden geholpen en dat er niet wordt gewacht tot ze door hun spaargeld heen zijn. “Je wilt de mensen dusdanig ondersteunen dat ze straks hun werk weer kunnen oppakken en niet eerst in de schulden of andere ellende belanden.”

Voor de uitvoering van de Tonk is minister Koolmees afhankelijk van gemeenten. Tegelijkertijd heeft hij zelf te maken met een veeleisende Tweede Kamer. Die wilde bijvoorbeeld dat gemeenten geen vermogenstoets zouden toepassen. Toch is dat in veel gemeenten wél gebeurd. In Amsterdam geldt dat aanvragers niet meer dan 30.000 euro spaargeld mogen hebben om voor de Tonk in aanmerking te komen, in andere gemeenten komen ook lagere plafonds voor. Ook het bedrag dat mensen kunnen krijgen, verschilt nogal per gemeente. Zo krijgen Utrechters maximaal 1500 euro Tonk, terwijl in Amsterdam het maximum vier keer zo groot is: 6000 euro.

Koolmees wil niet over die verschillen oordelen, wat de Kamer er ook van vindt. “De regeling is zo opgetuigd dat gemeenten de ruimte hebben maatwerk te bieden. Het is logisch dat de gemeenteraad daar ook wat over te zeggen wil hebben. Ik heb een handleiding meegestuurd en gevraagd voorzichtig te zijn met een vermogenstoets. Maar uiteindelijk ga ik er niet over.”

Enorme klappen

Volgens Groot Wassink leidt de wens maatwerk te bieden onherroepelijk tot verschil. “De woonlasten in Amsterdam verschillen flink van de lasten in bijvoorbeeld Almelo of een plaats als Doetinchem, waar ik zelf vandaan kom.”

Waar Koolmees zegt dankbaar te zijn voor de rol die gemeenten spelen, is Groot Wassink omgekeerd erkentelijk naar het rijk. “Ik mag graag mopperen op dit kabinet, maar we mogen het belang van deze steunpakketten niet onderschatten. Ze zijn snel opgezet en erg noodzakelijk gebleken. Bij ons in de stad is een kwart van de inwoners flexwerker, dat is echt veel. Dat zijn mensen die in de horeca werken, met een taxi rijden of evenementen organiseren. Die sectoren krijgen enorme klappen.”

De wethouder zou daarom graag zien dat het kabinet het huidige steunpakket verlengt tot het einde van dit jaar. Ook de sociale partners riepen daar al toe op, maar het Centraal Planbureau is juist van mening dat de steun moet worden afgebouwd zodra de coronamaatregelen worden versoepeld.

Kopje-onder

Koolmees zegt dat er rond 20 mei een besluit valt over hoe de steun er na 1 juli uit moet komen te zien. “Daar ga ik eerst met de collega’s in het kabinet over praten. Het is niet netjes om daar nu al in de krant over uit te weiden.”

Toch valt uit zijn woorden op te maken dat verlenging van de coronasteun voor de hand ligt. “Het is belangrijk dat we echt voorkomen dat ondernemers en werkenden kopje-onder gaan, terwijl we zó lang mensen met steunpakketten hebben geholpen. Ze hebben gewerkt, kijk maar naar de werkloosheid die laag is gebleven. We moeten zorgen dat mensen goed door de crisis worden geholpen. Die verantwoordelijkheid voel ik zeker.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden