PlusNieuws

Kloof in onderwijs: ongelijke start scholieren leidt tot lagere cijfers

Basisschoolkinderen die ook buiten school activiteiten ondernemen, zoals sporten, naar het theater of op muziekles, doen het veel beter op school dan kinderen die geen toegang hebben tot zulke ‘hulpbronnen’.

Raounak Khaddari
 In groep 5 heeft 1 op 20 kinderen thuis geen eigen bed, en 37 procent heeft thuis minder dan 10 kinderboeken. Muziekles is iets waar maar 15 procent van de kinderen op zit. Beeld Marc Driessen
In groep 5 heeft 1 op 20 kinderen thuis geen eigen bed, en 37 procent heeft thuis minder dan 10 kinderboeken. Muziekles is iets waar maar 15 procent van de kinderen op zit.Beeld Marc Driessen

Kinderen die minder toegang hebben tot hulpbronnen, scoren lager op de eindtoets, blijkt uit vandaag verschenen onderzoek van SEO Economisch Onderzoek in opdracht van ABN Amro Foundation en het Jeugdeducatiefonds, waarvoor honderden leerkrachten in heel Nederland zijn ondervraagd.

Het gaat niet alleen om activiteiten – zoals op vakantie gaan, of sporten in georganiseerd verband – maar óók om basisvoorzieningen zoals een ontbijt of een bed. In groep 5 heeft 1 op 20 kinderen thuis geen eigen bed, en 37 procent heeft thuis minder dan 10 kinderboeken. Muziekles is iets waar maar 15 procent van de kinderen op zit.

Prestaties blijven achter

Kinderen die dit allemaal niet gegund is, komen minder goed uit de verf op school: hun prestaties blijven achter. “Die ongelijkheid sijpelt ook door in het leven later”, zegt Bas ter Weel, algemeen directeur van SEO Economisch Onderzoek en hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam. “Een lager opleidingsniveau is ook een voorspeller voor een lager inkomen.”

Bovendien hebben scholen die in wijken staan waar kinderen onder moeilijke omstandigheden opgroeien, ook meer last van het aanhoudende tekort aan leerkrachten: in Amsterdam treft dat vooral scholen in Noord, Nieuw-West en Zuidoost. Zuidoost telt ook de meeste huishoudens met een laag inkomen (23%), stadsdeel Zuid het minst (11%). Wanneer een buurt beter scoort op de zogeheten Leefbaarometer, zijn de scores op de eindtoets in groep 8 substantieel hoger.

Na groep 8 is er een harde schifting: het ene kind gaat naar vmbo of havo; het andere kind gaat naar atheneum of gymnasium – en voor wie meer in zijn mars heeft, is het dan toch vaak lastig in de brugklas de stap omhoog te zetten. Daarom doen veel ouders en kinderen er van alles aan om met een zo hoog mogelijk schooladvies de basisschool te verlaten. Maar ook hier speelt de ongelijkheid een rol: niet iedere ouder kan het zich veroorloven extra onderwijs te kopen in de vorm van bijles of een private tutor, of weet de weg naar de bibliotheek te vinden.

Geen ontbijt

“Alleen maar meer investeren in het onderwijs is echter niet de oplossing om deze groeiende ongelijkheid op te lossen,” zegt Hans Spekman, directeur van het Jeugdeducatiefonds. “Er zijn kinderen die geen ontbijt krijgen thuis of geen bed hebben. Dan kan je wel investeren in het onderwijs, maar zonder goede nachtrust en eten kom je niet aan leren toe. Belangrijker is om het systeem te veranderen en alle hindernissen voor kinderen weg te nemen zodat ze aan leren toekomen.”

De directeur van de Flevoparkschool in Oost, Alwin van Halm, kent de voorbeelden uit de praktijk. Zijn school maakt net als 44 andere gebruik van het Jeugdeducatiefonds. “Het gaat soms om ogenschijnlijk kleine dingen die wel een voorwaarde vormen om goed te kunnen leren. Een bril om goed te zien bijvoorbeeld, of een bureau thuis. Of een laptop. Ouders hebben niet altijd geld om dat te kopen, terwijl het wel onmisbare dingen zijn om je als kind goed te kunnen ontwikkelen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden