PlusInterview

‘Kinderen worden niet uit huis geplaatst enkel vanwege schulden’

Het is, zegt de Kinderbescherming, moeilijk te zeggen of de toeslagenaffaire de oorzaak is van uithuisplaatsing. ‘Kinderen worden niet uit huis geplaatst enkel vanwege schulden,’ zegt Herke Elbers, directeur van de Raad voor de Kinderbescherming.

Kristel van Teeffelen
Premier Mark Rutte praat met gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire. Beeld ANP
Premier Mark Rutte praat met gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire.Beeld ANP

Voor ouders is het altijd afschuwelijk om een gedwongen uithuisplaatsing mee te maken, zegt Herke Elbers, algemeen directeur van de Raad voor de Kinderbescherming. “Maar wij beoordelen op het moment dat wij onderzoek doen of er sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging voor het kind of dat de veiligheid in het geding is.”

De raad heeft op dit moment geen reden aan te nemen dat kinderen van gedupeerde ouders in de toeslagenaffaire onterecht uit huis zijn geplaatst.

Deze week werd bekend dat tussen 2015 en 2020 1115 kinderen van ouders die te maken kregen met het kinderopvangtoeslagschandaal gedwongen elders werden onder­gebracht. Het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk hoger, want de Belastingdienst greep ook voor 2015 al ongekend hard in als ouders bijvoorbeeld één fout maakten bij de aanvraag van toeslag. Al het ontvangen geld moest worden terugbetaald, met hoge schulden tot gevolg.

Welke rol speelde de toeslagenaffaire bij deze uithuisplaatsingen?

Elbers: “Ongetwijfeld zijn er casussen waar het een rol heeft gespeeld. Maar het is zeker niet zo dat als je schulden hebt, of als je je gas, water en licht niet kunt betalen, je kinderen daarom uit huis worden geplaatst. Er spelen altijd meerdere factoren.”

“Het kan wel zo zijn dat door schulden andere problemen ontstaan. Een relatie komt bijvoorbeeld onder druk te staan, er ontstaan problemen met huisvesting. We beschouwen armoede daarom als een risicofactor. Maar het is niet zo dat alle arme kinderen in de problemen komen. Daarom is het heel complex uitspraken te doen over de rol van de toeslagenaffaire in deze dossiers.”

“We zouden dieper in de cijfers moeten duiken, maar onze indruk is dat het aantal uithuisplaatsingen niet significant hoger is onder ouders die te maken kregen met de toeslagen­affaire dan onder ouders over het algemeen. Het lastige is dat we geen goed beeld hebben van aantallen, onder andere omdat er op verschillende momenten in de tijd door organisaties beslissingen worden genomen. Wat we weten is dat er jaarlijks zo’n 20.000 kinderen gedwongen niet thuis wonen. Maar dat kun je niet vergelijken met het cijfer 1115, omdat dat om unieke gevallen gaat.”

Is het niet buitengewoon pijnlijk dat ouders eerst de dupe worden van het handelen van de Belastingdienst en daarna ook nog te maken krijgen met uithuisplaatsingen?

“Dat is pijnlijk. Ook wij proberen zo veel mogelijk te zorgen dat kinderen niet bij ons terechtkomen. Alleen de ernstigste situaties brengen we voor de rechter. Er moet sprake zijn van een ernstige ontwikkelingsbedreiging, zo staat het in de wet.”

“Het gaat dan om vragen als: heeft een kind voldoende basiszorg, emotionele zorg of schoolzorg? Elk kind heeft verschillende behoeftes, dus het verschilt per kind wanneer er sprake is van een ontwikkelingsbedreiging.”

Heeft de Raad voor de Kinderbescherming de afgelopen jaren voldoende oog gehad voor het feit dat ouders vaak niet door hun eigen toedoen in de problemen kwamen, maar door het handelen van de overheid?

“Wat wij doen is op dat moment constateren dat het niet goed gaat met een kind. We beoordelen ook wat er nodig is om de bedreiging voor het kind weg te nemen. Dat kan zijn door het tijdelijk ergens anders onder te brengen en door goede hulp te organiseren.”

“Maar als mensen schulden hebben of hun huis niet kunnen betalen, ligt het niet in ons vermogen dat te veranderen. Wel kunnen we het aankaarten en kijken welke zorg nodig is, bijvoorbeeld in overleg met gemeenten. Dat doen we ook.”

“Los van de toeslagenaffaire gebeuren er soms buiten de schuld van ouders om dingen in hun leven waardoor de ontwikkeling van een kind in gevaar komt. Ook dan handelen wij altijd vanuit het belang van het kind.”

Gaat het om tijdelijke of permanente ­uithuisplaatsingen?

“Een uithuisplaatsing duurt soms weken, soms maanden en in principe maximaal een jaar. Die periode kan worden verlengd met nog een jaar en in zeldzamere situaties vervolgens met nog een jaar. De kinderrechter toetst die verlenging telkens.”

“Het doel is altijd dat het kind zodra dat kan teruggaat naar de ouder of ouders. Soms kan dat niet. Als het perspectief is dat het kind niet meer teruggaat, spreken we niet meer van een machtiging uithuisplaatsing. Het gezag wordt dan ook overgedragen.”

Gaat u net als andere organisaties uw eigen rol in deze affaire onderzoeken?

“Op dit moment zien we geen reden dat te doen. We hebben geen aanleiding te denken dat er fouten zijn gemaakt, de kinderrechter heeft onze aanvragen tot uithuisplaatsingen getoetst.”

Onlangs boden bestuursrechters excuses aan voor hun handelen in deze affaire. Met dat in het achterhoofd: welke zekerheid geeft zo’n rechterlijke toets?

“Daar is vanuit ons oogpunt weinig over te ­zeggen. Behalve dat het om een ander rechts­gebied gaat.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden