PlusAchtergrond

Khadija Arib vertrekt uit de Kamer: ‘verdomd goede voorzitter’ werd al langer achtervolgd door geruchten

Oud-Kamervoorzitter Khadija Arib was selfmade. Ze had nog een aantal jaar door gewild als PvdA-Kamerlid, maar stapte zaterdag op na ‘aanvallen’ op haar ‘waardigheid’.

Hanneke Keultjes
13 januari 2016: Khadija Arib is gekozen als de nieuwe Tweede Kamervoorzitter. Beeld Phil Nijhuis/ANP
13 januari 2016: Khadija Arib is gekozen als de nieuwe Tweede Kamervoorzitter.Beeld Phil Nijhuis/ANP

Toen PvdA-Kamerlid Khadija Arib zich in januari 2016 kandideerde voor het Kamervoorzitterschap, ging ze langs bij D66. De partij had alle kandidaat-Kamervoorzitters uitgenodigd voor een vragenronde, zei ze in 2016 tegen Het Parool. “Ik heb met plezier uitgelegd hoe ik het voorzitterschap zou gaan aanpakken.”

De verhoudingen met D66 liggen nu heel anders: Arib wijst met een beschuldigende vinger naar de huidige Kamervoorzitter, D66’er Vera Bergkamp. Eerder deze week suggereerde Arib dat zij de hand had in anonieme aantijgingen over haar persoon. Waarom Bergkamp het op haar zou hebben voorzien, zegt ze er niet bij.

‘Schrikbewind’

Zaterdagavond maakte Arib (61) bekend op te stappen als Kamerlid na de ‘(anonieme) dolkstoten’ die zij de afgelopen dagen ervoer. Woensdagavond lekte via NRC uit dat het presidium, het bestuur van de Tweede Kamer, na advies van de landsadvocaat besloten had een onafhankelijk onderzoek te gelasten naar Arib.

Er waren klachten binnengekomen over de periode waarin Arib Kamervoorzitter was. Daarin zouden woorden zijn gebruikt als schrikbewind, machtsmisbruik en een onveilige werkomgeving.

“Ik ben bereid veel te verdragen, maar ieder mens heeft zijn grens.” Arib voelt zich aangetast in haar waardigheid, schreef ze in een verklaring die ze via Twitter verspreidde. Als Kamervoorzitter deelde ze een sneer uit naar alle Kamerleden die tussentijds vertrokken, maar nu stopt Arib er zelf mee; anderhalf jaar na de verkiezingen.

Doodgewerkt

Khadija Arib (Hedami, Marokko, 1960) kwam op 15-jarige leeftijd naar Nederland. In Rotterdam, waar zij en haar moeder zich bij haar vader voegden, wilde ze niet zijn. Ze miste Casablanca.

Door haar jeugd zul je Arib niet snel zien koffie zien drinken in een oud fabrieksgebouw dat is omgebouwd tot hipsterhoreca. “Ik voel me daar nooit prettig,” zei ze in 2017 in het AD. “Het roept bij mij altijd het gevoel op van vroeger: hier hebben mensen zich letterlijk doodgewerkt.”

Zelf deed ze vakantiewerk in de wasserij waar ook haar beide ouders werkten. Vies en zwaar werk, noemde ze het. Arib besloot voor een ander leven te kiezen. Ze deed de avondschool, de sociale academie en studeerde sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Werkte als welzijnswerker, beleidsmedewerker en zette zich in voor mensenrechten in Marokko. Eind jaren tachtig werd ze daarvoor in de cel gezet tijdens een bezoek aan dat land.

In 1998 kwam ze in de Tweede Kamer terecht, ongeveer tegelijk met SGP-leider Kees van der Staaij en PVV-leider Geert Wilders. “Ik stam uit de vorige eeuw,” zei ze daar grappend over. Oud-PvdA-politica Jet Bussemaker kwam samen met haar de Kamer in. “Door haar achtergrond was ze een enorm rolmodel voor de vrouwenemancipatie.”

Bussemaker zag ook dat Arib zich vastbeet in ‘onzichtbare’ dossiers zoals mannen die hun vrouwen uitschrijven bij de gemeente terwijl ze in werkelijkheid werden ‘gedumpt’ in landen als Marokko, Iran en Pakistan. “Ze is heel bevlogen, echt een strijder.”

PVV

Het zag er niet altijd naar uit dat Arib 24 jaar Kamerlid zou blijven. De PvdA zette haar bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2006 aanvankelijk op plek 44. De leden zorgden ervoor dat ze uiteindelijk op 34 terecht kwam. Bij de twee verkiezingen daarna (2010 en 2012) moest ze genoegen nemen met plek 30. “Ze is eigenzinnig. Dat maakt je niet altijd geliefd,” zegt Bussemaker. “Ze zal niet slijmen met mensen om hoger op de lijst te komen.”

In 2017 steeg ze plots naar plek 2, pal achter lijsttrekker Lodewijk Asscher. Ze was toen al een jaar Kamervoorzitter – ze nam het stokje over van de bekritiseerde Anouchka van Miltenburg – en bij het publiek populair. Aan zichzelf, maar óók de mensen met wie ze werkt, stelde ze volgens Bussemaker hoge eisen. “Ze gelooft oprecht dat het Kamerlidmaatschap het hoogste ambt is – hoger dan een ministerschap. Die verantwoordelijkheid voelde ze elke dag.”

Haar verkiezing tot Kamervoorzitter was in 2016 allerminst een gelopen race. PVV-leider Wilders keerde zich fel tegen de kandidatuur van Arib. Iemand met een dubbele nationaliteit, stelde hij, kon geen Kamervoorzitter worden. Ze werd dat wel. Als Kamervoorzitter werd haar wel eens verweten te vriendelijk voor de PVV te zijn. Nu werpt Wilders zich op als verdediger van Arib en noemt hij de handelswijze van Bergkamp en het presidium ‘schandalig’. ‘Dit verdien je niet,’ twitterde de PVV-leider zaterdag aan Arib.

Dienstauto

In haar tijd als Kamervoorzitter mocht ze met de dienstauto van haar huis in Amsterdam naar de Tweede Kamer in Den Haag. Maar Arib ging – macht der gewoonte – gewoon naar het station. Daar dacht ze: o shit, ik word opgehaald. “Was ik die hele auto met chauffeur vergeten.” Ze gaf geregeld Amsterdamse Kamerleden na nachtelijke debatten een lift in haar dienstauto.

Denk eiste in 2018 in een debat een lijst met meerijdende Kamerleden – toenmalig Kamerlid Selcuk Öztürk had zelfs foto’s van de ‘meelifters’ gemaakt. Die lijst gaf ze niet. Iedereen, zei ze, mocht met haar meerijden.

Denk werd door Arib hard aangepakt in de Kamer. De ‘opruiende’ filmpjes die de partij maakte over Kamerleden van Turkse komaf waren haar een doorn in het oog. Zij zette in 2019 zelfs haar naam onder een Kamermotie die de praktijken van Denk afwees; het was al honderd jaar niet voorgekomen dat een Kamervoorzitter een motie ondertekende.

Als Kamervoorzitter had Arib één collega: Ankie Broekers-Knol, die van 2013 tot 2019 voorzitter van de Eerste Kamer was. “Er zijn maar twee Kamervoorzitters in het land,” zegt Broekers-Knol lachend. Ze trokken samen op bij Prinsjesdag en begroetten staatshoofden en regeringsleiders. Als ze op de hoogwaardigheidsbekleders stonden te wachten, spraken ze over familie: de kinderen, de kleinkinderen, zegt Broekers-Knol. “Ik ben nooit bij haar thuis geweest of zo, maar we hadden vriendelijk-zakelijk contact.”

De berichten over vermeend grensoverschrijdend gedrag heeft Broekers-Knol ‘in de media’ gelezen. “Ik ga daar niet in treden.”

Seksisme

Al jaren gingen in de Kamer verhalen de ronde over Aribs werkwijze. Het bleef altijd bij gefluister, bewijs was er nooit. Wel zouden er in 3,5 jaar tijd 23 medewerkers bij vertrouwenspersonen en bedrijfsartsen hebben geklaagd.

Arib stelde dat het te maken had met de reorganisatie van de ambtelijke organisatie waarvoor zij als Kamervoorzitter verantwoordelijk was. Ook speelde volgens haar seksisme mee. “Als je een meningsverschil hebt, word je als vrouw altijd uitgemaakt voor het een of het ander. Een man toont dan altijd leiderschap of is besluitvaardig.”

Toen ze twee jaar geleden werd geconfronteerd met de aanhoudende geruchten dat zij streng zou zijn voor haar personeel, reageerde Arib geërgerd. “Elke keer weer… Ik herken me daar niet in.”

Als Kamervoorzitter werd Arib vooral geroemd. Job Cohen, die de PvdA van 2010-2012 leidde, heeft Arib ‘alleen van een afstandje’ meegemaakt. Aan haar rol in fractievergaderingen heeft hij ‘niet echt een herinnering’. “Maar ze was zonder meer een verdomd goede Kamervoorzitter.”

‘Niet gesteund’

De PvdA werd verrast door haar vertrek, zaterdagavond laat. Zoals Arib het onderzoek dat de Tweede Kamer naar haar zou instellen via de media vernam, moest haar fractievoorzitter Attje Kuiken het vertrek van haar fractiegenoot op Twitter lezen. De hele dag had Kuiken al geprobeerd contact met Arib te zoeken. Dat lukte niet.

‘Wat ontzettend naar allemaal,’ schreef Kuiken zaterdagavond laat op Instagram. Ze zei ‘zeer bedroefd’ te zijn, roemde Aribs ‘humor, scherpe blik en wijsheid’ en bedankte haar voor ‘alles wat je voor ons en mij hebt betekent’.

De PvdA-fractie zat in een lastig parket. Kamerlid Henk Nijboer stemde, als lid van het presidium, voor het onderzoek naar Arib. Hij lichtte haar daarover niet in. Nijboer zegt dat de meldingen zo ernstig en serieus waren dat er maar één uitkomst mogelijk was: een onderzoek.

Arib voelde zich niet meer gesteund door haar eigen fractie. Het stak haar dat namen van haar fractiegenoten ontbraken onder de brief die zes oppositie-Kamerleden zaterdag naar Bergkamp schreven waarin zij opheldering eisen over de kwestie. Dat, schrijft ze op Twitter, heeft bijgedragen aan haar besluit te vertrekken.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden