PlusAchtergrond

Keert het vertrouwen in de wetenschap terug? ‘Mensen denken: wat een geklungel’

Beeld Xaviera Altena

Nu het coronavirus rondwaart en de economie op instorten staat, moet de wetenschap verlossing brengen. Maar krijgen de onderzoekers daarmee hun oude status van alweters terug? ‘De mensen zien twee kibbelende experts en denken: wat een geklungel.’

Een kijkcijferrecord. Op 21 april keken 7,8 miljoen Nederlanders tegelijk naar Jaap van Dissel. De directeur van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) gaf uitleg over het coronavirus en de maatregelen die we nog altijd moeten treffen om het tegen te houden. Hij had er zijn beste pak voor aangetrokken.

Goed, Mark Rutte stond ernaast, maar toch: bijna de helft van de bevolking die aan de lippen hangt van een wetenschapper, 1,8 miljoen meer mensen dan er keken naar het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima in 2002.

Wat moeten we doen, meneer Van Dissel? Hoe bijzonder is dat? Een wetenschapper van het RIVM nota bene, het instituut waarvan de stikstofmetingen vorig jaar nog in twijfel werden getrokken door een bende boze boeren.

Heerlijke man, die Van Dissel, vindt wetenschapsjournalist Diederik Jekel. Hij doet hem aan zijn opa denken, een verre voorganger van Van Dissel bij het toenmalige RIV. Mannen in wie je door hun rustige, licht afstandelijke, zelfs een beetje arrogante manier van praten vertrouwen krijgt. Hijzelf, tenminste. “Want ik hou er niet van als belangrijke beslissingen worden genomen op basis van de onderbuik.”

Verlossing brengen

Kennis is macht. De afgelopen weken trok op tele­visie en in de kranten een stoet aan wetenschappers aan ons voorbij om uit te leggen wat momenteel aan de hand is in de wereld. Na de artsen en verpleegkundigen zijn de virologen en microbiologen onze nieuwe helden. Nu we de dood in de ogen kijken en de economie op instorten staat, moeten zij verlossing brengen: een vaccin of medicijn dat een einde maakt aan de coronapandemie. Een uitweg uit de tunnel.

“Wij baseren ons op wetenschappelijke adviezen,” wordt Rutte niet moe te benadrukken. De wetenschap is baas. De wetenschap is, in elk geval, na jaren van verwaarlozing toe aan herwaardering en opwaardering. Zou het?

Drie jaar geleden was de Leidse psycholoog Zsuzsika Sjoerds medeorganisator van de March for Science op het Museumplein, als ­onderdeel van een wereldwijd protest tegen het sentiment dat wetenschap ‘ook maar een ­mening is’. Antivaxxers, die vaccinatie wantrouwen, en klimaatsceptici lieten luidkeels van zich horen. Politici, ook in Nederland, eisten dat ‘de andere kant’ van het verhaal aan bod kwam.

Anti-intellectualisme, schreef de Amerikaanse biochemicus en sciencefictionschrijver Isaac Asimov veertig jaar geleden al in Newsweek, is een rode draad in onze samenleving, gevoed door de misvatting dat democratie betekent: ­my ignorance is as good as your knowledge, dat mijn onwetendheid evenveel waard is als jouw ­kennis.

Is het er beter op geworden nu we direct worden bedreigd door een ernstige ziekte en ons lot in handen ligt van de wetenschap? Sjoerds denkt van niet. “In praatprogramma’s zie ik nog steeds experts zitten tegenover Bekende Nederlanders en mensen met een mening, alsof ze volkomen gelijkwaardig zijn aan elkaar. Wat men maar niet lijkt te willen begrijpen, is dat wetenschap een geobjectiveerde manier is om naar de werkelijkheid te kijken – en dat is heel wat anders dan het geven van een mening.”

Eigen grafiekjes klussen

Fascinerend om te zien wie allemaal mee denken te kunnen praten, vindt Ionica Smeets, hoogleraar wetenschapscommunicatie. En wie allemaal eigen grafiekjes in elkaar zitten te klussen op basis van cijfers die de ronde doen op het internet.

In Australië, vertelt ze, probeerde een sterrenkundige zijn bijdrage te leveren aan de medische wetenschap. Hij had een ingewikkeld ­apparaatje met magneetjes gebouwd, dat alarm zou slaan als hij zijn gezicht aanraakte en hij zichzelf daardoor mogelijk zou besmetten. ­Dat ging mis toen in zijn neus twee van die magneetjes aan elkaar bleven plakken en hij die er met twee andere magneetjes uit probeerde te halen. Lachend: “Zo zie je maar: als je overal verstand van denkt te hebben, zit je voor je het weet met vier magneetjes in je neus op de eerste hulp.”

Uit cijfers blijkt in elk geval dat het in het algemeen nog helemaal niet zo slecht gesteld is met dat vertrouwen. Volgens onderzoek van het ­Rathenau Instituut scoort de wetenschap een 7,1 onder de Nederlandse burgers, veel hoger dan bijvoorbeeld media of politiek. Dat vertrouwen gaat gepaard met steeds hogere verwachtingen dat de wetenschap ons leven ‘gezonder, langer, interessanter en dus prettiger’ maakt.

Veel belangrijker, zegt Ineke Sluiter, aankomend president van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen, is dat we in deze coronacrisis duidelijk maken wat de rolverdeling is tussen wetenschap en overheid. “Virologen en microbiologen leveren de kennis, maken duidelijk wat ze weten en vooral ook wat ze nog niet ­weten, maar de politici beslissen wat daarmee gebeurt. Daar hebben ze ons mandaat voor ­gekregen.”

Zoals Rutte begin maart zei: “In crises als deze moet je met vijftig procent van de kennis ­honderd procent van de besluiten nemen en de gevolgen daarvan dragen.” Een uitspraak die hij volgens Sjoerds best nog een paar keer mag herhalen.

Mensen, op zoek naar duidelijkheid, horen ondertussen de ene week dat mondkapjes volgens de wetenschap niet helpen en de week erop dat ze prima bescherming bieden. De ene dag horen ze dat de sterken onder ons het beste onmiddellijk de straat op kunnen zodat groepsimmuniteit ontstaat en de volgende dag luidt de boodschap dat we binnen moeten blijven. En waarom zegt de ene wetenschapper dat we voor het einde van het jaar een vaccin hebben en ­beweert de ander dat het nog tien jaar duurt?

Failing forward

Wetenschapsfilosoof Jeroen de Ridder van de VU en voorzitter van De Jonge Akademie: “Het bijzondere aan deze tijd is dat we een kijkje in de keuken van de wetenschap krijgen. Doordat er zo’n enorme druk op staat, zien we niet alleen het eindresultaat van het onderzoek naar corona, maar kunnen we met zijn allen dagelijks meegenieten van het proces dat moet leiden tot een oplossing voor het virus. En wat zien we dan? Dat de wetenschap een voorlopige en onzekere onderneming is.”

Wat de ene dag waar is, is het de volgende dag niet. “Wetenschappers zijn voortdurend bezig elkaars ongelijk te bewijzen,” zegt Sjoerds. “Dat is hun manier om verder te komen.”

Sluiter: “Wetenschap is failing forward. Het is heilzaam dat mensen dat eens zien. Wij hebben een inspanningsverplichting, geen resultaatsverplichting.”

Wetenschappers, ze zijn zich er zelf maar al te zeer van bewust, weten ook veel dingen niet. “En vervolgens krijgen zij de schuld als dingen niet werken,” zegt Smeets. “Vraag maar eens aan de leden van het Outbreak Management Team hoe groot de lading drek is die ze dagelijks over zich heen krijgen. De mensen kijken naar de televisie, zien twee kibbelende experts en denken: wat een geklungel.”

Het is, vindt ze, ook lastig te onderzoeken hoe je de wetenschappelijk informatie zo kunt brengen dat mensen er wél vertrouwen in hebben. Wat ga je aan ze vragen, terwijl ze van alle kanten overspoeld worden door hun werk? “Het zou zijn alsof je mensen op de Titanic vraagt om een vragenlijst over een willekeurig zinkend schip in te vullen – en daarbij vooral niet te denken aan de Titanic.”

De wetenschap heeft, kortom, een communicatieprobleem. “Normaal gesproken komen mensen als ik in beeld als de wetenschap klaar is,” zegt wetenschapsjournalist Jekel. “Dan mag ik vertellen dat er een nieuwe planeet is ontdekt of een nieuw medicijn. Nu doe ik verslag van het proces. Het lastige voor wetenschappers is dat ze nooit hebben geleerd hoe ze dat moeten uitleggen.”

Wetenschappers hebben niet altijd in de gaten hoeveel emotie het oproept als gewone mensen kennisnemen van hun werk, denkt ­Jekel. Die vriendelijke meneer Van Dissel, die hem zo aan zijn opa doet denken, is ook gewoon ‘een man die steeds harder gaat praten als hij het gevoel heeft dat hem nog een keer dezelfde vraag wordt gesteld, een man die vooral bezig is met zenden’.

Structurele herwaardering

Psycholoog Sjoerds: “Als wetenschappers zijn wij getraind om onze resultaten zo objectief mogelijk naar buiten te brengen, zodat we er op een neutrale manier over kunnen praten met andere wetenschappers. Wij hebben geleerd de emotie eruit te halen, terwijl je in het debat met het grote publiek de emotie er juist weer in moet gooien. Er zijn maar weinig wetenschappers die dat kunnen.”

Wat rest? De wereldwijde inspanningen in het onderzoek naar Covid-19 zijn vergelijkbaar met de ontwikkeling van atoomwapens, schreef ­Nederlands bekendste wetenschapper Robbert Dijkgraaf in zijn column in NRC.

Het geheime Amerikaanse Manhattan Project (1942-1946) kostte, naar huidige maatstaven, zo’n 23 miljard dollar en leidde tot ‘de naoorlogse infrastructuur van moderne researchuniversiteiten, ­nationale laboratoria en een grote, ­stabiele stroom van publieke onderzoeksmiddelen’.

Dijkgraaf: ‘Krijgen we een vergelijkbare structurele herwaardering van de rol van wetenschap en technologie in onze samenleving?’

Een ongemakkelijke vraag om als wetenschapper het antwoord op te geven, vindt De Ridder: “Wij van Wc-eend adviseren Wc-eend.”

Smeets: “Meer geld voor wetenschappelijk onderzoek? Nu? De vuist op tafel? Dat lijkt me niet. Ik denk ook weleens: smeed het ijzer als het heet is, maar zo zitten wetenschappers niet in elkaar. Artsen en verpleegkundigen zeggen ook niet: we gaan pas helpen als jullie eerst de bezuinigingen hebben teruggedraaid.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden