PlusReportage

Kan Zandvoort profiteren van de Formule 1? ‘We zijn bang dat het momentum voorbij is’

Grand prix-voorpret in Zandvoort. Beeld Simon Lenskens
Grand prix-voorpret in Zandvoort.Beeld Simon Lenskens

Zandvoort is een dorp van ondernemers. Nu het internationale circus van de Formule 1 eindelijk weer het plaatselijke circuit aandoet, zouden ze er graag een graantje van meepikken. Maar helemaal geloven doen ze het nog niet. ‘Ik gooi net zo lief de deur een paar dagen dicht.’

Op het strand van Zandvoort, pal voor Tent 6, vouwen vier vrouwen zich om negen uur in de ochtend onverstoorbaar in de knoop. De zee buldert, de meeuwen krijsen, wandelaars laten hun honden rennen. Een voorzichtig zonnetje laat zich zien, terwijl de viskraam zich opmaakt voor een nieuwe dag.

Wat de vrouwen niet weten: ze maken deel uit van Zandvoort Beyond, het feestprogramma waarmee het dorp zich op de kaart wil zetten nu komend weekend eindelijk, na meer dan 35 jaar afwezigheid, de Formule 1 weer drie dagen lang door de duinen zal knetteren.

Pitstopyoga, zegt Monique Christiaans van ZenZo Yoga lachend. Een ‘rustmomentje’. Even naar binnen keren bij alle drukte.

Mooi verhaal, maar eigenlijk is ze gevraagd door Zandvoort Marketing om de strandsessies die ze toch al houdt dezer dagen in te zetten voor de dorpspromotie. Dan zeg je als lokale ondernemer geen nee. Schouders eronder. Het grote geld zal verderop worden verdiend, achter de hermetisch gesloten hekken van het circuit, waar de internationale autofederatie Fia en prins Bernhard met zijn vrienden van de Dutch Grand Prix de scepter zwaaien. Maar in het dorp pikken ze graag hun graantje mee.

Max Burger

Twee jaar geleden, toen voor het eerst sprake was van de komst van de grand prix, werd de economische spin-off door circuitdirecteur ­Robert van Overdijk nog geschat op 100 miljoen euro. Evenzovele redenen, schreef deze krant, om in Zandvoort de ogen te sluiten voor de schaduwzijden van de race.

Sterker nog: de gemeente draagt in drie jaar vijf miljoen euro bij, onder meer om het ienieminie stationnetje geschikt te maken om er straks tienduizenden reizigers tegelijk doorheen te persen, corona of niet. “De komst van de Formule 1 belooft een groot spektakel te worden,” zei burgemeester David Moolenburgh nadat hij een evenementenvergunning had verleend aan de organisatie. “Heel Zandvoort zal meeprofiteren van de extra aandacht en bezoekers die dit evenement met zich meebrengt.”

De verwachtingen zijn hoog en dus draait op het Badhuisplein het reuzenrad onafgebroken zijn rondjes en is een stukje verderop een ­opblaasbare kartbaan voor kinderen geplaatst. Brasserie Zin in de Haltestraat heeft ondertussen vast de Max Burger op het menu gezet, in de varianten ‘safety car’ en ‘pole position’ (lekker pittig met jalapeños).

Bij souvenirshop Ans, pal tegenover het rad, staat eigenaar Frank van der Marel zijn ramen te lappen. Hij is niet zo’n prater, zegt hij. En dus laat hij het commentaar graag over aan zijn vrouw Marieke. Die moet het allemaal nog zien gebeuren. Sterker nog, zegt ze: wat doet een toerist die een dagje naar het strand wil en ziet dat alle treinen vol zitten met luidruchtige fans van Max Verstappen? Precies: die gaat naar Scheveningen.

Strandhuis of penthouse

Dan komt haar man zich er toch even mee bemoeien. Al 47 jaar staat hij in zijn winkeltje. Hij heeft de laatste grand prix op Zandvoort in 1985 nog in volle glorie meegemaakt. Zaten ze met zijn allen in hotel Bouwes, de Italiaanse mecaniciens en hun families. Een feest was het, en voor ze weggingen kwamen ze bij hem nog even een souvenirtje kopen. Maar nu? “Het is allemaal massaler geworden, terwijl er nog steeds twee wegen naar Zandvoort lopen. Als het een puinhoop wordt, gooi ik de deur net zo lief een paar dagen dicht.”

Marieke: “Ik denk dat de meeste mensen op het circuit blijven.”

Frank: “Of het wordt te rustig, of het wordt te druk.”

Groot ingekocht hebben ze in elk geval niet. Tussen de gekleurde schepjes en emmertjes, de schelpen, sleutelhangers en de ansichtkaarten staan een paar flesjes Zandvoortse ‘Smeerolie’ (14,9 procent), maar dan heb je het ook wel zo’n beetje gehad.

Op het Badhuisplein is een ­opblaasbare kartbaan voor kinderen geplaatst. Beeld Simon Lenskens
Op het Badhuisplein is een ­opblaasbare kartbaan voor kinderen geplaatst.Beeld Simon Lenskens

Elders in het dorp leeft nog wel de hoop. In de vitrine van Zandvoort Makelaars hangen advertenties van Zandvoorters die hun huizen aan de man proberen te brengen. ‘Beleef deze fantastische Formule 1 vanuit uw eigen strandhuis in het pittoreske Zandvoort aan Zee, op loopafstand van het circuit!’ Vier personen, 12.000 euro. Met (drie) tickets erbij: 15.000 euro. Of wat te denken van een luxueus penthouse? ‘Voorkom stress en wees alvast zeker van een slaapplaats’. Voor 20.000 euro.

Tegen de klippen op

Ook de hotelsector laat zich niet onbetuigd. Een appartement van 60 vierkante meter met één slaapkamer bij Beach Suite Sand doet in het weekend van de grand prix meer dan 6000 euro. Wie een week later terugkomt betaalt 577 euro. Ook de grote ketens doen vrolijk mee. Drie nachten voor twee personen in het Hotel NH Zandvoort kost tijdens de grand prix 2565 euro, meer dan vijf keer de normale prijs.

Hebben de Zandvoorters de dollartekens in de ogen? “Misschien,” zegt Jolanda Perol van Zandvoort Makelaars. “Maar storm loopt het niet. Het is onrustig. We hebben pas op het laatste moment te horen gekregen dat het doorgaat – en dan is ook nog eens een deel van het publiek afgezegd. Nu vragen we ons af: is het momentum niet voorbij? Die geluiden hoor je ook bij de bed and breakfasts.”

Ze doen hun best, de Zandvoorters. Tegen de klippen op. Het HDMZ Museum voor moderne en toegepaste kunst heeft zijn complete collectie vervangen door een ‘race experience’. In de grote zaal worden de helden van het dorp ge­eerd: Gijs van Lennep, Rob Slotemaker en Jan Lammers. In het museumcafé kan men ‘onder het genot van een hapje en drankje andere autosportfanaten ontmoeten,’ ronkt de Zandvoort Evenementenkrant. Maar al wat er zit: geen ­autosportfanaten.

‘Racepromotor’ Marcel Busscher van lunchroom Rabbel: ‘Al blijf ik met driehonderd hamburgers zitten, het blijft een cadeautje.’ Beeld Simon Lenskens
‘Racepromotor’ Marcel Busscher van lunchroom Rabbel: ‘Al blijf ik met driehonderd hamburgers zitten, het blijft een cadeautje.’Beeld Simon Lenskens

Ga naar lunchroom Rabbel (‘Voor een bakkie en een babbel’), zeggen ze in het dorp. Daar huist Marcel Busscher, uitvinder van de Pitspils, ‘het snelste pilsje van Nederland’. De grootste onbezoldigde racepromotor van Zandvoort.

Daar staat hij in zijn zaak, tussen de raceparafernalia. Van overalls tot helmen, van banden tot toegangspasjes. Aan het plafond een lamp gemaakt van een oude velg, de muren vol foto’s. Van Mario Andretti die in 1978 Zandvoort won, van Niki Lauda die bij de laatste editie in 1985 als eerste de streep passeerde. En van Neerlands hoop Max Verstappen, die, niet geheel toevallig, juist een flesje Pitspils in ontvangst neemt.

“Ik kan er nog steeds niet bij dat het gaat gebeuren,” zegt hij nog voor hij zichzelf heeft voor kunnen stellen. “Nee, echt. Wat dit gaat opbrengen, dat valt straks niet meer na te tellen.”

Al komen er maar tienduizend mensen naar het dorp, zegt hij. “Al blijf ik met driehonderd hamburgers zitten, het blijft een cadeautje.” Toch kan ook zijn aanstekelijke enthousiasme de zorgen in het dorp niet helemaal verhelen. De cafés moeten om twaalf uur dicht, podia met muziek zijn geschrapt en ook de openbare beeldschermen zijn verboden.

“Weet je wat het is,” zegt Hilly Jansen, directeur van het Zandvoort Museum. “We hebben hier de afgelopen jaren teleurstelling op teleurstelling voor de kiezen gekregen. Dan ging het weer door, dan ging het weer niet door. De dag voordat we hier vorig jaar een tentoonstelling zouden openen, moesten we dicht. De mensen zijn bang.”

In Kaashuis Tromp, op het hoekje van de Grote Krocht, huist Peter Tromp, sinds jaar en dag voorzitter van de Ondernemersvereniging Zandvoort.

“Het dorp wordt een vesting,” zegt hij. “Compleet van de buitenwereld afgesloten.” Hij is blij dat de grand prix eindelijk doorgaat, daar niet van. “Maar als ondernemers weten we niet wat de impact zal zijn. En een ondernemer gaat pas investeren als hij weet waar hij aan toe is. Wat moet ik doen? Vijfhonderd speciale kaasjes inkopen of tweeduizend? Zeg het maar.”

500 miljoen mensen

Nee, erg optimistisch over het komende weekend zijn ze in het dorp niet volgens Tromp. De core business, zegt hij, ligt op het circuit. “Daar is volop vermaak, terwijl in het dorp het hele programma is afgelast.”

Horen we daar irritatie? Welnee, zegt Tromp net iets te joviaal. “Ik hou de ondernemers altijd voor: kijk naar de lange termijn, kijk niet naar 2021. In 2026 moeten we hier nog steeds de grand prix hebben, want vergeet niet: er kijken straks op de televisie 500 miljoen mensen naar Zandvoort. Het zou mooi zijn als die allemaal een keer deze kant op ­komen, zolang het maar niet tegelijk is.”

Wel of (toch) geen grand prix: wordt stikstofrechtszaak alsnog spelbreker?

Of de grand prix op Zandvoort door kan gaan is nog altijd geen uitgemaakte zaak. Maandag, ­uiterlijk dinsdag, doet de rechtbank in Haarlem uitspraak in een zaak die is aangespannen door milieuorganisatie Mobilisation for the Environment (MOB).

Volgens die club klopt er niets van de stikstofberekeningen op grond waarvan de provincie een natuurvergunning heeft afgegeven en ook de rechter is daar nog niet zo zeker van, getuige zijn woorden dat ‘de belangenafweging een lastige is’ en dat hij er de tijd voor wil nemen.

Een voorstel van de MOB om de race te houden zonder publiek werd door het circuit als ‘on­acceptabel’ van de hand gewezen. De MOB redeneerde simpel: die paar racewagens zijn het probleem niet, die 70.000 toeschouwers per dag wel. Een groot deel van hen zal de auto pakken.

Veel succes hebben de natuurbeschermers tot nu toe overigens niet. Eerder deze maand bepaalde de rechtbank al dat het belang van de grand prix groter is dan de rust van de ­bedreigde rugstreeppad en zandhagedis in het duingebied. Het evenement, oordeelde de rechter, is ‘van groot openbaar belang voor de topsport en een impuls voor de regionale economie en het toerisme’.

Toch blijft het verzet levend, zegt Karel van Broekhoven van actiegroep Rust aan de Kust. Ook in Zandvoort, waar zelfs GroenLinks heeft ingestemd. Broekhoven, zelf voormalig wethouder van GroenLinks in Haarlem: “Kritische Zandvoorters durven zich niet in het openbaar uit te spreken tegen deze milieuramp. Dan krijgen ze ruzie met de buren. Maar ze zijn er wel degelijk.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden