PlusInterview

Kamervoorzitter Khadija Arib: ‘Ik heb een dikke huid ontwikkeld’

Khadija Arib: ‘Kamerleden hebben tijd nodig om het vak te leren. Die kans krijgen ze bijna niet meer.’ Beeld Marco Bakker/Lumen
Khadija Arib: ‘Kamerleden hebben tijd nodig om het vak te leren. Die kans krijgen ze bijna niet meer.’Beeld Marco Bakker/Lumen

Khadija Arib (60) moest dit ‘heftige jaar’ met een meetlat door de Tweede Kamer om het gebouw coronaproof te maken. Bij debatten die door konden gaan, zag ze partijen die vooral met de verkiezingen bezig zijn. ‘Dan denk ik: dat is voor een filmpje op social media bedoeld.’

Eigenlijk had Khadija Arib zich al neergelegd bij een eenzame kerst. Alleen thuis, in Amsterdam. Uitslapen. Film. Boek. Maar nu er toch drie gasten welkom zijn, viert ze het met haar kinderen. Haar dochter en kleinkinderen op eerste kerstdag, haar zoons tweede. Dat is hard werken, zegt de Kamervoorzitter in haar werkkamer in het Tweede Kamergebouw, maar ze gaat niet zelf koken. “Ik wil wat bestellen, heb allemaal adresjes van vrienden gekregen. Heerlijke gekonfijte eend enzo, met zuurkool.”

Er is nog wel één probleem: Arib gaf alle kerstversiering weg toen haar kinderen het huis uit gingen. “En dit jaar wil ik wel een kerstboom. Toch voor de sfeer en de saamhorigheid.” Lacht: “Dus nu staat er een kale kerstboom middenin de woonkamer. De ballen moet ik nu gaan bestellen, want de winkels zitten dicht.”

Vraag Arib naar haar jaar en ze zegt dat het een heftige was. “Mijn moeder – ze is bijna 80 – woont in een seniorenflat in Rotterdam. Ik kon niet op bezoek. Ik ben enig kind, dus ze is echt van mij afhankelijk. Voor boodschappen, voor medicijnen. Ze vergeet soms dingetjes. Ze was altijd wel op zichzelf, maar ze mocht ineens ook niet meer naar de moskee, niet langs bij de buurvrouw.”

Het was moeilijk, zegt Arib. “Maar ik ben ook gezegend dat ik niemand heb verloren aan het coronavirus.” Haar dochter, die in de zorg werkt, en schoonzoon, die in het onderwijs werkt, kregen allebei corona en moesten in isolatie. Arib zette tassen met boodschappen voor de deur.

Zijn zij extra voorzichtig met u vanwege uw functie?

“Ja, in de zin dat ze niet te snel een beroep op mij doen. Dat ze eerst kijken naar de andere opa’s en oma’s.”

Net als zoveel oma’s kon Arib haar kleinkinderen, waar ze normaal elke vrijdag op past, niet meer knuffelen. “Ook niet stiekem. Je moet streng zijn voor jezelf. Dat viel niet altijd mee.” Ze ging Facetimen. “Maar toen het weer kon in mei, geloof ik, was dat echt een mooi moment. Ontroerend.”

Hoe was het om Kamervoorzitter te zijn in coronatijd?

“Dat was natuurlijk ongekend. Het is de grootste crisis in vredestijd. Er lagen geen draaiboeken en kon niet terugvallen op beslissingen van mijn voorgangers. Van Schaik heeft op 10 mei 1940 de vergadering geschorst – níet gesloten – en in 1953 vergaderde de Kamer na de Watersnoodramp een week niet. Politici moesten gaan helpen in Zeeland.”

Ze voelde ‘een ongelooflijk zware verantwoordelijkheid’. “Dat iedereen naar je kijkt: wat ga je doen? En je weet niet of het een goede of slechte beslissing is geweest. Dat weet je pas achteraf.”

Normaal gesproken, zegt ze, wil ze breed gedragen besluiten nemen. Overleggen met de hele Kamer. “Maar dat kon niet. Ik handelde puur op gevoel. Mijn ervaring als Kamerlid (Arib is met PVV’er Geert Wilders en SGP’er Kees van der Staaij het langstzittende Kamerlid, red.) hielp daarbij. Ik had geen gevoel van paniek. Wel: hoe gaan we ons hierop aanpassen?”

Arib liep in de eerste golf met een meetlat door de Kamer. Waar konden grote fracties nog vergaderen met inachtneming van de 1,5 meter? “We werden in maart allemaal zo overvallen. We waren echt in shock van zo’n virus. Dan is het heel gek om als Tweede Kamer te gaan debatteren over statiegeld op plastic flessen.”

Dus werden in maart bijna alle debatten met één pennenstreek geschrapt. Kom bij haar niet aan met het verwijt dat de democratie buitenspel werd gezet. Fel: “Grote onzin. Geen enkel Kamerlid heeft ooit zoiets gezegd. Ik was één van degenen die zei: we moeten wel open blijven.” Het compromis: een aantal weken werd alleen nog over de aanpak van het coronavirus vergaderd, de teller staat inmiddels op 22 keer.

Coronaminister Hugo de Jonge was daarbij doorgaans het langst aan het woord. Hoe erg stoorde u zich aan zijn breedsprakigheid?

“Ik moet daar een beetje mee uitkijken… Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is. Hij is leraar geweest, domineeszoon. Hij weet het, en hij werkt eraan.”

Heeft De Jonge wel eens tegen u gezegd dat hij het vervelend vindt als u daar wat van zegt?

“Ja, één keertje. Ik begrijp dat ook. Hij wil het graag uitleggen, mensen meenemen in zijn betoog.”

Toen De Jonge vorige week opstapte als CDA-lijsttrekker, stuurde Arib hem meteen een appje. Toen ze hem afgelopen week sprak zei ze: ‘Ik zou je zo graag een knuffel willen geven. Maar dat doen we later.’ Streng: “Je moet in de politiek nooit leedvermaak hebben. Iedereen komt aan de beurt.”

Elk debat lijkt tegenwoordig een soort verkiezingsdebat, waarbij partijen filmpjes maken voor sociale media. Bent u bang dat dit alleen maar erger wordt omdat partijen niet het land in kunnen?

“Dat is al een tijdje aan de gang hè? Denk heeft dat geïntroduceerd, met filmpjes die Kamerleden verketteren. Andere Kamerleden willen laten zien hoe ‘goed’ ze zijn. Dat is niet tegen te houden. Maar het moet geen knip- en plakwerk worden, dan ben je met misleiding en desinformatie bezig. Zéér kwalijk. Ik zie ook steeds vaker dat Kamerleden alleen aan de eerste termijn van een debat meedoen. Ze steken een verhaal af en dan zijn ze weg. Dan denk ik: dat is voor het filmpje bedoeld.”

Op welke partij doelt u? Wij zien Forum voor Democratie de tweede termijn wel eens overslaan.

Lacht: “Ik zeg niks!”

Na de verkiezingen van 17 maart 2021 wil Arib, nummer 2 op de PvdA-lijst, door als Kamervoorzitter. Als dat lukt, zal ze veel nieuwe gezichten in de zaal zien. Een groot deel van de huidige Kamerleden keert niet terug. Ze werden door hun partijen niet op een verkiesbare plek gezet of helemaal van de lijst gelaten. Arib vindt dat maar niets. “Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat Kamerleden tijd nodig hebben om het vak te leren. Die kans krijgen ze bijna niet meer.” Ze noemt een voorbeeld uit haar eigen Kamerlidmaatschap, waarbij ze ijverde voor de invoering van een Kinderombudsman. “Ik heb daar tien jaar over gedaan.”

Bent u een soort moederfiguur?

“Jullie maken me wel heel oud! Soms heb ik wel dat gevoel. Ik heb ongelooflijk mooi contact met individuele Kamerleden. Ik zal nooit namen noemen, ga later ook geen dagboeken publiceren, maar dat waardeer ik heel erg.”

Ze wil de nieuwe Kamerleden extra begeleiden met ‘klasjes’ staatsrecht, integriteit – de Kamer nam dit jaar integriteitsregels aan – en het reglement van orde. “Dat krijgen net geïnstalleerde Kamerleden nu ook wel, maar dat gaat het ene oor in, het andere oor uit. Is ook logisch. Ze zijn dan nog onder de indruk van alles.” Ook belangrijk, zegt ze: de balans tussen werk en privé. “De werktijden zijn niet van 9 tot 5. Het is hard werken. De druk is heel hoog. Kamerleden worden voor van alles uitgemaakt, dat ze zakkenvullers zijn. Worden soms bedreigd.”

U ook?

“Oh, ja hoor. Dan moet ik weer terug naar Marokko. Dat wordt er vaak bij gehaald. Ik heb wel een paar keer aangifte gedaan. Een tijdje geleden was er iemand die vond dat ik opgelost moest worden in weet ik niet wat. Ik heb een dikke huid ontwikkeld, maar er zijn echt Kamerleden die daaronder lijden.”

In Marokko was ze het laatst tijdens de afgelopen jaarwisseling, in de woestijn en het Atlasgebergte. “Dat was echt zó mooi.” Normaal gesproken gaat ze in elk geval in het zomer- en herfstreces naar het land waar ze in 1960 werd geboren. “Het zij zo. Nu ben ik naar de Veluwe geweest en heb ik in de herfst een week heerlijk gewandeld in Limburg.”

Arib kwam dit jaar ook in het nieuws vanwege de verbouwing van het Binnenhof en de geplande verhuizing van de Tweede Kamer naar het voormalige ministerie van Buitenlandse Zaken. De Kamervoorzitter zou dwarsliggen. Ze zucht. “Er is allemaal roddel en achterklap op dit dossier. Ik líg niet dwars. Het Rijksvastgoedbedrijf probeert het erdoor te drukken. Maar de Kamer heeft niet alle informatie, daar zijn moties over ingediend. We moeten een gewogen besluit nemen.”

Het kabinet zegt: dat besluit is vijf jaar geleden al genomen.

“Juist nu moeten we kijken: zitten we nog op de goede weg? Kan zijn dat we zeggen: goed besluit, we gaan door. Maar de tijden kunnen ook veranderd zijn. Daarvoor moeten we eerst alles weten.”

De tijdelijke ‘Tweede Kamer’ is voor meer dan 160 miljoen euro verbouwd. Is dat niet weggegooid geld als u hier blijft zitten?

“Die vraag moeten jullie écht aan staatssecretaris Raymond Knops stellen. Ik vind dat óók veel geld. Maar de Kamer heeft nooit gevraagd om dat pand voor 160 miljoen te verbouwen. De hele verhuizing zou 30 of 35 miljoen kosten. Dus dat moet Knops verantwoorden.”

Maar u heeft nu de sleutel in handen.

“Nee, niet in míjn handen. Dat beslist de Kamer. Mijn enige rol hierin is dat de Kamer goed is geïnformeerd. Als je een meningsverschil hebt, word je als vrouw altijd uitgemaakt voor het een of het ander. Een man toont dan altijd leiderschap of is besluitvaardig. Het seksisme druipt er af in dit dossier. Als het over Knops gaat, spreekt hij namens het kabinet. En Arib spreekt als individu. Ik kom op voor de Tweede Kamer.”

22 jaar in de Kamer

Khadija Arib (Hedami, Marokko, 10 oktober 1960)

Arib studeerde maatschappelijk werk en sociologie in Amsterdam

1978-1983: diverse functies al maatschappelijk werker

1984-1987: coördinator werkgelegenheidsproject voor allochtone vrouwen bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

1987-1998: diverse functies bij gemeente Amsterdam, docent methodiekontwikkeling aan de Hogeschool van Amsterdam, onderzoeker Erasmus Universiteit Rotterdam

1998-heden: Lid van de Tweede Kamer namens de PvdA

2016-heden: Voorzitter van de Tweede Kamer

Arib is gescheiden, heeft drie kinderen en woont in Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden