PlusAchtergrond

Kamer haalde geld uit lerarenbeurs – en nu is die leeg: wiens schuld is dat?

Ruim 2400 leraren kregen recent te horen dat zij geen beurs krijgen voor een opleiding. Tot verbijstering van de Tweede Kamer is de pot leeg. Het parlement is daar zelf verantwoordelijk voor, maar Kamerleden wijzen naar minister Slob. ‘We zijn op het verkeerde been gezet.’

De lerarenbeurs was dit jaar snel op: leraren die komend studiejaar aan een studie wilden beginnen, visten vaak achter het net. Leerkrachten die voor het tweede of derde jaar van hun studie een beurs aanvroegen, kregen voorrang.Beeld ANP XTRA

Erwin Wezendonk (33) uit Hoofddorp staat al jaren voor de klas, maar twijfelde of hij nog wel door wilde in het basisonderwijs. Het vooruitzicht van een studie pedagogiek aan de HvA gaf hem nieuwe motivatie. “Ik ging er weer met goede moed in.”

Van die goede moed is nu weinig meer over. De lerarenbeurs die hij in april aanvroeg is afgewezen, hoorde hij eind vorige maand; een maand vóór hij aan de studie zou beginnen. En zonder die beurs lijkt de studie niet meer betaalbaar. “Het collegegeld is het probleem niet, maar ik zou met de beurs ook een dag studieverlof krijgen en dus minder gaan werken. Als ik dat zelf moet gaan betalen, red ik het financieel gezien niet.”

Subsidie voor studieverlof

De lerarenbeurs werd in 2008 ingevoerd om bestaande leraren de kans te geven om een bachelor- of masteropleiding te volgen aan een hogeschool of universiteit. Zo moest het beroep aantrekkelijker worden en de kwaliteit van het onderwijs verbeteren. Leraren kunnen een beurs aanvragen voor het collegegeld, boeken en reiskosten. Scholen kunnen subsidie krijgen om een leerkracht op studieverlof te sturen en vervanging in de klas te regelen.

In het begin was de beurs populair en het beschikbare geld snel op. In de jaren die volgden werd het budget stap voor stap opgehoogd tot bijna 100 miljoen euro per jaar. Maar de afgelopen jaren zakten het aantal aanmeldingen in en bleef er telkens geld over in de pot. In 2018 ging het om ruim 14 miljoen euro.

Geld dat niet wordt uitgegeven gaat weer terug naar het ministerie van Financiën. Dat wilde de Tweede Kamer voorkomen, zegt CDA-Kamerlid Michel Rog. “Dan kunnen we beter kijken hoe het geld dan wél zo goed mogelijk aan onderwijs kan worden besteed.” Die bestemming was snel gevonden: de aanpak van het lerarentekort.

Lerarentekort en begeleiding zijinstromers

In 2018 besloot de voltallige Kamer voor het volgende jaar 22,2 miljoen euro uit de lerarenbeurs te halen om het lerarentekort regionaal aan te pakken en de begeleiding van zijinstromers, mensen die van een ander beroep overstappen naar het onderwijs, te verbeteren. Na het toekennen van de lerarenbeursaanvragen in 2019 was er dit keer minder geld ‘over’: zo’n 7,5 miljoen euro. 

Toch werd op initiatief van de coalitiepartijen dat jaar nogmaals het mes in het budget gezet, met steun van de gehele Tweede Kamer. Weer ging het geld naar de bestrijding van het lerarentekort. Er bleef nog 49,6 miljoen euro beschikbaar voor de lerarenbeurs, terwijl in 2018 en 2019 tussen de 80 en 75 miljoen euro aan beurzen werd uitgekeerd. 

Toen leraren vorige week massaal te horen kregen dat hun aanvraag was afgewezen, reageerde de Kamer desondanks onaangenaam verrast. GroenLinks, SP, D66 en CDA stelden Kamervragen en willen dat Onderwijsminister Arie Slob extra geld vrijmaakt om de afgewezen leraren alsnog een beurs te geven. GroenLinks-Kamerlid Lisa Westerveld: “Het ministerie moet dit hebben voorzien, maar heeft de Kamer hier nooit over geïnformeerd.”

Een woordvoerder van minister Slob erkent dat het ministerie wist dat het budget ontoereikend zou zijn en wijst erop dat dit vanaf begin dit jaar in nieuwsbrieven is gemeld aan vakbonden en sectororganisaties; de Algemene Onderwijsbond en middelbare scholenkoepel VO-raad meldden het vervolgens op hun sites. Ook werd het in maart genoemd in een publicatie in de Staatscourant. Het werd niet gemeld in Kamerbrieven of -debatten.

Nul op het rekest

Volgens CDA’er Rog hebben Kamerleden van de coalitie voorafgaand aan de begrotingsbehandeling om tafel gezeten met het ministerie en is daar de vraag gesteld hoeveel aanvragen er dit jaar te verwachten waren. Op basis van het antwoord – er zou dit jaar weer zogeheten ‘onderuitputting’ zijn – was de inschatting van de coalitiepartijen zonder problemen geld uit de lerarenbeurs konden overhevelen voor de begeleiding van zijinstromers. “Ik ben nu verbaasd dat mensen nul op het rekest krijgen. Dat was nooit onze bedoeling.”

Ook D66 en VVD zeggen dat Slob ‘geen enkele indicatie gaf’ dit zou kunnen gebeuren. Toen de onderwijsbegroting in november 2019 in de Kamer werd besproken, juichte Slob het amendement van de coalitiepartijen juist toe. “Het is heel fijn als we volgend jaar wat ruimte hebben met betrekking tot de zijinstromers die er weer bij kunnen gaan komen,” zei hij toen. “We zijn op het verkeerde been gezet door de minister,” zegt D66-Kamerlid Paul van Meenen nu. Het ministerie geeft geen antwoord op de vraag of Kamerleden om de tuin zijn geleid.

Ironisch genoeg, zegt basisschoolleraar Wezendonk, heeft zijn school al een zijinstromer geregeld die één dag in de week zijn klas zou overnemen als hij met zijn neus in de boeken zou zitten. Wezendonk heeft zijn hoop nu gevestigd op zijn schoolbestuur, die ook een ‘scholingsbudget’ heeft. Hoge verwachtingen heeft hij niet. “Daar heeft iedereen nu ook vakantie. Bovendien kunnen ze niet iedereen helpen; ik ben vast niet de enige leraar binnen mijn bestuur die teleurgesteld is over een afgewezen beurs.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden