PlusReconstructie

Kabinet verkeek zich op het belang van snel die eerste prik zetten

Het kabinet heeft zich pijnlijk verkeken op de start van de vaccinatiecampagne. Door niet te kiezen voor een snelle ‘symbolische’ eerste prik kleeft er nog altijd een faalfactor aan het prikprogramma, terwijl Nederland de schade allang heeft ingehaald. En de weg naar de heropening was soms een worsteling. Ministers doen een boekje open. ‘We hadden geen idéé wat het precieze effect was.’

Een flacon met het Janssenvaccin op een GGD-priklocatie.  Beeld ANP
Een flacon met het Janssenvaccin op een GGD-priklocatie.Beeld ANP

Dat zeggen betrokkenen uit en rond het kabinet in een reconstructie van de derde coronagolf. “Het exacte moment van beginnen maakt op termijn epidemiologisch niets uit, maar we hebben qua beeldvorming onderschat wat dit betekent,” zegt een ­minister. “Inmiddels lopen we volmaakt in de pas, laatst prikten we zelfs het meeste weg in een week. Maar het beeld van die trage start kleeft er nog altijd aan.”

Symbolische daad

Vaccineren is de optimale weg uit de coronacrisis, maar de Nederlandse prikcampagne kent een stroeve start. Diverse andere EU-lidstaten kiezen ervoor om al voor de jaarwisseling hun schaarse eerste ampullen leeg te prikken, Nederland doet dat pas ­begin januari.

Vroeg prikken is een ‘symbolische’ daad, sust minister Hugo de Jonge. Het stelt niks voor, lijkt de boodschap. Maar zo ontstaat het beeld van een kabinet dat niet veel waarde hecht aan het vaccinatietempo. Nederland bungelt onderaan Europese lijstjes, het regent oproepen om dag en nacht door te prikken, daarvoor sporthallen leeg te ruimen. Dit terwijl vooral de bescheiden leveringen het tempo ­beperken. Tot in het Torentje bij premier Mark Rutte leidt dit alles tot ­‘ongemak’ over de stroeve aanloop.

De brede bril

Inmiddels is de campagne op stoom, met nu bijna 15 miljoen vaccinaties gezet en dik 60 procent van de mensen die een eerste prik heeft gehad.

Terugblikkend erkennen Haagse bronnen dat het een stuk beter was geweest om veel eerder een ‘brede bril’ op te zetten, om de crisis ook zichtbaarder vanuit andere perspectieven te benaderen dan alleen de epidemiologie.

“Niet heel lang na die eerste kritiek zijn de planbureaus aan boord gekomen, zijn ook de ‘zachte kanten’ betrokken,” zegt een bron. “Dat hadden we ongetwijfeld eerder moeten doen. Dan straalde je in het beeld meer uit dat je als kabinet oog had voor alle aspecten.”

Op de dag dat Nederland teruggaat naar het oude normaal wordt ook de strijdbijl tussen de hardliners en rekkelijken in het kabinet voorlopig begraven. Het grote publiek zag een eensgezind duo zo’n beetje driewekelijks zelfverzekerd het land toespreken op de coronapersconferentie, maar achter de schermen moeten Mark Rutte en Hugo de Jonge soms strijden voor iedere lockdownmillimeter. Met bewindspersonen die de noodzaak van maatregelen betwisten (‘de terrassen dicht is onzin’) en het nut betwijfelen (‘bij al die maatregelen hadden we geen idéé wat de precieze effecten waren’).

Op deze officieuze lockdown-bevrijdingsdag blikken we met direct betrokkenen terug op het crisismanagement tijdens een lange winter in lockdown. Diverse bronnen spreken op voorwaarde van anonimiteit, zodat ze vrijuit kunnen spreken.

Berekening in het Catshuis

Na de ‘overval’ van vorig voorjaar went Nederland aan het coronavirus. Ook binnenskamers maakt angst plaats voor berekening, verdampt de volgzame onwetendheid. Waar RIVM-topman Jaap van Dissel in maart en april vooral college geeft over het coronavirus, krijgt hij later steeds vaker kritische vragen over zijn modellen, over de onderliggende aannames en prognoses.

Werkt het echt, kan het niet anders, willen bewindspersonen in het Catshuis weten. “Zo’n model zit vol aannames, met veel onzekerheden,” zegt een minister. “Over de tijd dat het virus erover doet om zich te vermeerderen, de besmettelijkheid, het effect van maatregelen. Daar ging het vaak over. En is het reëel om grote effecten te verwachten lang nadat een maatregel is ingevoerd? Gaan jongeren niet samenklonteren door een avondklok, als ze juist vroeger afspreken? Nemen we wel genoeg de gedragsfactor mee?” Een collega ziet hoe (de inmiddels opgestapte) minister van Economische Zaken Eric Wiebes zelf aan het rekenen gaat: hoeveel mensen passen er op een terras op afstand? “Eerst waren het de bioscopen, nu tekende hij terrassen in.”

Al langer is er een strijd gaande tussen de bewindspersonen die vooral naar de zorg en de epidemiologie kijken - de coronakernploeg met minister Hugo de Jonge, premier Mark Rutte, minister Tamara van Ark en Ferd Grapperhaus - en hun collega’s van andere departementen: onder anderen Wopke Hoekstra (Financiën), Eric Wiebes, Mona Keijzer (beiden Economische Zaken) en Wouter Koolmees (Sociale Zaken).

Wanhopig

Dat knettert. Zo emotioneel als het er op Twitter of aan de talkshowtafel aan toegaat, zo botst het ook aan de tafel van de Tuinzaal in het Catshuis, vertelt een minister. “Je neemt je privé ook mee. Je bent moe, soms denk je: ‘wat is dit nou voor een inbreng, klojo’.” Op enig moment verzucht een van de aanwezigen: “Waarom moeten die sportwedstrijden voor kinderen stoppen? De ouders dragen allemaal hesjes, iedereen houdt afstand. Waarom doen we dit?”

Zo’n bijna wanhopige vraag stuit steeds op dezelfde stoïcijnse epidemiologische muur van Van Dissel, gestut door De Jonge en Rutte: heel precies weten we niet wat elke losse maatregel doet, maar in het algemeen moeten we zo min mogelijk contacten hebben om het virus niet te laten overspringen. En dan geldt: hoe minder activiteiten, hoe minder reisbewegingen, hoe minder potentiële contacten.

Het is een abc’tje voor experts, maar toch wordt er zondag na zondag over gesteggeld in het Catshuis. “We keken ook continu naar andere landen: waar kunnen we van leren”’ zegt een aanwezige. Maar afkijken blijkt lastig: elk land lijkt een keer aan de beurt te komen: “Zelfs Duitsland.”

Coalitie binnen de coalitie

De ministers van ‘de bredere blik’ bereiden hun bijdragen vooraf nauwkeurig voor, om zo meer een front te kunnen vormen versus Rutte, De Jonge, Van Ark en Grapperhaus. Dat kernteam ziet elkaar bijna dagelijks bij de informele coronalunch op het ministerie van Algemene Zaken.

Tegenwicht is nodig: “Je moet oppassen dat je niet maar wat doet ‘om maar iets te doen’. Daar hamerden wij op. Niet in de valkuil trappen van: ‘we moeten iets! Dít is iets, laten we dit doen.’”

Sluipenderwijs krijgen economische, psychologische en maatschappelijke aspecten meer aandacht, al duurt het lang. “Ik reed die maanden weleens gefrustreerd naar huis, na weer zo’n Groundhog Day-ervaring (naar de film waarin de hoofdpersoon elke dag exact hetzelfde beleeft als de dag ervoor, red.) Je was moe, er was zo’n gevoel van uitzichtloosheid, en dan krijg je alleen maar slecht nieuws, en is er amper zicht op een oplossing.”

Achteraf erkennen anderen dat het beter was geweest om veel eerder een ‘brede bril’ op te zetten, om de crisis ook zichtbaarder vanuit andere perspectieven te benaderen. “Niet heel lang na die eerste kritiek zijn de planbureaus aan boord gekomen, zijn ook de ‘zachte kanten’ betrokken. Dat hadden we ongetwijfeld eerder moeten doen. Dan straalde je in het beeld meer uit dat je als kabinet oog had voor alle aspecten. Die kwamen wel terug in discussies, maar in de structuur hadden die onvoldoende een plek gekregen.”

Vaccineren

Er is één belangrijke lockdown-loze weg uit de coronacrisis: vaccineren. En juist die megaoperatie kent voor Nederland een uiterst moeizame start. Minister De Jonge belooft op enig moment ‘in de eerste week van januari de eerste prik te zetten’. Aanvankelijk wordt zijn belofte weggezet als de zoveelste onhaalbare ambitie, maar niet lang daarna dreigt Nederland het sloomste jongetje van de Europese klas te worden door ‘pas in januari’ te beginnen. Diverse andere lidstaten kiezen ervoor om al voor de jaarwisseling hun schaarse eerste ampullen vaccin weg te prikken. Een ‘symbolische’ daad, sust De Jonge na consultatie van de GGD’s. De gezondheidsdiensten kunnen het niet sneller, dus begint Nederland wat later. Niks aan de hand, is de laconieke boodschap, we komen er wel.

Maar de boel ontploft: dag in dag uit vullen experts de krantenkolommen en talkshowtafels met internationale vergelijkingen, lijstjes waarin Nederland onderaan bungelt. Het regent oproepen om ‘het leger’ in te zetten, dag en nacht door te prikken, daarvoor sporthallen leeg te ruimen.

Later beginnen was inderdaad een taxatiefout, vinden betrokkenen. “Het exacte moment van beginnen maakt op termijn epidemiologisch niets uit, maar we hebben qua beeldvorming onderschat wat dit betekent,” zegt een minister. “Inmiddels lopen we volmaakt in de pas met andere landen, laatst prikten we zelfs het meeste weg in een week. Maar het beeld van die trage start kleeft er nog altijd aan.” In het Torentje bij Rutte heerst eveneens ‘ongemak’ over die stroeve aanloop naar de eerste prik, zag een betrokkene: “Als dit de belangrijkste uitweg is: hadden we dat dan niet sneller moeten doen? Dat zat ons niet lekker.”

Verkiezingen

In aanloop naar de verkiezingen vrezen virologen voor een giftige invloed van de campagne op het coronabeleid. Het kabinet stapt in januari op vanwege de Toeslagenaffaire, ingewijden vrezen dat zelfs coalitiepartijen nu met het corona-thema ‘aan de haal gaan’.

Dat zou haaks staan op de oproep die Rutte al vrij snel na de start van de corona-uitbraak doet in de wekelijkse ministerraad: “We gaan hier geen populariteitsprijs mee winnen, we moeten gewoon de verstandige dingen doen,” zei de premier volgens een aanwezige. “Zijn boodschap was: ‘Jongens, vergeet de persoonlijke consequenties, we moeten de dingen doen die goed zijn, weg van de politiek, als een crisiskabinet’.”

Dat lukt grotendeels, menen de bronnen, al sluipt er bij D66 partijpolitiek in bij de discussie rond de avondklok, zien anderen, terwijl het CDA intern ruziet over het lijsttrekkerschap, waarbij door partijgenoten gefluisterd wordt dat De Jonge de coronacrisis niet aankan.

De Jonge trekt zijn conclusies in december en stapt terug als partijleider. Daarna wordt het rustiger. Wel wordt hij voortdurend aangevallen in de Tweede Kamer, vanuit de PVV (‘gooi het land open’) tot de PvdA (‘we moeten het virus indammen’).

null Beeld ANP
Beeld ANP

Onzin

Maar de strategie van containment (streven naar nul coronagevallen) wordt door de beslissers niet als serieuze optie gezien. Eén minister noemt het onzin, een andere bron zegt dat het voor Nederland geen optie is: “Een land op slot gooien helpt absoluut, maar op enig moment moet je weer afschalen. We zijn geen eiland, dan komen er weer varianten en dan ga je weer.”

Als D66-lijsttrekker Sigrid Kaag zich steeds duidelijker hoorbaar opstelt in de ministerraad, nodigt Rutte haar vanaf februari uit voor de Catshuisoverleggen, hoewel ze daar als minister van Buitenlandse Handel strikt genomen misschien weinig te zoeken heeft.

“Zo gaf hij haar eigenaarschap, zo kon de eenheid bewaard worden’’, recenseert een aanwezige. De D66-politica wordt op die manier bij het beleid betrokken, en Kaags komst geeft een nieuwe dynamiek. “Dan zei ze ‘door mijn ervaring bij de VN weet ik hoe mensen op onzekerheid reageren in een crisis’.” Dat het kabinet later expliciet communiceert dat ze weloverwogen een risico neemt met een versoepeling - tegen advies van het OMT - zou daarvan mede het gevolg zijn. ‘Better safe than sorry’ wordt een beetje ‘better sorry than safe’.

Anderen zien vooral dat D66 aan het ‘tegenhangen’ is: de controversiële avondklok gaat onder meer onder druk van de democraten een half uur later van start. En eind maart wordt het straatverbod nog een keer een uur later: vanaf 22:00 uur: “Niet zo’n sterk nummer,” zegt een minister. “Maar dat was nodig om D66 aan boord te houden. Het is natuurlijk gek dat je zegt: een avondklok is een effectief middel om contacten te verbreken, en daarom laten we hem op het moment ingaan dat het niet meer zoveel uithaalt.” Een andere bron zegt: “Ik begrijp dat mensen dit als koehandel zien, maar het is ook de politieke realiteit. Je moet wel tot resultaat komen. Draagvlak is nodig.” In het najaar ligt de avondklok ook al op tafel, maar dan zijn er nog legio alternatieven die ‘minder pijn’ doen, zegt een ingewijde.

Versoepelingen

Zo poldert het kabinet zich de eerste volledige coronawinter door, met een steeds terugkerende paradox: hoe heftiger het virus toeslaat, hoe eenvoudiger het besluitvormingsproces is. De harde lockdown in december, zelfs de zo gehate avondklok (volgens de premier ‘een rotding’): op die sleutelmomenten staan de neuzen vaak dezelfde kant op, vanwege een dreigend code zwart op de ic’s en de onheilspellende ‘lijn’ van Van Dissel. “Begint het nu weer opnieuw,” verzucht de RIVM-directeur in december zelf ook. “Maar je hebt geen keus. Er zit niks anders op, je kunt het virus niet zijn gang laten gaan,” aldus de voorzitter van het OMT.

Twijfel en vrees zijn er die decemberdagen ook onder bewindspersonen, weet een ander: “Fuck, wat gaat dit betekenen? Weer een beroep moeten doen op de samenleving, terwijl mensen het gevoel hadden dat het leven net weer wat aangenamer zou worden.”

Daaromheen is er interne strijd. Bij het ministerie van Economische Zaken circuleren modellen die moeten aantonen dat terrassen heropenen juist besmettingen scheelt (!). De concurrentie om ‘wie eerst mag’ bij versoepelingen verhardt: cultuur, onderwijs, horeca - elke bewindspersoon die een deelbelang vertegenwoordigt, maakt zich daar sterk voor.

Dat er uiteindelijk eind april iets eerder versoepeld wordt dan het OMT verstandig acht, is om ‘te zorgen dat het touwtje niet breekt’ in de samenleving, weet een bron: “Het leverde wel weer discussie op tussen de hardliners en de rekkelijken.”

Nu het openingsplan versneld kan ingaan en corona flink op zijn retour is, komen de gemoederen op het Binnenhof tot bedaren. Bewindspersonen en bronnen uit beide kampen zeggen dat de discussies vooral vruchtbaar waren. Voor ‘de goede zaak’ debatteerden ze op het scherp van de snede, ‘nogal wiedes’ als het over zulke ingrijpende besluiten gaat.

Frustratie

Maar frustratie blijft er evenwel. Diverse kabinetsleden blijven hun gelijk halen. Een minister zei dit voorjaar nog dat de terrassen echt niet dicht hadden gehoeven: “Onzin.” Een ander bewindspersoon zegt nu: “Ik zeg je één ding: bij al die maatregelen hadden we geen idéé wat de precieze effecten waren.”

De restricties gaan er zaterdag grotendeels van af, al waarschuwen experts voor al te losse regels, met de komst van de deltavariant die extra besmettelijk is. “Dit is niet voorbij,” waarschuwt OMT-lid Marion Koopmans. “Je ziet in Nederland snel dat het sentiment kantelt: ‘het probleem is over’, concluderen we dan. Zo ging het vorig jaar ook.”

Bewindspersonen staan in standje waakzaam, benadrukken ze, maar tellen ondertussen hun zegeningen. “Het was misschien lelijk hier en daar,” zegt een minister. “En toch is het coalitiepolitiek in de beste Hollandse traditie. Je bent elkaars grote concurrent in verkiezingstijd, zit met enorm veel deelbelangen. En het lukt wonderwel alsnog om de dingen te doen die nodig zijn. Het is nooit een onwerkbare situatie geworden. Al is het soms wel een rafelig compromis.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden