PlusDe klapstoel

Journalist Thijs Zonneveld: ‘Ik heb als profwielrenner sterk overwogen doping te gebruiken’

Thijs Zonneveld (1980) is wielerjournalist- en schrijver. Zijn boek over Thomas Dekker werd genomineerd voor de NS Publieksprijs. Zijn nieuwe boek Altijd koers gaat over het coronajaar waarin het wielrennen bijna helemaal stilviel.

Thijs Zonneveld. Beeld Harmen de Jong
Thijs Zonneveld.Beeld Harmen de Jong

Noordwijkerhout

“Midden in de Bollenstreek. Mijn eerste zomerbaantjes had ik ook allemaal op de lokale tuinderijen: bollen pellen, bollen zetten, bloemen snijden. Dat werk was vreselijk. Elke ochtend belachelijk vroeg op en dan duurde een dag ontzettend lang. Ik was zo blij als Radio Tour de France om twee uur begon. Wat ik toen al bedacht: ik moet later iets doen waarbij ik niet de uren wegwens. Al die mannen om me heen waren alleen bezig met vragen als: ‘Is het al pauze?’ of ‘Mogen we al naar huis?’ Dat is als levensinvulling wel heel beperkt.”

Kiezelsteentjes

“De liefde voor wielrennen heb ik van mijn vader. Hij fietste zelf veel en reed ook wedstrijden. Toen ik een jaar of 15 was, gingen we op zomervakantie naar de Mont Ventoux. Mijn vader nam zijn fiets uiteraard mee. Als ik zijn snelste tijd op die beklimming zou verbeteren, mocht ik die van hem hebben. Dat lukte me.”

“Mijn vader hoopte dat ik profwielrenner zou worden. Voor mijn moeder gold het tegenovergestelde. Ze vond het vreselijk, veel te gevaarlijk voor haar zoon. Snap ik wel. Het is, zeker in het begin, een harde sport vol valpartijen.”

Wielerprof

“Ik werd prof voor een Frans opleidingsteam en later een kleine Spaanse ploeg. Ik woonde in Aix-en-Provence en later in mijn eentje in Santander. Je hebt drie niveaus in het profwielrennen. Het eerste zien we op televisie. Tussen die gasten rijden wielrenmiljonairs. Op mijn niveau, de spelonken van het wielrennen, ­verdiende je 1500 of 2000 euro per maand, net genoeg om in je levensonderhoud te voorzien en je droom na te jagen.”

“Toch slokte het wielerleven ook op mijn niveau alles op. Ik was extreem bezig, trainde zoveel ik kon en lette nauwgezet op mijn voeding. En dan was het de kunst net iets minder te eten dan ik verbrandde om zo weer wat gewicht te verliezen. Ik stond zowat de hele dag op de weegschaal. Op het laatst zat ik echt dicht bij een contract bij een profploeg op het hoogste niveau. Maar ik kwam er niet tussen, was uiteindelijk ook gewoon net niet goed genoeg.”

Doping

“Ik heb in die jaren sterk overwogen doping te gebruiken, maar heb het uiteindelijk niet gedaan. Ik was te bang voor de lange termijn. Moest ik dan mijn hele leven blijven liegen? Ja, het had makkelijk gekund als ik had gewild. In 2004 kwam het het dichtst bij. Ik reed een wedstrijd in Spanje. Mijn Franse ploeg- en kamer­genoot kwam buiten tijd binnen en moest naar huis. Met zijn rolkoffertje in zijn hand zei hij: ‘Ik heb een spuit epo in de minibar laten liggen. Ga je gang.’ Toen heb ik een kwartier voor dat koelkastje gezeten. Ik zag voor me hoe ik dat laatste stapje naar de top kon maken, maar dacht uiteindelijk: als ik dit doe, kan ik nooit meer terug. Ik ben naar de ploegleider gegaan en gezegd: ‘Ik wil nooit meer bij die jongen in de auto zitten als we de grens overgaan. De politie haalde in die tijd flink wat kofferbakken leeg bij controles.”

“In 2007 was het genoeg. Ik stopte. Net 27 was ik. Eigenlijk beginnen dan de beste jaren van een wielrenner. Zeker achteraf een maf moment. Een jaar later werd het bloedpaspoort voor renners ingevoerd. Dat maakte de sport veel schoner. En ja, dat had vast wat concur­rentie gescheeld.”

Weblog

“Mijn jaren in Frankrijk hebben me in de richting van de journalistiek opgestuurd. Om in contact te blijven met mijn vrienden begon ik een blog bij te houden. Dat werd opgepikt door een paar wielerbladen en het Leidsch Dagblad en het Haarlems Dagblad. Waar een normale journalist begint met stukjes voor de lokale krant over bruiloften en jubilea, was ik voor ik het wist columns aan het schrijven. Zo ontwikkelde ik mijn eigen schrijfstijl. Toen ik stopte met wielrennen, kon ik bijna overal terecht. Nu ben ik een beetje journalist, een beetje columnist, een beetje schrijver en nog een beetje oud-sporter. Overal een beetje bij horen, maar nergens helemaal; dat vind ik een mooie positie.”

De Pers

“Mijn eerste vaste werkgever, een gratis krant die helaas maar een paar jaar heeft bestaan. Ik gedroeg me er in het begin als een topsporter: volkomen egocentrisch. Ik schreef mijn stuk, leverde dat in en ging naar huis. Aan teamgevoel deed ik niet. Ook op Jojanneke, later gelukkig mijn vrouw, maakte ik een slechte eerste indruk. Een halve autist, vond ze me. Logisch. Een normaal gesprek was er niet met me te voeren. Pas toen we na twee jaar samen moesten werken op het Sportgala gebeurde er wat.”

“Die mentaliteit van hard voor jezelf zijn, ben ik nooit helemaal kwijtgeraakt. Je moet altijd door, vind ik. Als een van mijn kinderen valt, is het nog steeds mijn eerste impuls: ‘Hup, opstaan, niet zeuren.’ Gelukkig leer ik steeds beter dat emotie tonen ook gezond is. Jojanneke is daarin heel belangrijk geweest. Voor haar voelde ik iets waarvan ik altijd dacht dat het voor mij niet was weggelegd. En toen de kinderen kwamen, draaide mijn wereldbeeld helemaal totaal. Gelukkig, want van een robot om je heen word niemand blij.”

Thomas Dekker

“Ik had niet verwacht dat het boek dat we samen maakten zó veel stof zou doen opwaaien. Maar natuurlijk wist ik wel: we gaan namen en rugnummers noemen, precies beschrijven wat er in het wielrennen van begin deze eeuw gebeurde, dat gaan de mensen uit dat dopingcircuit niet leuk vinden. Maar het achterliggende doel maakte het de ruzies waard: die cultuur van toen mag niet meer terugkomen. En ja, ik weet dat er doktoren of managers zijn die nu geen baan meer hebben, maar die troep is wel opgeruimd. Mede dankzij Thomas’ verhaal.”

Tom Dumoulin

“In mijn boek Altijd koers staat een AD-interview met hem uit 2020. Een half jaar geleden wilde hij nog door, nu is hij er achter dat hij zijn plezier in de sport kwijt is. Ik vind het moedig dat hij dat benoemt, want plezier is in de topsport een ondergeschoven kindje. Het gaat zogenaamd alleen om winnen. Maar wat als de druk en de opofferingen al je plezier verpesten en je jezelf zelfs over de kling jaagt? Ik denk niet dat hij als ronderenner terugkeert. Het korset waarin hij daarvoor moet leven, knelt hem denk ik te veel. Ik hoop vooral dat hij uitvindt waar zijn geluk ligt en daar dan voor kiest.”

Mathieu van der Poel

“Zijn verhaal gaat over hetzelfde als dat van Dumoulin: plezier. Bij Van der Poel spat het ervanaf. Hij heeft lak aan alle bespiegelingen, tactische plannen en berekenende ploegleiders. Hij doet gewoon wat hij leuk vindt, blijft in de winter veldrijden en valt in het voorjaar op de weg aan wanneer anderen denken dat dat niet kan. Hij breekt met alle wielerwetten en dat maakt hem fantastisch om naar te kijken.”

“Jaren hebben we in de Tour de France naar het ploegentreintje van Sky gekeken en daarmee naar de verrobotisering van het wielrennen. Pas in de laatste klim gebeurde er wat. Nu ben je soms al te laat als je drie uur voor de finish inschakelt, want dan is Van der Poel al vertrokken.”

Fietsen op zolder

“In het begin leek het me helemaal niks, binnen op de rollerbank en dan staren naar een schermpje. Maar het virtuele wielrennen is zo leuk geworden, dat ik het vijf à zes keer in de week doe. Zeker nu is het ideaal. Als mijn jongste dochter haar middagslaapje doet, rijd ik op zolder mee in echte koersen. Die zijn tegenwoordig heel realistisch. Je merkt het aan de weerstand als je een bergje opgaat of juist rustig meedraait in een groepje. Er zijn zelfs ook al professionele leagues. En ja, er wordt ook al valsgespeeld. Mensen geven een te laag lichaamsgewicht op of proberen het systeem te hacken. Het zit blijkbaar in de mens om te willen bedriegen.”

Qatar

“Onbestaanbaar dat daar straks een WK voetbal wordt gehouden. Ik heb er al veel over geschreven en dat blijf ik doen. Natuurlijk, de grootste fout is jaren geleden al gemaakt bij de toewijzing, het gevolg van maar steeds niet aangepakte corruptie bij sportbonden. Nu lijkt het me duidelijk wat er moet gebeuren: help de arbeiders die daar vastzitten omdat hun paspoort is ingenomen en hun salaris niet wordt betaald. Maak een fonds, laat sponsors, spelers en bonden er geld in storten. Dan blijft er geen enkel argument over om niet te boycotten. Zo’n toernooi is toch prima een jaar later elders te houden? Anders geef je het signaal dat het oké is om 6500 mensen de dood in te jagen om een paar stadions te bouwen.”

Ronde van Vlaanderen

“Dit zijn de heilige weken van het wielrennen. Met zondag dé Ronde als hoogtepunt. Je moet er echt een keer naartoe als corona weg is: een soort Vlaamse Elfstedentocht. In elk café is iedereen bezig met de ronde. En natuurlijk draait het zondag weer om Van der Poel en Wout van Aert. Op Federer tegen Nadal na kan ik in de topsport van nu geen mooiere tweestrijd bedenken. Het mooie is: die twee zijn pas 26 jaar. We hebben nog jaren te gaan!”

Erdal Balci

“Heel dapper dat hij schrijft over zijn jeugd in een conservatief Turks-Nederlands milieu. Moet meteen denken aan Lale Gül, die zo vre­selijk is bedreigd omdat ze over haar strenge islamitische jeugd schreef. Er zijn tegenwoordig zo veel mensen vastgeroest in hun eigen gelijk, dan vind ik het heel knap als je je eigen omgeving een spiegel durft voor te houden.”

Thijs Zonneveld: Altijd koers. Uitgeverij Inside, 256 blz, €21,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden