Plus Ten slotte

Josephus Melchior Thimister (1962-2019) was een excentrieke couturier

Josephus Melchior Thimister in 2010. Beeld AFP

Josephus Melchior Thimister draaide jarenlang mee in de hoogste regionen van de mode. Dinsdag stierf hij in Parijs op 57-jarige leeftijd na een lange strijd tegen depressies.

“In dit vak moet je ervoor kiezen om klein te blijven en ambachtelijk, óf groot; daar tussenin verlies je altijd,” zei Josephus Melchior Thimister ooit. En doelend op zichzelf: “Als je klein bent, moet je werken als een idioot.”

De in Maastricht geboren ontwerper, in 1987 summa cum laude afgestudeerd aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen, draaide jarenlang mee in de hoogste regionen van de mode. In 2000 werd hij door de Amerikaanse Vogue geroemd als een van de tien leden van De Nieuwe Garde, in gezelschap van onder meer Nicolas Ghesquière, Hedi Slimane, Viktor en Rolf en Junya Watanabe. Toch kennen maar weinigen buiten de business zijn naam. Josephus Thimister stierf dinsdag in Parijs op 57-jarige leeftijd na een lange strijd tegen depressies.

De excentrieke Thimister werd geroemd om zijn modernisme, kunstzinnig minimalisme en de schijnbare eenvoud van zijn silhouetten, waarmee hij een geheel eigen plek innam tussen de gevestigde couturenamen. Zijn ontwerpen waren soms hightech gecombineerd met plastic en bloedrode lange operahandschoenen, en dan weer aards, met een organisch, verouderd effect.

‘Gebroken elegantie…. jurken als gesmolten familiezilver,’ schreef The New York Times in 2010 over zijn eerste coutureshow. Thimisters ontwerpen waren vaak somber – ooit baseerde hij een collectie op Baader-Meinhof, de Duitse terroristengroep uit de jaren zeventig.

Zijn ouders waren van Russische, Belgische en Franse komaf, Thimister groeide deels op in Engeland. Na zijn modeopleiding werkte hij voor Karl Lagerfeld en couturier Jean Patou, om in 1992 zijn naam te vestigen als creative director van de prêt-à-porter van Balenciaga. Zijn zwart-witte debuutcollectie, geïnspireerd op de silhouetten van Cristóbal Balenciaga, toonden de cutting skills die het wonderkind in huis had.

Zijn aftocht bij Balenciaga, na 5,5 jaar, was echter dramatisch. Tijdens zijn laatste show weigerde de regisseur – zo luidt het verhaal – de volumeknop van de oorverdovende rockband op het podium flink dicht te draaien, waardoor het publiek de benen nam en Thimister vertrok vanwege ‘de onmenselijkheid’ van zijn bazen. Het zou hem zes jaar procederen kosten om zijn geld te krijgen.

Opgezette dieren

Om zijn eerste collectie onder eigen naam, Thimister, in 1996, te financieren, verkocht hij zijn geliefde opgezette ijsbeer aan Giorgio Armani, die er zijn Zwitserse chalet mee opleukte.

De collecties voor zijn label, prêt-à-porter en couture, presenteerde hij vaak op Stockmanpaspoppen in zijn Parijse loft vol wierook en kroonluchters met echte kaarsen, zebravellen op de zwarte houten vloer, en een opgezette babyolifant.

Zijn grootmoeder, een coutureklant, nam hem als kind mee naar shows van Yves Saint Laurent in Parijs. Daarna brachten ze een bezoek aan taxidermieparadijs Deyrolle. Daar zag Thimister het olifantje. Twintig jaar later stond het in een Hermèsetalage, waarop Thimister zijn spaargeld bij elkaar schraapte. Het beestje verscheen regelmatig in interieurbladen, want de ontwerper werkte tevens als illustrator en inte­rior decorator voor mode- en woonbladen en Parijse musea. De laatste jaren gaf hij les aan La Cambre in Brussel en het prestigieuze Institut Français de la Mode in Parijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden