PlusInterview

Joost (56) was ‘patiënt nul’ in Nederland: ‘Ik ben echt niet naar Italië gegaan om het virus op te halen’

Joost Boons, thuis in Loon op Zand. Hij was de eerste in Nederland bij wie corona werd vastgesteld. Beeld Marc Bolsius

Hij was de eerste in Nederland bij wie corona werd vastgesteld, de anonieme ‘patiënt nul’. Ruim vier weken later krijgt hij een naam en een gezicht: Joost Boons (56), ondernemer uit Loon op Zand. Eén keer wil hij zijn bizarre verhaal doen. ‘Je hebt mensen die alles van je willen weten en mensen die je aankijken en denken dat je een melaatse bent.’

Het briefje van Bruins. Dat ging over hém. Joost Boons (56). Nu kerngezond aan de keukentafel in Loon op Zand, vier weken geleden de eerste in Nederland bij wie het coronavirus geconstateerd werd. Live op de nationale televisie zag hij vanuit zijn ziekenhuisbed de toenmalig minister van Medische Zorg een stukje papier in de hand gedrukt krijgen. ‘Patiënt bevestigd, direct in isolatie, Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis Tilburg, man’, stond erop. Bruins deelde die informatie direct met de rest van Nederland.

Onbekende Bekende Nederlander

Plots was de man die deze ochtend aan de andere kant van de tafel zit een Onbekende Bekende Nederlander. Hij had voor vrijwel niemand een naam of een gezicht. De anonieme ‘patiënt nul’, besmet met het coronavirus. Vier weken lang hield hij zich koest, ging hij op geen enkel interviewverzoek in. Nu doet hij voor één keer zijn verhaal. Een wonderlijk relaas, mét goede afloop.

Minister Bruno Bruins leest het briefje voor.Beeld NOS

Dinsdag 18 februari Boons zit in een vliegtuig van de Belgische luchthaven Zaventem naar Milaan-Malpensa. De ondernemer reist voor zijn werk in de schoenen- en lederbranche regelmatig naar Noord-Italië, deze keer voor een lederbeurs.

Het is een tijd waarin corona onze levens nog amper beïnvloedt. Covid-19 is toch nog vooral een virus waar ze in China mee worstelen. Boons wordt al wel getemperatuurd bij aankomst op het vliegveld, maar dat is het dan. Ook Italië is nog lang niet in de ban van corona. “Het speelde al wel een beetje, maar in een heel beperkt gebied. Waar het nu helemaal mis is (in Bergamo, red.), was toen bijvoorbeeld nog niets aan de hand.”

Drie dagen later vliegt Boons weer terug naar Nederland. Klachtenvrij en totaal onwetend over het virus dat dan hoogstwaarschijnlijk al in hem rondwaart.

Carnavalsdagen

Er gaan twee carnavalsdagen overheen. Zoals ieder jaar komt Boons op zondag met een heel stel vrienden samen om naar de optocht te gaan kijken in Tilburg. Die gaat niet door vanwege storm. “Dus toen zijn we gelijk de stad ingegaan.” Hij feest, drinkt, eet. Heeft het leuk. En bovenal, zo wil hij ook nu graag benadrukken, heeft hij nog ‘helemaal nergens last van’. De dag erop verloopt volgens hetzelfde patroon, alleen hebben ze Tilburg ingeruild voor Loon op Zand.

Dinsdag 25 februari Boons begint weer een beetje met werken, maar merkt al snel dat hij zich niet helemaal lekker voelt. “Echt erg was het nog niet, maar ik voelde me gewoon niet goed.”

Woensdag 26 februari De gezondheidsklachten verergeren. Maar nog steeds heeft hij het gevoel: ik ben grieperig, dit is weer een van die dagen zoals je er ieder jaar wel een paar hebt. “Vroeg naar bed en het komt goed, dacht ik.”

Met de uren gaat het steeds slechter. Boons gaat nog met zijn vrouw mee naar vrienden, maar als hij daar last krijgt van druk op de borst keert hij razendsnel huiswaarts. Op dat moment denkt hij voor het eerst: het zal toch geen corona zijn?

Om 22.30 uur belt zijn vrouw de huisartsenpost. Ze zegt er ook bij dat haar man in Lombardije is geweest. Er wordt een ambulance ingeschakeld. De ziekenbroeders kijken aanvankelijk op een afstandje toe; stellen wat vragen en maken een eerste inschatting. Hartproblemen kunnen ze op basis daarvan uitsluiten. “Dat was voor hen een teken: we moeten rekening houden met een coronabesmetting.”

Ze keren terug in de huiskamer, ditmaal met beschermende kleding aan. Boons wordt meegenomen naar het ziekenhuis in Tilburg. ‘U bent niet de eerste die we op zo’n manier wegbrengen hoor’, zegt een ambulancier hem nog. ‘Maar tot nu toe is het altijd negatief. Het is ook nu vast gewoon een griepje.’ Niet dat het ze het niet serieus namen, stelt Boons. “Ze wisten precies wat ze deden, heel professioneel. Eerst in de ambulance, later ook bij de eerste hulp.”

Donderdag 27 februari Rond middernacht komt Boons aan bij het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis. Er volgen heel veel testen en bloedafnames. Er komt niets aan het licht, behalve dat er ‘iets is wat niet direct te traceren valt’. “Mijn vrouw was er de hele tijd bij, ook zij was helemaal ingepakt. Een paar uur later ging ik een isolatiekamer in. De kans dat het daadwerkelijk om een coronabesmetting ging werd steeds groter.” Zijn bloed is inmiddels op weg naar Rotterdam, op dat moment nog de enige plek waar getest kan worden op het virus.

De ochtend wordt middag, de middag wordt avond. Het blijft stil. Een halfuurtje nadat de behandelend arts meldt dat er een nachtje overheen zou gaan, komt ze even na 20 uur opnieuw de kamer van Boons binnen. “Ik zag dat ze wéér die beschermende kleding aan deed. Toen had ik direct zoiets van: dit is niet goed.”

Boons’ voorgevoel klopt: twee testen gedaan, twee keer positief op corona. De dokter zegt: ‘Het RIVM komt zo met een persbericht. Daar wil ik u voor waarschuwen. Er zal best iets over u heen gaan komen.’

En toen was daar het briefje van Bruins. “Dan denk je wel: dat gaat over mij... toen ging het los. Urenlang ging het alleen maar over patiënt nul. Mijn telefoon ontplofte bijna, zoveel bezorgde appjes van familie en vrienden.”

Foto op internet

Amper een uur later gaat er al een foto op internet rond. Genomen tijdens dat nog zo onbezorgde carnaval. De vrouw van Boons staat samen met een vriendin op de voorgrond. Op de achtergrond ‘patiënt nul’ zelf met een cirkel om hem heen: dit is ‘m

“Dat hoorde ik diezelfde avond nog van mijn kinderen. Toen heb ik direct besloten om sociale media links te laten liggen om zo niets mee te krijgen van wat er allemaal over mij gezegd werd. Ik heb later nog wel een paar dingen teruggekeken en gelezen. Iedereen had een mening, maar die was op niets gestoeld. Ik snap die bezorgdheid - waar is hij allemaal geweest? - best, maar ik hoorde verhalen over cafés waar we écht niet binnen zijn geweest.”

Contactonderzoek: lijst met namen

De GGD start nog diezelfde avond met het contactonderzoek, de feiten dus. Boons levert met hulp van zijn vrouw een lijst aan waarop misschien wel honderd namen staan. Die zijn allemaal gebeld met de vraag om twee keer per dag hun temperatuur op te meten. “Daar heb ik wel even over ingezeten. Gelukkig is er van hen, bijvoorbeeld alle mensen met wie ik carnaval heb gevierd, niemand positief gebleken.”

Een schuldgevoel heeft hem nooit bekropen. “Ik kan hier gewoon niks aan doen. Het had iedereen kunnen overkomen. Ik ben echt niet naar Italië gegaan om het virus op te halen, heb geen gevaren opgezocht. Ik weet zeker dat ik niet de eerste ben in Nederland. Ja, wel de eerste bij wie het virus is vastgesteld, maar er moeten anderen zijn geweest die het zelf niet hebben geweten.”

Vrijdag 28 februari Wáár kan ik het toch hebben opgelopen, vraagt Boons zichzelf af. Was het op de beurs? Een van de hotels? De huurauto? De bus naar het vliegtuig? Tijdens de terugreis misschien wel ‘van die vervelende Italiaan’ die naast ’m zat? Hij weet het gewoon niet. En hij zal het ook nooit weten.

De telefoon blijft ondertussen maar overgaan. Radiostations, kranten, nieuwsrubrieken op tv; allemaal hebben ze hem op weten te sporen. Onbekende nummers neemt hij uit voorzorg niet op. “Rond half 12 hoorde ik van de verzorgster dat minister Bruins me wilde bellen. Ik zei: dat is goed, maar ik ken zijn nummer niet. Dus dan neem ik niet op.”

Uiteindelijk spreken ze af dat hij precies om 12 uur belt. “En dat was ook zo. We hebben een paar minuten zitten kletsen. Hij vroeg hoe het ging, was heel belangstellend. Vorige week woensdag heb ik hem nog een appje gestuurd. Ik wilde laten weten dat het goed ging en hem een hart onder de riem steken. Hij reageerde vrijwel meteen. Ik vond het heel sneu dat het die avond misging (Bruins werd onwel in de Tweede Kamer en trad een dag later af, red.). Je voelt toch een band, ondanks dat ik hem niet kende. Die man heeft zó hard gewerkt.”

Later die vrijdagmiddag bereikt Boons het nieuws van de tweede coronabesmetting in Nederland, een vrouw uit Diemen. Hij zegt het nu maar heel eerlijk: “Mijn eerste reactie was: jammer voor die mevrouw, maar dan is de aandacht in elk geval verdeeld. Na een paar dagen was ik door alle nieuwe gevallen helemaal niet meer in beeld, dat voelde prettig.”

Zaterdag 29 februari De testuitslagen van directe familieleden zijn bekend. Degene die ook besmet blijken met het coronavirus, zijn op woensdag - toen Boons al klachten had - in (nauw) contact met hem geweest: vrouw, broer, jongste dochter en een vriendin van haar. Andere familieleden, zoals zoon Job, dochter Lisa en hun partners, ontspringen de dans. Uitgerekend op het moment dat de resultaten binnenkomen, beleeft Boons zijn allerzwaarste momenten.

Hartslag van onder de 40

“Ik was vrijdag redelijk goed opgeknapt. Bijna koortsvrij, alleen nog een beetje hees eigenlijk. Maar toen ik zaterdagochtend wakker werd, voelde ik me slecht. Ik was duizelig en werd steeds misselijker. Ik belde en binnen vijf seconden stond de verpleegster aan m’n bed. Ze zag meteen: het is echt mis. Na een paar minuten stond er vijf, zes man om me heen. M’n hartslag zakte weg, volgens mij onder de 40, m’n bloeddruk ook. Ze moesten me beademen en er werd een paar liter vocht toegediend. Daar knapte ik wel weer van op.”

“Naderhand heb ik wel een paar keer gedacht: ben blij dat ik in het ziekenhuis lig. De zorg was heel goed. De verpleging, de artsen, de huishoudelijke dienst; niets dan lof voor hen allemaal. Je kon duidelijk zien dat ze heel erg bezig waren om het goede te willen doen. Ze moesten echt aan bepaalde dingen nog wennen, dat zag je. Er was heel veel onderling overleg: hoe doen we dit, hoe doen we dat?”

Zondag 1 maart Boons voelt zich steeds een beetje beter. Hij kijkt televisie, is druk met z’n telefoon, ziet alleen ziekenhuispersoneel. Hij ligt in een normale kamer, met eigen douche en toilet. Belangrijk verschil is de isolatie-sluis bij de deur. “En ik had een mooi uitzicht op de A58.”

Maandag 2 maart Voorzichtig begint Boons te denken aan thuiskomst. Kan het misschien morgen al? Het wordt zelfs diezelfde avond nog. “Ik was ruim twee dagen koortsvrij.”

Opnieuw in de ambulance, deze keer voor een genoeglijk enkeltje Loon op Zand. Naar huis, naar vrouw Marjory en jongste dochter Evy. Geluk bij een ongeluk: omdat ook zij besmet zijn, kunnen ze met z’n drieën vrij door het huis lopen. Maar dat is het dan ook. De klachten van vrouw en dochter zijn vrij mild, maar buiten is de komende 2,5 week nog verboden terrein.

Bijkomen van heftige ziekenhuisweek

Thuisquarantaine bij de familie Boons: heel veel puzzelen, heel veel slapen, bijkomen van die heftige ziekenhuisweek. “Het was ook hartverwarmend. Familie, vrienden en buren deden de boodschappen. Kletsen deden we door het dichte keukenraam. Als ze weg waren, pakten we de boodschappen. Het was een heel aparte tijd. We zijn heel hecht geweest met het gezin. Maar we hadden ook veel steun aan anderen.”

Burgemeester Hanne van Aart in het bijzonder, zegt Boons. “Die is er echt de hele periode voor ons geweest. Niet alleen voor mij, maar ook voor mijn vrouw en kinderen toen ik in het ziekenhuis lag. Deze week kwam ze nog de groeten van de koning overbrengen (na zijn bezoek aan Tilburg, red.). Bijzonder hè.”

Na ruim twee weken thuisisolatie mag eindelijk de voordeur weer open. Maar ziet de wereld er heel anders uit. Een dagelijks leven gedomineerd door corona. “Eerst mocht ik niet naar buiten. Nu mag het en is er niets meer te doen.”

Boodschappen buiten het dorp

De eerste dagen kan Boons zich nog wel enigszins vrij bewegen. Hij kiest ervoor om zijn boodschappen buiten het dorp te doen. “Er zijn twee soorten ontmoetingen: mensen die alles van je willen weten - en daar had ik niet altijd zin in - en mensen die je aankijken en denken dat je een melaatse bent. Je ziet ze denken: o, dat is d’n dieje. Dat is ongemakkelijk. Je zou het liefst van de daken schreeuwen: ik heb niks meer, ben schoon en klaar. Op een gegeven moment had ik genoeg zelfvertrouwen en ben ik het dorp weer ingegaan. De meeste mensen zijn heel vriendelijk en blij dat ik er weer ben.”

En zo is het. Joost Boons is weer de ondernemer die hij al tientallen jaren was, zij het op een lager pitje door de coronacrisis. Maar aan de andere kant: hij zal ook altijd ‘patiënt nul’ blijven. “Ik denk dat ik wel in een geschiedenisboekje kom ja. Misschien word ik wel een triviantvraag. Waarom ik dan toch mijn verhaal doe? Ik heb zo veel verzoeken gehad, dan ga je er toch over nadenken. Uiteindelijk dacht ik: het is goed om te vertellen dat je heel ziek kan zijn en toch beter kan worden. De meeste mensen genezen, maar die komen niet in beeld.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden