PlusAchtergrond

Jodensterren als coronaprotest: hoe kómen mensen op zulke acties?

Coronamaatregelen worden vergeleken met de Tweede Wereldoorlog. Hooligans insinueren dat voetballer Steven Berghuis een liquidatie verdient wegens zijn transfer van Feyenoord naar Ajax. Wat brengt mensen ertoe om een stift te kopen, agressieve teksten op te schrijven én ermee op de foto te gaan?

DEN HAAG - Demonstranten tegen de Coronamaatregelen.  Beeld Hollandse Hoogte/Guus Schoonewille
DEN HAAG - Demonstranten tegen de Coronamaatregelen.Beeld Hollandse Hoogte/Guus Schoonewille

Een vrouw van middelbare leeftijd - blond haar, grote zonnebril, wit-zwart shirt dat concentratiekampkleding moet voorstellen, klein lachje – houdt een bord vast met de tekst: “Wie wordt de nieuwe Anne Frank?” Zaterdagmiddag 17 juli. Honderden demonstranten lopen de Rotterdamse ‘mars voor de vrijheid’ van Police for Freedom. Een man naast haar houdt een bord vast waar ‘Quarantainekamp’ op staat. Veel omstanders hebben een gele Jodenster op hun borst.

Een dag later – locatie onbekend – verspreiden vijf mannen een foto waarop zij voor een wit busje met een spandoek staan. Achter de naam van Polletje (een geliquideerde Ajaxhooligan) en Peter R. de Vries (Ajaxfan) staan vinkjes. Het hokje achter Steven Berghuis – die deze zomer een transfer maakt van Feyenoord naar Ajax – blijft leeg. Hij is de derde Ajacied die een liquidatie verdient, willen de mannen maar zeggen.

Stiften

Is het een gebrek aan historisch besef om de coronamaatregelen te vergelijken met de Tweede Wereldoorlog? Duidt zo’n spandoek over Berghuis op een verstandelijke beperking? Hoogleraar sociale psychologie Carsten de Dreu (Universiteit Leiden) zegt van niet: “Het gaat om een klein groepje dat uitzonderlijk gedrag vertoont. Maar deze mensen zijn niet gek. Ze willen aandacht voor hun zaak en voelen zich niet gehoord.”

De Dreu zegt dat de twee verschillende zaken op abstract niveau parallellen vertonen. Beide acties vergen best wat energie. Je moet naar een winkel gaan om doeken en stiften te kopen. Eenmaal thuis wordt besloten de teksten ook écht op te schrijven. En dan is er ook nog de stap om er daadwerkelijk mee de straat op te gaan, of zoals bij de hooligans: de sociale media op.

De Dreu: “Mensen kunnen aan de keukentafel zoiets bedenken en zich daar dan ook aan committeren. Als je het dan niet uitvoert word je misschien door je medestanders als een lafbek gezien. Hoewel ze misschien voelen dat het niet klopt, gaan ze daarom toch verder.”

Joodse onderduiker

Hoogleraar psychologie Paul van Lange (Vrije Universiteit) sluit zich daarbij aan. Hij maakt de vergelijking met het dorpsplein van vroeger. Daar was een gefronste wenkbrauw al genoeg geweest om grensoverschrijdende plannen te smoren – uit onderzoek blijkt dat we nog steeds erg gevoelig zijn voor non-verbale beoordelingen. Maar op sociale media kijken we niemand in de ogen.

Oftewel: er wordt niet gecorrigeerd. Anderhalf jaar lockdown draagt daar aan bij. Van Lange: “Als je naar je werk gaat kom je nog mensen met verschillende meningen tegen. Sommige mensen uiten zich nu ook veel extremer dan ze zelf doorhebben.”

Zowel De Dreu als Van Lange benadrukt dat we niet weten hoe deze mensen zich écht voelen. Het kan zo zijn dat mensen zich ‘daadwerkelijk gevangen’ voelen door de coronamaatregelen. De Dreu: “Ik kan me voorstellen dat ze gaan denken dat dit voor hen écht als de Tweede Wereldoorlog voelt. Dan is het niet zo’n belachelijk gekke stap om als Joodse onderduiker te gaan demonstreren.”

Dorpspleingevoel

Het spandoek over Berghuis is niet het eerste incident. Denk aan 2016, toen een Ajaxfan tijdens de klassieker tussen Ajax en Feyenoord een pop van keeper Kenneth Vermeer aan een strop hing in de Johan Cruijff Arena. Die actie leidde tot een werkstraf van zestig uur. Eerder dit jaar legde iemand nog een demonstratief bloemetje bij een monument ter ere van Hendrik Mattheüs van Randwijk, verzetsheld in de Tweede Wereldoorlog. De boodschap: ook onze vrijheid wordt ingeperkt, maar dan door de coronamaatregelen. En de laatste jaren zijn er meer rechtszaken geweest tegen dergelijk, vaak verbaal geweld. Sylvana Simons en Clarice Gargard deden allebei aangifte wegens racistische en seksistische haatberichten, rechtszaken die ze allebei wonnen.

In alle casussen toonden daders ‘spijt’ van hun handelingen nadat ze geconfronteerd werden met hun acties. De Dreu: “In groepsverband kunnen mensen elkaar flink opstoken. Dan doen ze dingen waar ze zich later stevig voor schamen. Ze hebben vaak geen goede verklaring waarom ze dit doen.”

Geen anoniem gedrag

Volgens Van Lange worden de negatieve effecten voor het slachtoffer vaak onderschat: “Want soms maken anderen deze berichten nóg heftiger, waardoor het slachtoffer snel kan denken dat iedereen tegen hem is. Het kan iemand echt nachten wakker houden. ”

Helpt het als men de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog beter kent? Moet het bagatelliseren van de Holocaust strafbaar worden? Wellicht, zeggen de twee psychologen. Maar begin vooral met kijken hoe het online anders kan. Door bijvoorbeeld het ‘dorpspleingevoel’ naar sociale media te halen. Van Lange: “We moeten de afweging maken wat de maatschappelijke kosten en voordelen van anonimiteit zijn. Begin ermee die anonimiteit op Twitter of andere platforms aan te pakken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden