PlusInterview

Jezidivrouw linkt Nederlandse aan gruweldaden IS tegen haar volk

Jezidi Layla Taloo was drie jaar lang gevangene en slavin van IS. Nu vraagt ze om gerechtigheid. Ze brengt een Nederlandse Syriëgangster in verband met deze gruwelen – dat gebeurt nu voor de eerste keer.

Beeld Hivos | Seivan Salim

Het is begin 2017 als Layla Taloo denkt dat er eindelijk een einde aan haar ellende komt. Bijna drie jaar lang is ze in handen van terreurgroep IS geweest, gebruikt als slavin door strijders en hun vrouwen. Acht keer is ze doorverkocht op slavenmarkten, keer op keer een nieuwe eigenaar die haar steeds verkrachtte en haar twee jonge kinderen mishandelde, vertelt ze.

Maar nu heeft de jezidivrouw zichzelf met geld van haar familie vrij kunnen kopen. Een shariarechtbank van Islamitische Staat heeft het document opgemaakt: ze is geen slavin meer, maar een ‘vrije’ vrouw. Het papiertje kostte 7500 euro en om het te bemachtigen moest ze doen alsof ze zich had bekeerd tot de islam. Maar niets is wat het lijkt onder de tirannie van Islamitische Staat.

Om te voorkomen dat ze wegvlucht uit het kalifaat dwingt de rechtbank haar alsnog om te trouwen met een strijder. De ‘bruidsschat’ wordt vastgesteld op één dinar. De man die haar wordt toegewezen, blijkt een Deense IS’er, Basil Hassan. En, zo ontdekt Layla, hij heeft al een vrouw: de Nederlandse O.

Layla mag dan officieel geen slavin meer zijn, ook Basil Hassan misbruikt haar. “Ik had gevraagd om een man die me geen pijn meer zou doen. Maar hij dwong me om met hem te slapen, hij vond dat zijn recht als echtgenoot.”

Jaloezie

En, zo stelt Layla in een telefonisch interview: zijn Nederlandse vrouw wist ervan. “Ze wist dat ik onder dwang was getrouwd. Ze wist dat ik jezidi was en wist van mijn verleden.” De twee vrouwen woonden niet in hetzelfde appartement in Raqqa, de Syrische hoofdstad van het kalifaat. Wel kwam de Nederlandse twee keer langs bij Layla en haar kinderen. “Niet om me te helpen, maar om te kijken wie ik was. Ze was onvriendelijk, jaloers dat haar man ook bij mij was. Daar maakte ze ruzie over met hem.”

Layla moest koken voor de Nederlandse O., die nu 24 jaar is. “Zij was zwanger van Basil. Ik kookte en dan nam hij het eten mee naar haar. Ik voelde me een slavin van hen beiden. En zo zag zij mij ook.”

Layla’s verklaring is van belang: voor het eerst wordt een Nederlander direct in verband gebracht met het gruwelijke lot van de jezidi’s. In augustus 2014 valt IS de jezidi’s aan, een etnische groep met een eigen religie die in Noord-Irak woont. Tienduizenden jezidi’s vluchten daarop naar de berg Sinjar. Zij die niet kunnen ontsnappen, wacht een tragisch lot. IS vermoordt duizenden mannen en neemt meer dan drieduizend vrouwen en kinderen gevangen en gebruikt hen als slaven in het kalifaat. De jihadisten zien de jezidi’s als ongelovigen met wie je mag doen wat je wilt. De VN spreekt van genocide.

Werken in snoepjeswinkel

Nu, zes jaar later, is het kalifaat gevallen en zitten duizenden (Europese) IS-strijders en hun vrouwen vast in gevangenissen en detentiekampen in Noord-Syrië. Meerdere Nederlandse jihadisten in die cellen en kampen hebben interviews gegeven aan journalisten. Daarin stellen ze zelf nooit jezidi’s als slaaf in huis te hebben gehad, het houden van slaven af te keuren of überhaupt niet te hebben geweten dat het gebeurde.

De vrouwen zeggen meestal dat ze alleen huisvrouw waren in het kalifaat: ze zorgden voor de kinderen en kookten voor hun man. De mannen zeggen op hun beurt alleen maar wacht te hebben gelopen voor IS of een snoepjeswinkel te hebben gehad. Syriëgangers die terugkeren in Nederland houden dat ook in de rechtbank vol.

“De vrouwen liegen allemaal als ze zeggen dat ze van niets wisten,” zegt Layla vanuit Irak als we haar spreken via WhatsApp. De IS-strijders die haar kochten als slavin, waren Irakezen en Saoedi’s, maar ze hadden soms westerse vrouwen, zegt ze. “Het waren ook westerse vrouwen die ons aankleedden en opmaakten voor de slavenmarkten. Natuurlijk wisten ze wat hun mannen deden. Ze wisten het en ze werkten ons tegen. Ook door ons te controleren zodat we niet konden vluchten. Ik vind het heel belangrijk om dat te vertellen.”

Ook O., de Nederlandse vrouw, zit inmiddels met haar twee kinderen in een detentiekamp in Syrië. De vrouw vertrok in 2014 naar Syrië. Daar trouwde ze met een man uit Bangladesh en toen die omkwam, hertrouwde ze met de Deen Basil Hassan. Van beide mannen kreeg ze een kind. Eerder bleek al dat Basil Hassan een beruchte IS-terrorist was. De Deense omroep DR achterhaalde dat hij door de VS als coördinator van buitenlandse aanslagen wordt gezien en onder meer medeverantwoordelijk is voor een aanslag op een Russisch passagiersvliegtuig.

O. was een van de 23 Nederlandse vrouwen die afgelopen najaar via een kort geding hulp van de Nederlandse staat wilde bij terugkeer naar Nederland. Die eis werd in hoger beroep afgewezen, maar de zaak loopt nog in cassatie. Toen de Nederlandse journalist Hans Jaap Melissen haar vorig jaar probeerde te interviewen in kamp Al Hol zei ze ‘media te haten’ en weigerde ze een gesprek. Tegen de Deense omroep DR zei ze eerder over haar echtgenoot ‘dat hij een goede man was’ en dat ze niet wist wat hij precies deed voor IS.

Smokkelaar

Via haar advocaat André Seebregts laat de vrouw nu weten ‘de genoemde feiten nadrukkelijk te betwisten’. “Daar wil ze het voor nu bij laten. Ze zal in voorkomend geval, in Nederland, een uitgebreide toelichting geven op haar leven in de afgelopen jaren.”

Terug naar 2017, naar Raqqa, in Syrië. Als Basil Hassan een maand na het gedwongen huwelijk met Layla langere tijd weggaat om te strijden, regelt Layla alsnog haar eigen ontsnapping. Samen met haar kinderen en na betaling van wederom duizenden euro’s van haar familie in Irak, rijdt een smokkelaar hen achterop een motor het kalifaat uit. Op 9 april 2017 sluit Layla haar overgebleven familie in de armen.

Daarna begint het volgende deel van de nachtmerrie: haar man blijkt te zijn vermoord door IS. Net als twee van haar broers. Hun huis is verwoest. Twee jaar lang verblijft Layla met haar kinderen in een tent in een vluchtelingenkamp. Pas sinds een paar maanden woont ze, samen met haar kinderen en haar moeder, weer in een stenen huis, in de buurt van de Iraakse stad Duhok. “We leven in armoede,” zegt ze. “We hebben geen geld en alle mannen om wie ik geef, zijn dood. Als ik naar mijn kinderen kijk, moet ik denken aan mijn overleden man, die opgroeien op zonder hun vader.”

Layla wil het verhaal van de jezidi’s vertellen, over de genocide op haar volk en de wreedheid van IS. Ze schreef er een boek over en reisde er onder meer voor naar de VS. En naar Nederland. Afgelopen zomer was ze in Den Haag, op uitnodiging van hulporganisatie Hivos, waar ze demonstreerde voor de deur van het Internationaal Gerechtshof. “Ik wilde daar mijn verhaal vertellen, maar we mochten niet naar binnen.”

Gebrek aan bewijs

Layla zegt geen contact te hebben gehad met de Nederlandse politie. “Maar ik zou ook hen graag dit verhaal vertellen.” Het Openbaar Ministerie heeft wel strafdossiers van alle bekende Nederlandse Syriëgangers.

In de rechtszaken die zijn gevoerd tegen terugkeerders ontbreekt meestal concreet bewijs van gepleegde daden in Syrië en Irak, waardoor de terugkeerders alleen worden veroordeeld voor het feit dat ze zich hebben aangesloten bij een terroristische organisatie. Soms zijn er foto’s met wapens, maar getuigen die kunnen vertellen wat er ter plekke is gebeurd, zijn er zelden.

Een opsporingsbron stelt wel te geloven dat Nederlanders jezidi’s als slaven hebben gehouden, maar nog geen bewijs te hebben gezien. Als dat bewijs er wél is, zouden de straffen hoger kunnen uitvallen. De Deen die Layla tot een huwelijk dwong, wordt waarschijnlijk niet meer vervolgd. Hij zou inmiddels in Syrië zijn omgekomen.

“Ik en de andere jezidivrouwen willen vergelding voor wat ons is aangedaan. IS’ers deden hier alles wat ze wilden, uit naam van de islam. Ik hoop dat O. voor de rechtbank komt en dat Nederland voor gerechtigheid zorgt. Maar ik ben bang dat ze straks gewoon weer verder kan met haar leven, terwijl wij dat hier niet kunnen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden