Plus

Jagen livebeelden de rellen juist aan?

Traditionele media worstelen met de vraag hoe zij verslag moeten doen van de rellen die Nederland deze week teisteren. Tegelijkertijd is via Instagram, Twitter en Snapchat vrijwel live te volgen hoe vernielingen worden gepleegd. Wat is de juiste journalistieke benadering?

null Beeld ANP
Beeld ANP

Het was een ‘zuivere, principiële afweging’ die hoofdredacteur Ib Haarsma van NH Nieuws had gemaakt. Die afweging leidde tot een bijzonder besluit: de Noord-Hollandse zender gaat voortaan geen liveverslag meer doen van coronarellen.

Katalysator

Haarsma vreest dat televisie een katalysator is voor nog meer geweld en wil geen ‘podium bieden’ aan hooligans die de boel kort en klein slaan. “Het laatste wat ik wil is dat wij bijdragen aan een geweldsspiraal.”

Maar is verslag doen van heftige gebeurtenissen niet juist een kerntaak van de journalistiek? Ja, zegt Haarsma, en daarom bericht NH Nieuws ook over de ongeregeldheden die zich de afgelopen dagen in meerdere Noord-Hollandse gemeente afspeelden.

“Maar ik denk niet dat het uitzenden van livebeelden hiervoor de meest geschikte vorm is. Dat er wordt gedemonstreerd tegen coronamaatregelen is een groot goed, en daarom doen wij daar verslag van. Maar als die acties gekaapt worden door relschoppers en plunderaars, dan wordt het uitzenden van die beelden al snel sensatiezucht. Bovendien worden die beelden ook gebruikt door politie en justitie, wij willen geen verlengstuk van zijn van de opsporingsdiensten.”

Beweegredenen

Haarsma zegt dat hij liever aandacht besteedt aan de beweegredenen van de relschoppers dan dat hij de vernielingen sec in beeld brengt. “Een groot nadeel van ongefilterd beelden uitzenden is dat je er nauwelijks context bij kunt geven. Wat drijft die jongeren, waar komt de onvrede vandaan, hoe is dit geweld te stoppen? Dat vind ik interessante journalistieke vragen.”

De overwegingen van Haarsma staan op het eerste gezicht in schril contrast met de werkwijze van influencer en dj Dave Roelvink, die de afgelopen weekenden met zijn mobieltjes verslag deed van de ongeregeldheden op het Museumplein. Zijn livestream op Instagram, met commentaar dat zich voornamelijk beperkte tot ‘Leip gap! Het loopt helemaal uit de hand ouwe!’ werd gelijktijdig door zo’n vijftigduizend mensen bekeken. Het was weinig gepolijst, maar wie zondagmiddag een beeld wilde krijgen van wat er gaande was om en rond het Museumplein was op de Insta-pagina van Roelvink op de juiste plek.

Toegevoegde waarde

Maar is het daarmee journalistiek? Dat hangt af van de definitie die je hanteert, zegt hoogleraar mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam Mark Deuze. “De nauwe definitie zegt dat alleen mensen die er hun geld mee verdienen journalisten zijn. De brede invulling is dat alles waarmee je een breed publiek bedient, journalistiek is. Er is ook een perspectief daartussen: als iemand min of meer verantwoordelijk te werk gaat en iets van waarde toevoegt, dan is het daarmee journalistiek.”

Bovendien, zegt Deuze, heeft journalistiek vele verschijningsvormen en zijn er vele perspectieven die naast elkaar bestaan: van korte filmpjes op Snapchat of Twitter of een twee uur durende liveregistratie op Instagram tot een uitgebreide reconstructie in de krant of op televisie, waarbij de journalist ook gebruik kan maken van het materiaal op sociale media. “Klassieke media vervullen dan meer een rol als curator.” Livebeelden, dus ook die van Roelvink, dragen dus zeker bij aan het brede palet van de journalistiek.

Politieperskaart

“In principe mag iedereen zich journalist noemen, maar er zijn wel enkele basale regels,” zegt ook Thomas Bruning, algemeen secretaris van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten. En daarom trok Bruning fel van leer toen Roelvink deze week trots vervalste politieperskaarten liet zien. Hij kondigde juridische stappen aan, waarna Roelvink eerst zijn excuses aanbood en een dag later besloot om maar helemaal te stoppen met zijn liveregistraties.

Hij had buikpijn gekregen van alle negatieve reacties, waarin gesuggereerd werd dat hij het geweld zou verheerlijken. “Ik doe dit met goede intenties. Ik denk dat iedereen het wel snapt dat ik het niet oké vind als er auto’s in brand worden gestoken en er winkels worden geplunderd.”

En daarmee vertonen de stellingname van NH Nieuws en het plotselinge einde van de reporter Roelvink overeenkomsten: beiden kiezen ervoor om niet langer liveverslag te doen vanwege het gebrek aan context.

Zeer beperkt effect

Of het bijdraagt aan het terugkeren van de rust valt volgens mediawetenschapper Deuze te betwijfelen. “De beweegredenen van relschoppers zijn heel complex en uiteenlopend, de aanwezigheid van een cameraploeg of vlogger meer of minder zal een zeer beperkt effect hebben. Maar media hebben over het algemeen wel de neiging om zich te focussen op het meest extreme, en dat zijn bij een demonstratie die uit de hand loopt de stenen die rondvliegen. En als een stad vernield wordt, is het ook de maatschappelijke taak van media om daar verslag van te doen. Maar dat journalisten zichzelf principiële vragen stellen over de impact van hun verslaggeving lijkt me iets om toe te juichen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden