PlusInterview

Jaap van Dissel: ‘Eerder ingrijpen als besmettingen oplopen’

Als de coronabesmettingen na deze lockdown onverhoopt weer snel oplopen, zal eerder worden ingegrepen. De signaalwaarden op het coronadashboard gaan omlaag. Dat zegt RIVM-directeur Jaap van Dissel.

Jaap van Dissel, directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM, voorafgaand aan een vergadering van het Outbreak Management Team (OMT).  Beeld ANP
Jaap van Dissel, directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM, voorafgaand aan een vergadering van het Outbreak Management Team (OMT).Beeld ANP

Critici stellen dat Nederland het virus dit najaar te lang heeft laten voortwoekeren, waarna alleen nog deze zware lockdown mogelijk was.

De voorzitter van het Outbreak Management Team bestrijdt dat er getreuzeld is, maar vindt wel dat na toekomstige versoepelingen eerder ingegrepen moet worden als het aantal besmettingen toeneemt. “De signaalwaarden gaan naar beneden, zodat je eerder overgaat op strengere maatregelen. Nu bleken die waarden toch uit te nodigen om steeds verder op te rekken.”

De alarmbellen op het dashboard staan nu op zeven besmettingen per 100.000 inwoners per dag, en dagelijks veertig ziekenhuis- en tien ic-opnames. Bij die aantallen zijn maatregelen logisch, maar toch gebeurde dat afgelopen najaar niet automatisch. Inmiddels worden alle waarden fors overschreden.

Dus gaan de drempels omlaag, al is nog onduidelijk met hoeveel. Van Dissel: “Wel vraag ik me af wat de reactie is als je adviseert om heel snel een heel zware maatregel te nemen. ‘Moeten we nu alweer in lockdown, de aantallen zijn beperkt?’ hoor je dan waarschijnlijk.”

De RIVM-directeur verwacht dat door de lessen van corona de infectieziektebestrijding en de zorgcrisisstructuur verandert. “Je wil eigenlijk al kunnen zien welke virussen in de dieren rondgaan die potentieel kunnen overspringen. Maar tegelijkertijd kijk je ook naar zaken als mondkapjes, andere voorraden en medicijnen: nu zijn we vaak afhankelijk van China en India. (…) In het voorjaar bleek gewoon dat een pandemie in deze omvang ons voorstellingsvermogen te boven ging. Het begrip lockdown bestond hier niet eens.”

Capaciteitsproblemen zullen bij een volgende pandemie niet zo’n prominent probleem meer moeten zijn. “Zo is het testen in Nederland klassiek ingericht rond relatief kleinschalige microbiologische labs bij ziekenhuizen. Dat functioneert uitstekend in vredestijd, maar naarmate massaal testen meer nodig is, gaat dat kraken. Dat geldt ook voor de GGD’s, die decentraal werken en telkens moesten opschalen. En dan stuit je gaandeweg steeds op een volgende zwakke schakel: beperkte testcapaciteit, de grenzen van de ic-capaciteit, tekort aan beschermingsmiddelen.”

Als het niet over corona gaat, veranderen de stem en houding van Jaap van Dissel (1957) een beetje. Dan oogt hij ontspannen. Als de RIVM-directeur over de crisis praat, de bestrijding van het virus, zit hij rechtop, staat alles op standje serieus, is het wikken en wegen.

Maar als het even over zijn fascinatie voor sterrenkijken gaat, over de absurdistische coronaspecial van South Park (‘er zitten een paar erg grove scènes in’) of over zijn hobby om parafernalia van oude infectieziekten te verzamelen, dan zit er een andere Van Dissel. Dan is er meer ontspanning, praat hij makkelijker. “Ik heb gisteren nog even gekeken met de telescoop”, zegt Van Dissel als hij foto’s van Saturnus, de maan en planeet Jupiter op zijn iPhone laat zien. “Saturnus en Jupiter lijken in één lijn te staan, conjunctie heet dat.” Dat komt maar eens in de zoveel eeuwen voor. “Dat heb ik gisteren alvast even meegepakt.”

De nachtelijke kijksessies in het heelal kunnen helpen om de aardse beslommeringen even te vergeten. Al lijkt Van Dissel in crisisjaar 2020 amper van zijn stuk te brengen. Minister Bruins viel letterlijk om, opvolger De Jonge oogt soms afgemat. Maar Van Dissel ziet er nog steeds hetzelfde uit, slechts één keer raakte hij uit balans en werd hij boos (daarover later meer). Maar verder blijft hij stoïcijns, geduldig. En dat terwijl hij on-Nederlandse lockdowns moet adviseren, ziekenhuizen vol raken, nieuwe virusvarianten opkomen, en de temperatuur op Twitter en aan talkshowtafels tot boven het kookpunt stijgt. Inmiddels is Van Dissel een BN’er en rijdt de politie uit voorzorg ‘een extra rondje’ bij de hoogleraar door de straat.

Maar van nervositeit of emotie is bij de OMT-voorzitter niks te merken. Hij weigert zichzelf Enorm Belangrijk te vinden, weet viroloog Marion Koopmans. Tegen haar zegt hij een keer terloops: ‘Jullie vinden jezelf allemaal veel te belangrijk. We zijn allemaal maar kleine radertjes’ “Typisch Jaap,” zegt Koopmans: “Als anderen boos of opgewonden doen, relativeert hij altijd.”

Je kunt misschien weinig anders als je dagelijks merkt hoe nietig de aarde is in het sterrenstelsel, als geschiedenisboeken beschrijven hoe door de eeuwen heen infectieziekten komen, maar vaak ook weer gaan. Op zijn kamer in het Leidse ziekenhuis – Van Dissel leidt een dag in de week ook de polikliniek voor afweerstoornissen – bespreekt de RIVM-topman de corona-aanpak en zijn eigen rol.

Het vaccin wordt als grote verlosser gepresenteerd. Maar we hobbelen achteraan. Wat vindt u daarvan?

“Ik weet het niet hoor, dat moet je aan de beleidsmakers vragen… Nou ja, dat er zo snel vaccins zijn, dat vind ik echt een triomf van de wetenschap. Voor de pokken hebben we eeuwen moeten wachten, nu is het acht maanden na een nieuwe ziekte en hebben we effectieve vaccins. Ongekend. Maar nu moet het nog een triomf van de publieke gezondheidszorg worden. Wat heb je aan een vaccin als niet iedereen het kan krijgen op de juiste manier? Dat vergt veel voorbereiding, logistiek, je zit met koeling, registratie. Moet je dan kijken naar andere landen die een week of twee eerder zijn? Kranten vinden dat misschien interessant, ik niet.”

Nou ja, mensen snakken naar het vaccin. Elders pakken ze het groots aan, met ronkende missienamen. Een vriend van u zegt ook: er mag best wat meer elan in de boodschap. Yes we can.

,,Dat ben ik wel met hem eens, hoor. Ik vind het ook echt een geweldige prestatie dat we binnen no time zoveel kansrijke vaccins hebben, dat betekent dat er ergens iets heel goed gaat.”

Nu zitten we in de strengste lockdown tot dusver. Is er niet te laat op de rem getrapt?

“Dat weet ik niet. In de zomer is veel vrijgegeven, was het uitproberen wat kon en wat niet kon. Daarna liepen de aantallen op. En dan merk je in september en oktober dat de maatregelen die eerder nog effectief bleken niet meer zoveel impact hebben. Het urgentiegevoel leek ook minder, je zag meer mensen op straat, bij de winkels. Dat is frustrerend, ja. Eerst ging het makkelijker dan nu.”

Had eerder ingegrepen, zeggen critici. Als je weken achtereen verdubbelingen ziet, dan moet je toch maatregelen nemen?

“Zeker: de signaalwaarden (aantal infecties en ziekenhuisopnames per dag waarna maatregelen volgen, red.) gaan ook naar beneden, dat is besloten. Zodat je eerder overgaat op maatregelen. Nu bleken die toch uit te nodigen om steeds wat verder op te rekken.”

“Maar zelfs dan vraag ik me af wat de reactie is als je adviseert om heel snel een heel zware maatregel te nemen. ‘Moeten we nu alweer in lockdown, de aantallen zijn beperkt’, hoor je dan waarschijnlijk. Maar Ierland heeft zo’n systeem van snelle, harde lockdowns, daar gaat het nu best goed. Het kan dus een aanpak zijn, al is dat wel weer een eiland met een eigen cultuur. Wij wetenschappers schamen ons er niet voor om van opvatting te veranderen. Voor ons betekent dat winst en vooruitgang, in de politiek is het een doodzonde.”

Van Dissel kreeg dit jaar meer dan ooit met de politiek te maken. Tig zondagen moest hij naar het Catshuis komen om ministers bij te praten, in de Tweede Kamer legde hij in technische briefings uit hoe het ervoor stond met de R-waarde, waar het virus vooral rondging en wat de komende weken zou volgen. Op het Binnenhof maakte hij ook kennis met Haagse lekkages: wat op zondag in een vertrouwelijk overleg in het Catshuis besproken werd, kwam al snel in de media terecht. “Dan was op zondag al overal te lezen wat er beleidsmatig besloten zou worden, terwijl ons OMT op maandag nog aan de inhoudelijke discussie moest beginnen. Lag soms alles al op straat. Dat is buitengewoon irritant, schrijf dat gerust op, ik vind het niet kunnen.”

Het OMT werd dit najaar daarom naar vrijdag verplaatst, dus vóór de Catshuissessies. Al blijkt het expertteam ook niet waterdicht. Als in de media OMT’ers anoniem klagen dit najaar, wordt Van Dissel boos. Het is de enige keer dat collega’s hun voorzitter uit zijn slof zien schieten. “Ik vind dat ondermijnend. Ik wil dat iedereen binnen het OMT alles kan zeggen en in vertrouwen, zonder aarzeling. Als er dan zaken uitgespeeld worden via de media vind ik dat heel vervelend.” Toch heeft hij er ‘niemand uitgeschopt’, zegt een ander OMT-lid. “Het feit dat de club er nog is, zegt ook wat over Jaaps stuurmanskunst.” In België zijn ze inmiddels toe aan hun vierde variant van de corona-adviesraad.

U bent tegen verbreding van het OMT met economische of gedragswetenschappelijke expertise, het Red Team is niet welkom. Pakken we de crisis wel breed genoeg aan?

“Het OMT gaat over de medisch-epidemiologische aspecten van het bestrijden van de uitbraak. Daar kun je niet een enkele gedragswetenschapper of econoom aan toevoegen, dan vermeng je binnen het OMT allerlei belangen. Terwijl juist de politiek die verschillende adviezen bij elkaar moet brengen. En dat gebeurt ook wel: het ministerie van Volksgezondheid krijgt ook input van anderen, de planbureaus.”

Wat zult u niet missen als deze crisis voorbij is?

“Wat er allemaal in de pers gaande is. Neem die mondkapjes. Op enig moment ging het nergens anders meer over aan talkshowtafels, zo vaak dat we als OMT zeiden: neem er nu een besluit over politiek, dit gediscussieer zit de crisisaanpak in de weg. Het werd ook volledig op mij geprojecteerd, terwijl: ik heb niks voor en niks tegen een mondkapje. Je ziet in landen waar het mondkapje gedragen wordt, dat het verloop niet anders is geweest. Maar zo’n discussie wordt maar groter en groter.”

Wat zijn de lessen? Voor uzelf en het RIVM?

“Er zal ongetwijfeld veel veranderen, van de surveillance van zulke virussen rond dierenmarkten tot aan de vaccinontwikkeling. Je wil naar een situatie waarbij je eigenlijk al kunt zien welke virussen in de dieren rondgaan die potentieel kunnen overspringen naar de mens. Maar je kijkt ook reactief, naar zaken als mondkapjes en medicijnen. Nu zijn we vaak afhankelijk van China en India voor grondstoffen bijvoorbeeld. Dat zijn wel langjarige plannen: een mondkapjesfabriek staat er niet morgen. Toch moet je het wel overwegen.”

Op veel fronten waren we totaal niet voorbereid. Terwijl jullie als experts al lang voorspellen: zulke virusuitbraken zijn logisch in een globaliserende wereld.

,,Dat wel, maar in het voorjaar bleek gewoon dat een pandemie in deze omvang ons voorstellingsvermogen te boven ging. Het begrip lockdown bestond hier niet eens. En bij veel facetten zeg je nu: dat hadden we anders moeten doen. Zo is het testen in Nederland klassiek ingericht rond relatief kleinschalige microbiologische labs bij ziekenhuizen. Dat functioneert in vredestijd uitstekend, maar naarmate massaal testen nodig is, gaat dat kraken en moet je naar een of meer grotere testlabs. Dat geldt ook voor de GGD’s, die decentraal werken en nu telkens moesten opschalen. Dan stuit je gaandeweg steeds op een volgende zwakke schakel: beperkte testcapaciteit, de grenzen van de ic-capaciteit, tekort aan beschermingsmiddelen. En uit China kwam achteraf gezien wel een erg summiere, te beperkte casusomschrijving waardoor je aanvankelijk veel geïnfecteerden mist. Ook dat is een les: de volgende keer houd je rekening met een breder ziektebeeld.”

Is dit onze laatste lockdown?

“Als ik daar iets over zeg, gaat dat weer een heel eigen leven leiden. Maar ik snap de vragen: dit duurt al lang, het is vermoeiend, dat merk ik zelf ook, zo nu en dan heb je er gewoon genoeg van. Het is een marathon, en dan een met steeds nog tussensprints. Komend jaar wordt wel een belangrijk jaar, waarin veel kan veranderen. Inmiddels hebben zo’n twee miljoen Nederlanders de infectie doorgemaakt, die hebben een vorm van immuniteit voor enige tijd, nemen we aan. We gaan vaccineren in januari, een tweede dosis volgt dan medio februari. Dus vanaf die periode zijn vermoedelijk gedeeltelijke versoepelingen mogelijk door de groepen die ingeënt zijn. Dat wordt voor ons als OMT ook weer een spannende opdracht: hoe adviseer je precies de goede maatregelen, zodat je kunt versoepelen zonder dat het zo snel weer oploopt? Liever ga je niet weer in een harde lockdown.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden