Plus

Is zo’n herstelplan wel nodig? De coronaklap voor de economie valt reuze mee

Van de voorspelde rampscenario’s voor de economie na de coronacrisis komt weinig uit. Terwijl in het demissionaire kabinet en bij de formatie wordt nagedacht over een ‘herstelplan’, lijkt de economie zich op eigen kracht te herstellen, en vlotter dan verwacht.

Demissionair minister van Financiën Wopke Hoekstra. Er wordt gedacht over een herstelplan, maar de vraag is: is dat nog wel nodig? Beeld ANP
Demissionair minister van Financiën Wopke Hoekstra. Er wordt gedacht over een herstelplan, maar de vraag is: is dat nog wel nodig?Beeld ANP

Aan goed nieuws geen gebrek. Kwam vorige week eerst De Nederlandsche Bank (DNB) al met gunstige berichten over het herstel van de economie, daags erna meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een afname van de werkloosheid. Ook de rekenmeesters van het Centraal Planbureau kwamen vanmorgen met een rooskleurig beeld: de economie groeit volgens hen in 2021 en 2022 alweer met ruim drie procent per jaar, is de prognose.

De rode draad in die communiqués: economen kregen het weliswaar Spaans benauwd van de invloed van corona op de economie, maar het valt alleszins mee.

Volgens DNB herstelt de economie zich sneller dan gedacht: het bruto binnenlands product (bbp) groeit naar verwachting dit jaar met 3 procent en in 2022 zelfs met 3,7 procent. Die groei gaat sneller dan in veel andere Europese landen, zoals Duitsland en Frankrijk. Daarnaast is er van ontslagen of grootschalige werkloosheid geen sprake: de werkloosheid nam af, nog zo’n 309.000 mensen waren in mei werkloos, minder nog dan een maand eerder. De werkloosheid is daarmee bijna op het niveau van voor corona.

Steunpakketten

Natuurlijk is dat deels te danken aan de steunpakketten die het kabinet optuigde om bedrijven draaiende te houden – daar is sinds het begin van de coronacrisis al ruim 67 miljard euro aan besteed. Maar de uitkomst is: het valt allemaal reuze mee met die economische klap van corona.

Olaf Sleijpen, directeur monetaire zaken van DNB zei het onlangs zo: “We hebben structureel de gevolgen van de pandemie voor de economie overschat. Dat geldt niet alleen voor ons, maar voor veel meer organisaties, ook buiten Nederland.”

Demissionair minister Wopke Hoekstra (Financiën) kan zich buigen over een set aan jubelberichten. Toch gaat het in de formatie veel over het zogenoemde ‘herstelplan’ dat nodig zou zijn om de economie na de coronacrisis te doen terugveren.

Zo’n herstelplan lijkt echter een duizenddingendoekje: alle formerende partijen noemden na gesprekken vooral de eigen stokpaardjes. D66 wil meer geld besteden aan kansenongelijkheid in het onderwijs, de PvdA brak een lans voor de cultuursector, de VVD noemde geld voor innovatie in het bedrijfsleven. Allemaal kopietjes uit hun verkiezingsprogramma’s.

“Een allegaartje,” constateert een ingewijde. “Maar veel hiervan kun je niet in een herstelplan voor één jaar vatten, maar gaat jaren van investeren vergen. Dat is dus aan het volgend kabinet en niet iets wat nu met stoom en kokend water allemaal moet worden gedaan.”

Voet op de rem

Dat de economische voortekenen gunstig zijn, maakt het misschien overbodig om nu ineens lustig te gaan investeren om de economie aan te jagen. Of zoals De Nederlandsche Bank adviseert: houd een voet op de rem als het gaat om nieuwe uitgaven. Het CPB, dat dinsdag met de juniraming komt, zei bij monde van directeur Pieter Hasekamp dat er voor het jaar 2022 geen ‘pretbegroting’ zou moeten komen. En bezuinigingen en belastingverhogingen zijn ook al niet nodig.

Problemen die er al waren – de flexibele arbeidsmarkt, de woningkrapte, de klimaatuitdagingen – hebben zich door corona verdiept, maar zijn er niet door ontstaan.

Om nu met een herstelplan de economie aan te jagen, bijvoorbeeld door mensen te verleiden extra snel hun spaargeld uit te geven, kan zelfs gevaarlijk zijn, zegt Lex Hoogduin, hoogleraar economie. De arbeidsmarkt is in veel sectoren al krap, je zou inflatie kunnen aanwakkeren, denkt hij. “De economie zou zomaar oververhit kunnen raken en je voegt onnodig overheidsschuld toe.”

Hij ziet liever een kabinet dat in een ‘lagere gear, een lagere versnelling’ gaat opereren. “Er is op het gebied van woningmarkt, onderwijs, zorg, bouw meer dan genoeg nodig, maar dat zijn meerjarenplannen. De economie hoeft niet snel via een herstelplan extra gestimuleerd te worden.”

Staatsschuld op een piek

De overheidsschuld blijft in de prognoses van DNB ook binnen de perken. De staatsschuld piekt volgens de voorspelling op 56,4 procent van het bbp, om daarna te dalen tot 52,2 procent in 2023. Dat is dus nog onder het maximum van 60 procent dat Europese regels dicteren.

Dat er aan het Binnenhof toch over herstelplannen gepraat wordt, schat Hoogduin in als een Haags spel. “Een pot geld dat je herstelplan noemt, is een smeermiddel voor onderhandelingen. Iedereen kan dan iets wensen en krijgen op het terrein dat hij of zij belangrijk acht. Maar ik zou adviseren: maak keuzes voor de komende jaren en steek het geld daarin. Nu een plens olie op het vuurtje van de economie gooien heeft geen zin.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden