Plus Achtergrond

Is het na vlees- en vliegschaamte tijd voor drugsschaamte?

Het percentage cocaïne in cocaïnepoeders neemt de laatste jaren ­opvallend toe. In 2017 bevatte een poeder gemiddeld 68,3 procent, in 2011 was dat nog 49 procent. Beeld Laura van der Bijl

In de strijd tegen ‘narcostaat Nederland’ wijzen beleidsmakers naar de gebruiker: schaam je. Zolang er echter geen ‘duurzame dealer’ is, wijzen gebruikers met hetzelfde gemak terug. ‘Mensen gaan niet minder gebruiken, ze gaan hooguit beter smokkelen.’

Sven (45) heeft zonnepanelen op het dak, havermelk in de koelkast en in de kluis, naast de ­Triodospassen van de kinderen, een voorraad ‘medicijnen’: wat ketamine, twee tripjes lsd, wiet en één xtc-pil. De WhatsAppdealer moet weer komen – bij voorkeur tijdens schooltijd.

Sven, die in de gezondheidszorg werkt en dus graag anoniem blijft, leeft, zoals dat heet, bewust. Hij heeft een afvalbak voor plastic, hij eet gedroogde dadels in plaats van snoep en hoewel hij een droger heeft, hangt hij de was op als het weer het toelaat.

Doordeweeks eet Sven biologisch, maar in het weekend slikt hij chemisch spul, waarvan hij geen benul heeft hoe het is gemaakt. Of dat niet paradoxaal is? Ja en nee. Liever betaalt hij vier keer zo veel aan een ‘verantwoorde pil’. Eentje uit een fabriek, met de ingrediënten op de verpakking, in plaats van een exemplaar uit een ­illegaal drugslab in Noord-Brabant. 

“Maar die pil bestaat niet. En dus koop ik van zomaar een dealertje, want ik wil het toch niet missen. Als je iets slikt, dan zie je de dingen anders. Het klinkt al snel zweverig, maar je stapt uit de gewone ­patronen. Voor veel mensen zal het ook druk van de ketel halen. Dat kan juist gezond zijn. Mensen zijn altijd op zoek geweest naar extase en roes. Dat is niet voor niets.”

Sven werkt hard en wil in het weekend ‘los’. Hij doet er niemand kwaad mee. Toch?

Verantwoordelijkheid

Zeker wel, zeggen politici en politiechefs steeds vaker. Gebruikers houden de drugshandel, met al zijn grimmige uitwassen, in stand. Korpschef Erik Akerboom van de Nationale ­Politie slingerde in 2018 de discussie aan met de constatering dat het gebruik van harddrugs steeds ‘normaler’ wordt gevonden. Om dat te ­illustreren verwees hij naar de ‘cocaïneyogi’s’ in de grote steden: hoogopgeleide twintigers en dertigers met een gezonde leefstijl, die in het weekend aan de cocaïne en de pillen gaan. “Achter een pil of ‘lijntje’ schuilt een wereld van keiharde criminaliteit; liquidaties, witwassen, ­corruptie, fraude en milieucriminaliteit,” zei minister Ferdinand Grapperhaus, die niet wil accepteren dat drugs worden geassocieerd met een happy time.

Nadat vorige week het veelbesproken rapport over de enorme drugscriminaliteit in de stad – De achterkant van Amsterdam – was gepresenteerd, laait de discussie over het morele appèl aan de gebruiker op. Burgemeester Femke Halsema kondigde een campagne aan die de gebruiker ‘bewust’ moet maken. Korpschef Frank Paauw drukte de gebruikers deze week bij Jinek op het hart: “Als je snuift of slikt, doe je mee aan het opbouwen van deze economie.” En de vraag wordt ook elders hardop gesteld: moet de drugsgebruiker zich verantwoordelijk voelen voor gedumpt drugsafval? Moet hij zich medeplichtig achten voor drugsafrekeningen in de stad? Is het nu – na de introductie van vlees-, vlieg- en sproeischaamte – ook tijd voor drugsschaamte?

Keiharde drugsmarkt

Filosoof Daan Roovers, onze Denker des Vaderlands, vindt het zelfs hoog tijd. “Als mensen plofkip eten, dan zeggen wij dat ze de bio-industrie meefinancieren. Drugsschaamte lijkt mij een logische uitbreiding van dit arsenaal.”

Ze ziet dat drugsgebruik steeds ‘gewoner’ is geworden. Bij de zoektocht naar een geschikte middelbare school hoorde ze haar zoon en zijn vrienden praten over zaken als ‘bij die school wordt veel drugs gebruikt’. En: “Daar staan dealers voor de poort.” “Dat jongens van 11 jaar het daarover hebben, was voor mij een eyeopener.”

Drugs is van alle tijden. Hoewel het een landelijk probleem is, biedt Amsterdam een rijke voedingsbodem. In 1996 schreven de criminologen Cyrille Fijnaut en Frank Bovenkerk: ‘Amsterdam verwierf zich in de jaren zestig en zeventig nationaal en internationaal een reputatie als kosmopolitische, vrije stad. Vormen van normafwijkend gedrag werden in ruime mate gedoogd.’ Rotterdam wordt geassocieerd met werken, Amsterdam met ‘fun’.

En: ‘In die cultuur van openheid is ook een ­basis gelegd voor de ontwikkeling van georganiseerde misdaad in de stad. Wat begon als een wereld van flowerpower, werd voor een deel een omvangrijke en keiharde drugsmarkt.’

Snuiven en slikken

- Het taboe onder jongeren om hun eigen drugsgebruik te bespreken, is flink verminderd, constateerde het Trimbos-instituut in 2015.

- Het aantal volwassen Nederlanders dat ooit xtc heeft gebruikt, ligt in 2018 op 8,4 procent. In 2015 was dat nog 7,0 procent.

- Het percentage cocaïne in cocaïnepoeders neemt de laatste jaren ­opvallend toe. In 2017 bevatte een poeder gemiddeld 68,3 procent, in 2011 was dat nog 49 procent.

- Een kwart van het Amsterdamse uitgaanspubliek zei in een enquête van de Antennemonitor in 2016 dat het cocaïne heeft gebruikt in het afgelopen jaar. Van hen deed 12 procent dit nog in de afgelopen maand.

- Mdma kan leiden tot oververhitting, watervergiftiging, een enkele keer leverschade, angstaanvallen en psychische klachten.

- Van de 70.000 patiënten die op de spoedeisende hulp van het OLVG binnenkomen, zijn er 1100 vergiftigd door drugs. Zo’n 50 procent van hen heeft cannabis gebruikt.

Bron: Trimbos-instituut, Jellinek en OLVG

Waar de harddrugs in de jaren negentig vooral opdoken bij undergroundparty’s, gabbers of hooligans, worden ze de laatste jaren steeds ­acceptabeler onder studenten, artsen, advocaten en dus zelfs scholieren. Wat daarbij meespeelt, zegt Roovers, is dat de harddrugs van nu veel ‘gebruiksvriendelijker’ zijn dan de heroïne uit de jaren tachtig en negentig. “De pillen zijn er bijna op gemaakt om in het weekend te gebruiken en maandag weer fris op het werk te verschijnen.” Het risico om een sociale outcast te worden, is nu veel kleiner. Dit ook omdat drugs veel goedkoper zijn, zodat gebruikers niet makkelijk meer in de financiële malaise belanden.”

Dus zeggen gebruikers vaak: ik kan het betalen, functioneer nog op mijn werk en ik word er niet ongezonder van dan wanneer ik een fles wijn zou drinken.

Volgens Roovers beperkte de discussie over drugsgebruik zich tot voor kort tot een gezondheidsvraag: kan ik het aan? “Het reduceren van zo’n maatschappelijk omstreden fenomeen als drugsgebruik tot persoonlijke afwegingen heeft een blinde vlek gecreëerd voor de sociaal-­economische gevolgen ervan.”

Naar de klote gaan

Ook Sven voelt zich niet medeverantwoordelijk voor bolletjesslikkers of drugskoeriers. “Drugsschaamte? Het lijkt me slecht als we ons voor ­alles moeten schamen.”

Dennis (28), een ingenieur met een werkweek van 45 tot 50 uur, voelt zich evenmin aangesproken. Hij ontspant in het weekend op speed, xtc of mdma. Hij geeft toe dat hij geen idee heeft waar de drugs precies vandaan ­komen. “Ik hoor vaak dat in Brabant drugslabs worden gevonden, dus ik denk daar vandaan. Maar dat is een gokje.”

Net als Sven doet Dennis zijn best om bewust en gezond te leven. Van gluten krijgt hij buikpijn, dus die heeft hij in de ban gedaan. Bezorgmaaltijden zijn ongezond, dus die mijdt hij. Hij neemt extra magnesium en let op de eiwitten. “Zo’n vier keer in de week ga ik naar de sportschool, skateboarden, mountainbiken of ­motorcrossen.” Of het niet zonde is om na een hele week gezond leven drugs te gebruiken? “Nee, ik vind sporten en gezond leven belangrijk, maar dat is ook saai. Je moet af en toe naar de klote gaan om het leven leuk te houden.”

Genieten op de klok. Het heeft een naam: agendahedonisme. Een uiting van deze tijd die te denken geeft, zegt Roovers. Het zegt volgens haar iets over ‘onze uitermate gereglementeerde levensregie’. “Mensen hebben drukke banen, drukke agenda’s en volle sociale programma’s. Als ze dan even uit hun dak willen graan, moet dat precies in de agenda passen. We moeten nadenken over de gewoonte die dat is geworden.”

Ton Nabben, drugsonderzoeker aan de HvA, ziet ook dat het gebruik onder twintigers is toegenomen. Hij ziet tevens dat de politiek daar ­beperkt invloed op heeft. Volgens Nabben is het appèl aan de gebruiker er dus een uit machteloosheid van de bestuurders. “De war on drugs is vastgelopen, maar andere oplossingen, zoals ­legalisering van bijvoorbeeld xtc, worden meteen afgedaan als utopie.” Wat blijft er dan over? Een dwingend beroep op ‘de zondebok’. Stop met gebruiken, want je voedt de criminaliteit. Nabben vindt dat behalve naïef – “Ik zie de ­Amsterdammers niet snel stoppen met pillen en coke’ – ook misplaatst.

Nabben vindt dat gebruikers een zekere verantwoordelijkheid hebben, maar om hun schaamte aan te praten, gaat hem veel te ver.

De veelgehoorde vergelijking met de plofkip gaat volgens de drugsonderzoeker volledig mank. “Voor een plofkip kun je een alternatief zoeken: een biokip.” Bij drugs is die keuze er niet. Er is geen duurzame dealer of gecertificeerde ketamine. “Je kunt niet zeggen: ik haal mijn mdma legaal bij de apotheek. Met bijsluiter en voorlichting.” Je hebt als consument met gewetenswroeging dus geen alternatief voor pillen en coke, juist omdat het illegaal is.”

Is het gedrag van drugsgebruikers überhaupt wel te veranderen? Ja, zegt gezondheidswetenschapper Dike van de Mheen, die een vergelijking trekt met alcohol. “Als je vroeger niet dronk, dan zei iemand al snel: ‘Doe niet zo flauw.’ Tegenwoordig wordt dat wel geaccepteerd.” Idem bij het roken: “Vroeger rookte ­iedereen. Nu ben je bijna een paria als je rookt.”

Ook Nabben denkt dat gebruikers openstaan voor alternatieven. Bijvoorbeeld: “Er zijn best mensen die cocablad willen kauwen.” Volgens de onderzoeker is dat veel minder verslavend dan de coke die je snuift en krijgt de boer die het teelt ook nog eens beter betaald.

Nabben: “Het zou mooi zijn als de smartshops vers cocablad mogen aanbieden, maar dat is door internationale verdragen onmogelijk. We zitten opgezadeld met wetten die in de jaren zestig onder druk van Amerika zijn bedacht onder het mom: ‘Drugs are evil.’ Je ziet wat ervan gekomen is: grootschalige criminaliteit die ons boven het hoofd groeit.”

Gezondheidsrisico’s

Tegelijkertijd voert de staat een paradoxaal beleid, zegt Nabben: “Drugs zijn verboden, maar je kunt ze wel laten testen in een van de dertig testcentra, zodat je weet wat voor risico je loopt.

Ook schuurt het dat xtc verboden is, terwijl ­tabak en alcohol tot meer schade leiden.”

Ook Roovers vindt dat de politiek het probleem ‘schromelijk heeft verwaarloosd’. Juist omdat drugsgebruik uitsluitend werd gewogen op gezondheidsrisico’s. Daar moet volgens haar verandering in komen. Ze denkt dat het goed is om gebruikers bewust te maken van de reis die zo’n pilletje heeft afgelegd. “Ik denk echt dat het uitmaakt.” Ook moet de overheid duidelijk zijn: harddrugs zijn verboden! “Dat weet niet iedereen.” En ten derde: “Het aanpakken van drugs­criminaliteit.” Niet in de vorm van projecten, maar duurzaam, voor langere tijd.

Nu de politici het thema drugscriminaliteit weer hoog op de agenda hebben, voorspelt Nabben, die al lang meedraait als drugsonderzoeker, een periode van zero tolerance. “Dat hebben we tien jaar geleden ook gehad. Dan komen er weer drugshonden en laat de politie zijn spierballen zien. Maar mensen gaan heus niet minder gebruiken, ze gaan hooguit beter smokkelen. Of ze gebruiken de drugs vlak voor het festival, met het risico dat ze te veel in één keer nemen.”

Lokale markt

Wat is dan wel een oplossing? Kijk naar alternatieven, zoals gereguleerde verstrekking van xtc, zegt Nabben. De Denker des Vaderlands vindt dat geen gekke gedachte. “Met coke zie ik dat niet zo snel gebeuren, maar misschien wel met xtc. Het kan alleen slagen als je het lokaal produceert, voor een lokale markt. Dan moet je er als overheid wel bovenop zitten. Met 21 procent btw, zodat de rest, die niet gebruikt, er ook nog wat aan heeft.”

De toeristen doen dan niet mee. En nee, dat is niet sneu. “Mijn betrokkenheid gaat in de eerste plaats uit naar die jongens van 10 of 12 jaar oud, die in Amsterdam-West worden geronseld om drugspakketjes weg te brengen. Ik heb niet zo’n medelijden met toeristen. Die gaan maar ergens anders naartoe. Het Rijksmuseum is ook open.”

We willen een roes; zelfs de paus dronk wijn met coca

De hang naar een roes moet zo oud zijn als de mensheid zelf. Gemma Blok, hoogleraar moderne geschiedenis aan de Open Universiteit, heeft voorbeelden van lang, heel lang geleden.

Zo noemt een Soemerische tekst in spijkerschrift uit 3100 voor Christus de Papaver Somniferum – waar opium uit wordt gewonnen – al ‘de vreugdeplant’. De lijst met vroege gebruikers is lang, zegt Blok. “Ook de Grieken en Romeinen namen opium als medicijn.”

Cannabis is duizenden jaren geleden al ontdekt in Azië en het Midden-Oosten. Opium was de ­aspirine van de negentiende eeuw, gaat Blok verder. Net als de oude Egyptenaren hielden ‘wij in Nederland onze kindertjes rustig met opium’.

In 1868 kwam cocaïne uit de bladeren van de cocaplant op de markt. Dat werd in bepaalde kringen een hit. De vader van de psychoanalyse, Sigmund Freud, nam het graag om zich wat makkelijk te bewegen tijdens feestjes, weet Blok. Zelfs de paus dronk wijn met coca. “In Nederland waren buisjes cocapillen te koop voor twee gulden.”

Historicus Stephen Snelders onderzoekt aan de Universiteit van Utrecht de Nederlandse drugshandel in de twintigste eeuw. Hij kan er kort over zijn: mensen hebben rustgevende, stimulerende of pijnstillende middelen nodig. “Dat is mens eigen en van alle tijden.”

Zelfinzicht

Waar men in de zeventiende eeuw vooral alcohol nuttigde, kwamen in de eeuw daarna tabak, koffie, thee en chocolade op. In 1898 werd heroïne verhandeld, niet veel later volgden ecstasy (1912) en lsd (1943).

De vraag waarom mensen al duizenden jaren hangen aan verdovende middelen, is niet eenvoudig te beantwoorden, zegt Blok. “Het hangt af van het middel, de tijdsgeest en de gebruiker. Drugs werden om allerlei redenen gebruikt: voor zelfmedicatie, in een religieuze of spirituele context, om te verdoven of om er energie en zelfvertrouwen van te krijgen.

In de negentiende eeuw werd opium zelfs gebruikt om honger te verdrijven. Tegenwoordig worden lsd of ayahuasca weer ingezet om een verhoogd zelfinzicht te verkrijgen. Je kan het niet over één kam scheren. In de jaren zestig ­gebruiken jongeren lsd uit een rebel­se motivatie om zich te onderscheiden. Het was identiteitspolitiek van de jeugd. En nu hoor je jongeren die xtc gebruiken zeggen dat ze even boven het leven van ­alledag willen uitstijgen.”

Kortom: de mens heeft om vele redenen een hang naar drugs. Blok verwacht niet dat het ooit anders wordt.

Beeld Laura van der Bijl

In Colombia wordt op ruim 180.000 hectare grond illegaal de cocaplant verbouwd. Het land is de grootste cocaïneproducent ter wereld. Met het bestrijdingsmiddel glyfosaat bestrijdt de overheid de plantages. De cocaboer gaat daarna elders verder, ten koste van het bos en de biodiversiteit. In laboratoria, vaak in de jungle, worden de geoogste bladeren tot coca­pasta verwerkt met middelen als kerosine, zwavelzuur en ammoniak. De afval­stoffen komen in de natuur terecht. Sinds de vrede tussen guerrillabeweging Farc en de Colombiaanse regering strijden criminele bendes om de cocaplantages. Gewa­pende drugsbendes eisen dat boeren voor hen verbouwen. De geclaimde hectares worden met ­geweld verdedigd.

Beeld Laura van der Bijl

Vanuit buurlanden Ecuador en Venezuela gaat de cocaïne per speedboten naar het eiland Hispaniola. Vanaf toeristische trekpleister de Dominicaanse Republiek, deel van Hispaniola, gaan ­regelmatig vluchten naar Europa met daarin geronselde smokkelaars, soms zwakbegaafd, arm of onder grote druk, die cocaïne­bolletjes slikken of drugs in kleding, bagage of acces­soires verstoppen. Behalve een jarenlange gevangenis­straf riskeren de slikkers de dood ­wanneer een bolletje in hun lichaam knapt. Het chemisch afval van in Nederland geproduceerde drugs, waaronder xtc, wordt regelmatig in de ­natuur gedumpt. Dat ­levert ook gezondheids­risico’s op.

Beeld Laura van der Bijl

Op de wereldwijde cokemarkt vervullen Nederlandse criminele organisaties sleutelrollen. Er gaan miljarden in en de handel gaat gepaard met veel geweld. Recentelijk nog zou een 23-jarige uit Amsterdam geliquideerd zijn om een gestolen pak cocaïne. Met één telefoontje kan een gram coke worden besteld voor ongeveer vijftig euro, afgeleverd op een ­bestemming naar wens. Herkomst onbekend. Voor de gebruiker kan het feesten beginnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden