PlusAchtergrond

Ionica Smeets: ‘Eenzijdig informeren is allang achterhaald’

null Beeld Rosa Snijders
Beeld Rosa Snijders

Discussies over covid of klimaatverandering tonen dat wetenschapscommunicatie géén eenrichtingsverkeer is, zegt hoogleraar Ionica Smeets. Volgens de gastvrouw van het Gala van Wetenschap en Samenleving begint de juiste boodschap bij de wetenschapper zelf.

Eline Kraaijenvanger

Met een achtergrond in wiskunde en een carrière als wetenschapsjournalist heeft Ionica Smeets de nodige ervaring met het begrijpelijk en aantrekkelijk maken van abstracte zaken. Toch blijft er volgens haar altijd ruimte voor verbetering. “Wetenschapscommunicatie is zo veel meer dan moeilijke dingen een beetje goed uitleggen.”

U doet onderzoek naar wetenschapscommunicatie. Hoe is dat zo gekomen?

“Het is een vrij nieuw – en ook een beetje een gek – vakgebied. Wat mij altijd zo verbaasde, is dat veel wetenschappers vooral op gevoel werken als het op wetenschapscommunicatie aankomt. Dat is eigenlijk raar, want in hun onderzoek laten ze zich heel erg leiden door experimenten, data en sterke onderbouwingen. Waarom passen ze dat niet ook toe op hoe ze over hun onderzoek praten?”

“Wat ik ook vaak zag, is dat iets waarvan je intuïtief denkt dat het een goed idee is, vaak helemaal niet zo goed werkt. Toen ik dat eenmaal besefte, ging ik op zoek naar manieren waarop je die communicatie kan bestuderen en verbeteren. Qua onderzoeksmethode is dat een heel andere manier van werken dan de wiskunde; ik moest me als bètawetenschapper echt laten omscholen.”

Hoe ziet zo’n onderzoek er dan uit?

“Een heel tof onderzoek waar we nu mee bezig zijn, gaat over hoe je misleidende grafieken kunt corrigeren. We weten uit eerder onderzoek dat een factcheck met als kop een misleidend statement, de misinformatie van het hele stuk versterkt. We vroegen ons toen af: en hoe zit dat nou met beelden? Moet je daarbij de misleidende grafiek mét een correctie geven, of is een waarschuwing misschien effectiever? Die data zijn we nu aan het verzamelen.”

“We werken met een heel divers team. Mensen die echt uit de journalistiek komen, maar ook met mensen die een achtergrond in filmwetenschappen hebben en een statisticus. Die mensen komen elkaar normaal gesproken nooit tegen, maar hier wel – dat vind ik zo leuk aan dit vakgebied.”

Hoe staat het met de wetenschapscommunicatie in Nederland?

“Het gaat hier eigenlijk best goed. Veel bètaopleidingen hebben een masterspecialisatie wetenschapscommunicatie en er zijn meerdere universiteiten waar ook onderzoek naar wetenschapscommunicatie wordt gedaan. Sinds 2019 is er ook structureel geld beschikbaar voor wetenschapscommunicatie – dat is wel echt anders dan vroeger. Wat ik ook heel tof vind, is dat er recent twee bijzonder hoogleraren wetenschapscommunicatie voor natuurkunde zijn aangesteld. Ik praat weleens met collega’s in het buitenland en die zijn heel jaloers op ons hier wat dat betreft.”

Zijn er aspecten die beter kunnen?

“Altijd. Ik zie wetenschapscommunicatie echt als een belangrijke verantwoordelijkheid van een vakgebied, of dat nou natuurkunde, archeologie of taalkunde is. Als vakgebied moet je er samen voor zorgen dat je goed communiceert met de buitenwereld. Je ziet dat vaak ook terug in de kerntaken van universiteiten. Die luiden altijd: onderzoek, onderwijs en ervoor zorgen dat de kennis in de samenleving komt.”

“Ik denk dat veel beleidsmakers en wetenschappers nog steeds denken dat wetenschapscommunicatie een soort eenrichtingsverkeer van informeren is: wij praten, jullie luisteren. Dat is toch wel vrij achterhaald. Eenzijdig informeren stuit ook op veel weerstand in de samenleving. Dat zag je goed in de afgelopen twee jaar met de coronapandemie. Zeker bij dat soort cruciale onderwerpen, zoals corona of klimaatverandering, wil je gewoon dat dit goed gaat.”

Hoe zorg je daar dan voor?

“Wat moet veranderen, is het beter waarborgen van de kwaliteit. In persberichten van universiteiten wordt nieuws bijvoorbeeld soms heel hijgerig gebracht, ook al is het een slecht uitgevoerd onderzoek of wordt een klein resultaat enorm opgeblazen. De rol die wetenschappers daar zelf in spelen, is heel belangrijk. Ik zie dat daar nog best wat dingen misgaan. De schuld wordt dan vaak bij de journalisten gelegd, maar het begint eigenlijk al bij wetenschappers zelf. Het is echt niet dat journalisten nooit iets overdrijven, maar wij wetenschappers moeten eerst zelf goed leren communiceren. Het helpt om doelen te stellen: wie wil je bereiken? Bereik je ze ook echt? Er zijn vaak veel meer manieren om mensen te bereiken dan je in eerste instantie bedenkt.”

Een Gala van Wetenschap en Samenleving bijvoorbeeld?

“Precies. Dit jaar is Leiden uitgeroepen tot European City of Science: in de stad vindt een jaar lang een festival plaats in het thema van wetenschap en wetenschapscommunicatie. Dit gala is wat mij betreft echt een viering van wetenschappers die zich inzetten om die verbinding met de samenleving aan te gaan. We willen laten zien hoe je vanuit verschillende onderwerpen – van wiskunde tot psychologie – en verschillende methoden, kennis kan overbrengen aan de samenleving.”

“Ik hoop zo dat iedereen na afloop geïnspireerd is om zelf iets te gaan doen dankzij één van de verhalen op het podium. Bijvoorbeeld het kijken van een documentaire over recycling, meedoen aan een citizen-science-project, een boek lezen over kunstmatige intelligentie óf misschien wel zelf meer en beter communiceren over hun werk.”

Waar kijkt u zelf het meest naar uit?

“O, zo veel! De wetenschapsbattle tussen quantumwetenschapper Julia Cramer en cognitief neurowetenschapper Barbara Braams: die wordt spectaculair. Ik ben ook heel benieuwd wat Ivo van Vulpen en Margriet van der Heijden gaan doen, zij zijn allebei net begonnen als bijzonder hoogleraar wetenschapscommunicatie voor natuurkunde. Verder verheug ik me heel erg op de presentatie van gedragswetenschapper Reint Jan Renes. Hij is een van de beste sprekers die ik ken – ik heb zo veel van hem geleerd over hoe je mensen ook echt iets laat dóén. Wetenschapscommunicatie is namelijk niet alleen het vertellen over je onderzoek, maar ook echt die verbinding met anderen aangaan.”

Ionica Smeets. Beeld Ype Driessen
Ionica Smeets.Beeld Ype Driessen

Ionica Smeets

Delft, 8 oktober 1979

Na haar studie technische wiskunde promoveerde ze op een onderwerp uit de getaltheorie aan de Universiteit Leiden. Op dit moment is ze hoogleraar wetenschapscommunicatie bij diezelfde universiteit. Binnen de wetenschapscommunicatie onderzoekt ze de kloof tussen experts en algemeen publiek. Daarnaast schrijft ze columns voor de Volkskrant en maakt ze met Ype Driessen fotostrips voor New Scientist. Ook presenteert ze populairwetenschappelijke televisieprogramma’s. Haar recentste boek is Rekenen voor je leven dat ze maakte met Edward van de Vendel.

Gala van Wetenschap en Samenleving

Op 14 maart vindt in de Stadsgehoorzaal te Leiden het eerste Gala van Wetenschap en Samenleving plaats. De stad Leiden in 2022 het hele jaar te European City of Science.

Sprekers zijn onder meer Ben Feringa, Reint Jan Renes, Julia Cramer, Barbara Braams, Rob van der Mei, Jet Bussemaker en Marion Koopmans. De presentatie is in handen van Ionica Smeets en Jim Jansen. Meer info galavanwetenschapensamenleving.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden