PlusInterview

Intensivist Mark Seubert: ‘Hoop dat we hier straks van hebben geleerd’

De verwachting voor komende week is dat er vijfhonderd tot duizend coronapatiënten op de intensive cares in het land liggen. De druk neemt toe, maar intensivist Mark Seubert houdt het hoofd koel.

Mark Seubert: ‘Het is niet gering wat we nu voor de kiezen krijgen, maar het is gelukkig geen zusje van ebola.’ Beeld Marc Driessen

De intensive care is de laatste halte in het ziekenhuis, de afdeling voor de ziekste patiënten, die de meeste zorg nodig hebben. Dus ja, intensivist Mark Seubert (47) accepteert dat er ook patiënten sterven. “Als iemand, ondanks alles wat we te bieden hebben, te veel mankeert om beter te worden, dan heb ik daar vrede mee. Niet alles is maakbaar. Dat is onderdeel van het vak. Dat is oké.”

Maar nu is er Covid-19. En een gebrek aan beademingsmachines. Plus een dreigend tekort aan mondkapjes en andere beschermings­middelen. Zonder die materialen kunnen ic-medewerkers hun werk niet doen, dus ze zijn er uiterst zuinig op. 

Daarom zijn er strenge regels voor bezoek. In de meeste ziekenhuizen geldt: maximaal één bezoeker per dag – liefst ­elke dag dezelfde. “Maar deze patiënt heeft een partner, kinderen, misschien ouders, vrienden. Dat iemand doodziek op de intensive care wordt opgenomen en de familie er niet bij kan om zijn hand vast te houden – dáár ligt mijn frustratie.”

Let wel: hij begrijpt de maatregel, maar triest is het toch. In al die jaren dat hij op de ic meedraait, heeft hij dit nooit meegemaakt.

Geen pilletje

Seubert zet een kop dampend theewater op een eettafel in een woonkamer in Amsterdam-Zuid. Hij oogt, voor iemand die er net een 24 uursdienst op de ic in Zoetermeer op heeft zitten, patent uit. “Ik heb deze nacht genoeg kunnen slapen in het ziekenhuis,” zegt de intensivist, die twee dagen later alweer als waarnemer in Sittard aan het werk moet.

Het is nu nog te behappen. De Nederlandse Vereniging voor Intensive Care verwacht dat er volgende week vijfhonderd tot duizend coronapatiënten op de Nederlandse ic’s liggen. Ook in Amsterdamse ziekenhuizen zal het dan flink drukker worden. Seubert maakt een oprecht rustige indruk voor iemand die de zwaarste werkweken van zijn leven ingaat. “Als intensivecaredokters in paniek raken, is het einde zoek.”

Hij heeft inmiddels een goede indruk van de behandeling van patiënten met Covid-19 op de ic. De behandeling is intensief, en duurt lang – vaak weken. “We ondersteunen de ademhaling. We ondersteunen het hart, zo nodig met medicijnen. En we ondersteunen de nieren als die het niet meer kunnen bijbenen, maar eerlijk gezegd kunnen we aan het virus zelf nu nog niet veel doen. We hebben geen pilletje om het virus te onderdrukken.”

Carnaval

Niet iedereen met Covid-19 ligt in het ziekenhuis met ademhalingsklachten, zegt hij. Diarree en bloedvergiftiging komen ook voor. De meeste patiënten met Covid-19 liggen op de ic omdat de longen zo ziek zijn dat ze te weinig zuurstof kunnen opnemen. “Deze mensen brengen we in slaap en we helpen ze aan de beademings­machine.”

Met welke woorden breng je iemand in slaap die misschien niet meer wakker wordt? “Liegen zal ik niet. Maar dat het somber is, heeft geen toegevoegde waarde voor iemand die nog een hele strijd moet leveren. Dan kan ik zeggen: ‘We gaan ons best doen.’ Dat is een eerlijke belofte die ik kan doen.”

Het zijn toch vooral de ouderen, en de mensen met onderliggende aandoeningen als hart- en vaatziekten die hij op de intensive care ziet. Ook Seubert kent de verhalen over de jonge patiënten met corona op de ic. “De gedachte is dat carnaval ervoor gezorgd heeft dat we meer jonge mensen op de ic zagen dan collega’s in het buitenland.”

Nieuwe inzichten laten zien dat obesitas ook een risicofactor is om ernstig ziek te worden van het virus. Daarover zegt hij: “Alles wat iemand zwakker maakt, maakt kwetsbaarder om een griep te krijgen. Het is dus zeer waarschijnlijk dat dit ook voor dit beest geldt.”

Ja, het wordt een hele drukke tijd. Een onzekere tijd ook, maar Seubert zoekt graag de lichtpuntjes, en die zijn er ook. Hij volgt de ontwikkelingen en onderzoeken naar medicijnen en vaccins op de voet en is hoopvol dat er iets komt – al weet hij niet precies wat en rekent hij erop dat het nog maanden duurt.

“Het is niet gering wat we nu voor de kiezen krijgen, maar het is gelukkig geen broertje of zusje van ebola. Ik ben bang dat dat nog erger zou zijn. Ik zie dit als een buitengewoon serieuze generale repetitie. Ik hoop dat als deze narigheid voorbij is – en we de hoeveelheid slacht­offers hebben kunnen beperken – we ervan hebben geleerd. Dan weten we wat ons in de toekomst verder te doen staat.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden