PlusInterview

Ingrid Thijssen (VNO-NCW): ‘Nederland moet een maatje groter denken’

Groener, schoner en socialer. Werkgeversvoorzitter Ingrid Thijssen (VNO-NCW) gooit het roer om. ‘Stikstof, dát is het probleem. Niet de staatsschuld.’

Ingrid Thijssen: ‘Politieke partijen, bedrijven en maatschappelijke organisaties moeten over hun eigen schaduw heen stappen.’  Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Ingrid Thijssen: ‘Politieke partijen, bedrijven en maatschappelijke organisaties moeten over hun eigen schaduw heen stappen.’Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Er was een tijd dat werkgeversclubs vooral pleitten voor gematigde loonstijgingen en lagere lasten. Daarom is het best even wennen. In hun vandaag verschenen nieuwe visie reppen VNO-NCW en MKB Nederland over een ‘klimaatneutrale, circulaire samenleving als hoogste prioriteit’. Ook het pleidooi voor ‘een samenleving met gelijke kansen voor iedereen’ doet vreemdsoortig aan. Alsof er is geput uit het verkiezingsprogramma van, pak hem beet, GroenLinks.

Ingrid Thijssen (53) grijnst. Misschien dat er een verkeerd beeld bestaat over het bedrijfs­leven, zegt de voorvrouw van VNO-NCW. Één misverstand wil ze meteen wegnemen: economische groei blijft belangrijk. “Het geld moet wel verdiend worden.”

Maar tegelijkertijd is er inderdaad sprake van een koerswijziging, stelt ze. “Wij kunnen meer verantwoordelijkheid op ons nemen en willen dat ook. Dus kiezen we voor een nieuwe rol.”

Waar komt die ommezwaai vandaan?

“Die is ingegeven door onze leden. We hebben met duizenden ondernemers gesproken. Zij hebben grote zorgen over wat er in de afgelopen jaren is gebeurd. Het idee was altijd: als je maar zorgt voor economische groei, dan komt het vanzelf met iedereen goed. Maar dat is niet zo. Onvoldoende mensen profiteren, lang niet iedereen doet mee. Daar voelen we ons verantwoordelijk voor.”

Het idee dat welvaart aan de top vanzelf doorsijpelt naar de onderkant van de economie heeft niet gewerkt?

“Nee, klopt. We zullen ons kompas breder moeten afstellen, herijken.”

Veel bedrijven hebben nu één prioriteit: de coronacrisis overleven. En u komt met verduurzaming en inclusiviteit aanzetten.

“Die vraag hebben we ons natuurlijk ook gesteld: moet dat nu? Maar onze achterban zit op dit verhaal te wachten. Kijk, we weten wat er op dit moment moet gebeuren: steunpakketten optuigen om bedrijven en banen overeind te houden, zorgen dat gesloten sectoren zo snel mogelijk weer open kunnen, het stutten van ingeteerde vermogens. Dat loopt ook allemaal. Maar we moeten ook kijken naar de verdere toekomst, wat komt daarna? En dan zijn we terug bij problemen die er voor corona ook al op ons af kwamen: de klimaattransitie gaat niet snel genoeg, de stikstofproblematiek is niet opgelost, de economische groeiverwachting is te klein om onze gezondheidszorg, onderwijs en politie te kunnen blijven betalen.”

U spreekt van een nieuw ‘Rijnlands’ model. Wat was er mis met het oude?

“In het oude Rijnlandse model was er altijd al oog voor de belangen van werknemers, klanten en leveranciers. Daarmee weken we af van het Angelsaksische model, waarin alleen het aandeelhoudersbelang voorop staat. Wij zetten nu een stap verder: bedrijven willen ook verantwoordelijkheid nemen voor bredere maatschappelijk problemen. Zo zijn er nu al werkgevers die meehelpen om problematische schulden terug te dringen. En je zag het ook bij de opschaling van de testcapaciteit, waaraan bedrijven mee hebben geholpen.”

U omarmt de term brede welvaart. Wat betekent dat?

“We willen een samenleving die inclusief is. Iedereen moet meedoen. We zouden eerst zorgen voor 100.000 banen voor arbeidsgehandicapten, daar maken we er nu 200.000 van.”

U wilt ook dat iedereen een stage kan krijgen.

“Een stage is geen gunst. Het is een verantwoordelijkheid voor bedrijven. Daarvoor is een andere minds­et nodig. Het gaat erom dat mensen die minder bevoorrecht zijn dezelfde kansen krijgen. Dat gaat soms over vrouwen, maar ook over jongeren met een andere achternaam. Het begint bij gelijke kansen in het onderwijs. Daarom moeten de investeringen in het basis- en voortgezet onderwijs omhoog.”

Dat kost veel geld.

“Onze investeringsplannen kosten 20 miljard euro per jaar. In het economische model van de Rabobank leiden die investeringen tot 20 procent extra welvaart per hoofd van de bevolking in 2030. Die groei hebben we nodig om onze voorzieningen te kunnen blijven betalen. Tegelijk is het belangrijk dat we op een duurzame manier ons geld verdienen en Nederland een prachtig land blijft of nog prachtiger wordt.”

Maar gaan bedrijven meer belasting betalen?

“Wij investeren mee. Daarnaast is er een publiek aandeel. Daarvan zeggen we dat de staatsschuld mag oplopen. De rente is laag en volgens de baas van het Centraal Planbureau hoeven we pas bij een schuldquote van 80 procent aan de bak. Daar blijven wij in onze plannen ruim onder. Tegelijk staat er vanaf 2023 2 miljard euro op de begroting om werkgeverslasten te verlichten. Daarvan zeggen wij: zet dat geld nou alleen in om nieuwe investeringen in duurzaamheid goedkoper te maken. Op dat vlak moet nog zo onwaarschijnlijk veel gebeuren! We moeten als land ophouden om kleine stapjes te zetten. We moeten een maatje groter denken.”

Hebben de klimaatakkoorden te weinig opgeleverd?

“Die bieden belangrijke bouwstenen, maar we lopen achter. De CO2-reductie met 49 procent gaan we niet op tijd halen, terwijl het Europese doel inmiddels 55 procent is. Het tempo moet omhoog. We moeten de industrie verduurzamen en de energie-infrastructuur vernieuwen. Complexe vraagstukken. Politieke partijen, bedrijven en maatschappelijke organisaties moeten over hun eigen schaduw heen stappen. Dat is nooit makkelijk. En het probleem is ook dat niet iedereen ziet of wil zien hoe groot de uitdaging is.”

Linkse partijen en vakbonden willen een hoger minimumloon.

“Dat is voor ons bespreekbaar, maar niet als dat ertoe leidt dat het hele loongebouw omhoog gaat. En verhoging moet wel samenvallen met de aanpassing van het toeslagenstelsel. Mensen moeten er in de praktijk wel op vooruitgaan. We doen ons best om er voor de verkiezingen uit te komen. Aan ons zal het niet liggen. Wij steken een flinke hand uit.”

Zonder overeenstemming in de polder zullen partijen in de formatie moeilijk tot elkaar komen.

“Ik mag toch hopen dat het anders gaat. De vraagstukken die er liggen zijn te groot om met kleine stapjes en ingewikkelde compromissen voort te gaan. Er wordt altijd heel erg gekeken naar de financiële ruimte. Maar het is de stikstofruimte, stupid! Als dat probleem niet wordt opgelost, wordt er helemáál niet gebouwd, kunnen we de industrie helemáál niet verduurzamen. Stikstof, dát is het probleem. Niet de staatsschuld.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden