PlusUitleg

Ingehaald door een virus dat we al 7 maanden kennen: hoe kan dat?

Het virus heeft ons ‘ingehaald’, zei premier Rutte maandag. Hoe kan dat nou? Hadden we dat niet kunnen voorkomen? En, belangrijker nog: komen de nieuwe maatregelen op tijd? Een antwoord aan de hand van vier thema’s.

Beeld ANP

Het virus hield zich in augustus nog koest (maar in september niet meer)

Sinds de versoepelingen van 1 juni, toen veel maatregelen van de eerste golf werden losgelaten, hebben we bijna vier maanden de tijd gehad om het virus te ‘volgen’. En als je naar de wiskunde achter het virus kijkt, kent die (wanneer reproductiegetal R boven de 1 ligt) een logisch verloop. Een patiënt wordt twee, dat wordt vier, vervolgens acht, daarna zestien, enzovoort. Als je de snelheid waarmee het virus zich verspreidt kent, kun je in theorie voorspellen hoeveel besmettingen er volgende week, volgende maand of over twee maanden zijn.

In theorie, inderdaad. Helaas voor beleidsbepalers is de R geen constante en is de snelheid waarmee het virus zich verspreidt erg afhankelijk van ons gedrag, van de vraag hoeveel mensen naar werk en school gaan, en ook van een moeilijk te beïnvloeden factor als het weer. In augustus steeg het aantal besmettingen en ziekenhuisopnames eigenlijk niet of nauwelijks. In de eerste week van de maand waren er gemiddeld 462 positieve tests, in de laatste week - bij een fors hoger aantal tests - waren het er 538.

En toen werd het september en ging het plotseling als een raket. De les daarvan is dat de combinatie van minder weer, een maatschappij die volop draait en los gedrag te veel brandstof aan het virus geeft. Dat zorgt meteen voor fors oplopende besmettingsaantallen, en dus zijn we ‘ingehaald’.

De testcapaciteit groeit minder hard dan beloofd

Om het virus weer te kunnen indammen, is het volgens experts (en ook de WHO) van groot belang dat we weten wie besmet raakt. Testen, testen, testen dus. Dat blijft in Nederland een hoofdpijndossier. Eerst waren het de GGD’s die tegen hun grenzen aanliepen, daarna waren het de laboratoria.

Eind augustus beloofde het kabinet verlossing. Medio september zouden buitenlandse labs 140.000 tests per week uitvoeren. Dat aantal zou bovenop de tests komen die Nederlandse partijen toen al analyseerden. Daardoor zouden er ruim 300.000 tests per week kunnen worden verwerkt.

Eind september moeten we constateren dat die ambitie niet is waargemaakt. Afgelopen weken werden ongeveer 200.000 tests uitgevoerd. Een woordvoerder van minister De Jonge stelt dat er inmiddels ‘enkele duizenden’ tests per dag naar Duitsland gaan, waar ze worden uitgevoerd door de labs van Eurofins en U-Diagnostics. Dat aantal blijft dus nog fors achter bij de aanvankelijke doelstelling.

Daardoor komen bij een snel om zich heen grijpend virus minder besmettingen aan het licht. Ook ontstaan langere wachttijden, en die zorgen ervoor dat sommige mensen hun uitslag niet thuis afwachten, wat het risico op extra besmettingen weer verhoogt én het bron- en contactonderzoek bemoeilijkt.

Kwetsbaren blijven niet meer buiten schot

Het lukt ons niet meer om ouderen te vrijwaren van het virus, iets waar we in augustus wel in leken te slagen. De volgende reeks spreekt wat dat betreft boekdelen: 113, 231, 375, 714, 964. Het staat voor het aantal zeventigers en tachtigers dat het virus oploopt, van week tot week. Niet alleen in absolute zin stijgt het aantal besmette ouderen, ook relatief worden ouderen nu vaker slachtoffer. Waar het totaal aantal patiënten in de afgelopen vier weken tijd vijf keer zo groot werd, was dat bij de ouderen ruim acht keer zo groot.

Daarmee krijgen de virologen gelijk. Toen veel Nederlanders een maand geleden nog trots constateerden dat de ouderen bij het begin van de tweede golf buiten schot bleven, waarschuwden experts al. Ze noemden het een ‘wetmatigheid’ dat besmettingen bij jongeren uiteindelijk leiden tot positieve gevallen bij ouderen, die veel kwetsbaarder zijn voor de gevolgen van het virus. En zo geschiedde.

Dat leidt inmiddels tot een weer stijgend aantal sterfgevallen, ook in verpleeghuizen, terwijl er de overheid juist zo veel aan gelegen is om nieuwe drama’s daar te voorkomen. In het Groningse Norg overleden in korte tijd vijf bewoners van hetzelfde verzorgingshuis. In totaal werden tussen 1 en 27 september 61 overlijdensgevallen in verpleeghuizen gemeld. In heel augustus waren dat er 39.

Zijn we op tijd?

Dat is maar net hoe je ertegen aankijkt. Als je puur naar de cijfers kijkt, dan is het antwoord wellicht ja. Deze tweede golf is vooralsnog kleiner dan de eerste. Er zijn nu 142 ic-opnames vanwege corona, half oktober zijn dat er naar schatting minimaal 400. Veel, maar een stuk minder dan begin april, toen 1400 coronapatiënten op de ic’s lagen. Als de maatregelen het gewenste effect hebben, en de instroom in ziekenhuizen over een paar weken fors afzwakt, kan een rampscenario zoals dit voorjaar vermoedelijk afgewend worden. Zo bezien komt het ingrijpen dus op tijd.

Je kunt ook anders redeneren. Personeel in het ziekenhuis (en in verpleeghuizen) is moe, fysiek maar ook mentaal. Volgens ic-baas Diederik Gommers is er een nijpend tekort aan verpleegkundigen en zit dáár voor de komende golf het grote probleem. Bovendien moet door de instroom van coronapatiënten op steeds meer plekken reguliere zorg afgeschaald worden. Dat is een scenario wat veel ziekenhuizen nou juist wilden voorkomen: in die zin komt het ingrijpen te laat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden