PlusAchtergrond

In verpleeghuizen vallen de klappen: ‘We zijn de loopgraven van de coronaoorlog’

In 900 van de 2500 verpleeghuislocaties in Nederland is minimaal één besmetting ontdekt.Beeld Getty Images

Bewoners van verpleeghuizen zijn een makkelijke prooi voor het coronavirus. Het ziekenhuis is dan vaak geen optie meer, maar van humaan sterven is zonder familie om hen heen, ook eigenlijk geen sprake meer.

“Je ziet iemand voor je ogen in elkaar klappen,” zegt Rob Ebbeling, regiomanager van drie locaties van zorginstelling Cordaan. Op een van die vestigingen had hij te maken met een uitbraak van het coronavirus, allemaal op dezelfde etage. Enkele mensen raakten besmet, van een aantal anderen is er een verdenking van besmetting. Twee van de bewoners van de bewuste locatie zijn bezweken aan de gevolgen van het virus.

Het hakt er flink in, bij de bewoners en hun naasten, maar ook bij het personeel. De heftigheid en vooral de snelheid waarmee zeer kwetsbare mensen, vaak op gevorderde leeftijd, ziek worden en de strijd, voor zover daarvan al ­sprake is, verliezen voordat er ook maar iets kan worden gedaan. “Het gaat zo snel, ze rennen achteruit en komen te overlijden.”

Die snelheid en de omvang waarmee het virus over de wereld raast, maakt dat de ethische discussie over hoe je omgaat met stervende kwetsbare mensen dreigt onder te sneeuwen.

Het is op te maken uit de cijfers van het RIVM: tachtigers en negentigers springen eruit bij de overlijdensgevallen, maar hoe ouder ze worden, hoe minder ze in ziekenhuizen worden opgenomen. De aandacht ging de afgelopen tijd veel uit naar die ziekenhuizen, naar corona-afdelingen en ic-bedden. Maar zoals een medewerkster uit de verpleeghuiszorg op 17 maart al in een achtergrondgesprek zei: “Bij ons gaan straks de klappen vallen, de verpleeghuizen worden de loopgraven van de coronaoorlog.”

Nu krijgt zij gelijk: het is inmiddels een stille ramp voorbij. RIVM-voorman Jaap van Dissel liet deze week weten dat in 900 van de 2500 verpleeghuislocaties in Nederland minimaal één besmetting is ontdekt. Een dag eerder had de vereniging van specialisten ouderengeneeskunde Verenso gemeld dat 281 bewoners van verpleeg­huizen waren overleden aan corona, een aantal dat een dag later werd bijgesteld naar 389 en inmiddels verder is toegenomen.

Moeilijke gesprekken

Een verklaring voor de dramatische sterfte­cijfers is snel gevonden: bewoners zijn vaak oud, kampen met ingewikkelde ziektebeelden, mankeren vaak al van alles. Het is een onwaarschijnlijk ongelijke strijd. Als het virus een instelling weet binnen te komen, is dat voor een deel van de bewoners niet zelden het laatste duwtje. Er zijn ook verpleeghuis­bewoners die corona overleven, maar dat is een kleine groep.

Eerder deze week vertelde verpleeghuisarts Heleen Verwijs, specialist ouderengeneeskunde bij Amsta, in de dagboekserie in Het Parool over de keuzes die gemaakt worden door onder meer haar en haar collega’s. Een bewoner die geen corona heeft, wilsbekwaam is en wil worden gereanimeerd en beademd bij een eventuele verslechtering van haar gezondheid, had van Verwijs te horen gekregen dat van verplaatsing naar een ziekenhuis in deze omstandig­heden geen sprake meer kon zijn. Verwijs: “Wij worden geconfronteerd met onmogelijkheden.”

Iets soortgelijks zegt Ebbeling van Cordaan: “Verwachtingen moeten worden bijgesteld. Veel bewoners worden niet meer opgenomen in ziekenhuizen. Dat zijn moeilijke gesprekken, die worden gevoerd door een multidisciplinair team. Als je het rationeel bekijkt, als je kijkt naar de kans dat je iemand die zo kwetsbaar is nog iets kan bieden in het ziekenhuis, is zo’n besluit in alle opzichten logisch. Maar als je in die situatie zit, als het dichtbij komt, is dat moeilijk.”

Het is een kwestie van verstandige keuzes ­maken, zegt Bert Keizer, specialist oudergeneeskunde, arts en filosoof. Hij is werkzaam bij het Expertisecentrum Euthanasie. Volgens hem is er in dit soort gevallen bij corona eigenlijk geen sprake van een dilemma. “Je praat over prognoses voor zeer kwetsbare mensen, prognoses die in veel gevallen zo beroerd zijn dat je als je een reële afweging maakt, je vaak niet anders kan dan tot de conclusie komen dat het verstandiger is om mensen niet vanuit een verpleeg­huis naar een ziekenhuis te sturen. Dat moet je mensen ook niet aandoen. In zekere zin is dat niet een erg ingewikkelde beslissing. Menselijk kan dat lastig zijn, natuurlijk. Maar vanuit het oogpunt van behandeling is dat het vaak niet.”

Contact met dierbaren

In vergelijking met andere landen hebben we in Nederland weinig ic-bedden. Dat heeft een ­reden, zegt Keizer. “Neem Duitsland: veel meer ic-bedden per hoofd van de bevolking. Maar in Duitsland wordt slecht gestorven. De weg naar de dood loopt daar in veel gevallen via veel dagen op de intensive care. Vaak is dat een lijdensweg. Wij leggen in Nederland de lat hoog, we sturen mensen niet snel naar een ic. Daardoor doen wij het met minder bedden. Wij hebben een nuchterheid die ze in andere landen niet zo hebben. Ik vind dat moedig.”

Dat verpleeghuizen nauwelijks patiënten insturen naar de ziekenhuizen heeft te maken met humaan beleid, zegt Anne-Mei The, hoogleraar langdurige zorg en dementie aan de UvA en schrijfster van onder meer In de wachtkamer van de dood, over het dagelijks leven in een verpleeghuis. “Kwetsbare mensen overleven dat niet en het is een traumatische ervaring. Nu het virus zo om zich heen slaat, nu het sterven zo hard gaat in verpleeg­huizen, is het zaak deze mensen zo goed mogelijk te begeleiden.”

Ze heeft de afgelopen weken met zorg gade­geslagen. De komst van het virus, dat de deuren op slot gingen voor familie, voor vrijwilligers en mantelzorgers, de inmiddels talloze uitbraken in verpleeginstellingen. “Het verpleeghuis is met één ruk gemedicaliseerd. Ik snap dat ook, er moesten maatregelen worden genomen om ­corona buiten de deur te houden. Als je huis in brand staat, ga je blussen, dan worden niet eerst rustig de spulletjes in veiligheid gebracht.”

Die medicalisering heeft gevolgen, zegt The. “De omgeving waarin de verpleeghuisbewoners terechtkomen, is instrumenteel, het gaat over hygiëne en medische zaken. Mensen dragen schorten en hebben minder tijd. Nogmaals, er zijn genoeg argumenten om dit te doen, maar nu zie je dat het langzaam gaat wringen en er ook oog moet zijn voor het leven van bewoners. Een verpleeghuis is een vervangend gezin.”

In dat opzicht is er al sprake van een enorme verschraling, zegt The. “Het heeft een grote ­sociale impact, veel bewoners kampen nu met eenzaamheid. Mensen in het verpleeghuis zijn in de laatste levensfase. Het gaat er dan vooral om hoe je leeft en daarbij is contact met dier­baren van groot belang. Er zijn al mensen die ­tegen hun familie zeggen: ik wil jullie wel blijven zien, dan ga ik maar eerder dood.”

Rob Ebbeling is zich bewust van de ongelijke strijd. “Het gaat zo snel, dat is wat mij treft. De begeleiding naar een terminale fase is er niet meer. Bij ons kunnen twee familieleden erbij zijn. Maar wat als je er dertig hebt? We werken veel met medicatie om het draaglijk te maken. We zeggen: je hoeft geen pijn te hebben. Maar desalniettemin is het zeer, zeer schrijnend.”

Zorgen om zorg

Er moet meer aandacht komen voor zorgmedewerkers, zegt Nienke Nieuwenhuizen, de voorzitter van Verenso, de ­vereniging van specialisten ouderengeneeskunde. “We merken dat het zorgpersoneel het moeilijk heeft. Er wordt ontzettend veel van ze gevraagd, terwijl ze nu onvoldoende beschermd worden en te weinig middelen tot hun beschikking hebben. Daar moet echt verandering in komen, want zonder hen zijn we nergens.”

Als het aankomt op beschermende middelen is het contrast tussen ziekenhuizen en verpleeg­huizen groot, zegt hoogleraar lang­durige zorg en dementie Anne-Mei The. “Als je in het ziekenhuis een kast opentrekt, vallen de spullen over je heen. Maar in verpleeg­huizen moet je al moeilijk doen bij de aanvraag voor een pen.”

Zorginstelling Cordaan heeft deze week een luisterlijn ge­opend voor zorgmedewerkers die er even doorheen zitten. Rob Ebbeling: “Dat is een aanvulling op de steun die we elkaar bieden. We moeten dit nog een tijd zien vol te houden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden