PlusAchtergrond

In eindeloos ‘meten is weten’ schuilt ook een gevaar: ‘We slaan door’

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Op de bouwplaats zorgt ‘meten is weten’ voor een deugdelijk bouwwerk. Maar tegenwoordig leggen we alles, ook prestaties van mensen en organisaties, langs de meetlat. Met alle gevaren van dien. ‘We slaan door in wat we meten,’ concludeert Berend van der Kolk in De Meetmaatschappij.

Hans van Zon

Juist rond de jaarwisseling meten we er weer op los. Het afgelopen jaar moet zoveel mogelijk in statistieken en lijstjes worden samengevat. Dat moet houvast geven, zeker in een tijd waarin het bestaan zo onrustig is door een pandemie, politieke onrust, polarisatie en klimaatverandering. Meten zou moeten leiden tot rust, tot overzicht, een afrekening met het verleden en nieuwe doelstellingen.

In zijn boek De Meetmaatschappij legt onderzoeker Berend van der Kolk de gevaren bloot van al dat meten. “We verliezen uit het oog waarom we dat eigenlijk doen. Door ons zo hevig op meetbare prestaties van onszelf en anderen te richten, bevinden we ons meer en meer in een constante competitie met alles en iedereen. Mensen raken overbelast, terwijl gedaan wordt alsof wat niet meetbaar is niet bestaat, of onbelangrijk is,” aldus de universitair hoofddocent aan de School of Business and Economics van de VU in Amsterdam.

Beter overzicht voor de managers

De drang om prestaties te meten is natuurlijk niet van deze tijd. Honderd jaar geleden werd al gedacht dat het meten van prestaties in fabrieken zou kunnen leiden tot groot voordeel, voor zowel werknemers als werkgevers. Maar de komst van technologie heeft het meten een enorme vlucht gegeven. Tot op de kleinste details kunnen er cijfers worden verzameld ter meerdere glorie van efficiëntie, service en beter overzicht voor de managers die daardoor betere beslissingen zouden kunnen nemen.

Volgens Van der Kolk heeft de meetexplosie ook veel goeds gebracht. Metingen leggen bijvoorbeeld patronen bloot. Zij kunnen mensen motiveren, bijdragen tot een slimmer gebruik van mensen en middelen. Met metingen kunnen beslissers ter verantwoording worden geroepen. “Maar de hoge verwachtingen zijn niet waargemaakt,” concludeert hij in De Meetmaatschappij.

Het meten heeft bijgedragen aan fraude en pogingen om de werkelijkheid fraaier te maken dan die is. “Verder zijn we door al dat meten en vergelijken van prestaties in een continue competitie beland. In toenemende mate beïnvloedt onze meetobsessie de werkelijkheid. We trekken ons massaal iets aan van het aantal ontvangen likes op LinkedIn en Instagram en strijden om de aandacht en waardering van anderen.”

Dat brengt gevaren met zich mee: overmatige prestatiedrang die onszelf doet opbranden, de gestelde doelen raken uit beeld, er wordt een schijnwerkelijkheid gecreëerd en meten wordt een machtsmiddel. Meetobsessie kan ook leiden tot ‘misplaatste arrogantie en onterechte zelftwijfel’.

Cito-toets geeft incompleet beeld

Bovendien zorgt kwantificeren altijd voor verarming van informatie, aldus Van der Kolk. Hij gebruikt daarbij de Cito-toets als voorbeeld. Toetsen en cijfers geven geen compleet beeld van een kind. Er wordt voorbijgegaan aan alles wat níét gemeten wordt of onmeetbaar is. “Wat zegt een Cito-toets bijvoorbeeld over het doorzettingsvermogen van een leerling? Of over pestgedrag? Over de gave om origineel te zijn?”

Van der Kolk noemt ‘indicatorisme’ een van de schadelijkste bijwerkingen van al dat meten. Dan wordt het eigenlijke doel uit het oog verloren, kan het meten een doel op zichzelf worden en raken allerlei aspecten die níét worden gemeten, ondergesneeuwd. De onderzoeker geeft daarbij een voorbeeld uit ‘eigen keuken’, uit de academische wereld. “Prestatiedruk kan studenten tot wanhoop drijven en zelfs aanzetten tot plagiaat of spieken. Ook is het niet moeilijk om het schrijven van een essay of scriptie ‘uit te besteden’ tegen betaling. Dit heeft natuurlijk niets meer met ‘leren’ te maken, het eigenlijke doel van onderwijs.”

Artikel gaat verder onder de foto.

Berend van der Kolk. Beeld Vrije Universiteit Amsterdam
Berend van der Kolk.Beeld Vrije Universiteit Amsterdam

Constante competitie met anderen

Van der Kolk waarschuwt ervoor dat de ‘alomtegenwoordigheid van metingen en ranglijsten ons in een constante competitie met anderen stort’. “Om onze onzekerheid met betrekking tot onze positie in de organisatie of de maatschappij te bevechten, gaan we op zoek naar informatie die ons zelfbeeld kan bevestigen. Door de sfeer van competitie die zo ontstaat, wordt de vraag ‘Wie ben ik?’ langzaam verdrongen door ‘Waar sta ik ten opzichte van anderen?’”

De universitair hoofddocent vindt het belangrijker dat iedereen zich afvraagt ‘of we een maatschappij willen waarin vrijwel alles aan competitie wordt onderworpen, of dat er misschien gebieden zijn die we liever niet onder het regime van meten en beoordelen willen plaatsen’.

Het blijft in De Meetmaatschappij niet alleen bij constateren en vragen stellen. Van der Kolk geeft ook ‘tips voor een gezonde meethouding’. Zijn eerste is: meet met mate, meet niet te veel en meet niet te weinig. De auteur beroept zich daarbij op een uitspraak van statisticus Hans Rosling: ‘Zonder cijfers kun je de wereld niet begrijpen, maar met cijfers alleen ook niet.’ Maar ook andere tips zijn het overdenken waard. Van ‘houd rekening met de context’, ‘verlies het doel niet uit het oog’ tot ‘zie cijfers als startpunt, niet als eindpunt’.

Niet alles is uit te drukken in een getal

Bij die laatste tip wijst Van der Kolk erop dat meetsystemen ook net als gereedschap zijn. “In de handen van een vaardig timmerman levert een hamer andere ‘resultaten’ op dan wanneer iemand met twee linkerhanden het gereedschap hanteert.” Als het gereedschap in goede handen is, kunnen ‘cijfers helpen om een situatie beter te begrijpen, maar ze zijn zelden zo duidelijk dat na het zien ervan een verder gesprek, verdere verkenning of verdieping niet nodig is’.

Bovendien moeten we onszelf volgens hem blijven voorhouden dat niet alles wat ertoe toe doet is uit te drukken is in een getal, in een kosten-batenanalyse. “Het feit dat iets maar lastig is te meten of kwantificeren, betekent niet dat het niet waardevol is! En tegelijk: als iets wél meetbaar is, betekent dat nog niet dat dat er per se toe doet.” Het is een van de conclusies die De Meetmaatschappij tot zo’n waardevol boek waardevol maakt.

Berend van der Kolk: De Meetmaatschappij. Waarom we alles meten en wat dat met ons doet. Uitgeverij Business Contact

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden