PlusAchtergrond

‘Ik moest geregeld mijn meerdere in hem erkennen’ – twee vakgenoten over Peter R. de Vries

null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

De bekendste misdaadverslaggever van Nederland stierf deze week na een moordaanslag. Paroolverslaggevers Wouter Laumans en Paul Vugts over hoe zij zich hun collega Peter R. de Vries zullen blijven herinneren.

Paul Vugts:
‘Pas nu realiseer ik me dat ik zijn raad heb opgevolgd’

Mijn vriendin en ik leefden in 2017 en 2018 vanuit een safehouse en in de zwaarst denkbare beveiliging omdat criminelen me wilden doodschieten. De dag nadat Peter R. de Vries vorige week was neergeschoten, zocht ik de berichtjes terug die hij me toen stuurde. Niet alles gaat u iets aan, dat begrijpt u vast, maar een paar elementen deel ik hier graag, omdat ze hem zo tekenen.

Hij toonde ons bemoedigend zijn medeleven en stelde vast dat we ‘een nijdig, lastig vak’ hadden gekozen. Vooral drukte hij ons op het hart zelf de regie te nemen en houden. Ik citeer: ‘Ik wil je wel aanraden vooral op jezelf af te gaan en kritisch te blijven beoordelen wat ‘men’ tegen je zegt.’ Hij bood zich aan als ‘klankbord’, ook dat.

Met de kennis van nu raakt het me in het hart, maar het zegt alles over Peter. Vertrouw niemand, zéker de autoriteiten niet. Blijf eigenwijs.

Mijnenveld

Pas nu realiseer ik me dat ik zijn raad in zekere zin heb opgevolgd, al hebben ook heel wat moedige anderen me geholpen me uit mijn beveiliging te bevrijden toen dat me verantwoord leek.

Ik heb diep respect voor de fijne professionals die in onze beveiliging hoofdrollen speelden en spelen, maar heb net zoals Peter bij anderen gezien hoe laks, onhandig, onnodig ambtelijk en afschuivend de overheid óók kan zijn. Dat bespraken we uitvoerig, net voordat hij de stap zette ‘vertrouwenspersoon’ te worden van de kroongetuige Nabil B. en diens familie. Hij wist welk mijnenveld hij betrad, maar wilde weer de bres op voor nabestaanden die door de overheid in de steek werden gelaten.

Zoals hij zo vaak opkwam voor slachtoffers die zich na een trieste mars door de instituties radeloos tot hem hadden gewend. Enfin, u heeft het in alle media kunnen lezen en horen.

Het is veel te makkelijk te stellen dat hij geen beveiliging wenste. Hij vertrouwde er door alles wat hij had gezien en gehoord gewoon niet op. Dan maar leven naar zijn inmiddels vaak geciteerde levensmotto: liever staand sterven dan op je knieën leven.

Misschien is dit een gepast moment om te stellen dat Peter en ik volstrekt anders waren. Nooit zou ik al die petten opzetten die hij zichzelf aanmat. Waarvan hij wisselde met een gemak dat alleen hijzelf begreep.

Hij presenteerde zich als ‘crimefighter’. Klaagde aan. Hij vertegenwoordigde families, was een vertrouweling van zware criminelen maar getuigde ook tegen ze, bijvoorbeeld in het driemanschap dat hij smeedde met de zussen van Willem Holleeder.

Dat past een misdaadverslaggever allemaal niet, vind ik, maar Peter had zo zijn eigen variant op de misdaadjournalistiek ontwikkeld. ­Peter R. was nu eenmaal het fenomeen Peter R. en hij vond dat dat kon.

Hij heeft op zijn manier veel strijden gestreden, onorthodox ook, maar bijna iedereen die ik spreek roemt zijn betrouwbaarheid, standvastigheid en eerlijkheid. Vraag het rechercheurs, officieren van justitie, advocaten én criminelen.

Door Peter zijn mannen vrijgekomen die onschuldig in de gevangenis zaten en door Peter zijn schuldigen in de gevangenis beland, nadat de overheid ze niet had kunnen pakken. Dat is, hoe je het ook wendt of keert, gerechtigheid.

Meerdere criminelen met Marokkaanse wortels vragen me te vermelden dat ’99 procent van het milieu het óók verschrikkelijk vindt dat deze strijder is vermoord’. Bij deze.

Alleszeggend over Peter was het schoenen­incident in ‘de bunker’ van de rechtbank in Amsterdam-Osdorp, dat vaak verkeerd is uitgelegd. Ik volgde het vanuit het gelegenheids­kantoortje dat voor John van den Heuvel en mij was ingericht bovenin het gebouw.

Peter kwam getuigen in de liquidatiezaak tegen Willem Holleeder, die goeddeels was gebouwd op de verklaringen van de door hem begeleide zussen en hemzelf. Hij voelde de dreiging, maar mocht zijn auto niet onder de bunker parkeren omdat daar alleen ‘schone’ auto’s van de overheid worden toegelaten, ­inclusief de gepantserde bolides waarin John en ik waren aangevoerd.

De druppel

Dat de rechters, aanklagers en wij wél volledig werden beveiligd en hij als sleutelgetuige maar over straat moest wandelen, stak. Dat hij niet eens met egards werd onthaald en zijn schoenen moest uittrekken bij de scanstraat, was de druppel.

Hij vertrok. Voor even. Dat was niet uit arrogantie of ijdeltuiterij (die niemand hem zal ontzeggen, sorry Peter), maar omdat hij voelde wat zoveel getuigen voelen: de overheid denkt weer allereerst aan zichzelf zodra de belastende verklaringen binnen zijn.

Wat waren we verschillend, maar wat intens droevig dat een aardige en ijzersterke collega is vermoord door een lafbek die de veters van Peters modieuze schoenen niet eens mocht strikken.

Wouter Laumans:
‘Ik heb hem vervloekt en bewonderd’

‘Het is een erg goed boek. Complimenten voor de schrijvers!’ zo begint een e-mail die Peter R. de Vries op 10 juni 2019 stuurde aan mijn uitgever. Zojuist had hij het manuscript van Wraak gelezen, dat ik samen met Marijn Schrijver schreef. Peter was kennelijk onder de indruk. Het boek bevatte, naar zijn smaak, alleen wel wat veel namen.

Dat liet hij dan ook duidelijk merken in de tweede alinea. ‘Ik denk dan ook dat jullie dit boek anders hadden moeten schrijven. Tuurlijk, jullie hebben een namenlijst opgenomen, maar dat is niet voldoende. Zeker als je nog aan het boek beginnen moet, zegt zo’n namenlijst je nog niets. Ik ben van mening dat jullie tussen de regels door – veel meer dan nu is gedaan – telkens even aan de persoon, zijn verleden, zijn betrokkenheid bij zaken hadden moeten refereren.’

Peter de betweter

“Heb je hem weer: Peter R. de betweter,” zei ik giftig tegen Marijn. We hielden ons hart vast voor het oordeel dat hij later zou vellen in RTL Boulevard. Onze vrees bleek ongegrond: Peter gaf ons boek een ronkende recensie in het programma. Opgelucht en trots appten we elkaar. ‘De keurmeester vindt het goed!’

Peter R. de Vries: de onbetwiste – zelfbenoemde – primus inter pares onder de misdaadjournalisten. Soms gaf hij je op vriendelijke, haast vaderlijke toon advies. Een andere keer veranderde zijn mond in een dun streepje en voelde het alsof hij je boven je knieën af probeerde te zagen. Met dat snerpende schoolmeestertoontje: “Ja dat beweer jij nou wel, maar hoe weet je dat eigenlijk allemaal?”

Ik heb geregeld mijn meerdere in Peter R. de Vries moeten erkennen. Wanneer ik met een verhaal aan de slag ging en van nabestaanden te horen kreeg: “Pas als Peter zegt dat het goed is, praten we met je.” Dan zat er niks anders op dan hem te bellen en mezelf te onderwerpen aan zijn kritische vragen. Als hij het zag zitten, mocht je verder. “Ik zal zorgen dat ze contact met je opnemen,” klonk het dan. Ik heb hem erom vervloekt en bewonderd.

Kort voordat ik vorig jaar bij Het Parool ging werken, was ik bij hem op kantoor. Toen ik hem vertelde over mijn nieuwe werkgever, oordeelde hij dat hij dat wel een geschikte krant voor me vond. Daarna spraken we over zijn keuze om vertrouwenspersoon van kroongetuige Nabil B. te worden.

Daarmee nam hij, in mijn ogen, een stap die hij niet eerder genomen had. Waar hij het in zijn carrière altijd had opgenomen voor slachtoffers, stond hij nu iemand bij die betrokken was bij twee moorden.

Daarnaast had ik er grote moeite mee dat hij bleef werken als journalist. De ene avond in beeld als vertegenwoordiger van de kroongetuige, de avond daarop in de rol van misdaadverslaggever. Ik vond het te verwarrend. “Ik kan dat prima scheiden,” stelde hij. Ik vroeg me af of de kijker en de presentatoren bij wie hij aanschoof dat ook konden.

Zijn nieuwe rol was zeker niet zonder risico’s. De broer en de advocaat van de kroongetuige waren al vermoord. Peter R. de Vries vond hem daarom óók slachtoffer. Ik betoogde dat het criminele milieu de laatste jaren enorm was verhard. De tijd van de Heinekenontvoerders was voorbij.

Wederzijds respect

Peter R. de Vries keek even naar de portretfoto van Cor van Hout die in de vensterbank stond. Met een brutaal glimlachje concludeerde hij dat zijn tijd in elk geval nog niet voorbij was. “Doe alsjeblieft voorzichtig,” zei ik bij het afscheid. Weer was er dat lachje.

Peter R. de Vries zou er absoluut van gruwen als ik hier zou gaan doen alsof hij een goede vriend van me was. Dat was namelijk niet zo. Soms vond ik het belachelijk wat hij zei en soms was ik het roerend met hem eens. Maar altijd was er wederzijds respect en maakten we een praatje.

Desalniettemin ga ik hem enorm missen. Peter R. de Vries was een vaste waarde in mijn vak. Er was er maar één zoals hij. En nu is hij dood. Zijn moord maakt me bang voor mijn eigen sterfelijkheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden