Plus

Hugo de Jonge: ‘Wopke en ik lachen er vooral om’

CDA-minister van Volksgezondheid en vicepremier Hugo de Jonge gaat nadenken over het lijsttrekkerschap. ‘Maar wie het gaat doen, moet degene zijn die de partij het grootste maakt.’

Vicepremier Hugo de Jonge: ‘Als je geen controlfreak bent, komt er niets tot stand.’ Beeld ANP

Gretige, verwachtingsvolle blik. Ellebogen in spagaat, handen over elkaar. Het zomerreces hangt in de lucht. “Voordat ik ben afgeschakeld duurt het bij mij wel een paar dagen,” zegt De Jonge. “Je staat altijd aan, vanaf ’s ochtends vroeg. Voordat ik een dag niet op Twitter heb gekeken… Het helpt als ik veel sport en leuke dingen doe met de kinderen. Normaal ben ik – op een enkele dag na in het weekend – vrijwel non-stop aan het werk. Dan heb ik in de dienstauto jazz voor mezelf. En ’s avonds laat Netflix. Alle thrillerseries hebben we gezien.”

Wie houdt u met beide benen op de grond?

“Kijk, thuis ben je gewoon vader en niks anders. Na de installatie en bordesscène van het derde kabinet-Rutte kwam ik thuis en wilde dat even terugzien. Dat kon niet, want mijn dochter zat met de afstandsbediening Spangas te kijken. “Je wacht maar even.” Volgens mij houd ik mezelf met beide benen op de grond, de omgeving thuis draagt eraan bij.”

Waar komt uw ongebreidelde optimisme vandaan?

“Dat heb ik altijd gehad, ik heb een groot geloof dat de dingen uiteindelijk goed komen. De meest vormende fase in mijn leven was toen ik onderwijzer werd in Rotterdam-Zuid. Die kinderen in mijn klas hadden te weinig van het goede meegekregen en te veel van wat je ze níet gunt: huiselijk geweld, armoede. Daar op Zuid heb ik geleerd dat je je niet hoeft neer te leggen bij hoe de dingen zijn. Ik kom nog steeds leerlingen uit mijn klas tegen. Als ik zie wat ze zijn geworden en voor elkaar hebben gekregen in het leven… Dat zijn dingen waar je hoop van krijgt en de les uit moet trekken: je hebt de opdracht de dingen ten goede te keren.”

Waar kunt u boos over worden in de politiek?

“Onoprechtheid. Niet durven staan voor beslissingen die je hebt genomen, daarvan weglopen. Niet de bereidheid hebben om je te verplaatsen in een ander. Maar het ergste van alles is het cynisme. Dat is de vijand van iets voor elkaar willen krijgen. Cynisme kan heel giftig zijn.”

U kunt chagrijnig worden in een Tweede Kamerdebat als het niet naar uw zin gaat.

“Ik snap je observatie, ik ben geen machine, ik kan niet alles verbergen. Regelmatig hoor ik het: hou je gezicht eens een beetje in de plooi. Als verwijten worden gemaakt die terecht zijn, onderga ik ze lijdzaam. Maar als verwijten worden gemaakt waarvan ik denk: kom op, dan zeg ik het ook.”

Hoe kijkt u naar de cultuur in Den Haag?

“De politiek haalt heel veel mooie dingen in mensen naar boven, echt waar. Maar het haalt niet alleen maar mooie dingen in mensen naar boven. Soms wordt die polarisatie in de Tweede Kamer zo opgezocht en de verschillen tussen bevolkingsgroepen in de samenleving uitvergroot. Die worden geëxploiteerd om vooral het eigen verhaal voor het voetlicht te brengen, maar dat kan de samenleving beschadigen en verharden.”

Wat hebt u opgestoken van Onderwijsminister Marja van Bijsterveldt, voor wie u als politiek assistent werkte?

“Ik heb het meeste geleerd van Marja. Dat vind ik een hele bijzondere vrouw. Haar stijl van politiek bedrijven draait om samen dingen bereiken. Alle Kamerleden willen iets bereiken en een goed idee is een goed idee. Dat is een stijl van politiek die ik de mijne heb gemaakt, hoop ik. Je wordt nooit groter door op een ander te gaan staan. Met dertien partijtjes in de Kamer kom je anders helemaal nergens.”

Wat leert u van Mark Rutte?

“Zijn tomeloze energie zijn enthousiasme en zijn monterheid zijn zeer aanstekelijk. De manier waarop hij een proces zo leidt dat het voor iedereen mogelijk is zonder gezichtsverlies tot overeenstemming te komen. Te voorkomen dat dingen vast gaan zitten in hun eigen groef, daar is hij echt meester in. Dat is fijn samenwerken.”

Bent u niet de CDA-variant van Rutte? Goed geluimd, u houdt van een kwinkslag en bent een controlfreak.

“Ik vind het een complimenteuze vergelijking, maar ik weet het niet. Trouwens, als je geen controlfreak bent, komt er niets tot stand.”

Het CDA kan met een nieuwe man of vrouw aan het roer zo maar de grootste worden bij de volgende Tweede Kamerverkiezingen.

“Dat is zeker een mooi idee. Het CDA heeft alles in huis om bij de volgende verkiezingen de grootste te worden, daar ben ik van overtuigd. Het wordt een hele klus, het wordt een wedstrijd die je alleen maar als team gaat winnen. Ik ben vast van plan daar alles voor te doen.”

Ligt de winst voor het CDA in het midden of op rechts?

“Het CDA is echt een middenpartij. Niet uit verlegenheid, maar vanuit de overtuiging dat je daar de strijd beslecht en tot oplossingen komt. Ik denk dat de stille meerderheid van de mensen zich niet herkent van het geroep vanaf de flanken. Ons antwoord op de problemen van mensen is dat wij een hoopvol perspectief schetsen. Daarvoor nemen wij verantwoordelijkheid. En dat kan je zetels kosten. Maar toeterend langs de kant staan met je handen in de zakken is ook niet zonder risico. Dat hebben we gezien bij populistische partijen bij de laatste twee verkiezingen.”

Bent u een van de mensen die gaan nadenken of ze de volgende lijsttrekker willen zijn?

“Ja, daar ga ik over nadenken.”

U bent meestal breedsprakiger.

“Ha ha, ha! Het is voor eerst dat ik er iets over zeg. Tot nu toe kon ik er nietszeggende grappen over maken omdat Sybrand politiek leider was. Het mooie is dat er nog geen vacature is. Er wordt pas een lijsttrekker gekozen als er verkiezingen zijn en die zijn echt pas in 2021. Als wij daarbij de grootste willen worden, vergt dat teamwerk. Meer dan alleen de aanvoerder is het hele team van belang. Maar natuurlijk moeten we nadenken over wie de lijsttrekker moet zijn. Dat zal degene zijn die het meest kansrijk is om onze partij de grootste te maken.”

Moet u daar niet eens een grotemannengesprek met uw CDA-collega van Financiën Hoekstra over voeren? Ook hij wordt gezien als kandidaat.

“Ja, maar eerlijk gezegd lachen Wopke en ik er vooral om. We zien serieuze analyses, maar het is voor ons veel te vroeg die vraag op een goede manier te kunnen beantwoorden. Ik mag Wopke geweldig graag als collega en we hebben als team deze klus te klaren. Wie dat gaat doen, moet degene zijn die de partij het grootste maakt. Dat is het enige wat telt. Daar moet je een goed gesprek over hebben.”

Baalt u als Buma zegt dat Hoekstra een goede minister-president zou zijn?

“Nee! Geen tel. Ik denk dat Buma gelijk heeft. Wopke en ik zitten er ontspannen in.”

Als u met Hoekstra moet knokken om extra geld voor de jeugdzorg, speelt jullie mogelijke kandidatuur dan daar doorheen?

“Nee, we zijn allebei gewoon bezig met ons werk. Ik zet me in om de zorg in Nederland nog beter te maken, Hoekstra beheert de schatkist.”

De strijd om het lijsttrekkerschap bij het CDA kan toch zonder gedoe?

“Nou, dat hoop ik wel. Eerst moet de partij zelf de keuze maken of het een enkelvoudige voordracht wordt of een lijsttrekkerstrijd. Het hangt af van de context, wie de kandidaten zijn. Maar je bent er zelf bij. Je moet altijd oppassen dat zo’n strijd niet onbedoeld toch beschadigend wordt voor de een of de ander. We moeten een beetje voorzichtig zijn met elkaar.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden