PlusAnalyse

Hugo de Jonge: ‘Integriteit rond mondkapjesdeal te makkelijk in twijfel getrokken’

Angst voor negatieve beeldvorming lag ten grondslag aan de mondkapjesdeal met Sywert van Lienden. Maar beeldvorming bepaalde ook de verdediging van Hugo de Jonge tegen kritiek op de deal. ‘Wat ik moet doen, is huizen bouwen en aan de slag.’

Hans van Soest
Hugo de Jonge meent dat zijn integriteit te makkelijk in twijfel is getrokken in de mondkapjesdeal met Sywert van Lienden. Beeld ANP
Hugo de Jonge meent dat zijn integriteit te makkelijk in twijfel is getrokken in de mondkapjesdeal met Sywert van Lienden.Beeld ANP

De dag na het debat waarin zijn politieke toekomst aan een zijden draadje hing, kiest minister Hugo de Jonge (Volkshuisvesting) nog maar eens de aanval. Kamerleden moeten minder snel overal schande van roepen, is kort samengevat zijn betoog tegen verzamelde journalisten voordat hij de wekelijkse ministerraad in gaat.

De Jonges integriteit is deze week te makkelijk in twijfel getrokken, zegt hij. “We uiten te makkelijk twijfels over iemands integriteit. Dat is niet de fraaiste kant van de politiek.”

Zorgen dat kiezers het vertrouwen in de politiek behouden, is volgens hem een taak van kabinet én Tweede Kamer. “Ik heb mijn fouten toegegeven, zo moeten we samen bouwen aan herstel van vertrouwen in de politiek.” Om te eindigen met: “Wat ik moet doen, is huizen bouwen en aan de slag.”

Vertrouwen burgers

De Jonge kiest niet voor niets deze verdedigingslinie. Uit onderzoek van het SCP blijkt dat het vertrouwen van burgers in de politiek enorm laag is. Niet in de eerste plaats omdat ministers creatief omgaan met de waarheid, zoals De Jonge en vorig jaar ook VVD-leider Mark Rutte is verweten door de Tweede Kamer. Wél omdat veel kiezers vinden dat de politiek te veel bezig is met zichzelf en te weinig met de problemen in het land.

Met die wetenschap in het achterhoofd kon De Jonge het zich deze week veroorloven de woede van de oppositie te trotseren in het debat over de omstreden mondkapjesdeal met Sywert van Lienden. Een jaar lang had hij gezegd dat hij als minister van Volksgezondheid in het vorige kabinet geen betrokkenheid had bij de deal. Dat bleek toch iets anders te liggen. Hij bleek ambtenaren te hebben aangespoord om contact te zoeken met Van Lienden.

Ontkenning à la Rutte

De parallellen met Ruttes verdedigingslinie een jaar geleden in het ‘Pieter Omtzigt, functie elders’-debat dringen zich op. Ook De Jonge blijft volhouden dat hij niet gelogen heeft. Hij was ‘niet betrokken’ bij de onderhandelingen en de overeenkomst, maar had ‘wel betrokkenheid’. Dat hij dat niet eerder gemeld had, is omdat hij zich het belang daarvan pas later realiseerde.

Premier Rutte zelf heeft daar begrip voor, zegt hij. Hij wijst op ‘de chaos’ in de begindagen van de coronapandemie toen De Jonge plots moest invallen voor Bruno Bruins en naar de enorme paniek die er was in de zoektocht naar voldoende mondkapjes voor zorgpersoneel. “In die waas is het mogelijk dat je weleens andere herinneringen hebt dan de feiten later uitwijzen.”

Partijen in de Tweede Kamer wegen allemaal anders hoe erg De Jonges aanvankelijke ontkenning is. Een meerderheid blijft achter hem staan.

Beeldvorming

Dat laat onverlet dat uit de vrijgegeven documenten deze week bleek dat angst voor negatieve beeldvorming een grote rol speelde in de totstandkoming van de Van Lienden-deal. De mediapersoonlijkheid riep overal dat de overheid er niets van bakte en dat hij wél in staat was om mondkapjes voor het onbeschermde zorgpersoneel te leveren. En dat ook nog eens voor niets. Ambtenaren kregen het verzoek ‘te knuffelen’ met Van Lienden, zodat hij wat minder lastig was.

Toen vorig jaar bekend werd dat Van Lienden had gelogen dat hij alles ‘om niet’ zou doen, en dat zijn met voor 100 miljoen euro belastinggeld aangekochte mondkapjes ook nog eens ondeugdelijk bleken, speelde angst voor negatieve beeldvorming wéér een rol in hoe Den Haag er mee omging. Ineens wilde niemand ermee geassocieerd worden. De Jonge wees opzichtig naar zijn toenmalige collega Martin van Rijn. “Het was niet mijn portefeuille, daarover heb ik niet gelogen,” herhaalde De Jonge vandaag nog eens.

En ook in de Kamer speelde beeldvorming mee in het debat deze week. Meerdere Kamerleden kregen boze berichten van burgers: de echte boef was Van Lienden, niet De Jonge! PvdA-Kamerlid Attje Kuiken, die namens de oppositie de motie van wantrouwen indiende, leek aan dat sentiment te refereren toen ze zei ‘met een zwaar gemoed en hart’ de motie te moeten indienen. Ze toonde daarmee bijna meer deemoed dan De Jonge zelf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden