PlusInterview

Hoogleraar Daniel Mügge: ‘Laten we stoppen met het berekenen van het bbp’

Daniel Mügge: 'Ik denk dat je veel beter naar relevante specifieke aspecten van een maatschappij kunt kijken. Dus: hoeveel mensen hebben inkomensonzekerheid?' Beeld Sjoerd van Leeuwen
Daniel Mügge: 'Ik denk dat je veel beter naar relevante specifieke aspecten van een maatschappij kunt kijken. Dus: hoeveel mensen hebben inkomensonzekerheid?'Beeld Sjoerd van Leeuwen

Generieke cijfers zoals het bruto binnenlands product beschrijven de huidige economie niet meer goed, zegt Daniel Mügge, hoogleraar politieke arithmetiek. We kunnen beter stoppen ze te meten, en ons beleid baseren op specifiekere indicatoren.

Fenna van der Grient

Veel beleid is gebaseerd op generieke economische cijfers zoals het peil van overheidsschulden, de werkloosheid en het bruto binnenlands product (bbp). Helaas zijn deze statistieken niet zo robuust als we denken. Er liggen allerlei veronderstellingen aan ten grondslag, en zij slagen er steeds minder goed in om de huidige economie te vatten. De traditionele economische indicatoren waren best geschikt om de economie van halverwege vorige eeuw te beschrijven, die grotendeels draaide om tastbare producten, gemaakt in industriële voltijdbanen.

In de huidige economie, met een enorme dienstensector, digitalisering en flexwerkers, is dat een stuk lastiger. Daniel Mügge, hoogleraar politieke arithmetiek aan de Universiteit van Amsterdam, denkt daarom dat we net zo goed kunnen stoppen met het berekenen van generieke indicatoren zoals het bbp. ‘Je kunt beter naar relevante specifieke aspecten van een maatschappij kijken, in plaats van iets te willen zeggen over de economie in haar geheel.

Waarom beschrijven de standaardcijfers de huidige economie niet meer goed?

“Zo’n zestig jaar geleden draaide productie primair om tastbare dingen, die vaak werden gemaakt in fabrieken. Het bbp, bedoeld om de totale productie van een land te meten, was vooral een optelsom van de prijskaartjes van die producten. Bij de werkgelegenheid ging het om voltijdbanen van voornamelijk mannen, met een regelmatige werkweek. Ook de inflatie is goed in kaart te brengen in een economie die draait om tastbare zaken en het prijspeil van dagelijkse behoeftes zoals brood of kleding.”

“Inmiddels is onze economie totaal veranderd. Zo hebben we een enorm grote dienstensector. Veel producten in de digitale dienstverlening zijn niet meer duidelijk omlijnd, zoals bijvoorbeeld de gratis dienst Google Maps. Wij betalen daar niet direct voor, maar hoeven geen reisgidsen meer te kopen. Is onze consumptie dan omlaaggegaan of niet? Ook de productiviteit van een gemiddelde werknemer was vroeger heel duidelijk: hoeveel producten kon hij in veertig uur aan de lopende band in elkaar zetten? Hoeveel uur wij nu netto werken en wat de waarde is van veel werk dat wij achter computers verzetten is veel vager.”

Kunnen we de rekenmethoden aan de nieuwe situatie aanpassen?

“Dat is lastig, want er speelt nog een breder probleem. Veel economische cijfers zijn niet alleen bedoeld om trends door de tijd heen in de gaten te houden, maar ook om landen met elkaar te kunnen vergelijken. Dat veronderstelt dat je overeenkomende rekenmethodes hebt, anders vergelijk je appels met peren. Maar ook als je dezelfde meetlat langs totaal verschillende maatschappijen legt, levert dat een vertekend beeld op. In sommige landen heb je een heel grote informele, niet-geregistreerde arbeidsmarkt. Je kunt daar niet zomaar dezelfde werkloosheidsmaatstaf op loslaten als op Nederland.”

Zijn dat soort verschillen tussen landen niet van alle tijden?

”Dat klopt. Maar een aantal zaken maakt het nu nóg lastiger. Zo is er in sommige landen nu een grotere verschuiving naar een digitale economie dan in andere. Daarnaast halen sommige landen veel van hun productiviteit uit intellectueel eigendom, bijvoorbeeld in de vorm van patentrechten. Dat is wederom iets wat lastig in statistieken mee te nemen is, want daar hangt niet echt een prijskaartje aan. Hoeveel is het patent van Starbucks waard op een iced caramel macchiato? Dat is eigendom van een of andere Starbucksholding op de Bahama’s.

Dat nemen ze als excuus om veel van hun winst daarheen te sluizen. Die winst wordt dan niet gemaakt door degene die hier in Nederland koffie staat te maken, maar door een ingenieus idee, dat eigendom is van dat bedrijf op de Bahama’s. Daar wil je op een of andere manier ook in internationale statistieken rekening mee houden: in welk land wordt nou eigenlijk iets geproduceerd, en hoe neem je dit mee in het bbp? Je ziet dat de internationale afspraken over hoe je het bbp berekent, vaak ontzettend achterlopen bij de economische realiteit, zeker in zich snel ontwikkelende landen.”

Is het dan überhaupt mogelijk om dat soort cijfers in de tijd te volgen, als de economie zo snel verandert?

“Ik vind het een beetje overambitieus iets te willen zeggen over ‘de economie in haar geheel’, die als een ballon groeit en krimpt. Ik denk dat je veel beter naar relevante specifieke aspecten van een maatschappij kunt kijken. Dus: hoeveel mensen hebben inkomensonzekerheid? Hoeveel mensen hebben te maken met armoede, omdat zij regelmatig bepaalde dingen niet kunnen bekostigen? We zouden deze specifieke zaken kunnen blijven meten, maar ophouden een eigenlijk te abstracte grootheid als het bbp te berekenen. Beleidsmakers vinden dat eng, omdat ze dan het idee krijgen dat ze blind beginnen te navigeren. Maar ik vraag me af of je dat niet al doet als je koerst op of de economie groeit of krimpt.”

Daniel Mügge Beeld -
Daniel MüggeBeeld -

Daniel Mügge, 3 juni 1977, Emsdetten (Duitsland)

Daniel Mügge studeerde politieke wetenschappen in Berlijn en Amsterdam, waarna hij aan de Universiteit van Amsterdam promoveerde in de politieke economie. Zijn dissertatie over Europese financiële regelgeving werd bekroond met de ECPR Jean Blondelprijs voor het beste Europese politicologische proefschrift van 2009.

Als gastonderzoeker heeft Mügge langere periodes doorgebracht aan Harvard University, de London School of Economics and Political Science en zijn alma mater, de Freie Universität Berlin. De afgelopen jaren heeft hij met een onderzoeksteam de politieke lading van macro-economische indicatoren onderzocht. Sinds 2016 is hij hoogleraar politieke arithmetiek aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn huidige onderzoek richt zich op Europese regulering van kunstmatige intelligentie.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden