Hoogleraar Martin Junginger.

Plus Interview

Hoogleraar: ‘Biomassa? Open haard is grotere vervuiler’

Hoogleraar Martin Junginger. Beeld Marlies Wessels

In Diemen komt een biomassacentrale, maar er zijn plannen voor meer dan 600 van zulke installaties. De meeste hebben niet zulke goede rookgasfilters en hoge schoorstenen. Omwonenden zijn bang voor luchtvervuiling. ‘Mensen krijgen een verkeerd beeld.’

Het kan toeval zijn, maar feit is dat twee grote energie­bedrijven na een reeks kritische publicaties en groeiende protesten afzien van nieuwe biomassacentrales. Vattenfall liet weten na de omstreden biomassacentrale in Diemen voorlopig in Nederland af te zien van nieuwe centrales van dit type. Concurrent ­Engie zette afgelopen week een streep door zijn geplande biomassacentrale in Nijmegen.

Martin Junginger, hoogleraar bio-economie aan de Universiteit Utrecht en een Nederlandse autoriteit als het gaat over energie uit organisch materiaal, zucht. “Door alle negatieve berichtgeving krijgen mensen een verkeerd beeld. Neem het recente nieuws dat biomassacentrales meer stikstof en fijnstof uitstoten dan kolen. Waar heb je het dan helemaal over? De energiesector als geheel zorgt voor maar 0,3 procent van alle stikstofuitstoot in Nederland.”

Vanuit zijn werkkamer op de achtste verdieping van de Universiteit Utrecht wijst hij naar een schoorsteen in het westen. “Daar staat een gascentrale van Eneco. Ook daar was protest, omdat er 40 procent biomassa wordt bijgestookt, wat misschien voor een half procent meer fijnstof zorgt. Mensen kunnen zich beter druk maken over de vijfbaans A2 die vlak achter die centrale ligt. Het verkeer zorgt voor 80, 90 procent van de luchtvervuiling hier.”

“Er zijn 101 verschillende typen centrales, en nog meer soorten biomassa – van snoeihout tot rioolslib. Bij het snelgroeiende aantal kleine centrales midden in woonwijken kun je inderdaad vraagtekens zetten. Het RIVM en de GGD zeggen terecht dat goed naar de gevolgen voor de volksgezondheid moet worden gekeken.”

“Het aantal biomassa-installaties groeit hier nu heel snel omdat we van het aardgas af moeten. Maar in Scandinavië en Midden-Europa staan al decennia honderden centrales. Landen als Zweden, Duitsland en Oostenrijk hebben een lange traditie van hout verbranden om hotels, zwembaden en buurten te verwarmen.”

Daar kunnen we onze situatie toch niet mee vergelijken? Wij moeten de biomassa importeren uit Noord-Amerika, Estland en Wit-Rusland.

“Met vervuilende schepen, wordt dan steevast geroepen. Het is ironisch dat mensen daarop focussen. Transport over zee is efficiënt: 10.000 kilometer per schip veroorzaakt evenveel CO2-uitstoot als 200 kilometer per vrachtwagen. De Europese Commissie heeft strenge duurzaamheidscriteria gesteld voor biomassa. Die moet minstens 70 procent CO2-winst opleveren ten opzichte van fossiele brandstoffen. Daarbij gaat het om de hele keten: van de vrachtwagen die de boomstammen vervoert en het energie­verbruik van de houtpelletfabriek tot de scheepsdiesel. Bovendien: we importeren alles in Nederland: voedsel, kleding, olie en kolen.”

De landen waar we biomassa vandaan halen, zoals de VS, hebben zelf ook een grote klimaatopgave. Wij zadelen hen zo in feite op met de CO2-uitstoot, terwijl wij de onze op papier tot nul reduceren.

“Natuurlijk zou het het beste voor het milieu zijn als de VS de eigen biomassa gebruikt, maar dat zie ik niet gebeuren zolang Trump president is. Daar komt bij dat er ook wat tegenover staat: banen en inkomsten in arme gebieden, zoals bij de pelletfabrieken in het zuiden van de VS. Het is logisch de broeikasgasemissies voor hout te registreren als het hout wordt gekapt. Want wanneer moet je die anders meetellen als je er bouwmaterialen of meubels van maakt die tientallen of honderden jaren meegaan?”

“Omdat de VS niet meedoet aan het Klimaatakkoord, is het niet verplicht zijn emissies te reduceren. Maar de Europese eisen aan biomassa verplichten hen de emissies toch te rapporteren, anders mogen ze de houtpellets niet naar de EU exporteren. Ook moeten ze ervoor zorgen dat de hoeveelheid opgeslagen CO2 in hun bossen gelijk blijft of toeneemt. Export van biomassa is dus geen vrijbrief voor kaalkap.”

De Europese wetenschapskoepel Easac waarschuwt dat de enorme vraag naar biomassa een ‘koolstofbom’ laat ontploffen, omdat veel van de in bossen opgeslagen CO2 nu in korte tijd vrijkomt.

“Zó groot is de vraag naar houtpellets niet. Hij groeit weliswaar wereldwijd 20 à 30 procent per jaar, maar daar is voorlopig genoeg resthout voor beschikbaar. Van rechte bomen worden geen houtpellets gemaakt. Die leveren als zaaghout – zelfs inclusief de subsidies op biomassa – twee tot vier keer meer op. Een boseigenaar zou wel gek zijn zulke waardevolle bomen aan een energieleverancier te verkopen. De CO2 in resthout, dat nu vaak in bossen achterblijft, komt hoe dan ook vrij. Als we resthout gebruiken voor biomassa, worden er nieuwe bomen voor aangeplant, die de CO2 binnen 5 tot 20 jaar weer opnemen als ze groeien. Vanuit klimaatperspectief kun je bossen het best slim managen en ze gebruiken voor energie én materialen. Door met hout in plaats van beton en staal te bouwen, besparen we energie.”

Maar dood hout heeft ook waarde voor de natuur. Biomassaproductie leidt volgens ­ecologen tot eenvormige bossen zonder ­biodiversiteit.

“Daarom moet een deel van het dode hout in het bos achterblijven, volgens onze strenge duurzaamheidscriteria. Het punt is dat in een deel van de bossen juist te veel resthout achterblijft. Daardoor kunnen bosbranden zich razendsnel verspreiden. Daarbij komen gigantische hoeveelheden CO2, roet en fijnstof vrij. Alleen al in de provincie Brits-Columbia in West-Canada ging vorig jaar 200 miljoen ton CO2 de lucht in door bosbranden. Dat is evenveel als álle Nederlandse broeikasgasemissies.”

Hoe kan het dat de wetenschap zo sterk ­verdeeld is over biomassa?

“Energiedeskundigen, zoals ik, zien vooral de voordelen. Net als bosbouwers. Ecologen zien vooral de negatieve kanten, die ik zeker niet wil wegwuiven. Zij vinden behoud van biodiversiteit belangrijker dan energie. Daar moeten we een middenweg in zien te vinden: hoeveel hout laat je achter in het bos, hoeveel bos bescherm je als natuur?”

Veel Nederlanders maken zich zorgen over de luchtkwaliteit als we op grootschalige biomassa overstappen.

“Die zorgen moeten we echt in perspectief plaatsen. Ik zou morgen mijn handtekening zetten onder een petitie om alle open haarden in Nederland te verbieden. Ik snap niet dat milieuorganisaties dáár niet op inzetten. Supergezellig, maar door de onvolledige verbranding gaat 90 procent van de warmte en alle roet, teer en fijnstof linea recta de lucht in. Ik heb ooit de vergelijking gemaakt voor een kleine biomassacentrale die warmte levert aan 2500 huishoudens: de uitstoot daarvan staat gelijk aan die van tien open haarden.”

De Neder­landse energie­sector is volgens Martin Jung­inger als geheel goed voor maar 0,3 procent van alle stikstof­uitstoot in Nederland. Beeld Bloomberg via Getty Images
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden