PlusAchtergrond

Hoeveel draagvlak heeft het coronabeleid nog?

Beeld ANP

Hoe lang zijn Nederlanders nog bereid om zich te houden aan de coronamaatregelen? En wat doet een mogelijke versoepeling – wellicht dinsdagavond aangekondigd in de persconferentie van het kabinet – met het draagvlak? ‘Mensen geven een eigen draai aan de regels.’

Hou vol, staat al vijf zaterdagen achtereen op de voorpagina van Het Parool. Hou vol, is ook al wekenlang de boodschap van minister-president Mark Rutte. En we zullen voorlopig nog wel even vol moeten blijven houden.

Volhouden betekent: afstand houden, binnenblijven, thuiswerken, drukte vermijden, niet op bezoek bij familie en vrienden, geen concerten of kroegen. Volhouden betekent het jezelf onthouden van veel dat het leven doorgaans de moeite waard maakt. Volhouden vraagt opofferingsbereidheid en discipline, maar hoelang kunnen Nederlanders nog opbrengen om hun individuele belang ondergeschikt te maken aan het algemene belang? Hoelang sluit Nederland zichzelf nog vrijwillig op, en wanneer komt het moment dat mensen alle verboden aan hun laars gaan lappen?

“De meeste Nederlanders hebben een coöperatieve inborst, ze houden zich aan de regels,” zegt Kees van den Bos, hoogleraar sociale psychologie aan de Universiteit Utrecht. “Maar het is belangrijk dat er een concreet doel is. Dat was de afgelopen weken heel helder: er voor zorgen dat de zorg niet zou bezwijken en dat mensen niet op een inhumane wijze zouden sterven. Nu het de goede kant op lijkt te gaan met de capaciteit op de intensive care moet er een helder nieuw doel worden geformuleerd.”

Behapbaar

Een risico is dat het menselijk brein de neiging heeft om stijgende of dalende grafieken door te trekken, zegt Paul van Lange, professor sociale psychologie aan de VU. “Toen het aantal opnamen en doden heel hard steeg leidde dat tot overdreven pessimisme, maar nu het daalt ontstaat het gevaar van teveel optimisme. Die overschatting is extra riskant voor groepen.”

Wat het draagvlak niet vergroot is het ontbreken van een einddatum. We weten dat de strijd tegen het coronavirus er een van de lange adem zal zijn, en dat de maatregelen niet van de een op de andere dag worden versoepeld. “Het loket gaat zeker niet in een keer open,” waarschuwde Rutte vorige week. Minister Hugo de Jonge voegde daar maandag aan toe dat morgen wellicht ‘een eerste stapje’ kan worden genomen. Heel verstandig, vindt Van Lange. “Je moet het enigszins behapbaar houden: een paar weken is te overzien. Bovendien: niets is zo funest voor het draagvlak als het noemen van een einddatum en die vervolgens overschrijden.”

Zeven dagen

Maar voordat we gaan bedenken hoe we hier uit komen, is het allicht goed om nog eens terug te gaan naar hoe we hier zijn beland. Hoe we van een oproep om in de elleboog te hoesten en papieren zakdoekjes te gebruiken in een ‘intelligente lockdown’ terechtkwamen.

“Zeven dagen van sociale onthouding in Brabant, dat moet toch mogelijk zijn?,” zei burgemeester van Tilburg Theo Weterings hoopvol, op 10 maart tijdens de persconferentie die hij samen met zijn ambtgenoten uit Eindhoven en Den Bosch gaf. Het waren de dagen dat er nog gesproken werd over ‘indamming’ van het coronavirus en in Brabant, waar de meeste besmettingen waren vastgesteld, werden grote evenementen afgelast en werd aangeraden om ‘terughoudend’ te zijn in het sociale verkeer. Maar, zei de Bossche burgemeester Jack Mikkers erbij: de kroegen bleven gewoon open, ‘omdat we de maatschappelijke continuïteit ook belangrijk vinden’. “Brabant moet de essentie van de provincie van gezelligheid, sfeer en gastvrijheid hanteren.”

Het is haast onwerkelijk dat dit begin vorige maand de realiteit was. Dat het toen nog ging om zeven dagen – een periode die volgens burgemeester Weterings ‘goed paste bij de ouderwetse Brabantse vastentijd’ – en dat die zeven dagen als een enorme opgave werden gezien. Maar wat hielp: er werd een einde in het vooruitzicht gesteld.

De afloop is bekend: zeven dagen werden zeven weken en we moeten ons, zo krijgen we te verstaan, voorbereiden op ‘het nieuwe normaal’ in de ‘anderhalvemetersamenleving’. Hoe die er precies uit gaat zien weet niemand, maar hij zal voor een groot deel door onszelf vormgegeven moeten worden.

Vrijbrief

De afgelopen weken begonnen de kampen van de rekkelijken en de preciezen al langzaam op te schuiven. De preciezen werden iets minder precies, de rekkelijken nog rekkelijker, en zo zoekt iedereen een eigen modus vivendi. “Mensen zijn heel goed in dat voor henzelf goedpraten,” zegt Van den Bos. Eén kopje koffie bij de buurvrouw moest toch kunnen. En een barbecue met vrienden: we stonden toch op voldoende afstand van elkaar in de tuin? En oma was al zo eenzaam, nog maanden zonder bezoek kon je haar toch niet aandoen?

Zo geeft iedereen zijn of haar eigen invulling aan de lockdown, de één wellicht iets intelligenter dan de ander. Maar het vooruitzicht dat dit nog maanden gaat duren zal voor iedereen een gruwel zijn. Minister van Justitie Ferd Grapperhaus zinspeelde er maandag al op dat voor jongeren de regels mogelijk versoepeld worden. “Jong volwassenen worden harder getroffen door deze situatie,” zegt Van Lange. “Besmetting vormt voor hen minder een gevaar dan voor ouderen. En zij hebben een sterke focus op interactie in groepen met leeftijdsgenoten. Het puberbrein, dat minder gericht is op risico’s en langetermijn gevolgen, werkt ook niet mee.”

Grijs gebied

De vraag is of als een deel van de door de overheid opgelegde maatregelen wordt versoepeld, dit als een vrijbrief wordt gezien om het regime dat mensen zichzelf opleggen ook minder stringent te maken. “Nu is het beleid tamelijk overzichtelijk, maar als er straks andere regels gelden voor verschillende sectoren, leeftijdsgroepen of provincies, ontstaat er een grijs gebied,” zegt Van den Bos. “In dat grijze gebied ontstaat nog meer ruimte om regels naar eigen goeddunken te gaan interpreteren.” 

In de modellen waarop beleidsmakers kun keuzes baseren wordt al rekening gehouden met hoe mensen zich uiteindelijke gaan gedragen. Heldere communicatie is cruciaal, zegt Van Lange. “De persconferenties die nu worden gegeven zijn soms wat rommelig, bewindspersonen verspreken zich af en toe, terwijl duidelijkheid van de regels essentieel is, zeker als je die regels gaat versoepelen. Misschien dat persconferenties aangevuld kunnen worden met strak geregisseerde videoboodschappen die ook via sociale media verspreid worden. Dan sla je twee vliegen in een klap: je bereikt meer jongeren en je schept duidelijkheid. Het moet glashelder zijn wat wel mag en wat niet mag, anders slaat versoepeling snel om in het oprekken van de nieuwe regels.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden