Plus

Hoe vaak zwemt de brasem door de Oranjesluizen?

Een onderzoek met gezenderde vissen moet duidelijk maken of de vispassage in de Oranjesluizen het goed doet. Hoe vaak zwemt de brasem heen en weer?

Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam merken vissen bij de Oranjesluizen om te kijken in hoeverre ze gebruikmaken van de vispassage. Beeld Lin Woldendorp

De wetenschap heeft er een nieuwe medewerker bij. Het is een jonge blankvoorn van 21 centimeter die voortaan door het leven gaat als ­nummer 900-230000151499. 

Het dier is net behoedzaam opgevist, verdoofd en van een zendertje voorzien door studenten van de Universiteit van Amsterdam die onderzoek doen bij de Oranjesluizen naar de migratie van vissen tussen het Markermeer en het Noordzeekanaal.

De blankvoorn is een van de duizend vissen die deze maanden worden gezenderd bij de sluis. Bij voorkeur in een zo groot mogelijke variatie, vertelt onderzoeksleider Rob Kroes. “Blankvoorn, baars, snoekbaars en brasem komen we hier veel tegen, maar er zijn ook minder bekende soorten als roofblei, winde en dunlip­harder. We hebben zelfs een houting opgevist, dat is een neefje van de zalm.”

Het zenderen gaat zorgvuldig in zijn werk. Op de oude sluisdeur staat een opstelling die sterk doet denken aan de Volendammer viswinkel. De vis wordt verdoofd in een bak water met roes­middel, daarna wordt de kleine zender in de buikholte geïnjecteerd. “De dieren hebben er geen hinder van,” verzekert Kroes. “De proefdiercommissie heeft ons onderzoek goedgekeurd. De eisen zijn hoog.”

Uitwendig merkteken

Het onderzoek moet duidelijk maken welke vissoorten de passage in de sluis gebruiken, wanneer en in welke richting. Kroes: “Vissen hebben drie redenen om te migreren: voedsel, voortplanting en veiligheid. We weten bijvoorbeeld dat in het Markermeer het voor veel soorten lastig is om een ondiepe plek te vinden om te paaien. Aan deze kant van de sluis zijn de omstandigheden daarvoor wat gunstiger.”

Het systeem is simpel: aan beide kanten van de passage zijn voor het onderzoek detectiepoortjes geplaatst. Elke keer dat een gezenderde vis een poortje passeert, wordt hij geregistreerd. De resultaten worden elke week uitgelezen. De eerste week leverde dat ruim twintig hits op van de tot dan toe gezenderde vissen. Dat is hoopgevend, zegt Kroes. “Voor een goed onderzoek is ongeveer vier procent terugmelding nodig.”

De vissen worden verder niet gevolgd op hun reis, maar er wordt wel melding van gemaakt, als de dieren opduiken bij een van de andere vispassages. Zo werd al een avontuurlijke brasem twintig kilometer verder in het Noordzeekanaal aangetroffen. Kroes: “We hebben ook een voorntje dat voortdurend heen en weer zwemt door de passage. Geen idee waar die mee bezig is. We noemen hem Gekke Henkie.”

Geen sterke zwemmer

Grotere baarzen en snoekbaarzen hebben een uitwendig merkteken gekregen. Kroes hoopt dat sportvissers die een gemerkte vis vangen, het nummer doorgeven aan de onderzoekers. En vervolgens de vis wel terugzetten zodat deze zijn werkzaamheden voor het onderzoek, dat nog tot volgend jaar duurt, kan voortzetten.

Het onderzoek moet ook helderheid verschaffen over de werking van de vispassage. Er staat een stevige stroming, en het is wel mogelijk dat niet alle soorten deze hindernis kunnen nemen. “De brasem is geen sterke zwemmer,” geeft Kroes als voorbeeld. Dat geldt helemaal voor de kleine glasaal, voor welke soort deze zomer in een andere gang van de Oranjesluis een aparte doorgang wordt gebouwd.

Duizend vissen worden deze maanden gezenderd bij de Oranjesluizen, in een zo groot mogelijke variatie. Beeld Lin Woldendorp

De vispassage is een verzamelplek, en daarmee in potentie ook een populair afhaalrestaurant voor viseters. Het is nog niet zo dat de reigers in de rij staan, maar Kroes zag vorige week nog een brutale aalscholver een net gezenderde vis opschrokken. “Zo’n zender kost twee euro, dus dat zijn de kosten niet. Maar de passage is natuurlijk bedoeld om de vis vooruit te helpen. Het moet geen averechts effect krijgen.”

Medicijnresten

De onderzoekers worden geholpen door beroepsvisser Bram van Wijk uit Groot-Ammers, gespecialiseerd in ecologisch onderzoek. Samen met een collega haalt hij de vis aan land. Het werk op het water heeft hem een gezonde kleur opgeleverd, en een sombere kijk op de relatie tussen mens en dier. “Het is ongelooflijk wat wij aan plastic naar boven halen. Er wordt ontzettend veel weggegooid.”

Hoewel uit onderzoek blijkt dat de waterkwaliteit sterk verbetert, zijn er volgens Van Wijk nog veel punten van zorg. “Het begint langzaam door te dringen dat we voorzichtig moeten zijn met bestrijdingsmiddelen en medicijnresten. Er belandt heel veel in het water. Met de soorten gaat het best goed, maar de hoeveelheid vis is echt veel minder. Er is geen visser die daar nog zijn brood mee kan verdienen.”

Migrerende vissen

De vispassage bij de Oranjesluizen is een van de tien passages die zijn aangelegd tussen Amsterdam en IJmuiden. Zij moeten ervoor zorgen dat trekvis zoals paling, stekelbaars en spiering zonder schade kan zwemmen tussen de zee en het zoete binnenwater. 

De aanleg van gemalen, dammen en sluizen hebben geleid tot een afname van de hoeveelheid vis in ons land, en van de soorten. Bij de vispassages vindt voortdurend onderzoek plaats om de omstandigheden voor de migrerende vissen optimaal te maken. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden