PlusAchtergrond

Hoe om te gaan met het salafisme in Nederland?

Streng-islamitische predikers jagen de ophef in de moslimgemeenschap over spotprenten aan. De politiek worstelt met deze salafisten. ‘Ze bouwen een zuil om meer moslims te binden.’

Beeld Getty Images

 ‘Jij bent gif. Wat uit jouw mond komt is de puurste vorm van gif.” De salafistische islamdocent Mohammed Riani liet vorige week in een Facebookopname zijn woede de vrije loop over de Arnhemse burgemeester Ahmed Marcouch. Van­wege de ondergedoken ­docent in Rotterdam had Marcouch opgeroepen tot het stoppen ‘van de lelijke salafistische gifzaaiers (..) die onze moslimmeisjes en -jongens ophitsen’.

Voor Riani reden tot actie, want de leerling die klaagde over de spotprent in de klas had groot gelijk: “We gaan geld inzamelen en hem aanklagen voor een walgelijke gifuitspraak.”

Het is in lijn met wat Riani twee maanden geleden schreef op Facebook, toen het satirische Franse blad Charlie Hebdo opnieuw de ‘smerige vervloekte’ Mohammedcartoons publiceerde. Dat was ‘een theoretische terreuraanslag’ die ‘de harten doet sidderen, de ogen doet tranen en het bloed doet stollen! (..) O Allaah, toon ons Uw onbegrensde Kracht en Macht in deze haatzaaiers! PS: geen enkele vorm van geweld is toegestaan tegen deze gigantische onrecht. Zij beledigen ons en wij blijven rechtvaardig, maar wij blijven NOOIT STIL TOEKIJKEN, NOOIT!!!!!’

Heiligschennis

Waar na de recente aanslagen in Frankrijk president Macron de strijd aanbindt met het ‘radicale islamisme’ en Oostenrijk met de ‘politieke ­islam’ na de terreur in Wenen, worstelt de ­Nederlandse politiek met radicaal-islamitische kringen die het bespotten van de profeet ­beschouwen als heiligschennis, zoals in het voorbeeld hierboven. Hoe om te gaan met een religieuze groepering die provoceert, de westerse democratie tart, maar meestal binnen de grenzen van de wet blijft?

PvdA-Kamerlid Attje Kuiken zei donderdag in een verhit Kamerdebat over de vrijheid van meningsuiting dat haar partij een geschiedenis heeft van wegkijken en te naïef is geweest over de salafistische stroming. Haar partijgenoot Marcouch roept al jaren om een verbod op salafistische organisaties. Hij wijst op de retoriek die op allerlei schurende thema’s wordt ingezet en die ‘de geesten van jonge moslims vergiftigt’. “Als je steeds hoort dat je geen eer hebt en gestraft wordt als je niet reageert als het geloof wordt aangevallen, je zusters worden beledigd, of de profeet wordt ­beschimpt, dan moet je iets doen. Geld inzamelen voor rechtszaken, demonstreren. Of, het ­allergevaarlijkst, reiken naar het hoogste doel: het martelaarschap.”

Ook de Nationaal Coördinator Terrorisme­bestrijding en Veiligheid (NCTV) waarschuwt voor ‘politiek-salafistische aanjagers’ die antidemocratisch gedachtegoed verspreiden. Ze hebben een missionaire drang, zijn actief op ­sociale media en internet en breiden hun netwerk uit om ‘als waakhond van de islamitische gemeenschap’ te fungeren tegen ervaren ­onrecht en beleid, aldus het in oktober verschenen Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland.

Zuil

Een groot deel van de salafistische moslims beperkt zich tot het in eigen kring op orthodoxe manier belijden van de islam. Daarnaast is er een ideologisch gedreven groep die een eigen infrastructuur opbouwt, observeert radicaliseringsdeskundige Jelle van Buuren. “Niet alleen via inzamelingsacties en sociale media. Ze werken ook aan fysieke structuren, bouwen een zuil. Zo proberen ze steeds meer moslims aan zich te binden.”

De jongste generatie predikers opereert slim, zegt hij. “Ze kennen de Nederlandse wet en cultuur, spreken de taal. En hanteren retorische trucjes.”

Hij verwijst naar de Hilversumse prediker Abou Hafs, die vorig jaar kortstondig vastzat vanwege een nog lopend onderzoek naar financiering van IS. Hij werpt zich op als belangenbehartiger van de moslims, die zich afzet tegen de overheid. Van Buuren: “In de retoriek komt steeds terug dat moslims worden onderdrukt, dat sprake is van islamofobie en het meten met twee maten.”

Cornelius Haga

Volgens bronnen in de inlichtingenwereld ­reizen inmiddels zeker honderd jonge salafistische predikers door Nederland. Ze kennen de weg in de rechtsstaat, zoeken de confrontatie met de autoriteiten en bereiken via sociale ­media grote groepen mensen. Met benefiet­acties voeren ze rechtszaken en financieren ze moskeeën.

Islamdocent Mohammed Riani is een van de salafistische aanjagers die de NCTV in het vizier heeft. Onder de naam Aboe Aicha zamelt hij met benefieten tienduizenden euro’s in om de ­ontslagen directeur Soner Atasoy terug in het zadel te helpen van het islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam.

Op Instagram vertelt hij bij Minuut voor Allah (ruim 68.000 volgers) over islamitische do’s-and-don’ts. Eind juni riep hij op Facebook op tot ­financiële steun voor docent Mehmet A. van de salafistische As-Soennahmoskee in Den Haag, die veroordeeld was tot een taakstraf van 80 uur wegens het aanzetten tot vrouwenbesnijdenis. “Niet alleen Mehmet wordt ervoor gestraft, maar wij met z’n allen. Hij heeft nu een strafblad voor gewoon lesgeven. Ze zijn systematisch ­bezig met het ontwrichten van de zuivere ­islam,” fulmineerde hij in een urenlange sessie.

En hij heeft ‘Charlie Marcouch’ op de korrel, zoals hij de Arnhemse burgemeester spottend noemt vanwege diens solidariteit met Charlie Hebdo. “Laten we deze man aanpakken tot de laatste rechter.”

Zijn inspanningen voor de ex-directeur van het Haga Lyceum krijgen steun van Suhayb ­Salam, een prominente figuur op het Nederlands-salafistische speelveld. Diens onderwijsorganisatie alFitrah stond begin dit jaar centraal in een parlementair onderzoek naar buitenlandse financiering van islamitische ­instellingen. Salam tartte zijn ondervragers en sprak van ‘een poppenkast’.

Zijn vader Ahmad Salam, een grondlegger van het salafisme in Nederland, baarde kort na de moord op Theo van Gogh opzien toen hij de ­uitgestoken hand weigerde van minister van ­Integratie Rita Verdonk. De bedrijven van de ­familie Salam zijn sinds 2016 voorwerp van een witwasonderzoek. De lange duur hangt samen met ondoorzich­tige constructies. Door het ontbreken van jaarrekeningen is bijvoorbeeld onduidelijk wat alFitrah ophaalt met inzamelingsacties. In de Utrechtse gemeenteraad stelden partijen eerder vragen over de herkomst van 120.000 euro waarmee een faillissement werd afgewend.

‘Buitengewoon grievend’

Het in islamitische kringen gebruikte Hawala-banksysteem kan een extra drempel opwerpen bij dit soort onderzoeken. Het werkt op basis van vertrouwen. Geld wordt contant op tafel gelegd bij een Hawalasteunpunt en via een contact (telefonisch, per WhatsApp of e-mail) bij een ander steunpunt elders in de wereld opgehaald. Lidmaatschap of rekeningen zijn niet nodig.

Benefieten zijn een gebruikelijke manier van crowdfunding in de vrijgevige moslimgemeenschap. De soms indrukwekkende bedragen die organisaties en moskeeën ophalen bij een toch niet bovengemiddeld rijke achterban, wekken argwaan in inlichtingenkringen.

Dit voorjaar zamelde een kleine Gelderse moskee een half miljoen euro in voor een nieuwe gebedsruimte. Mohammed Riani alias Aboe Aicha zamelde tienduizenden euro’s in voor vastgoed en juridische kosten in de machtsstrijd om het Haga Lyceum. De Haagse As-Soennahmoskee ontvangt jaarlijks 4,5 ton aan giften. De Dawah-groep uit Utrecht haalde sinds dit voorjaar bijna 4,5 ton op voor aankoop van een pand.

Bij zulke inzamelingsacties en in aparte sessies over maatschappelijke thema’s, wordt gehamerd op het versterken van de islamitische identiteit, die in Nederland onder druk zou staan. Vorig weekend werd in een online­opvoedcursus van de Dawah Groep verteld dat het hoofddoel van het krijgen van kinderen ligt in ‘het versterken van de ummah’ (de moslimgemeenschap). Terloops vertelde een docente dat de Nederlandse maatschappij islamofoob is.

Vragen over de soms riante opbrengsten van benefieten worden afgewimpeld met een ­verwijzing naar de vrijgevige achterban. Hulporganisatie Salaam Foundation uit Eindhoven beet vorig jaar van zich af na een bericht dat de NCTV gemeenten had gewaarschuwd dat onwaarschijnlijk veel geld was opgehaald voor een weeshuis in Marokko. ‘Buitengewoon grievend’ vond de Foundation de veronderstelling dat ‘moslimburgers niet voldoende daadkrachtig zouden zijn om humanitaire projecten te financieren’.

Regelmatig schakelen salafisten de rechter in. Een imam dwong vorig jaar een rectificatie af nadat burgemeester Marcouch hem met zijn visie op het salafisme zou hebben neergezet als haatimam. De rechter oordeelde dat daar onvoldoende bewijs voor was. De uitspraak symboliseert de moeizame strijd van de overheid tegen een groep die soms langs de randen van de wet scheert.

Adequate wetgeving

Radicaliseringsdeskundige Jelle van Buuren maakt zich grote zorgen over de assertieve salafistische groeperingen. “Het risico is dat een parallelle enclave ontstaat, die op gespannen voet staat met democratische kernwaarden. En die de eigen moslimgemeenschap intimideert.”

De politiek heeft hier nog geen antwoord op, zegt hij. Adequate wetgeving ontbreekt. Bovendien is de politiek te verdeeld. “Neem artikel 23 uit de Grondwet, dat bijzonder onderwijs op afstand zet van de overheid, waardoor bij verontrustende signalen zoals over het Haga Lyceum nauwelijks kan worden ingegrepen.”

De aanslagen in Parijs, Nice en Wenen en de ophef rond cartoons wakkeren de wens aan ook in Nederland harder in te grijpen. Van Buuren: “Het is zaak die urgentie vast te houden.”

Wat is salafisme? 

Het salafisme is een fundamen­talistische stroming in de islam die een terugkeer naar de enige ware en zuivere islam nastreeft. Salafisten zijn onverdraagzaam jegens andersdenkende moslims, schrijven antropoloog Ineke Roex en theologisch deskundige Najib Tuzani in een deze zomer verschenen onderzoeksrapport, in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken. Binnen het salafisme is een groep die zich concentreert op religieus activisme in eigen kring, een groep die zich bemoeit met politiek en maatschappij en een groep jihadisten, die het gebruik van geweld ­legitimeert.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden