PlusAnalyse

Hoe Nederland achteraan hobbelt met de prik tegen corona

Nederland hobbelt achteraan met vaccineren. Het wekt opnieuw de indruk dat het zorgstelsel niet is toegerust op crisisbestrijding. ‘De minister geeft leiding zonder middelen.’

Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (CDA) tijdens het Tweede Kamer debat over het coronavirus.  Beeld ANP
Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (CDA) tijdens het Tweede Kamer debat over het coronavirus.Beeld ANP

“Wie heeft nou de leiding bij het vaccineren? De veiligheidsregio’s, het ministerie van Volksgezondheid, het RIVM, de GGD’s?” Laurent de Vries, oud-directeur van GGD Nederland, heeft het pasklare antwoord ook niet paraat. “Ziedaar het probleem.”

Terwijl buurlanden nog deze maand beginnen met vaccineren tegen het coronavirus, lijkt Nederland helemaal niet blij met de versnelde besluitvorming door het Europese Medicijn Agentschap (EMA) en leverantie door farmaceut Pfizer. Want de voorbereiding vergt meer tijd. 8 januari is de Nederlandse startdatum.

Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid zegt dat een weekje vroeger of later er niet toe doet voor het bereiken van groepsimmuniteit. De Tweede Kamer reageerde in het laatste debat voor het kerstreces minder laconiek op het gegeven dat 500.000 vaccins zo’n twee weken ongebruikt op de planken zullen liggen.

Hekkensluiters

De vraag is waarom Nederland tot de Europese hekkensluiters behoort, terwijl al vanaf de zomer de kans bestond dat rond deze tijd vaccins beschikbaar zouden zijn. Eerder in de coronacrisis was Nederland ook geen toonbeeld van slagvaardigheid. Of het nu ging om beschermingsmiddelen, testcapaciteit, bron- en contactonderzoek, grootschalige testlocaties of extra ic-capaciteit.

Verontrustend is dat de vaccinatiestrategie op het laatste moment is omgegooid. Uitgangspunt was dat in eerste instantie verpleeghuisartsen ‘kleinschalig’ verpleeghuisbewoners zouden vaccineren. Volgens De Jonge ontstond eind vorige maand twijfel omdat de Pfizervaccins in grootschalige verpakkingen arriveren. Pas vorige week werd definitief besloten dat daarom de GGD’s als eerste aan zet zijn vanuit grote priklocaties voor zorgmedewerkers.

Het IT-systeem van de GGD’s moet daar nog op worden ingericht. Als het goed is – de ervaring leert dat het kan tegenvallen – registreert het systeem vanaf 8 januari wie welk vaccin krijgt. Dat is cruciaal om eventuele ongewenste bijwerkingen eruit te filteren.

Oud-GGD-directeur De Vries meent dat de problemen zijn te herleiden tot een weeffout in de Wet publieke gezondheid, waarmee het kabinet de pandemie bestrijdt. “De wet zegt dat de minister nu de leiding heeft. Maar hij stuurt de GGD’s niet aan. Dat doen gemeenten.”

De 25 veiligheidsregio’s, bestaande uit groepjes naast elkaar liggende gemeenten, zijn bestuurlijk verantwoordelijk voor de GGD’s. Die regio’s vallen onder minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid), niet onder De Jonge. Het RIVM, ten slotte, is inhoudelijk verantwoordelijk.

“De minister moet leidinggeven zonder middelen,” zegt De Vries. De Jonge is een generaal zonder leger.

In crisistijd moet er ‘één commander-in-chief’ zijn, meent De Vries: de minister van Volksgezondheid. “Die moet rechtstreeks de GGD aansturen en daar bestuurlijk afrekenbaar op zijn.”

Ben van der Zeijst, emeritus hoogleraar vaccinontwikkeling, noemt de verbrokkeling een kwetsbare plek in het systeem. “Er zal te zijner tijd wel een evaluatie komen met aanbevelingen voor het instellen van een crisisstructuur.”

In structureel veel extra personeel aannemen ziet Van der Zeijst niets. “De volgende pandemie kan dertig jaar op zich laten wachten. Waar laat je al die mensen in de tussentijd?”

Tegen nieuw stelsel

Roel Coutinho – oud-directeur bij GGD Amsterdam en het RIVM – is tegen een stelselherziening.

“In zo’n crisis wordt al snel geroepen om meer regie. Straks is de crisis voorbij en dan is daar geen behoefte aan. Voordeel van de huidige opzet is dat de GGD’s goed weten wat speelt onder de lokale bevolking.”

Meer afstemming tussen de verschillende GGD’s zou wel helpen, denkt Coutinho. Maar sterke regie vanuit het ministerie, daar voelt hij niet voor. Hij wijst op de ziekenhuizen, die zelf een systeem organiseerden voor verdeling van bedden.

“Je moet geen minister hebben die zegt: het moet zus en zo. Zo’n ministerie heeft daar de kennis niet voor.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden