PlusAnalyse

Hoe lang is Mark Rutte nog houdbaar als premier ?

Mark Rutte is tien jaar premier van ons land en daarmee een van de langstzittende ooit.Beeld Iris Planting/Lumen

Nu Klaas Dijkhoff vertrekt, moet Mark Rutte wel bijtekenen. Maar hoe lang kan hij nog mee na tien jaar als premier? De kiezers zullen ook hem een keer zat zijn, is de ervaring.

Het is zondag 27 september, waterig zonnetje, een graad of zestien. Premier Mark Rutte komt aangefietst bij het Catshuis. Het kabinet vergadert over maatregelen om de corona-epidemie te temmen en fotografen staan te wachten.

Die week is veel geschreven over hoe moe Rutte en corona-minister Hugo de ­Jonge er uitzien. Rutte grijpt dit moment aan om de beeldvorming te kantelen. Met succes. De volgende dag siert de foto van de leider van het derde kabinet Rutte de voorpagina’s van bijna alle kranten: Rutte kauwt op een appeltje terwijl hij met zonnebril op, in T-shirt met korte mouwen, zijn biceps zichtbaar, aan komt fietsen. Het moet de indruk geven van een kerngezonde crisismanager.

De ervaren Rutte is erop gebeten vooral geen ‘moeheid’ uit te stralen. Op 14 oktober zit hij precies tien jaar in het Torentje. En nu moet hij misschien wel zijn moeilijkste beslissing nemen: gaat hij bij de komende verkiezingen op voor nog een termijn?

Zelf zegt hij ‘enthousiast’ te zijn om door te gaan, maar hij wil tijd om zich even goed te ­bezinnen voor hij die beslissing neemt. Tijd die hem door de coronacrisis nog amper is gegund, zeggen zijn naaste medewerkers. Volgens hen heeft Rutte nog steeds niet gezegd wat hij gaat doen, al hoopt en verwacht iedereen in zijn partij dat hij doorgaat. Voor december zal Rutte uitsluitsel geven. In elk geval op een goed moment, waarop bijvoorbeeld de coronacijfers er beter voorstaan.

Tien jaar de limiet

Maar een goed moment, is dat er wel? Zoals elke premier heeft ook Rutte een houdbaarheids­datum. Het probleem is alleen: niets is zo ­ongrijpbaar in de politiek als bepalen wanneer die verloopt. Het ene moment kun je nog torenhoog staan in de peilingen, het andere kan het sentiment zomaar zijn omgeslagen.

Tien jaar is echt wel de limiet, zegt historicus Henk te Velde als hij naar Ruttes voorgangers kijkt. “Een premier heeft dan echt alles wel gezien. Niemand om hem heen kan zich nog een andere leider voorstellen.” Daardoor kun je wel eens uit het oog verliezen dat de buitenwacht er heel anders over denkt.

Ruttes voorgangers worstelden er ook mee. Jan Peter Balkenende ging één verkiezing te lang door en droop af via de zijdeur. Wim Kok en Ruud Lubbers dachten hun vertrek goed geregeld te hebben, maar zagen het na de aankondiging alsnog fout gaan met hun partij.

“De enige manier om dit goed te doen, is door vals te spelen,” zegt Te Velde. Hij noemt het voorbeeld van premier Dries van Agt. “Hij was nog een keer lijsttrekker voor het CDA in 1982. Incasseerde voor zijn partij de premierbonus, maakte zo het CDA de grootste en vertrok snel daarna.” Kiezersbedrog, zeiden velen. “Maar hij gaf zijn opvolger Ruud Lubbers zo de tijd gezag op te bouwen als nieuwe premier.”

De VVD is de afgelopen tien jaar meer en meer op de persoon Rutte gaan leunen. Hij moet nu de afweging maken of hij de partij nog steeds kan dragen. Is hij na alle compromissen die hij in die tijd met vrijwel alle andere partijen heeft moeten sluiten niet te flets geworden? En als hij gaat: wie moet het dan doen, nu Klaas Dijkhoff de handdoek in de ring heeft gegooid?

Geen alternatief

“Eigenlijk heeft Rutte geen alternatief,” zegt voormalig CDA-minister Hans Hillen. Hij zag van dichtbij hoe het fout ging met Lubbers en Balkenende. “De grote volkspartijen waren ooit oerwouden met grote bomen. Nu is het vooral struikgewas. Als je één boom weghaalt, blijft er weinig bos over. Als Rutte vertrekt, zullen ze smeken bij Edith Schippers of ze terugkomt naar Den Haag.”

Van Rutte is vaker gedacht dat zijn tijd voorbij was. Hij was de ‘weglachpremier’, de Pinokkiopremier, de sorrypremier. Maar uiteindelijk beklijfden alle aanvallen op zijn geloofwaardigheid en verbroken beloftes niet. Rutte is na tien jaar nog steeds de teflonpremier, die door kiezers veel vergeven wordt omdat hij – meer en meer losgezongen van zijn eigen partij – het land leidt in woelige tijden.

Komend voorjaar zal Rutte Willem Drees voorbijgaan in het rijtje langstzittende premiers. Zelfs over de populaire Drees zei koningin Juliana in 1956, tijdens de formatie van zijn vierde kabinet, tegen informateur De Gaay Fortman: “Ik begin een beetje genoeg te krijgen van Drees.”

Volgens Dreesbiograaf Jelle Gaemers wilde Drees eigenlijk al niet meer opgaan voor een vierde termijn. “Hij was 70 en wilde stoppen. Toch liet hij zich overhalen door zijn partij om het nog een keer te doen. Weliswaar won hij nog een keer de verkiezingen, maar zijn vierde kabinet had al snel last van metaalmoeheid. Het viel al na twee jaar en daarna was Drees’ PvdA lange tijd geen lid meer van het kabinet. Er stond ook geen kroonprins klaar om het over te nemen.”

En zo heeft elke premier zijn vertrek- en opvolgingsprobleem gehad. Joop den Uyl (Rutte kijkt nog steeds debatten en congressen met hem terug met zijn vriend Jort Kelder) wist ook niet wanneer hij moest stoppen. De ene na de andere kroonprins sneuvelde en pas in 1986 droeg hij het stokje over aan Wim Kok.

Covidgolf in de rug

Kok zelf dacht het slimmer aan te pakken. Na twee termijnen als premier kondigde hij in de zomer van 2001 zijn vertrek aan. Zijn opvolger Ad Melkert stond klaar. De peilingen voor de PvdA waren gunstig. Maar toen kwam Pim Fortuyn op en zette de aanslag op de Twin Towers het hele politieke landschap op zijn kop. “Al snel werd duidelijk dat de PvdA down the drain ging,” vertelt toenmalig campagneleider Jacques Monasch. “We hebben nog overleg gehad met Melkert en Kok. Moet Kok niet toch terugkeren? En Melkert zegt: als de PvdA de grootste wordt, zal Kok premier worden want de crisis is groot. Maar daar is niet voor gekozen.”

Monasch snapt wel wat er nu in Ruttes hoofd omgaat, zegt hij. “Rutte heeft nu die covidgolf in de rug. Hij kan nu niet zeggen: ik kap ermee en geef het stokje door aan een ander. En als hij ooit stopt, is ook voor hem persoonlijk de terugval groot. Mensen als Balkenende hebben nooit meer een baan gekregen waar ze ’s nachts juichend van wakker werden.”

Oud-VVD-leider Bolkestein zei ooit: het kerkhof ligt vol onmisbare mensen. Hij bedoelde dat politiek leiders vaak te lang doorgaan, omdat ze denken dat hun opvolger er nog niet klaar voor is. Partijen hebben ook vaak onvoldoende macht om te zeggen: we stoppen met je.

In de CDA-top zei niemand tegen Balkenende dat hij beter niet nog een keer lijsttrekker kon worden in 2010. Balkenende had ook de pech dat kroonprins Camiel Eurlings zich onverwacht terugtrok. Dat gebrek aan kroonprinsen, heeft Rutte nu ook, zegt Hillen. Het afbreukrisico is ook wel enorm. “Wie wil dat nog? Politiek is nu showbusiness, social media en de strovuurtjes van de dag die moeten worden uitgetrapt.”

Maar zelfs als je wel een kroonprins hebt, kan het misgaan. “Lubbers hield de regie over zijn opvolging. Alleen raakten zijn opvolger Elco Brinkman en hij steeds verder van elkaar verwijderd. Het ging fout omdat Lubbers met zichzelf overhoop lag en over zijn graf heen wilde regeren. De partij lag daarna in de kreukels.”

Politicoloog Joop van den Berg ziet het te vaak bij leiders van partijen: “De leider die moet merken dat hij moet gaan, merkt het niet. Niemand zegt het hem, uit loyaliteit en angst voor de eigen carrière. Het is natuurlijk een baan waaraan je verslaafd kunt raken. Je zit middenin het gewoel en je hebt wel wat in de melk te brokkelen. Er is altijd wel wat. En als je denkt het wel goed te doen, zoals Kok, pakt het alsnog verkeerd uit.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden