Plus

Hoe kon de strijd over het Namenmonument zo uit de hand lopen?

Dinsdag buigt de rechter zich over het Namenmonument in Amsterdam. Wat een nationaal gedenkteken moest worden voor de 102.000 gedeporteerde Nederlandse Joden, Sinti en Roma, is verworden tot een onderwerp van bittere strijd.

Namenmonument Beeld Studio Libeskind

 Langs de drukke Weesperstraat, in het Weesperplantsoen tussen de Nieuwe Herengracht en de Nieuwe Keizersgracht, staat een van de onbekendste gedenktekens van Amsterdam: het monument van Joodse erkentelijkheid. Vijf reliëfs van wit natuursteen, het middelste bekroond met een davidster en de tekst: ‘Aan de beschermers der Nederlandse Joden in de bezettingsjaren’.

Alsof het parkje in het hart van de oude Jodenbuurt nog niet beladen genoeg is.

Vlak na de oorlog bedacht door de Joodse huisarts en politicus Maup de Hartogh, werd het monument in 1950 onthuld op het Weesperplein als ‘Herdenking Burgerzin Amsterdamse bevolking tegenover de Joodse bevolking’. Ontworpen door Jobs Wertheim, die het kamp Theresienstadt had overleefd. De Joodse gemeenschap in Amsterdam, of wat daarvan na de oorlog over was, had zelf het benodigde geld bijeengebracht. Bij de onthulling van ‘De Joodse Dankbaarheid’ zei toenmalig burgemeester Arnold d’Ailly: “De gemeente aanvaardt het met trots, maar ook met schaamte.”

Want ja, dankbaar voor wat? Amsterdam was weliswaar de stad van de Februaristaking – aan de overkant van het plantsoen staat op het Jonas Daniël Meijerplein het stoere beeld van de Dokwerker – maar van de 140.000 Nederlandse Joden waren er, soms zelfs met hulp van de Nederlandse politie, 102.000 gedeporteerd, het hoogste percentage van West-Europa. Voor de weinigen die terugkeerden, was de ontvangst kil en harteloos.

Daniel Libeskind

Wrang detail: aanvankelijk ging de opdracht naar de Amsterdams-Joodse beeldhouwer Jaap Kaas, die een groot deel van de oorlog met zijn gezin in Rotterdam ondergedoken had gezeten. Hij bedacht een monument met alle namen van de Nederlandse slachtoffers van de Holocaust, maar dat achtten de opdrachtgevers niet erg dankbaar , waarop Kaas de opdracht teruggaf.

Wegens de bouw van de metro verhuisde het monument van Joodse erkentelijkheid in 1969 naar het Weesperplantsoen. Uitgerekend hier moet het nieuwe Namenmonument verrijzen, een overweldigend bouwwerk in gele baksteen en roestvrij staal van de wereldberoemde Pools-Joodse, tot Amerikaan genaturaliseerde architect Daniel Libeskind. Op elk steentje komt de naam, geboortedatum en leeftijd bij overlijden van een van de Joden, Sinti en Roma die omkwamen in de vernietigingskampen van de nazi’s. Van bovenaf is, in het Hebreeuws, te lezen: ‘In memoriam’.

Het ontwerp van Studio Libeskind. Beeld Studio Libeskind

‘Een kolossale stenen bliksemschicht in de Weesperstraat,’ schreef Jessica Durlacher in de Volkskrant. Mooi en bescheiden is het volgens haar niet. Wel ‘imposant en erg’. ‘Misschien dat een monument als dit ook wreed en groot moet zijn, autoritair als een tempel, klaar om ons tijdelijk op te vreten en uit te spuwen.’

Dertien jaar wacht Jacques Grishaver (77), voorzitter van het Nederlands Auschwitz Comité en als kind ondergedoken voor de nazi’s, nu al op de komst van zijn Namenmonument. Maar aan de bomen in het bescheiden plantsoen, ooit bekend als walhalla voor daklozen en verslaafden, hangen inmiddels keurig in plastic verpakte briefjes: ‘Tegen de kap van 25 gezonde bomen in het plantsoen aan de Weesperstraat’.

Kom in Amsterdam niet aan de bomen. De voorzieningenrechter heeft de buurtbewoners in februari gelijk gegeven: ook al heeft de gemeenteraad in 2016 unaniem zijn zegen gegeven aan het project, met de kap van de iepen – en dus met de bouw van het monument – mag niet worden begonnen zolang de rechter zich niet in een bodemprocedure heeft uitgesproken over alle bezwaren. Die zaak begint dinsdag en kan nog maanden duren.

Jantje Schreeuw

Intussen lopen de emoties in een razend tempo op. Toen PS-chef Judith Zilversmit onlangs in Het Parool betoogde dat het maar eens afgelopen moest zijn met het wegkijken van de minder heldhaftige kanten van onze geschiedenis, stroomden de reacties binnen: ‘Ik weiger me in een positie te laten manoeuvreren waarin ik tot in lengte van dagen moet ‘boeten’ voor wat er toen is gebeurd.’ En: ‘Steeds wanneer ik die beschuldigingen hoor, vraag ik me af wat mijn moeder meer had kunnen doen dan stiekem illegale krantjes verspreiden.’

Maar een ander schreef: ‘In dat plantsoentje scharrelde ‘de dorpsgek’ rond. Jantje Schreeuw noemden we hem, want als je bij hem in de buurt kwam, begon hij te schreeuwen. Hij was als enige van zijn hele familie teruggekeerd uit een concentratiekamp. Zodra bekend werd dat het monument in de Weesperstraat zou komen, heb ik de naam van het meisje geadopteerd dat twintig jaar voor mijn geboorte in mijn ouderlijk huis woonde. Rebecca IJdis, zij was pas 18 jaar toen zij werd vermoord in Auschwitz. Voor haar, voor de familie van Jantje en voor al die anderen die nooit meer zouden terugkomen, hoop ik dat het Namenmonument er zo snel mogelijk komt. Op de enige juiste plek, in het hart van de oude Jodenbuurt.’

Voor het eerst sprak ook burgemeester Femke Halsema zich deze week uit. In NRC Handelsblad deed zij een oproep aan de tegenstanders: verzoen je met de locatie en het ontwerp. “Het is van belang dat we hier geen burenruzies meer over hebben.”

Eberhard van der Laan

Voor het gemak ging ze daarbij voorbij aan de rol van de overheid in deze zaak, het gemeentebestuur voorop. Vooral wijlen burgemeester Eberhard van der Laan is bij tegenstanders de gebeten hond. Wat hij heeft gedaan rond de onverkwikkelijke Joodse erfpachtkwestie, is zeer te prijzen, zegt publicist Herman Vuijsje. “Maar niet de autoritaire manier waarmee hij dit monument erdoorheen heeft gejast. Geen moment is er geluisterd naar bezwaren.”

De gemeente is, kortom, vergeten draagvlak te organiseren, voordat het met grote voortvarendheid het initiatief van Grishaver omhelsde – en heeft zich ook verkeken op de omvang van de tegenstand, die voor een groot deel komt van mensen die evenzeer zwaar getroffen zijn door de Holocaust. Het was ‘politieke correctheid’, zegt Vuijsje. “Schuldgevoel van een man wiens ouders zich hebben ingezet voor het verzet.”

Wat dat betreft spreekt ook de gretigheid boekdelen waarmee het ministerie van VWS de portemonnee trekt voor wat in beginsel een particulier project is van het Nederlands Auschwitz Comité. Onlangs werd de bijdrage van het rijk verhoogd van 2,3 naar 8,3 miljoen euro. Samen met de bijdrage van de gemeente betaalt de overheid nu bijna 80 procent van de kosten.

‘Antisemitisme en toenemende gevoelens van onveiligheid stemmen tot grote zorg,’ schrijft staatssecretaris Paul Blokhuis (ChristenUnie) aan de Tweede Kamer. Het monument zou een ‘concrete bijdrage’ zijn aan ‘de educatie over de Holocaust en aan de strijd tegen discriminatie zoals racisme en antisemitisme’.

In korte tijd is de discussie over het Namen­monument volkomen uit de bocht gevlogen. “Deprimerend dat het protest juist in Nederland ontstaat,” zei Libeskind er zelf over op een bijeenkomst in De Balie. “Ik zie het als onderdeel van de wereldwijde ontkenning van de Holocaust.”

En Grishaver liet zich vorig jaar tegenover de gemeenteraad ontvallen: “Buurtbewoners die in huizen wonen waar mijn familie woonde, wilden niet uitkijken op een monument dat hen herdenkt. Ze willen hun namen uitwissen.”

Met gevoel voor understatement zegt buurtbewoner Petra Catz, die dinsdag voor de rechter staat om te pleiten tegen het monument: “Ik weet ook wel iets van de oorlog sinds mijn vader mij vertelde hoe hij uit de trein sprong die hem naar Auschwitz bracht. Maar ik wil mij daar helemaal niet op beroepen. Dat is niet relevant.”

Abraham de Swaan

Het is een breed spectrum aan bezwaren dat ter tafel ligt, waarbij vooral opvalt dat niemand tegen herdenken is. Slechts een enkeling beroept zich op de bomen. Veel vaker keren de bezwaren zich tegen de omvang van het monument, dat het zicht op de achtergelegen Hermitage volledig wegneemt. Naar schatting zullen jaarlijks tussen de 150.000 en 200.000 mensen door het plantsoentje geperst moeten worden, met alle gevolgen van dien voor de omgeving. Kortom: kan het niet ergens anders?

Ook zijn er inhoudelijke argumenten tegen de vormgeving. ‘Het ontwerp van Libeskind is ingegeven door de misvatting dat iets enorms ook herdacht moet worden met iets enorms,’ schreef emeritus hoogleraar sociologie Abram de Swaan in de Volkskrant. ‘Het wordt daarmee zelf tot enormiteit. Het is ontworpen in de gebiedende wijs: Gedenk. En nu. En hier.’

Namenmonument Beeld Studio Libeskind

De nazi’s hebben gepoogd de Joden te ontdoen van hun individualiteit, stelt Vuijsje. “En dat dreigt met dit monument weer te gebeuren. Alle namen komen erop, maar het geheel is zo overweldigend dat de gedachte aan individuen vervliegt. Daarmee schiet het zijn doel voorbij.”

Vuijsje zit helemaal niet te wachten op een nationaal Holocaustmonument. “Dat is er al: de Jodenhoek. De hele buurt is Joodse geschiedenis. Je kunt hier niet lopen zonder herinnering aan de oorlog: van de Hollandsche Schouwburg tot de struikelstenen op de Schaduwkade aan de Nieuwe Keizersgracht. Dat is veel aangrijpender.”

Joël Cahen

In de Walter Süskindzaal van de Hollandsche Schouwburg aan de Plantage Middenlaan zit Joël Cahen, oud-directeur van het Joods Historisch Museum en initiatief­nemer van het Holocaustmuseum. De gemeente en het Auschwitz Comité hadden de zaak misschien subtieler aan moeten pakken, zegt hij. “Daar staat tegenover: zonder het gedram van Jacques Grishaver was het nooit zover gekomen. Dat is een eer die hem toekomt.”

Het Namenmonument moet er zonder meer komen, vindt hij. “Midden in de stad, groot en duidelijk.”

Er was een tijd, zegt Cahen, dat hij alleen al kon gruwen als hij het woord Holocaust hoorde. “Het moment van: nu is het wel genoeg, ik kan er niet meer tegen. In onze eigen Joodse kring waren – en zijn er nog steeds – velen die de enorme aandacht voor de Shoah niet meer aankonden. Mijn moeder kwam uit de onderduik, een goede vriendin van haar, een soort namaaktante van mij, was overlevende van Auschwitz. In de jaren tachtig schreven ze in een brief naar NRC Handelsblad: hou er alsjeblieft mee op. Elke keer haal je de wonden verder open.”

Toen hij in 1987 betrokken raakte bij de opzet van het nieuwe Joods Historisch Museum, werd gezegd: het moet geen tranendal worden. “En dus kwam er kritiek dat de Holocaust maar een hoek in de permanente tentoonstelling had gekregen. Ik was het met die kritiek niet eens: het museum ging over vierhonderd jaar Joodse geschiedenis in Nederland, waarom zouden we die periode laten reduceren tot de Holocaust? Pas nadat ik naar Israël ben gegaan om er te werken aan het museum van de Joodse diaspora, begrijp ik dat de Shoah integraal deel uitmaakt van de Joodse geschiedenis en dat ik daar niet omheen kan.”

Petra Catz

Steeds vaker komt hij ze tegen: mensen die ineens tot het bewustzijn komen dat ze met het Namenmonument een laatste kans krijgen om nog iets te doen voor hun overleden familie­leden en graag bijdragen om een steen te adopteren. Mensen, zegt hij, ‘die niets meer hadden met het Jodendom, maar nu opeens uit de kast komen’.

Natuurlijk, hij weet het: de mensen zeggen dat het Namenmonument een lelijk groot ding wordt in een veel te klein parkje. Nou en?

Cahen: “Ik heb in 1970 gewoond in de studentenflat die ertegenover staat. Je kon nog zien hoe de laatste stukjes van de oude, Joodse, Weesperstraat werden afgebroken voor de aanleg van de Oostlijn. Toen was het al een monument van verwoesting. Mooier is het er nooit op geworden.”

“Volgens het Auschwitz Comité moet het monument een schreeuw zijn,” zegt buurtbewoner Petra Catz. “Moet het beklemmend zijn en desoriënteren. Maar herdenken en schokken zijn twee verschillende dingen. Je kan ook een monument maken dat niet schokt. Dat niet zo enorm oogt. Zonder deze felle, confronterende, haast agressieve uitstraling.”

Haar grootste ergernissen: de totale onwil om over het monument de discussie aan te gaan en de voortvarendheid waarmee bezwaarmakers aan de kant worden geschoven als ‘wegkijkers’. “Er is geen waarheid, het is een denkproces. Het gaat niet alleen om het resultaat, het gaat er ook om dat er gemeenschappelijkheid ontstaat. Het is een nationaal monument. Zonder draagvlak heeft dat geen betekenis.”

De Amerikaanse, Pools-Joodse, architect Daniel Libeskind poseert bij de maquette van het Holocaust Namenmonument. Beeld ANP

Tijdlijn: de geschiedenis van het Namenmonument

2006

Voor het eerst oppert Jacques Grishaver, voorzitter van het Nederlands Auschwitz Comité, dat er een nationaal gedenkteken moet komen voor alle Nederlandse slachtoffers van de ­Holocaust. Het moet een namenmonument worden in het Westermanplantsoen, een stadsparkje tegenover Artis.

2009

Het gemeentebestuur van Amsterdam laat bij monde van burgemeester Job Cohen weten dat het niet zit te wachten op een tweede ­monument, naast de wand met 6700 Joodse familienamen die sinds 1992 is te zien in de ­nabijgelegen Hollandsche Schouwburg. Na het vertrek van Cohen besluit zijn plaatsvervanger Lodewijk Asscher om het initiatief een nieuwe kans te geven. Het comité zou zijn monument krijgen, de Hollandsche Schouwburg mocht aan de overkant van de straat uitbreiden met een nationaal Holocaustmuseum.

2014

Het Auschwitz Comité presenteert in de Stopera zijn plan voor een namenmonument. Dat is ontworpen door de wereldberoemde architect Daniel Libeskind en moet verrijzen in het kleine Wertheimpark, waar zich het Auschwitzmonument met de gebroken spiegels van Jan Wolkers bevindt. De nieuwe burgemeester, ­Eberhard van der Laan, is aanwezig om persoonlijk te benadrukken dat de stad het initiatief van harte ondersteunt.

Het besluit, genomen op de dag van de ­gemeenteraadsverkiezingen, wordt niet voorgelegd aan de gemeenteraad. In plaats daarvan moet de bestuurscommissie van het stadsdeel Centrum de formaliteiten regelen, maar nog voordat die kan beslissen is het ontwerp al gepresenteerd. Buurtbewoners zien in de gang van zaken een bevestiging dat hun bezwaren niet serieus worden genomen. Ook Karina Wolkers, die het monument van haar overleden man in de verdrukking ziet komen, roert zich. Uiteindelijk is de heftigheid van het protest zo groot dat het plan de ijskast ingaat.

2016

Van der Laan, overtuigd dat een Holocaust­monument breed wordt gedragen in de stad, wil een herkansing. Een inventarisatie van ingenieursbureau Royal Haskoning levert een lijst op met vijftien mogelijke locaties in de stad. Op verzoek van het Auschwitz Comité wordt daar nog een zestiende aan toegevoegd: het Weesperplantsoen. Er wordt haast gemaakt. In mei besluit het college dat het monument in het Weesperplantsoen komt, vlak daarna trekt de raad drie minuten uit om zich unaniem achter het besluit te scharen. Libeskind mag opnieuw aan de slag met zijn ontwerp.

Van der Laan weet het kabinet te bewegen tot een schenking van 2,3 miljoen euro, maar opnieuw maken buurtbewoners bezwaar. Op de dag dat zij hun verhaal mogen doen bij een ambtelijke commissie, laat Van der Laan weten dat Amsterdam ook 3 miljoen euro bijdraagt aan het monument. De rest komt van andere gemeenten, bedrijven en particulieren, die stenen kunnen adopteren.

2018/2019

Opnieuw laait het verzet tegen het monument op. Niet alleen verzetten buurtbewoners zich tegen het bouwwerk, dat in hun ogen veel te groot is voor de plek waar het is gepland, een open brief van vijftig kunstenaars, architecten en academici aan het gemeentebestuur maakt duidelijk dat de bezwaren veel breder leven. Sommigen willen wel een monument, maar ­elders of met een ander ontwerp. Anderen willen helemaal geen Holocaustmonument.

Door alle vertragingen en door onvoorziene complicaties in het ontwerp zijn de kosten flink opgelopen. De begroting van 5 miljoen euro is gegroeid tot een kleine 15 miljoen. Het ­kabinet laat weten nog eens 6 miljoen euro uit te trekken en zich garant te stellen voor het nog ontbrekende geld.

In februari bepaalt de voorzieningenrechter dat de bomen in het Weesperplantsoen niet gekapt mogen worden zolang onduidelijk is of het monument er überhaupt komt. De geplande bouw kan niet beginnen. Dinsdag buigt de rechtbank zich weer over de zaak, die werd aangespannen door vier buurtorganisaties en een aantal omwonenden. Dan wordt bekeken of de gemeente de juiste procedure heeft gevolgd bij de afgifte van de vergunningen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden