Plus

Hoe het Nederlands Dagboekarchief uitgroeide tot een verzameling vol levensverhalen

Dagboek uit het Dagboekarchief Beeld Adrie Mouthaan

Verhuisdozen vol zielenroerselen en hersenspinsels worden liefdevol opgevangen in het Nederlands Dagboekarchief in Oost. Op 14 juni bestaat het archief tien jaar. Wat begon met 37 dagboeken groeide uit tot een collectie van 3000 dagboeken, memoires, agenda’s, briefwisselingen en reisjournaals.

Herman Berk (60) stond op het punt om vijf dozen vol dagboeken van zijn vader in de papiercontainer te gooien, toen een buurman hem wat verontrust gadesloeg en tegenhield.

“Wat doe je?! Gooi ze alsjeblieft niet weg. Daar is een archief voor!” riep hij.

“Ik volgde zijn raad op en heb ze allemaal naar het Nederlands Dagboekarchief gebracht,” zegt Berk.

Al een tijdje stonden de verhuisdozen met dagboeken te verstoffen op zolder. In hun kartonnen binnenste herbergen ze de zielenroerselen van zijn vader. Tientallen plakboeken op A4-formaat met handgeschreven teksten, voorzien van foto’s, bonnetjes en andere herinneringen. Zijn vader had ze zorgvuldig geordend en op elke doos een etiket met jaartallen aangebracht. Vaag herinnert Berk zich dat zijn vader er weleens over heeft verteld, maar toch kwam de vondst als een verrassing.

“Twaalf jaar geleden verongelukte mijn vader in de Zwitserse bergen. Hij nam tijdens een wandeling een kortere route en viel samen met zijn vriendin in een ravijn. In het harnas gestorven zou je kunnen zeggen, want hij wandelde veel en graag.”

Bij het opruimen ontdekte Berk de dagboeken. Hij las er een paar fragmenten uit, maar heeft ze nooit van a tot z doorgenomen. “Ik had goed contact met mijn vader en wist wel ongeveer waar hij mee worstelde. Hij was tegen mij erg openhartig, een echt gevoelsmens. Wat hij schrijft komt me niet onbekend voor. Bovendien wil ik zijn privacy respecteren. Het voelt niet discreet om in zijn intiemste gedachten te duiken.”

Herman Berk, schonk dagboeken van zijn vader aan het Nederlands Dagboekarchief. Beeld Adrie Mouthaan

En dus toog Berk met de twee verhuisdozen naar het Nederlands Dagboek­archief van het Meertens Instituut. Daar werden de overpeinzingen van zijn vader dankbaar in ontvangst genomen.

Het Nederlands Dagboekarchief verzamelt en beheert dagboeken, bedoeld voor onderzoek en wetenschap. Vooral cultuurhistorici zijn erin geïnteresseerd.

Initiatiefnemers Monica Soeting (64) en Mirjam Nieboer (57) raakten geïnspireerd door het Duitse dagboekarchief in Emmendingen en besloten dit in 2009 ook in Nederland op te zetten. “De verzameling begon met 37 dagboekjes die Nieboer van de overleden grootvader van haar man kreeg. Al snel kregen we meer dagboeken binnen van vrienden en kennissen. We bewaarden ze op een zolderkamer in zuurvrij papier, totdat we het niet meer op een verantwoorde manier konden beheren,” zegt Soeting.

De dagboeken zijn sinds 2014 ondergebracht bij de collectie van het Meertens Instituut en worden bewaard in de archiefruimte van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) aan de Cruquiusweg in Oost.

Dagboeken van de vader van Herman Berk. Beeld Adrie Mouthaan

In tien jaar tijd groeide de collectie tot ruim drieduizend dagboeken, memoires, agenda’s, briefwisselingen en reisjournaals. In principe neemt het Nederlands Dagboekarchief alle dagboeken aan, op voorwaarde dat ze niet eerder zijn gepubliceerd, niet verzonnen zijn en het percentage tekst groter is dan het beeld.

Vergeeld papier

Een groep vrijwilligers ontfermt zich over elk nieuw binnengekomen dagboek. Zij lezen de teksten en rangschikken ze op trefwoorden, zodat onderzoekers die geïnteresseerd zijn in een bepaald onderwerp, weten welk dagboek ze het beste kunnen inzien.

Drie tot zes keer per jaar organiseert het Nederlands Dagboekarchief een inlevermiddag. Soms worden er dagboeken gebracht met zichtbare opluchting, beent de eigenaar drie keer opgetogen heen en weer met een steekkarretje vol ongelezen hersenspinsels: “Weg ermee! Blij dat ik ze kwijt ben!”

Anderen vinden het juist moeilijk om afstand te doen van de gevoelens en gedachten van een gestorven familielid of dierbare. Hun ziel die besloten ligt in het vergeelde papier, hun stem die nog doorklinkt in decennia oude inkt, hun handen die de opgekrulde kaft overal mee naartoe getorst hebben.

Monica Soeting, oprichter Nederlands Dagboekarchief, schonk dagboeken van haar moeder. Beeld Adrie Mouthaan

“Toch schenken mensen deze dagboeken, omdat ze graag willen dat ze voortleven en goed bewaard worden,” zegt Soeting. Dat het moeite kost, begrijpt ze maar al te goed. Zelf schonk ze drie plakboeken van haar moeder aan het archief. “Zij overleed in 2012. Na haar dood vonden we haar dagboeken in de kast. We hadden ze nooit gezien en mijn moeder vertelde er ook niets over. In de drie plakboeken schrijft ze over haar tijd bij de padvinderij. We wisten niet eens dat ze daar op had gezeten. Ze komt in die dagboeken naar voren als een vrolijk en levenslustig meisje. Ik leerde mijn moeder daardoor op een andere manier kennen. Later in haar leven was ze dementerend en niet altijd even opgewekt. Haar dagboeken gaven een beeld van hoe ze was, en wie ze was.”

De rest van haar moeders dagboeken bewaart Soeting voorlopig thuis. “Daar kan ik nog geen afscheid van nemen.”

Op haar schoot liggen vergeelde schriften en gelinieerde notitieboekjes met een harde, zwart gemarmerde kaft. De paginaranden zijn dun van ouderdom. Een keurig schuinschrift. “Het is persoonlijk en emotioneel om te lezen als je haar kent. Dit is iets tastbaars van mijn moeder. Haar stem klinkt erin door. Het is alsof ze even tot leven wordt gewekt. Nu en dan is het ook grappig om te lezen wat er in haar omging.”

Dagboek van de moeder van Monica Soeting. Beeld Adrie Mouthaan

Zo las Soeting hoe haar moeder het dagboek meenam op een fietstocht, die ze met haar man vanuit Amsterdam naar Groningen maakte om daar bij een tante te overnachten. “Ze schreef: ‘Het was heel laat, maar we waren toch niet te moe in bed.’ Daaraan voegt ze toe dat het nageslacht dat later misschien nog eens leest,” zegt Soeting lachend. “Het was gek om dat als kind terug te lezen. En bijzonder voor die tijd. Het was 1952.”

Liefdesbrieven

Ze heeft ook een agendaatje uit 1944, waarin haar moeder aantekeningen maakte. “Het gaat bijvoorbeeld over een hongertocht naar Noordwijk, een bombardement dat ze onderweg meemaken, de vader van een vriendin die sterft aan een scherf van een bom. Historisch natuurlijk interessant. Soms lees ik mysterieuze dingen, zoals ‘gesprek onder vier ogen met de dominee.’ Wat was dat dan? vraag ik me nu af.” Ook de agenda zal later een plek in het archief krijgen.

De afgelopen tien jaar zag Soeting talloze bijzondere getuigenissen van anderen voorbij komen. Het verhaal van iemand die eenzaam gestorven is, een opsomming van de dagelijkse weersomstandigheden, merklappen waarop een levensverhaal is geborduurd, volgeschreven lakens, een dichtgenaaid dagboek ‘verboden in te lezen’, een plunjezak met liefdesbrieven van een Amsterdamse onderzeebootmatroos, de belevenissen van Tuuk de Bie, een 13-jarig meisje uit een adellijke familie en het dagboek van een 16-jarige jongen uit een gereformeerd milieu in 1965. 

Dagboek van de moeder van Monica Soeting. Beeld Adrie Mouthaan

“Deze jongen komt uit een progressieve stroming binnen de gereformeerde kerk. Zonder schroom en gedetailleerd schrijft hij over alles wat hij met zijn vriendinnen doet. Je verwacht dat helemaal niet bij de omgeving waarin hij opgroeide. Zo kunnen dagboeken soms verrassend zijn en afwijken van het beeld dat wij nu hebben van een bepaalde tijd.”

Toch zijn ze lang niet allemaal even boeiend of spectaculair. “Soms zijn ze zelfs ronduit saai,” zegt Soeting. “Veel mensen schrijven een dagboek om vast te leggen of ze de dag goed en nuttig hebben besteed. Het is een opsomming van wat ze hebben gedaan. Soms spreken ze zichzelf toe: ‘Ik was zo traag vandaag. Dat moet ik morgen echt anders doen.’”

Oudere ‘ik’

Ook zelfonderzoek en zelfpresentatie komen veel voor. Volgens Soeting geven mensen vaak een beeld van wie ze zijn of zoals ze willen dat andere mensen ze zien.

“De één wil naar voren komen als schrijver, de ander als goede huisvrouw of ambtenaar. Vaak schrijven ze aan een fictief persoon of een oudere ‘ik’. Zelf deed ik dat vroeger ook. Ik schreef dat als ik ouder was ik niet om mezelf moest lachen, want ik kon er ook niks aan doen dat ik zo was.”

Het Nederlands Dagboekarchief neemt alle dagboeken aan, op voorwaarde dat ze niet eerder zijn gepubliceerd, niet verzonnen zijn en het percentage tekst groter is dan het beeld. Beeld Adrie Mouthaan

Wie zijn dagboeken, met daarin soms de intiemste gevoelens, afstaat, stemt ermee in dat de tekst eigendom wordt van het Nederlands Dagboekarchief en dat de tekst zal worden gelezen en inhoudelijk wordt geanalyseerd. Ook Berk tekende zo’n intentieverklaring. “Ik houd wel toegang tot de dagboeken van mijn vader en kan ze altijd inzien als ik dat wil.” Hij is inmiddels ook donateur van het Nederlands Dagboekarchief en doet elk jaar op zijn vaders verjaardag een gift. “Ik heb ook een legaat in mijn testament opgenomen, omdat ik het zo’n leuk doel vind.” Bovendien liet Berk vastleggen dat zijn eigen dagboeken na zijn dood óók een plek krijgen in het Nederlands Dagboekarchief. “Sinds mijn zeventiende houd ik dagboeken bij. Ik wil graag dat ze bewaard blijven.”

Uit een tas haalt hij een stapel schriften tevoorschijn. Verschillende formaten en kaften met de kantoormerken en designs uit vervlogen tijden. Het zijn er zo’n dertig in totaal. Alles is met de hand geschreven, ook de meest recente. “Dat hoort bij zoiets persoonlijks, vind ik. Brieven schrijf ik ook met de hand.”

Berk opent het eerste schrift uit 1977. “De eerste zin: ‘Ik ben een dagboek begonnen om mezelf wat beter te leren kennen.’ Later heb ik daar tussen haakjes ‘stomme zin’ achter gezet,” zegt hij lachend.

Het Nederlands Dagboekarchief neemt alle dagboeken aan, op voorwaarde dat ze niet eerder zijn gepubliceerd, niet verzonnen zijn en het percentage tekst groter is dan het beeld. Beeld Adrie Mouthaan

Hij schrijft dagboeken om orde te scheppen in zijn hoofd. “Ik vertel niet iedereen wat er in mij omgaat. Daar schrijf ik over. Om die reden wil ik liever niet dat mijn kinderen of vriendin het lezen. Het bijhouden van een dagboek is voor mij ook een soort zelfbescherming. Ik ben nogal openhartig en loslippig. Als ik dingen die me bezighouden opschrijf, ben ik ze kwijt en zal ik ze ook niet per ongeluk aan iemand vertellen.”

Dat de lezers van het Nederlands Dagboekarchief zijn ontboezemingen later zullen lezen, vindt hij niet erg. “Dan ben ik toch dood. En bovendien gaat het om anonieme personen die mij niet kennen.”

Alleen de initialen

Ook Harry Schraa (90) liet in zijn testament opnemen dat zijn dagboeken en brieven na zijn dood zullen toebehoren aan het Nederlands Dagboekarchief. “Wel wil ik dat ze eerst vijf jaar blijven liggen voordat ze openbaar worden gemaakt. Van de mensen die brieven aan mij schreven, mogen alleen de initialen worden genoemd. Verder mogen ze ermee doen wat ze willen.”

Schraa correspondeert sinds 1980 met vrienden en kennissen, onder wie veel schilders, oud-zakenpartners, schrijvers en wetenschappers. Ook houdt hij (reis)dagboeken bij.

In het testament van Harry Schraa (90) staat dat hij zijn dagboeken en brieven nalaat aan het archief. Beeld Adrie Mouthaan

Toen hij in 1977 een huis in Ierland kocht, zat hij vanachter zijn bureau vaak te kijken naar de ruwe oceaan en de zware zeeluchten die storm aankondigden. “Dat was aanleiding om brieven te gaan schrijven. Over hoe het hier was, wat ik zag, maar ook over actuele onderwerpen, over kunst, boeken of persoonlijke kwesties.”

Op de zolder van zijn tweede huis in Harlingen bewaart Schraa alle brieven en dagboeken in een archief. Hij toont een paar aan elkaar geniete kasboekbonnetjes waarop hij precies heeft geschreven welke dagboeken in welke doos zitten: ‘herfst Ierland’, ‘1991 algemeen’, ‘1991, voorjaar’, ‘Ierland 1992’, enzovoorts.

In de werkkamer van zijn appartement, op twaalf hoog in Diemen, staat een klein deel van zijn collectie. Ordners vol brieven, reisverslagen, plakboeken en herinneringen. “Ik heb alles bewaard: de foto’s uit mijn kindertijd, een oorlogsdagboek, verhalen over mijn werk bij Nedlloyd,” vertelt Schraa. Verwoed bladert hij door zijn documenten. Vrienden die ziek werden en niet lang meer leefden, stuurde hij lange diepdoorvoelde, poëtische brieven met woorden van troost. “Andere brieven gaan bijvoorbeeld over Trump of de brexit. Maar zie ik in Harlingen konijntjes in mijn tuin en een lijster die daartussen neerdaalt, dan schrijf ik dat ook op.”

Dagboeken (brieven) van Harry Schraa. Beeld Adrie Mouthaan

Dat vastleggen vindt Schraa belangrijk. “Herinneringen vervagen en verwaaien op den duur, maar nu staan ze op papier. Ik kan het niet allemaal in mijn hoofd houden. Als ik iets van vroeger wil weten, lees ik het terug. Op dit moment zijn de brieven voor anderen misschien niet zo interessant, maar over honderd jaar mogelijk wel. Op mijn rouwkaart komt te staan: ‘dood is dood, de herinnering blijft.’ Dáár gaat het om!”

Jubileum

Het Nederlands Dagboekarchief (NDA) viert zijn jubileum op 14 juni in Boekhandel Blankevoort in Amstelveen. Op deze dag wordt ook het jubileumboekje gepresenteerd. Daarin staan verhalen van en interviews met de vrijwilligers van het Nederlands Dagboekarchief. Het NDA publiceert elk jaar een boekje waarin fragmenten uit bijzondere dagboeken zijn opgenomen.

Twee dagen ervoor, op 12 juni, is het de Dag van het Dagboek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden