PlusAnalyse

Hoe gek het ook klinkt: annus horribilis 2020 bood ook lichtpuntjes

Het jaar werd gedomineerd door een virus. Het dreef ons in fysieke zin uit elkaar, maar bracht de samenleving ook dichter bijeen. ‘Ons gedeelde waardenpatroon is niet uit het lood geslagen.’

Van individualisme naar solidariteit: samen maken we een vuist tegen corona, samen krijgen we corona eronder en samen voor de samenleving.  Beeld Mikko Kuiper
Van individualisme naar solidariteit: samen maken we een vuist tegen corona, samen krijgen we corona eronder en samen voor de samenleving.Beeld Mikko Kuiper

Het was zo’n televisie-interview waarvoor Mark Rutte zijn das had uitgedaan. De kerstsfeer leek al te zijn neergedaald in de studio, tegenover de premier zat Gerard Joling in een glimmend jasje, Jeroen Pauw was bezig aan zijn laatste week als talkshowhost en wilde van Rutte weten of hij door zou gaan als lijsttrekker van de VVD. “Als ik vandaag zou moeten besluiten zeg ik, ja, maar ik besluit pas volgend jaar zomer,” zei Rutte. Jeroen Pauw boog wat naar voren, zette zijn grootste ogen op en trok zijn schouders omhoog. “Maar wat zou er nou kunnen gebeuren in zes maanden? Toch ook niet zo heel veel.” Dat was eind 2019, inmiddels weten we wat voor rampjaar er zou volgen.

Grote gebeurtenissen kondigen zich zelden aan, de wereldgeschiedenis verloopt schoks­gewijs. Een natuurramp, de val van een regime, een oorlog, een beurskrach: achteraf kun je vaststellen dat iets al langer sluimerde en dat de loop der dingen onvermijdelijk was, maar het voorspellen van rampspoed blijft problematisch. Dan blijken we overdreven optimistisch – ‘wat zou er kunnen gebeuren in zes maanden?’– of juist te zwartgallig, zoals oud-officier Ingo Piepers, die op basis van wetenschappelijke analyse voorspelde dat in 2020 de Derde Wereldoorlog zou uitbreken. Toen op 3 januari de Iraanse generaal Solemeini door een Amerikaanse droneaanval werd gedood, wist Piepers het zeker: een nieuwe ‘systeemoorlog’ stond op het punt van beginnen. Nu bleef de mensheid weinig bespaard in 2020, maar een nieuwe wereldoorlog brak niet uit.

Het was geen atoombom die de wereld er­onder kreeg, maar een vleermuis. Het corona­virus, dat de wereld praktisch plat wist te ­leggen, kwam als een volslagen verrassing. Natuurlijk, er waren best virologen te vinden die zeiden dat ze hier al jaren voor hadden gewaarschuwd, en historici konden genuanceerd uiteenzetten dat pandemieën al eeuwenlang om de zoveel jaar over de aardbol razen, maar niemand had voorspeld dat de impact van een mysterieus virus uit Wuhan in 2020 zo groot zou zijn. Dat de wereld zoals we die kenden piepend en krakend tot stilstand zou komen, dat alledaagse dingen – met vrienden uit eten, een kus aan je oma, op vakantie naar het buitenland – plotseling niet meer konden. In het jaar 2020 werden bestaande zekerheden aan het wankelen gebracht. Wat normaal was, werd abnormaal en het abnormale werd gebombardeerd tot het nieuwe normaal.

Solidariteit

Er werd een beroep gedaan op ieders aan­passingsvermogen, zelfbeheersing en geduld. Bovenal werd van mensen gevraagd om hun individuele belang ondergeschikt te maken aan het algemene belang, om solidair te zijn. En dat was iets wat we de afgelopen decennia verleerd leken te zijn: jezelf wegcijferen. De term solidariteit werd uiteraard angstvallig vermeden, al was het maar vanwege de linkse vakbonds­connotatie van het woord, maar het kwam er wel op neer: om het kwetsbare deel van de samenleving te beschermen moest iedereen offers brengen. En dus gingen horecagelegenheden, concertzalen en theaters dicht, mochten we niet meer samenkomen, geen handen meer geven en moesten we thuiswerken.

‘Alleen samen krijgen we corona onder controle,’ werd het credo. Een strijdkreet die uitging van het opvoedprincipe dat je beter kunt stimuleren dan kunt straffen, maar die wel voorbijging aan al die mensen voor wie corona geen uitdaging was, maar doffe ellende.

Voor het grootste deel van de mensen betekende de intelligente, gedeeltelijke, softe en daarna weer hardere lockdown dat ze zoveel mogelijk thuis moesten blijven. Op papier een tamelijk eenvoudige opdracht, zeker in vergelijking met voorgaande collectieve uitdagingen waarvoor Nederland zich gesteld zag: er hoefde geen buitenlandse bezetter te worden verslagen, er hoefden geen Deltawerken gebouwd, het enige wat van Nederlanders werd gevraagd, was dat ze sociaal contact vermeden en op de bank bleven zitten. Alleen samen, samen alleen.

Die oproep tot collectieve actie staat in contrast met de ideologische wind die jarenlang over het Nederlandse polderlandschap woei. Daarin werd de rol van de gemeenschap juist steeds kleiner, ten faveure van het individu. Meritocratie werd het politieke ideaal en de overheid trok zich meer en meer terug – denk aan de privatiseringsgolf van de jaren negentig, de marktwerking in de zorg, de flexibilisering van de arbeidsmarkt. De staat was volgens ­Rutte ‘geen geluksmachine’, zelfontplooiing werd als het hoogste goed beschouwd. Burgers mochten het, kort gezegd, zelf uitzoeken.

Politieke pendule

Corona bracht daar verandering in. Opeens waren we weer op elkaar aangewezen als samenleving, met de overheid als hoeder van ons allen, zag ook Denker des Vaderlands Daan Roovers. “We worden al tien jaar geregeerd door een liberale premier, die nooit een beroep deed op saamhorigheid. Nu zitten we opeens allemaal in hetzelfde schuitje en moet iedereen zich verhouden tot de maatregelen die op de persconferenties worden aangekondigd. Ook de politieke pendule slaat de andere kant op: verkiezingsprogramma’s van de meeste partijen zijn minder liberaal dan voorheen, daarin ligt meer nadruk op collectieve arrangementen, zoals minimumloon en meer zekerheid voor zzp’ers.”

Volgens Justus Uitermark, als socioloog en geograaf verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, was er al langer een ‘parallelle tegenbeweging’ zichtbaar op de individualisering. Die wordt iedere zoveel jaar, al naar gelang van de politieke kleur van het kabinet, anders genoemd – ‘omkijken naar elkaar’, ‘participatiesamenleving’ – maar komt voort uit hetzelfde idee: de overheid die zichzelf onmachtig verklaart. “En dus zegt die overheid: voor de economie moet u bij het bedrijfsleven zijn, voor de zorg bij de sector zelf en gemeenschapszin moet uit de samenleving zelf komen. Nu trekt de overheid de regie naar zich toe, maar er wordt wel een nadrukkelijk beroep gedaan op het gedrag van de mensen.”

Kortom: het ‘wij’ won in 2020 terrein terug op het ‘ik’. Dat blijkt ook uit het ‘waardenonderzoek’ dat Tim Reeskens, universitair hoofd­docent sociologie aan de Tilburg University, uitvoert. “We zien sinds de uitbraak van corona een toename in het onderlinge vertrouwen. Er is een sterker gevoel van verbondenheid, meer steun voor de politiek en men staat minder negatief tegenover immigranten, al kan dat laatste ook komen omdat het nu minder hoog op de politieke agenda staat.” Uit het onderzoek bleek bovendien dat het publieke humeur in oktober niet veel anders was dan in mei, toen Reeskens dezelfde meting uitvoerde. “Rutte sprak onlangs wel over ‘coronamoeheid,’ en ik denk dat die er wel is, maar die heeft nog niet geleid tot een afname van de solidariteit.”

Lotsverbondenheid

Wat deze crisis anders maakt dan eerdere crises, is het mondiale karakter ervan. Nieuws gaat altijd over mensen, maar zelden over álle mensen. Corona raakte de hele wereldbevolking, het mondkapje dat voorheen enkel voorbehouden leek aan Aziatische toeristen, bepaalde opeens overal ter wereld het straatbeeld. Uitermark herinnert zich nog de opwinding die hij dit voorjaar voelde. “Dat praktisch van het ene op het andere moment iedereen ter wereld werd gevraagd om afstand te houden, is een waanzinnig idee.” De socioloog spreekt van een ‘les in wederzijdse afhankelijkheid. “Ik denk dat we over veertig jaar vaststellen dat in 2020 voor het eerst de mondiale lots­verbondenheid duidelijk zichtbaar werd. Vanuit sociologisch perspectief is dat ontzettend fascinerend.”

Maar, zegt Uitermark er direct bij, de effecten van de crisis zijn wel ongelijk verdeeld, ook ­binnen Nederland. Van sommigen werden aanzienlijk meer offers gevraagd dan van anderen. Het zorgpersoneel in zieken- en verpleeghuizen, dat dubbele diensten moest draaien. De horecaondernemers, die hun zaken maandenlang moesten sluiten. De cultuursector, die op z’n gat kwam te liggen.

De steunpakketten van de overheid waren in veel gevallen niet meer dan een doekje voor het bloeden. De grootste klap moet nog komen: de werkloosheid en ongelijkheid lopen op en toekomstige generaties zullen die schuld moeten afbetalen. En toch valt de mate waarin de samenleving ontwricht raakte Uitermark mee. Er klonk gemor, er waren demonstraties en af en toe klonk een oproep tot burgerlijke ongehoorzaamheid. Zeker toen met de feestdagen in het verschiet de maatregelen nog eens extra werden verscherpt, zakte bij velen de moed in de schoenen.

Geen massale opstand

Een massale opstand bleef echter uit, het overgrote deel van de bevolking bleef in het gareel lopen. “Als je mij in februari had verteld dat de economie met 10 procent zou krimpen en de overheid een contactverbod zou opleggen, had ik gevreesd voor dramatische effecten. Daar is vooralsnog geen sprake van: politieke aardverschuivingen of een enorme vlucht naar de flanken blijven uit, de economie is niet volledig ingestort en al suddert er best een hoop onvrede in de samenleving, het leidt niet tot een massale opstand.”

We bleken flexibeler dan we dachten, viel ook Roovers op. “Corona deed een beroep op ieders flexibiliteit en creativiteit. Het is misschien niet altijd even leuk, maar we zijn er, noodgedwongen, toch in geslaagd om radicaal anders te leven. Om dichter bij huis op vakantie te gaan, het woon-werkverkeer in te dammen, vormen van digitaal onderwijs te ontwikkelen. De samenleving bleek maakbaarder dan we dachten.”

De maakbare samenleving, solidariteit, de staat als hoeder van ons allen: je zou bijna denken dat we in 2020 allemaal dolgelukkig in de socialistische heilstaat leefden. Maar naast het klappen voor de zorg en het boodschappen doen voor de bejaarde buurvrouw, was er ook een ander beeld. De gezamenlijkheid waarmee we, zeker in de eerste helft van het jaar, tegen het virus ten strijde trokken, bleek kwetsbaar. Al snel sloegen mensen aan het hamsteren: wc-papier, pasta en paracetamol. Saamhorigheid is leuk en aardig, maar liever wel met een gevulde proviandkast. En lang niet iedereen bleek het even nauw te nemen met de overheidsvoorschriften. Het leidde tot woede en frustratie: waarom was het zo druk op het strand? Waarom waren die studenten aan het feesten? En waarom deden al die BN’ers opeens #nietmeermee?

Van 5G tot Clinton en Soros

Complottheorieën wonnen terrein. Waar deze eerst slechts rondgingen in obscure hoekjes van het internet, bleek dit jaar een toenemend aantal mensen vatbaar voor bizarre verhaal­lijnen over corona, met vertakkingen die zomaar konden eindigen bij 5G, elitenetwerken die zich aan kinderen zouden vergrijpen en een geheime kongsi van George Soros, Hillary ­Clinton en Bill Gates. Leden van het Outbreak Management Team (OMT) werden bedreigd, viruswaanzinnigen vielen mensen bij test­straten en verzorgingstehuizen lastig. Denker des Vaderlands Roovers: “In tijden van angst, onzekerheid en een sterke afhankelijkheid van de autoriteiten zie je altijd complottheorieën de kop opsteken.”

De onvrede was echter breder. Horecabazen die hun zaken kapot zagen gaan, gooiden hun kont tegen de krib, scepsis tegen de wetenschap nam toe en de frustratie over vrijheidsbeperkende maatregelen groeide. Ook Uitermark ziet dat er bij een deel van de bevolking van alles suddert. “Er is een groep met een diep wantrouwen tegenover de overheid en er zijn mensen die diep worden geraakt door deze crisis. Tegelijkertijd zijn de marges van het politieke debat over corona tamelijk smal. Kamerdebatten gaan vooral over technische aspecten van het beleid, zoals de communicatie of de logistiek, maar over de richting zijn vrijwel alle politieke partijen het eens.”

Bovendien is het tegengas dat het kabinet ontving, eerder een teken van een vitale democratie dan een reden tot zorg. Dat er, als een soort schaduwmacht van het OMT, een ‘Red Team’ ontstond, met experts die op een andere manier naar de corona-aanpak keken, dat columnisten scherpe kritiek leverden, dat mensen zelf aan het rekenen sloegen over besmettings- en sterftecijfers en zelfs dat er demonstranten door een toespraak van de premier vanuit het Torentje heen joelden: ook dat hoort bij de ­volwassen democratie waar Rutte zo trots over sprak. Roovers: “Net als de Black Lives Matterdemonstraties laten zien, is dit een teken van de revitalisering van politiek bewustzijn. De behoefte om je stem te laten horen, om je plek op te eisen in de politieke ruimte.”

Veerkracht

Volgens Uitermark is het beeld van een gepolariseerde samenleving, zoals de media dat soms schetsen, enigszins overdreven. “Er zijn felle tegenstanders van de maatregelen, er is irritatie en vermoeidheid, maar er zijn geen twee gepolariseerde groepen die tegenover elkaar staan. Die indruk zou je soms wel krijgen, helemaal als je de discussies op Twitter en Facebook ziet. In de praktijk valt dat wel mee: het overgrote deel van de mensen bevindt zich in het midden van het publieke debat. Voor zover er scheidslijnen zijn, lopen die dwars door vriendengroepen en families heen. Wel zie je dat laagopgeleide mensen veel banger zijn, zowel voor het virus als voor de effecten van de maatregelen. Mensen met de zekerheden van een hoge opleiding, een goede gezondheid en een goede baan conformeren zich vooral aan de regels vanwege een besef van lotsverbondenheid en gedeelde verantwoordelijkheid. Groepen in een kwetsbare positie, vooral mensen met een lage opleiding of broze gezondheid, doen dat vaker vanwege angst en uit lijfsbehoud.”

Als de balans van het annus horribilis 2020 wordt opgemaakt, zijn er dan toch lichtpuntjes? Het was een vreselijk jaar – vraag het een ieder die een naaste verloor, werkloos raakte of vereenzaamde – maar de samenleving bleek veerkrachtiger dan misschien werd gedacht. Over de basiswaarden zijn de meeste Nederlanders het eens, ziet ook Reeskens. “Daar verandert corona vooralsnog niks aan. Wellicht dat een zware economische crisis het gedeelde waardenpatroon uit het lood weet te slaan, maar daarvan is nog geen sprake.”

De samenleving werd in 2020 tot het uiterste getest, maar zakte niet door haar hoeven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden