PlusAchtergrond

Hoe Europese steden omgaan met overtoerisme: ‘Toegangspoorten? Hoe Disney wil je het hebben?’

Praag kampt met vergelijkbare problemen als Amsterdam en profileert zich nu via een marketingcampagne als culturele hotspot om een ander type toerist te trekken. Beeld Anadolu Agency via Getty Images
Praag kampt met vergelijkbare problemen als Amsterdam en profileert zich nu via een marketingcampagne als culturele hotspot om een ander type toerist te trekken.Beeld Anadolu Agency via Getty Images

Minder overlastgevende dagjesmensen, meer cultuurliefhebbers. Amsterdam presenteerde deze week een toekomstvisie op het overtoerisme. Andere Europese steden worstelen ook met hordes bezoekers (die wel geld binnenbrengen). Hoe pakken die het aan?

Sam de Graaff

‘Gezinnen uit Hoorn komen winkelen in de Kalverstraat. Zakenreizigers uit Azië, het Midden-Oosten of Amerika komen voor congressen. Familiebezoek komt over uit België of Marokko. En ook de zuipende vrijgezel uit Engeland weet onze stad weer te vinden. Maar de grote meerderheid wordt aangetrokken door de vrijzinnigheid en vrijheid waar Amsterdam zo trots op is.’

In de visie Bezoekerseconomie 2035 presenteerde de gemeente deze week een plan om overtoerisme aan te pakken. Geen overlastgevende vrijgezellenfeesten, geen georganiseerde kroegentochten, geen blowers in delen van het centrum, aangescherpte openingstijden op de Wallen. Op beeldende (en een tikkie stereotiepe) wijze schetst de gemeente ook een dwarsdoorsnee van het Amsterdamse toeristenbestand. De winkelende Noord-Hollander, de zakenreiziger, en ja, ook de zuiptoerist. Maar de visie benadrukt ook wat de stad aantrekkelijk maakt – of moet maken. Kunst, cultuur en de schoonheid van de stad.

Hartstikke goed, dat laatste, vindt hoogleraar toerisme Jan van der Borg, verbonden aan de universiteiten van Leuven en Venetië. “Wil Amsterdam een ander type toerist aantrekken, dan moet het de vraag stellen wat voor stad het wil zijn. Daar begint het mee. Amsterdam als culturele hoofdstad? Kleur de stad op die manier in, vol creatieve activiteiten.”

Collectieve kosten, private baten

Amsterdam zit in een bewustwordingsproces, stelt Van der Borg. “Het besef dat toerisme niet alleen geld en banen oplevert, maar ook overlast. Collectieve kosten versus private baten.” Dat idee dringt steeds meer door, ziet hij – niet alleen hier, maar ook in andere Europese steden. De gemeente verwijst er zelf naar: ‘Steden als Barcelona, Parijs, Florence en Praag kampen met vergelijkbare problemen als de onze.’

Maar hoe pakken die andere steden de problemen aan? En zijn ze succesvol?

Het is net als met nieuwjaar – aan goede voornemens geen gebrek. “Veel plannen zijn in de planfase gebleven,” zegt Van der Borg. Maar er bestaan wel degelijk geslaagde voorbeelden. Neem Praag. Voor de pandemie brachten ruim 9,1 miljoen mensen minstens één nacht door in de Tsjechische hoofdstad. Goed voor een zesde plek op de Europese toerismeranglijst, net boven Amsterdam. Die bezoekers brachten behoorlijk wat kronen in het laatje, maar de door Amsterdam beschreven Engelse zuiptoerist was ook rond de Praagse Karelsbrug een veelgeziene gast.

Dus kwam er een actieplan. Praag profileert zich via een marketingcampagne als culturele hotspot en richt zich nadrukkelijk op de binnenlandse toerist, die doorgaans niet per se komt om te zuipen. De gemeente bedacht een speciale korting: hoe meer nachten de toerist boekt, hoe meer korting op uitjes. Met succes. Praag heeft inderdaad meer Tsjechische toeristen mogen verwelkomen, liet het stadsbestuur vorige maand weten, al hing dat natuurlijk ook samen met de pandemie. Die toeristen bezochten bovendien vaker activiteiten buiten het centrum – nog een doelstelling.

Toeristen concentreren in het centrum

Spreiding staat gelijk aan minder overlast. Het is een mantra dat in Amsterdam – en dus ook in Praag – veelvuldig is herhaald. Toch zet niet iedere stad erop in. Brugge koos in de stad juist voor het concentratiemodel, zegt toerisme-onderzoeker Bart Neuts, eveneens verbonden aan de Katholieke Universiteit Leuven. “Het nadeel van spreiding is dat je toeristen naar buurten stuurt waar ze niet worden verwacht. Dat kan conflicten opleveren. Als ik door het centrum van Antwerpen loop, weet ik dat er toeristen kunnen zijn. Voor woonwijken geldt dat minder.” In de regio rond de stad wordt dan weer wel gespreid, zegt Neuts. “Net als in bijvoorbeeld Amsterdam en Barcelona.”

Waar Brugge en Praag elkaar wel vinden, is het streven om toeristen langer te laten blijven – of ze naar de stad te lokken. De ‘langblijver’ geeft meer uit dan de dagtoerist en betaalt via zijn hotel of B&B toeristenbelasting. Maar het gaat niet alleen om het geld, zegt Neuts: “Toeristen die korter op hun bestemming verblijven, beleven die minder diepgaand. Blijven ze langer, dan gaan ze bijvoorbeeld eerder naar musea.”

Een interessant voorbeeld is Venetië. Een stad met, in de woorden van Van der Borg, een stadsbestuur dat ‘volstrekt geen idee heeft’ wat het met de toeristen aanmoet. Er wordt al jaren gesproken over een toegangssysteem met poortjes. “Dat proefballonnetje wordt eens in de zoveel tijd opgelaten,” zegt Van der Borg. “Altijd wordt het uitgesteld.”

Toch is het een best begrijpelijk idee, vindt Neuts – juist omdat ook dagjesmensen dan gaan bijdragen aan het onderhoud van de stad. Venetië heeft één toegangsbrug, dus de instroom beperken is niet heel ingewikkeld. Aan de andere kant is het principe wél vreemd, zegt Neuts. “Je probeert de disneyficatie van de stad tegen te gaan door er toegangspoortjes te plaatsen.” Hoe pretparkachtig wil je het hebben, wil hij maar zeggen. “Een rare reflex.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden